← Nederland

Verordening op het Woonwagencentrum Maassluis (Maassluis)

Verordening op het Woonwagencentrum MaassluisDe raad der gemeente Maassluis; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 februari 1995, bijl.nr. 2.3; gelet op artikel 147 en 149 Gemeentewet alsmede artikel 62 Woonwagenwet; besluit: vast te stellen de navolgende Verordening op het Woonwagencentrum Maassluis. Artikel1Begripsbepalingen De verordening verstaat onder:a. het centrum: een complex standplaatsen als zodanig aangewezen door de gemeenteraad op grond van de Woonwagenwet;b. standplaats:een voor één woonwagen bestemd gedeelte van een centrum met de zich op die standplaats bevindende sanitairunit/bergruimte;c. woonwagen: een wagen die voortdurend of nagenoeg voortdurend als woning wordt gebezigd of daartoe is bestemd; een woonwagen houdt dit niet op te zijn, indien aan of bij de woonwagen voorzieningen worden getroffen ten gevolge waarvan deze niet langer kan worden voortbewogen;d. toestemming: schriftelijke toestemming tot het plaatsen van één woonwagen op het centrum op de daartoe aangewezen standplaats;e. vergunning:een vergunning tot het bewonen van een woonwagen als bedoeld in arti­kel 14 van de Woonwagenwet (bewonersvergunning GS);f. gebruiker:de ingevolge artikel 15 van de Woonwagenwet in de vergunning aangewe­zen hoofdbewoner c.a. de in artikel 21 van deze wet bedoelde hoofdbewo­ner;g. wachtlijst:lijst van personen die door aanmelding bij burgemeester en wethouders ervan blijk hebben gegeven in aanmerking te willen komen voor toela­ting op het woonwagencentrum als ook waarop personen door burgemeester en wethouders kunnen worden geplaatst. Artikel2Toelating op het centrum 1Het is verboden een woonwagen op het woonwagencentrum te brengen, te doen brengen of te hebben zonder voorafgaande schriftelijke toestem­ming van burgemeester en wethouders. 2Het is verboden met een woonwagen en/of met één of meer bij een woonwa­gen behorende voertuigen op de toegewezen standplaats op het centrum te gaan staan, anders dan door burgemeester en wethouders is toege­staan. 3De toestemming wordt in ieder geval geweigerd:a. indien de aanvrager van de toestemming niet in het bezit is van een vergunning;b. indien geen standplaats binnen een centrum vrij is;c. indien een standplaats vrij is, deze is toegewezen aan of bestemd voor een andere gegadigde volgens een door burgemeester en wethou­ders vast te stellen wachtlijst;d. indien geen huurcontract met betrekking tot de standplaats door de aanvrager is ondertekend. 4Aan de toestemming kunnen burgemeester en wethouders voorschriften verbinden. De voorschriften kunnen aan een toestemming worden toege­voegd en worden gewijzigd. 5De toestemming geldt uitsluitend voor de daarin omschreven woonwagen.De toestemming is persoonlijk en niet overdraagbaar. 6De toestemming wordt aangevraagd door indiening van een daartoe door burgemeester en wethouders verstrekt formulier. Dit formulier dient ingevuld en ondertekend te worden. 7De toestemming dient door de gebruiker aan de met het opsporen van overtredingen van deze verordening belaste personen op eerste vorde­ring te worden getoond. Artikel3Toepasselijkheid gemeentelijke vorderingen Alle in de gemeente geldende verordeningen zijn van toepassing voor zover deze verordening niet anders bepaalt. Artikel4Wachtlijst 1Verzoekers die voor een toestemming in aanmerking kunnen komen worden nadat alle door de gemeenteraad aangewezen plaatsen bezet zijn op een wachtlijst geplaatst. 2Door indiening van het aanvraagformulier voor de toestemming wordt men op de wachtlijst geplaatst. 3Plaatsing op de wachtlijst geschiedt in volgorde van ontvangst van de formulieren. 4Wanneer een standplaats beschikbaar komt, wordt de aanvraag van de eerstvermelde op de wachtlijst in behandeling genomen, tenzij burge­meester en wethouders te motiveren redenen hebben hiervan af te wijken. 5De inschrijving op de wachtlijst vervalt na twee jaar of eerder indien een verzoeker een standplaats wordt toegewezen dan wel indien de ver­zoeker te kennen heeft gegeven of door zijn handelingen blijkt dat hij geen belangstelling meer heeft. Artikel5Langdurig verblijf buiten het centrum leegstand 1Een toestemming vervalt indien de gebruiker met zijn woonwagen een standplaats inneemt en/of blijft innemen, indien deze wagen niet meer als woonwagen kan worden aangemerkt. 2Burgemeester en wethouders kunnen een toestemming als vervallen be­schouwen indien de gebruiker en de andere in de vergunning genoemde bewoners van de woonwagen meer dan 6 weken zonder een naar het oordeel van burgemeester en wethouders wezenlijke onderbreking vrijwillig buiten het woonwagencentrum verblijven, tenzij voorgaande toestemming van burgemeester en wethouders is verkregen. Artikel6Verwijdering 1Bij de niet naleving van één of meer bepalingen van deze verordening kunnen burgemeester en wethouders, conform het bepaalde in artikel 61 van de Woonwagenwet, besluiten tot intrekking van de toestemming en tot verwijdering van de woonwagen van de in overtreding zijnde gebrui­ker en tot ontzegging van het verblijf met een woonwagen op het cen­trum gedurende ten hoogste één jaar.Na de periode van ontzegging van het verblijf met een woonwagen op het centrum wordt de houder van de toestemming, indien hij dit wenst, weer op de wachtlijst geplaatst. 2Van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt geen gebruik gemaakt voordat de gebruiker van een standplaats in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord door of namens burgemeester en wethouders. 3Vooraf zal de betrokkene van het in het eerste lid bedoelde besluit bij aangetekend schrijven in kennis worden gesteld met de mededeling van de gronden die tot dat besluit hebben geleid. 4Een toestemming kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien:a. de voorschriften verbonden aan een toestemming worden overtreden;b. door het gebruik van de toestemming afbreuk wordt gedaan aan de leefbaarheid en/of brandveiligheid op het centrum en dit niet door het stellen van voorschriften verhinderd kan worden. Artikel7Handhaving en opsporing Onverminderd artikel 58 van de Woonwagenwet, kan het toezicht op de nale­ving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde worden opgedragen aan door burgemeester en wethouders daartoe aangewezen ambtenaren. Artikel8Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag vol­gende op die van haar bekendmaking. 2Met de inwerkingtreding van deze verordening komt de door de gemeente­raad d.d. 20 december 1988 vastgestelde "verordening op het woon­wagencentrum Maassluis" te vervallen. Artikel9Citeertitel Deze verordening kan aangehaald worden als: "Verordening op het woonwagencentrum Maassluis". Aldus vastgesteld in de openbare vergaderingvan de raad der gemeente Maassluis,gehouden op 7 maart 1995, De secretaris, De voorzitter, mr. A.J.T. Korthout drs. J. Sterkenburg-Versluis.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.