Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad en raadscommissiesHoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen. In dit reglement wordt verstaan onder:a. raad: de raad van de gemeen
te Maassluis;b. raadsvoorzitter: de voorzitter van de raad, of zijn vervanger;c. fractievoorzitter:de voorzitter van de fractie als bedoeld in artikel 8 van dit reglement;d. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maassluis;e. agendacommissie: de commissie als bedoeld in artikel 6 van dit reglement;f. raadsgriffier: de op grond van art. 107 Gemeentewet door de gemeenteraad benoemde griffier;g. commissiegriffier: de raadsgriffier dan wel een door de raadsgriffier aangewezen medewerker, die een raadscommissie ondersteunt;h. commissievoorzitter: een raadslid, door de raad benoemd als voorzitter van een raadscommissie.i. plaatsvervangend commissievoorzitter: een raadslid, door de raad benoemd alsplaatsvervangend voorzitter van een raadscommissie.j. steunlid: een vertegenwoordiger van een fractie in een raadscommissie, niet zijndeeen raadslid;k. debat op dinsdag: de combinatie van vergaderingen van raadscommissies en raad op één avond;l. thema-avond: bijeenkomsten die bedoeld zijn voor de behandeling van informatieve onderwerpen, zoals presentaties, workshops, werkbezoeken, wijkbezoeken e.d. m. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing,naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;n. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekkingheeft;o. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;p. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;q. initiatiefvoorstel: een voorstel ingediend door een lid van de raad. Artikel2De voorzitter en commissievoorzitters De raadsvoorzitter en commissievoorzitters zijn belast met:a. het leiden van de vergadering;b. het handhaven van de orde;c. het doen naleven van het reglement van orde;d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. Artikel3De raadscommissies 1Er zijn twee raadscommissies. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. 2 Tot de taak van één van de commissies wordt tevens gerekend de bevoegdheid tot het horen van belanghebbenden, die zienswijzen hebben ingediend tegen een door het college ter inzage gelegd ontwerpbestemmingsplan 3De raad benoemt uit zijn midden vier raadsleden als commissievoorzitter en tweeraadsleden als plaatsvervangend commissievoorzitter Artikel4De raadsgriffier en commissiegriffiers 1De raadsgriffier of zijn plaatsvervanger is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2Hij kan, indien hij daartoe door de raadsvoorzitter of de agendacommissie wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen 3Ter ondersteunining van de raadscommissies is bij elke vergadering een commissiegriffier aanwezig. Artikel5De secretaris. De raad kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in de raadsvergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement. Artikel6aSeniorenconvent 1 De raad heeft een seniorenconvent die in beginsel vier maal per jaar vergadert en zoveelvaker als de raadsvoorzitter dit nodig oordeelt. 2 De vergaderingen van het seniorenconvent zijn niet openbaar 3Het seniorenconvent bestaat uit de raadsvoorzitter en de fractievoorzitters. De griffier is inelke vergadering van het seniorenconvent aanwezig. 4De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het seniorenconvent. 5Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan, dat hem bij zijn afwezigheid in hetseniorenconvent vervangt. 6Het seniorenconvent overlegt over de volgende onderwerpen:a. vertrouwelijke mededelingen m.b.t. openbare orde en veiligheid, persoonlijke kwesties en overige zaken die in het algemeen belangen/of financieel belang van de gemeente vertrouwelijkheid behoeven; b. onderwerpen die betrekking hebben op het functioneren van de griffie, inclusief enkele personele aspecten die de gemeenteraad heeft gemandateerd aan de gezamenlijke fractievoorzitters, zoals het benoemen van griffiepersoneel;c. het houden van evaluatiegesprekken met de burgemeester. 7Het seniorenconvent beslist tijdens elke vergadering welke informatie ter kennis van de gemeenteraad wordt gebracht. Artikel6bDe agendacommissie 1De raad heeft een agendacommissie die in beginsel een week voorafgaand aan het debat op dinsdag in het openbaar vergadert. 2De agendacommissie is samengesteld uit de raadsvoorzitter en de vier door degemeenteraad aangewezen commissievoorzitters. Een commissievoorzitter kan zich bij afwezigheid laten vervangen door één van de twee plaatsvervangend commissievoorzitters. 3De agendacommissie kiest uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter die de raadsvoorzitter bij afwezigheid vervangt. 4De griffier of zijn plaatsvervanger is in elke vergadering van de agendacommissie aanwezig. 5Elk lid heeft één stem in de agendacommissie, bij het staken van de stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. 6De agendacommissie heeft onder meer de volgende taken:a. vaststellen van de voorlopige agenda van de gemeenteraad;b. vaststellen van de agenda’s van de raadscommissies, inclusief bespreektijden;c. per onderwerp aanwijzen van de commissievoorzittersd. het geven van een advies aan de raadscommissies over de procedurele afhandelingvan stukken die op de commissieagenda’s zijn geplaatst;e. vaststellen van de agenda’s voor de thema-avonden, inclusief bespreektijden f. per onderwerp aanwijzen van de voorzitters van de thema-avonden;g. vaststellen welke onderwerpen oriënterend worden besproken tijdens een themaavond;h. vaststellen of de stukken in kwalitatieve zin voldoen aan de informatiebehoefte van deraad;i. opstellen van een lijst van aan de gemeenteraad gerichte brieven waarop tevens wordtaangegeven via welke procedure deze worden afgewikkeld;j. opstellen van de actiepuntenlijst en termijnplanning van de gemeenteraad. Artikel6cPresidium 1De raad heeft een presidium die in beginsel vier maal per jaar vergadert en zoveel vaker als de raadsvoorzitter dit nodig oordeelt. 2 De vergaderingen van het presidium zijn openbaar 3Het presidium bestaat uit de raadsvoorzitter, de fractievoorzitters en de leden van de agendacommissie (niet zijnde fractievoorzitters 4Het presidium overlegt over de volgende onderwerpen:a. het doen van aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad en zijn commissies, voorzover deze niet tot de bevoegdheid van de agendacommissie behoren;b. het maken van voorstellen voor de raad ter bevordering van het dualiseringsproces;c. de procedures voor de behandeling van de kadernota, begroting en jaarstukken;d. met de raadsvoorzitter over het bepalen van de zitplaatsen van raadsleden bij iedere nieuwe zittingsperiode van de raad. Artikel7Raadswerkgroepen en volggroepen 1 Ter voorbereiding van de besluitvorming bij belangrijke beleidsontwikkelingen of projecten kunnen raadswerkgroepen worden ingesteld 2Bij het instellen van de werkgroep wordt het voorzitterschap, de samenstelling, de werkwijze, de taakbeschrijving en de openbaarheid vastgesteld; 3De duur van de raadswerkgroep is gekoppeld aan de taakomschrijving 4Raadswerkgroepen rapporteren primair aan de raad 5De uitnodigingen, verslagen en overige stukken worden onder alle raadsleden verspreid 6Voor het volgen van grote projecten of de uitvoering van beleidsnota’s kunnenvolggroepen worden ingesteld.; 7De leden 2 tot en met 6 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing; 8Het instellen van raadswerkgroepen en volggroepen wordt overgelaten aan hetpresidium. Hoofdstuk2Toelating van nieuwe leden; fracties en benoeming wethouders. Artikel8Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging. 1Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van het te benoemen lid. 2De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3Na een raadsverkiezing roept de raadsvoorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 4In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de raadsvoorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel9Fracties. 1De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4Indien:1° één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;2° twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;3° één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. Artikel10Steunleden. 1Elke fractie kan zich tijdens de vergaderingen van de raadscommissies laten bijstaan door steunleden. 2Per fractie kunnen maximaal twee steunleden worden benoemd. 3Een steunlid wordt op voordracht van zijn fractie, door de raad benoemd. De voorgedragen persoon dient te voldoende aan de in artikel 10, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet gestelde eisen voor het bekleden van het raadslidmaatschap. 4De namen van de voorgedragen kandidaten dienen voor te komen op de geldende kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. 5Een steunlid heeft in de raadscommissies dezelfde rechten en plichten als een raadslid. 6Een krachtens dit artikel benoemd steunlid is tot geheimhouding verplicht voor zover deze verplichting ook voor raadsleden geldt en neemt ten aanzien van de hem ter beschikking gestelde stukken dezelfde zorgvuldigheid in acht als van de raadsleden wordt verwacht. 7Een steunlid ontvangt per bijgewoonde vergadering een vergoeding overeenkomstig dejaarlijks te herziene tabel, zoals bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel11Benoeming wethouders 1Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie “Benoembaarheid wethouders” in, die onderzoek verricht naar de benoembaarheid van een of meerdere wethouders en de raad hierover schriftelijk informeert. 2De commissie bestaat uit drie leden van de raad. Bij tussentijdse benoeming van (een) wethouder(
- s)zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben, behorende tot de fractie waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. Bij een compleet nieuwe college benoeming wordt deze voorwaarde losgelaten. 3De commissie wijst een voorzitter aan. De griffier treedt op als secretaris. 4De kandidaat-wethouder legt aan de commissie documenten en informatie over die nodig zijn voor de in overeenstemming met het hiernavolgende lid door de commissie teverrichten toetsing. De kandidaat-wethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar. 5De commissie toetst de navolgende van de kandidaat-wethouder ontvangen documenten:- een verklaring omtrent benoembaarheidvereisten als bedoeld in de artikelen 35, 36a, 10 en 41a Gemeentewet;- een verklaring inhoudende een overzicht van nevenfuncties als bedoelt in de artikelen 41b en 12 van de Gemeentewet;- een verklaring omtrent eventuele met het wethouderschap onverenigbare functies overeenkomstig artikel 36b van de Gemeentewet;- een verklaring omtrent onverenigbare en verboden handelingen als bedoelt in de artikelen 41c.15 en 46 van de Gemeentewet;- een verklaring inhoudende instemming met de gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente 6Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een schriftelijk, advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s).Indien de commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in hetadvies. Hoofdstuk3Vergaderingen van de raad en raadscommissies Paragraaf1Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen. Artikel12Vergaderfrequentie. 1De vergaderingen van de raad en raadscommissies tijdens het debat op dinsdag worden in de regel eens in de twee weken op dinsdag gehouden en vangen aan om 19.00 uur tot uiterlijk ca. 23.00 uur en vinden plaats in het stadhuis Maassluis. 2De thema-avonden van de raad worden ook in de regel eens in de twee weken op dinsdag gehouden en vangen aan om 20.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur en vinden plaats op een door de agendacommissie te bepalen locatie. 3De vergaderingen van de raad en raadscommissies tijdens het debat op dinsdag en de thema-avonden worden gehouden op door de agendacommissie aangewezen data. 4De agendacommissie kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Artikel13Oproep. 1In overeenstemming met de besluiten van de agendacommissie zendt de burgmeester tenminste 5 dagen voor een debat op dinsdag of een thema-avond een oproep aan de raadsleden en de steunleden. Op de oproep wordt dag, tijdstip en plaats van de vergaderingen vermeld. 2De agenda’s als bedoeld in artikel 6, inclusief de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad en de steunleden verzonden. 3In onvoorziene, spoedeisende gevallen, kan de agendacommissie besluiten de aan de leden van de raad en de steunleden verzonden (voorlopige) agenda’s te wijzigen of aan te vullen. 4Het debat op dinsdag begint met een tweetal commissievergaderingen die gelijktijdig plaatsvinden. Daarna volgt een vergadering van de gemeenteraad. 5Bij aanvang van de vergadering van de raad stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of van de raadsvoorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. 6Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. Artikel14De leden van het college Indien de aanwezigheid van één of meer wethouders ten behoeve van de behandeling van een bepaald onderwerp is gewenst, nodigt de agendacommissie hen uit om aan de beraadslaging in de raad of een raadscommissie deel te nemen. Artikel15Ter inzage leggen van stukken. 1Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het stadhuis ter inzage gelegd. De voorstellen worden tevens door plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. Van de terinzagelegging wordt melding gemaakt in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 14. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep alsnog stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad. 2Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het stadhuis gebracht. 3Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, kunnen deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier blijven en verleent de griffier de leden van de raad inzage. Artikel16Openbare kennisgeving. 1De vergaderingen tijdens het debat op dinsdag, alsmede de thema-avonden, worden door aankondiging op de Gemeentepagina in een huis-aan-huisblad en door plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2De openbare kennisgeving vermeldt in ieder geval:a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergaderingen;b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in de artikelen 19, 36 en 42. Paragraaf2Vergadering van de raad. Artikel17Presentielijst. Bij binnenkomst in de raadsvergadering tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de raadsvoorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel18Zitplaatsen. 1De raadsvoorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben tijdens de raadsvergadering een vaste zitplaats, door de raadsvoorzitter na overleg met het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de raadsvoorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. 3De raadsvoorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, directie en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel19Opening vergadering; quorum. 1De raadsvoorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de raadsvoorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel20Spreekrecht burgers in de raad 1Na de opening van de raadsvergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. 2Het woord kan niet gevoerd worden:a. over een genomen besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan;b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;c. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voorafgaand aan de vergadering aan de raadsgriffier. 4De raadsvoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De raadsvoorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De raadsvoorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De raadsvoorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6De spreker voert het woord, nadat de raadsvoorzitter hem dit heeft verleend. De raadsvoorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. Artikel21Primus bij hoofdelijke stemming. Alvorens de voor de raadsvergadering aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de raadsvoorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Artikel22Notulen raadsvergadering. 1De ontwerpnotulen van de voorgaande raadsvergadering worden zo spoedig mogelijk per e-mail verspreid onder de leden van de raad, de steunleden en collegeleden. De ontwerpnotulen worden op hetzelfde moment aan de overige personen die het woord hebben gevoerd toegezonden. 2Degenen die bij de behandeling van een onderwerp het woord hebben gevoerd, hebben het recht om binnen 3 werkdagen na verspreiding van de ontwerp-notulen een voorstel te doen voor aanpassing van de tekst. 3Bij het begin van de raadsvergadering worden, zoveel mogelijk, de notulen van de vorige vergadering vastgesteld. 4De notulen moeten in ieder geval inhouden:a. de namen van de raadsvoorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben;b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;c. een woordelijke weergave van het gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden;d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden;e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;f. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 5De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier. Artikel23Ingekomen stukken en raadsinformatiebrieven 1Bij de raad ingekomen stukken en raadsinformatiebrieven van het college worden op een lijst geplaatst. De ingekomen stukken worden voorzien van een procedurevoorstel voor de afhandeling. 2De lijsten worden, na vaststelling door de agendacommissie, toegezonden aan de leden van de raad en ter inzage gelegd, tegelijk met het verzenden van de stukken voor de vergaderingen van de raad en raadscommissies tijdens het debat op dinsdag. Artikel24Spreekregels raadsvergadering. 1De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun zitplaats en richten zich tot de voorzitter. 2Indien over een onderwerp debat wordt gevoerd, spreken de leden in de eerste termijn vanaf een door de raadsvoorzitter toe te wijzen spreekgestoelte. Interrupties worden geplaatst vanaf een door de raadsvoorzitter te bepalen spreekplaats. 3Burgers, die gebruik maken van het spreekrecht, spreken vanaf een door de voorzitter aan te wijzen plaats. 4Bij bijzondere gelegenheden kan de raadsvoorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. Artikel25Spreektijd De agendacommissie of de raadsvoorzitter kan voorstellen doen met betrekking tot de maximaal toegestane spreektijd van raadsleden en/of collegeleden tijdens de vergadering van de gemeenteraad. Artikel26Volgorde sprekers. 1Een lid van de raad voert het woord na het aan de raadsvoorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 2De raadsvoorzitter bepaalt de volgorde van sprekers. De volgorde kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering. 3De agendacommissie kan voorstellen de volgorde van sprekers te laten bepalen d.m.v. loting. Artikel27Aantal spreektermijnen. 1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2Elke spreektermijn wordt door de raadsvoorzitter afgesloten. 3Indien een onderwerp als hamerstuk op de agenda is geplaatst wordt niet inhoudelijk over het onderwerp gesproken. Wel hebben de leden de mogelijkheid een stemverklaring af te leggen. Artikel28Handhaving orde; schorsing. 1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzija. de raadsvoorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement teherinneren;b. een lid hem interrumpeert. De raadsvoorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de raadsvoorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de raadsvoorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3De raadsvoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Artikel29Beraadslaging; schorsing. 1De raad kan op voorstel van de raadsvoorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de raadsvoorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de raadsleden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel30Deelname aan de beraadslaging door anderen. 1De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouders, de secretaris, de griffier en de raadsvoorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de raadsvoorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel31Stemverklaring. Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Artikel32Beslissing. 1Wanneer de raadsvoorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de raadsvoorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Artikel33Actualiteitenhalfuur 1Ieder lid van de raad kan verzoeken een onderwerp aan de orde te stellen tijdens hetactualiteitenhalfuur. Het verzoek daartoe kan, voorafgaand aan de raadsvergadering, vanaf vrijdagmiddag 12.00 uur tot uiterlijk dinsdagmiddag 14.00 uur schriftelijk of per e-mail worden ingediend bij de raadsvoorzitter, door tussenkomst van de griffier, onder aanduiding van het aan de orde te stellen onderwerp. 2De griffier stelt de raadsleden en het college van burgemeester en wethouders op de hoogte van de ingediende verzoeken. 3Per raadsvergadering worden tijdens het actualiteitenhalfuur maximaal drie onderwerpen aan de orde gesteld. De voorzitter kan de raad voorstellen om van dit aantal af te wijken. 4Indien er meer dan drie onderwerpen voor het actualiteitenhalfuur zijn aangemeld, schuiven de niet behandelde onderwerpen in principe door naar de eerstvolgende raadsvergadering, uiteraard voor zover daar uit het oogpunt van actualiteit nog behoefte aan is. 5De volgorde waarin onderwerpen aan de orde komen is gelijk aan de volgorde vanaanmelding. De raadsvoorzitter kan de raad voorstellen om van deze volgorde afwijken. 6Tijdens het actualiteitenhalfuur worden de volgende spreektijden aangehouden:Het raadslid dat een onderwerp aan de orde stelt krijgt in de eerste termijn maximaal twee minuten spreektijd. Indien van een portefeuillehouder een reactie nodig is krijgthij eveneens maximaal twee minuten spreektijd. In tweede termijn krijgen de overige leden van de raad maximaal één minuut de gelegenheid om het woord te voeren. Het raadslid dat het onderwerp aan de orde heeft gesteld heeft 2 minuten spreektijd. 7De raadsvoorzitter kan zonodig afwijken van genoemde spreektijden. 8Tijdens het actualiteitenhalfuur zijn interrupties toegestaan. Paragraaf3Vergaderingen van de raadscommissies Artikel34Karakter commissievergaderingen 1De vergaderingen van de raadscommissies staan in het teken van onderzoek, voorbereiding, oordeelsvorming en overleg met het college. 2Wanneer de commissievoorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist. 3Bij een voorstel aan de raad van het college, een consultatie van de raad door het college of bij een initiatiefvoorstel, stelt de commissievoorzitter bij het einde van de bespreking in overleg met de commissie vast of:a. het voorstel of de consultatie geschikt is voor doorgeleiding naar de gemeenteraad en als zodanig als hamerstuk op de agenda van de raad kan worden geplaatst;b. het voorstel of de consultatie geschikt is voor doorgeleiding naar de gemeenteraad voor verdere beraadslaging;c. het voorstel of de consultatie op de agenda voor een volgende commissievergadering wordt geplaatst in verband met de behoefte aan nadere informatie, of;d. een andere vorm van informatie-inwinning gewenst is. 4De commissievoorzitter brengt het standpunt van de raadscommissie, als bedoeld in hetderde lid, door tussenkomst van de griffier, ter kennis van de agendacommissie. Artikel35Commissiewoordvoerders 1De raadscommissies kennen geen vaste, benoemde leden. Alle raadsleden en steunleden kunnen in de commissies het woord voeren, met inachtneming van het gestelde in het tweede lid. 2Een fractie vaardigt in een commissievergadering per onderwerp maximaal 2 raads- of steunleden af die aan de beraadslaging kunnen deelnemen. 3De commissievoorzitter is geen woordvoerder over een onderwerp dat tijdens zijn voorzitterschap aan de orde komt. Artikel36Verslag van de commissievergaderingen 1Van een commissievergadering wordt per agendapunt een samenvattend conceptverslag gemaakt. Het verslag houdt in ieder geval in de namen van de commissievoorzitter, de aanwezige raads- en steunleden, collegeleden, commissiegriffier en insprekers 2De conceptverslagen worden zo spoedig mogelijk per e-mail verspreid onder de leden en steunleden van de raad en collegeleden. Het conceptverslag wordt op hetzelfde moment aan de overige personen die het woord hebben gevoerd toegezonden. 3Degenen die bij de behandeling van een onderwerp het woord hebben gevoerd, hebben het recht om binnen 3 werkdagen na verspreiding van het conceptverslag een voorstel te doen voor aanpassing van de tekst. Daarna wordt het verslag met inachtneming van de voorgestelde wijziging(
- en)geacht te zijn vastgesteld. Artikel37Spreekrecht burgers 1Voordat met de behandeling van een onderwerp in een raadscommissie een aanvang wordt gemaakt, kunnen andere aanwezige burgers het woord voeren over het geagendeerd onderwerp. Artikel 19 lid 2 is hierbij van overeenkomstige toepassing. 2Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt zich voorafgaand aan de commissievergadering bij de griffier. 3Desgewenst kunnen burgers in een raadscommissie het woord voeren over onderwerpen die niet zijn geagendeerd. Degene die van het spreekrecht over niet geagendeerde onderwerpen gebruik wil maken, meldt zich acht dagen voorafgaand aan de commissievergadering bij de griffier; 4De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5Burgers, die gebruik maken van het spreekrecht, spreken vanaf een door de commissievoorzitter aan te wijzen plaats. 6Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De commissievoorzitter kan uit een oogpunt van een goede vergaderorde besluiten de spreektijd en/of het aantal insprekers te beperken. 7Voordat de commissieleden desgewenst in tweede instantie over een onderwerp beraadslagen, geeft de voorzitter aan degene(
- n)die in eerste instantie heeft (hebben) ingesproken, de gelegenheid kort te reageren op het standpunt van de commissie. Artikel38Spreekregels commissievergaderingen 1De bij een commissievergadering aanwezige leden spreken vanaf hun zitplaats en richten zich tot de voorzitter. 2Bij bijzondere gelegenheden kan de commissievoorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. Artikel39Spreektijd De agendacommissie of de commissievoorzitter kan voorstellen doen met betrekking tot de maximaal toegestane spreektijd van raads- en steunleden tijdens de vergadering van een raadscommissie. Artikel40Volgorde van sprekers Artikel 25 is van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen van de raadscommissies. Artikel41Aantal spreektermijnen Artikel 26 lid 1 en 2 is van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen van de raadscommissies. Artikel42Handhaving orde Artikel 27 is van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen van de raadscommissies. Paragraaf4Spreekrecht burgers bij thema-avonden Artikel43Spreekrecht burgers 1Burgers kunnen na de inhoudelijke behandeling van een onderwerp door de raadsleden,het woord voeren over het geagendeerde onderwerp. 2De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 3Burgers, die gebruik maken van de mogelijkheid het woord te voeren, spreken vanaf een door de commissievoorzitter aan te wijzen plaats. 4Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter kan uit een oogpunt van een goede vergaderorde besluiten de spreektijd en/of het aantal woordvoerders te beperken. 5Zonodig kan de agendacommissie of de voorzitter voorstellen om van het bovenstaandeaf te wijken. Paragraaf5Procedures bij stemmingen in de raad Artikel44Algemene bepalingen over stemming. 1De raadsvoorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de raadsvoorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 3Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de raadsvoorzitter daarvan mededeling. 4De raadsgriffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 19 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 5Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 6De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de raadsvoorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 8De raadsvoorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel45Stemming over amendementen en moties. 1Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de raadsvoorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, bepaalt de raadsvoorzitter of eerst over het voorstel wordt gestemd en vervolgens over de motie of andersom. Artikel46Stemming over personen. 1Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de raadsvoorzitter twee leden tot stembureau. Het stembureau wordt bijgestaan door de griffier. Het oudste lid van dit bureau treedt op als voorzitter. 2Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de raadsvoorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:a. een blanco ingevuld stembriefje;b. een ondertekend stembriefje;c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de raadsvoorzitter. 7Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel47Herstemming over personen. 1Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel48Beslissing door het lot. 1Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de raadsvoorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3Vervolgens neemt de raadsvoorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Hoofdstuk4Rechten van raadsleden en steunleden Artikel49Amendementen. 1Ieder lid van de raad kan tot het moment van stemming in de gemeenteraad amendementen indienen. Ook kan hij voorstellen een geagendeerde voorgestelde beslissing in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming kan plaatsvinden 2Ieder lid dat in de raadsvergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend een wijziging voor te stellen (subamendement). 3Elk (sub)amendement moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk en door de indiener ondertekend, bij de raadsvoorzitter worden ingediend, tenzij de raadsvoorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel50Moties 1Ieder lid van de raad kan tijdens een raadsvergadering een motie indienen. 2Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk en door de indiener ondertekend bij de raadsvoorzitter worden ingediend. 3De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4De behandeling van een motie over een niet op de raadsagenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de raadsagenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. Artikel51Schriftelijke vragen. 1Schriftelijke vragen van raadsleden aan het college worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. 2De vragen worden bij de raadsvoorzitter ingediend door tussenkomst van de griffier. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. 3Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk door het college plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4Het college deelt de antwoorden aan de steller van de vragen mee en stelt de griffier hiervan op de hoogte. De griffier stelt de overige leden van de raad vervolgens in kennis van het antwoord. Artikel52Voorstellen van orde. 1De raadsvoorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Artikel53Initiatiefvoorstel. 1Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de agendacommissie worden ingediend. 2De agendacommissie plaatst het voorstel op één van de komende raadsvergaderingen en geeft aan op welke wijze het voorstel wordt behandeld. 3De behandeling van een initiatiefvoorstel over een op de agenda opgenomen onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp plaats. Artikel54Collegevoorstel. 1Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad of de agendacommissie in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel55Interpellatie. 1Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van agendacommissie spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2De agendacommissie brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Tijdens de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek, wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op voorstel van de agendacommissie op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raadsvoorzitter hen hiertoe verlof geeft. Artikel56Verzoek om plaatsing van een onderwerp op de agenda. 1Een verzoek van een raadslid of steunlid tot het plaatsen van een onderwerp op de agenda voor een raadsvergadering, commissievergadering of thema-avond dient bij de agendacommissie te worden ingediend. 2Een verzoek als bedoeld in het eerste lid dient voorzien te zijn van een schriftelijke inhoudelijke motivering. 3De agendacommissie bepaalt datum, tijdstip en wijze waarop het onderwerp wordt behandeld. 4Als de agendacommissie een verzoek niet, of onvoldoende honoreert, fungeert hetseniorenconvent voor de verzoeker zonodig als beroepsinstantie. Artikel57Inlichtingen. 1Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester. 2Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester. 3De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. 4De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven. Hoofdstuk5Begroting en rekening. Artikel58Procedure begroting. Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die het presidium vaststelt. Artikel59Procedure jaarrekening. Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de agendacommissie vaststelt. Hoofdstuk6Lidmaatschap van andere organisaties. Artikel60Verslag; verantwoording. 1Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de raadsvoorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. 2Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 51 zijn van overeenkomstige toepassing. 3Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 56, zijn van overeenkomstige toepassing. 4Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd. Hoofdstuk7Besloten vergadering raad of raadscommissie Artikel61Algemeen. Op een besloten vergadering van de raad of een raadscommissie zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel62Notulen. 1De ontwerpnotulen van een besloten raads- of commissievergadering worden overeenkomstig het bepaalde in respectievelijk artikel 21 lid 1 respectievelijk artikel 35 lid 2 verspreid. 2Deze notulen van de raad worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de raadsvoorzitter en de griffier ondertekend. Artikel63Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet (bij een commissie: artikel 86, eerste lid van de Gemeentewet) of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel64Opheffing geheimhouding. Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Hoofdstuk8Toehoorders en pers. Artikel65Toehoorders en pers. 1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde tijdens een vergadering is verboden. De raadsvoorzitter of de commissievoorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. 3Toehoorders die bij herhaling de orde in de raads- en commissievergadering verstoren, kunnen door respectievelijk de raadsvoorzitter en commissievoorzitter voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzegd worden. Artikel66Geluid- en beeldregistraties. Degenen die in de vergaderzaal tijdens een raads- of commissievergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de raadsvoorzitter respectievelijk de commissievoorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel67Verbod gebruik mobiele telefoons. In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens een vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan. Hoofdstuk9Slotbepalingen. Artikel68Uitleg reglement. In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de raadsvoorzitter, of beslist de commissie op voorstel van de commissievoorzitter. Artikel69Citeerartikel. Deze verordening kan worden aangehaald als “Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad en raadscommissies Maassluis 2009”. Artikel70In werking treden. 1Dit reglement treedt in werking op de datum van bekendmaking. 2Op dat tijdstip vervalt:a. het “Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Maassluis 2005, vastgesteld bij raadsbesluit van “6 december 2005. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Maassluis, gehouden op 10 maart 2009De griffier, de voorzitter,mr R. van der Hoek J.A. KarssenDatum bekendmaking: 18 maart 2009……………………