Kadernota integraal veiligheidsbeleid 2011-20141 INLEIDING 1.1 ACHTERGROND Velsen werkt samen met haar lokale partners aan een veilige gemeente. In 2004 is een nota Veiligheidsbeleid ‘Velsen Veilig’ opgesteld. In deze notitie zijn de contouren vastgelegd voor een integraal veiligheidsbeleid 2005-
(2007)blijkt dat bij een derde van de Velsense middelbare school leerlingen wel eens sprake is geweest van overmatig alcoholgebruik (meer dan vijf consumpties tijdens één gelegenheid). Alcoholgebruik door jongeren brengt veel gezondheidsrisico’s en maatschappelijke problemen met zich mee. Op de korte termijn heeft alcohol onder meer een verdovend en ontremmend effect. Als kinderen voor hun 15e beginnen met drinken, is de kans groter dat ze alcoholverslaafd raken op latere leeftijd. Ook is overmatig alcoholgebruik schadelijk voor de ontwikkeling van de hersenen van jongeren. Landelijk is bij scholieren van vijftien jaar en ouder het alcoholgebruik relatief stabiel, maar bij de jongere scholieren is er een duidelijke stijging in het gebruik van alcohol. Het verschil tussen meisjes en jongens is daarbij gelijkgetrokken. Meisjes lopen hun traditionele ‘achterstand’ rap in. Uit internationaal onderzoek blijkt dat Nederlandse jongeren het meest frequent van Europa drinken en bovendien per avond erg veel drinken. Volgens een onderzoek van het Trimbos-instituut in 2003 had 85% van de middelbare scholieren (12 jaar en ouder) ooit alcohol gedronken, tegen 65% in Velsen. Ruim een vijfde (21%) van de scholieren landelijk is in de afgelopen maand dronken of aangeschoten geweest. In Velsen zegt een kwart van de leerlingen (23%) dronken of aangeschoten te zijn geweest. Ongeveer een derde (34%) van de leerlingen uit Velsen heeft in de maand voorafgaand aan het GGD onderzoek overmatig alcohol gebruikt. Van de overmatige drinkers denkt 80% dat ze niet teveel drinken. Van de jongeren die in het weekend alcohol drinken, drinkt 30% meestal vijf glazen of meer per keer; 6% geeft zelfs aan per keer meer dan tien glazen alcohol te drinken. Het gebruik van vijf of meer alcoholische drankjes tijdens één gelegenheid is veel en kan als overmatig alcoholgebruik worden beschouwd. In de vier weken voorafgaande aan het betreffende onderzoek van de GGD heeft in totaal ongeveer een derde (34%) van de leerlingen uit Velsen volgens deze norm overmatig alcohol gebruikt. Ouders zijn een belangrijke beïnvloeder van drinkgedrag van jongeren. Uit een onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt dat de tolerantie van ouders voor het drinken van hun kinderen steeds groter wordt. Daarnaast blijkt dat het percentage dat de maand voorafgaande aan het onderzoek alcohol heeft gedronken hoger is bij jongeren met ouders die dagelijks of wekelijks alcohol dronken dan bij jongeren met ouders die nauwelijks of geen alcohol dronken. Aan een deel van de jongeren uit Velsen die alcohol drinken is gevraagd wat hun ouders ervan vinden dat ze alcohol drinken. De meerderheid van deze jongeren (53%) geeft aan dat hun ouders het goed vinden. Zestien procent geeft aan dat hun ouders er niets van zeggen en 14% geeft aan dat hun ouders het afraden. Evenals met roken en alcohol experimenteren jongeren met drugs. De meeste leerlingen gebruiken een middel maar één of een paar keer. Een kleine groep blijft vaker gebruiken. Uit onderzoek van het Trimbos-instituut in 2003 blijkt dat van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs bijna één op de vijf (19%) ooit cannabis (hasj, wiet e.d.) heeft gebruikt, tegen 16% van de jongeren uit Velsen. Harddrugsgebruik onder jongeren komt uiterst zelden voor. Verkeersveiligheid Uit onderstaande grafiek blijkt dat er in de periode 2001 t/m 2008 gemiddeld 97 geregistreerde letselongevallen zijn. Daarvan waren er per jaar gemiddeld 51 (brom)fietsers betrokken. Velsen kent geen echte hotspotlocaties. Gezien de dichtheid aan provinciale snelwegen in de omgeving van Velsen is het aantal ongevallen relatief beperkt. Een nadere analyse van de letselongevallen is gewenst. Na een daling van het aantal ongevallen in de periode 2000-2004 neemt na 2004 het aantal ongevallen weer langzaam toe. 3.3 geregistreerde letselongevallen.pdf (versie geldig sinds: 18-11-2011; PDF-bestand; grootte: 5.25 kB) Bron: gemeente Velsen Georganiseerde criminaliteit(CSV’
- s)In de regio Kennemerland zijn CSV's (criminele samenwerkingsverbanden) actief. Als onderdeel van het veiligheidsbeeld heeft de politie Kennemerland de leden van het regionaal college vertrouwelijk inzicht gegeven in het aantal en de samenstelling van deze CSV's, aan welke strafbare feiten zij zich schuldig maken en op welk niveau zij opereren (lokaal, regionaal (inter)nationaal). Meerdere van deze CSV’s opereren op lokaal niveau en kunnen zorgen voor criminaliteit en overlast binnen gemeenten. Gezien de ligging en het karakter van het gebied (dichtbij Amsterdam met een havengebied en Schiphol in de nabijheid) is niet uit te sluiten dat binnen Velsen CSV’s actief zijn. Vooralsnog is daar in Velsen niets van gebleken. Dit blijft een punt van aandacht, ook gezien het gewenste veilige ondernemingsklimaat. Controle vergunningen De gemeente heeft in 2009 de volgende controle op gebruiksvergunningen uitgevoerd. Dit is de vergunning, die door de brandweer wordt afgegeven voor het veilig gebruik van gebouwen. Controle gebruiksvergunning evenementen 2009: 101. 1e Controle gebruiksvergunning bouwwerken 2009: 400 (indien nodig vindt er een hercontrole plaats) Meldingen brandweer In onderstaande tabel is het aantal brandmeldingen voor 2009 weergegeven: De inventarisatie is gebaseerd op het Openbaarmeldsysteem (OMS) Meldingen voor Velsen Automatische Brandmeldingen buiten de gemeentegrenzen (wel voor de post Velsen) 223 (waarvan 1 echte melding) Automatische Brandmeldingen binnen de gemeentegrenzen 196 (waarvan 11 echte meldingen) Velsen vergeleken met de omgeving In onderstaande tabel is de gemeente Velsen met een aantal regionale gemeenten en met een gemeente met soortgelijke omvang vergeleken. Onderwerp Velsen Haarlem (regio) Beverwijk (regio) Heemskerk (regio) Hoorn Vlaardingen Landelijk Leefbaarheid 2008 7,5 7,1 7,4 7,1 7,2 7,4 Prioriteit aanpak Te hard rijden Te hard rijden Te hard rijden Hondenpoep Verkeersoverlast Te hard rijden Rapportcijfer gemeente 2008 6,6 6,8 6,5 6,9 nvt - Misdaadscore AD 2008*1 Plaats 111 (score 2523) Plaats 50 (score 1474) Plaats 70 (score 1950) Plaats 222 (score 3558) Plaats 14 (score 671) 28 nvt Gemeentelijke veiligheidsmeter 2007* Plaats 150 (score 107) Plaats 57 (score 144) Plaats 34 (score 159) Plaats 244 (score 89) Plaats 17 (score 177) Plaats 82 (score 127) nvt * Een hogere score is gunstig (hogere score betekent een lagere plaats op de lijst en dus een veiligere gemeente) 3.4 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN In deze paragraaf wordt ingegaan op de trends en ontwikkelingen. Allereerst worden landelijke ontwikkelingen geschetst. Daarna zijn de regionale trends voor Velsen opgesomd. Landelijke ontwikkelingen Bij het vaststellen van lokaal veiligheidsbeleid moet ook rekening worden gehouden met de trends en ontwikkelingen die zich landelijk voordoen en met de afspraken die worden gemaakt met onder andere politie en justitie. Het Rijk heeft in het Bestuursakkoord met de VNG in 2007 afspraken gemaakt over de veiligheid. Centrale doelstelling hierin is dat de criminaliteit en overlast in 2010 met 25 procent is verminderd ten opzichte van 2002. Uit een monitor over 2008 blijkt dat het Rijk op koers ligt. De prioriteiten in veiligheidsthema’s lijken nauwelijks aan verandering onderhevig, ook voor de komende jaren. Er zijn slechts kleine verschuivingen zichtbaar in het vergelijk tussen de top 10 van prioriteiten in veiligheidsthema’s in de periode 2006-2008 en die in de periode 2009-2011. Het thema softdrugsproblematiek staat voor de toekomstige periode niet meer in de top 10, daarvoor is het thema sociale cohesie en polarisatie in de plaats gekomen. De geconstateerde tendens dat de aandacht voor fysieke veiligheid vermindert en zich verplaatst naar sociale veiligheid zet zich in de komende periode voort. De top 3 van prioriteiten van de rijksoverheid in de komende periode bestaat uit: 1. Overlast jongeren 2. Alcohol- en/of drugsproblematiek jongeren 3. Overlast woon- en leefomgeving Gezien deze prioriteiten zet het kabinet fors in op de aanpak van jeugdcriminaliteit en de wijkaanpak. Voor de aanpak van jeugd zet het rijk samen de regio’s in op de oprichting en doorontwikkeling van de Veiligheidshuizen. In het kader van de wijkaanpak is het Actieplan Krachtwijken opgesteld. Onveiligheid, zowel in objectieve als subjectieve zin, doet afbreuk aan de kwaliteit van de leefomgeving en is een beperkende factor in de ontwikkeling van een wijk. De landelijke prioriteiten van de politie komen daarmee overeen en liggen tot 2011 bij jeugdcriminaliteit, geweld, veilige wijken en versterking van de opsporing. Deze prioriteiten gelden ook voor de politieregio Kennemerland en het basisteam Velsen. Met de wijziging van de Gemeentewet, wordt de regierol van de gemeenten in het veiligheidsbeleid extra benadrukt. Regionale ontwikkelingen De afgelopen periode is op regionaal niveau een impuls gegeven aan het lokaal (integraal) veiligheidsbeleid. Zo werken de gemeenten in de regio samen bij het ontwikkelen en uitvoeren van lokaal veiligheidsbeleid o.a. in het Veiligheidshuis Kennemerland. Uiteraard blijft de gemeente Velsen verantwoordelijk voor het lokale veiligheidsbeleid. Vanuit het regionaal college van de politie Kennemerland zijn verschillende projecten geïnitieerd in het kader van regionale samenwerking. De hoofdlijnen van het regionale justitiebeleid zijn grotendeels afgeleid van het landelijke justitie- en veiligheidsbeleid. Prioriteit is gelegd bij de aanpak van veelplegers, jeugdcriminaliteit/risicojongeren, huiselijk geweld, aanpak kindermishandeling en lokale veiligheidsproblemen (jeugdoverlast, vernieling en bestrijding van alcohol en drugs). De politie Kennemerland zet de komende jaren in op burgerparticipatie door het betrekken (informeren en consulteren) van burgers bij de werkzaamheden van de politie (SMS alert, BurgerNet), en het stimuleren van zelfredzaamheid van burgers. Ook zet de politie in op het vergroten van de transparantie van de politiezorg in de wijk. Een belangrijke ontwikkeling (vanuit het rijk ingezet) is de verdere vormgeving van de Veiligheidsregio Kennemerland (VRK). Een veiligheidsregio is een samenwerkingsverband van de hulpverleningsdiensten op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Wet op de Veiligheidsregio's. Deze wet realiseert een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing onder één regionale bestuurlijke regie. Door de aansturing van de brandweer, de geneeskundige hulpverlening en de politie op regionaal niveau te beleggen, wordt de aansturing gewaarborgd van de diensten die bij de primaire hulpverlening bij rampen en crises worden ingezet. In een VRK worden veel beleidslijnen uitgezet die voor de hele regio gelden. De gemeente Velsen is vertegenwoordigd in de VRK (bestuurlijk en ambtelijk) en speelt gezien haar ligging en het risicoprofiel een voorname rol in de regionale discussies. Zo neemt ze het voortouw in het zijn van een voorbeeldgemeente op het terrein van lokale rampen- en crisisplannen. Leidend zijn nu de beleidsvoornemens waaraan de gezamenlijke hulpverleningsdiensten en gemeenten in de regio zich hebben verbonden om de beheersing van rampen en crises op een hoger kwaliteitsniveau te brengen en te houden. Hierbij verdient afstemming met het Milieubeleid aandacht. Binnen en rondom de VRK is vergaande samenwerking nodig in het licht van het risicobeeld van de regio: Schiphol, het Noordzeekanaal en de nabijheid van industriële kernen als Tata Steel en Crown van Gelder. Deze interregionale samenwerking betreft de samenwerking met regio’s als Amsterdam-Amstelland, Zaanstreek-Waterland en Noord-Holland Noord. De samenwerking is nodig omdat incidenten op de genoemde terreinen meerdere regio’s raken en de capaciteit van alle regio’s benut moet worden op het moment dat een calamiteit zich voordoet. 4 DOELEN In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de doelen voor veiligheid. Met andere woorden wat willen we bereiken zodat Velsen een prettige gemeente blijft om in te wonen, te recreëren en te werken. De doelen zijn afgeleid van de analyse en onderzoeksresultaten en vervolgens gegroepeerd naar vijf thema’s. De thema’s zijn afgeleid van de handreiking kernbeleid Veiligheid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG): • Veilige woon- en leefomgeving • Bedrijvigheid en Veiligheid • Jeugd en Veiligheid • Fysieke Veiligheid • Integriteit en Veiligheid Bij het formuleren van de doelen is uitgegaan van de maatschappelijke effecten die we willen bereiken. Bovendien wordt per doelstelling aangegeven op welke meetbare indicatoren gestuurd kan worden om de maatschappelijke effecten te kunnen bereiken. De prioriteiten liggen, onafhankelijk van de vijf thema’s, de komende jaren op wijkgericht werken en jongeren. Velsen maakt de komende jaren zichtbaar werk van wijkgericht werken. Door middel van het wijkgericht werken wordt invulling gegeven aan de zorg voor veiligheid in de woon- en directe leefomgeving van burgers en de gedeelde verantwoordelijkheid van partners. De aandacht richt zich in eerste instantie op de wijken die qua veiligheid en leefbaarheid een impuls nodig hebben: Velsen Noord en Velserbroek als het gaat om overlast(beleving). In Velsen Noord gaat de aandacht voor veiligheid samen met de herstructurering van de wijk. Jeugd is als prioriteit gekozen, omdat de overlast en criminaliteit door jongeren in Velsen om meer aandacht vragen. Overlast van jeugd staat in de top 3 van overlasttypen in Velsen. Jongeren worden vooral aangehouden voor vernielingen en vandalisme. Daarnaast past de keuze van het thema binnen de landelijke lijn die is ingezet. 4.1 VEILIGE WOON- EN LEEFOMGEVING Het thema veilige woon- en leefomgeving bundelt veiligheidsthema’s die direct met de alledaagse kwaliteit van wonen en leven in buurten en wijken te maken hebben. Thema’s zijn bijvoorbeeld overlast tussen bewoners, verloedering, woninginbraak, fietsendiefstal maar ook huiselijk geweld en overlast van drugs- en alcoholgeweld. De onveiligheid binnen dit veld heeft een heel herkenbaar karakter. Het gaat om verschijnselen waar iedereen mee te maken kan krijgen en die o.a. in de leefbaarheidsmonitor worden gemeten. De hoofddoelstelling voor dit thema is: het verbeteren van de leefbaarheid in de wijk en het verbeteren van de veiligheid in de wijk. Deze zijn verder tot de volgende SMART doelen uitgewerkt. Het percentage bewoners dat in Velsen aangeeft overlast te hebben van jongeren blijft gehandhaafd op 18 procent (dit betekent dat er extra inzet moet worden gedaan omdat het aantal gemelde gevallen van overlast toeneemt). Het percentage bewoners van Velsen dat zich in 2014 in de eigen woonbuurt onveilig voelt is ten opzichte van dat percentage in 2009 verbeterd en gedaald tot 20 procent (2009: 22%) Handhaving van aantal woninginbraken in 2014 op het niveau van 2009: 227 Het aantal vernielingen blijft in 2014 gehandhaafd op het niveau van 2009 van 980 geregistreerde meldingen Het percentage bewoners van Velsen dat slachtoffer is geworden van vernieling (van auto’s e.d.) is niet gestegen ten opzichte van het slachtofferschap in 2009 Handhaving van het aantal geregistreerde aangiften van delicten in 2014 van het niveau van 2009 (geweld, mishandeling, bedreiging en openbare dronkenschap) In 2014 is huiselijk geweld zichtbaarder gemaakt en het aantal meldingen (meldpunt huiselijk geweld) gestegen ten opzichte van 2009. 3Speerpunten 2011-2014 De speerpunten voor de komende jaren zijn: Wijkgericht werken: De gemeente maakt de komende jaren samen met de partners in de stad en de inwoners werk van wijkgericht werken. De wijkthema’s zijn hier: veilig, heel, sociaal en schoon. Op basis van analyses van de wijkproblematiek worden wijkplannen opgesteld. In de wijkplannen staan de activiteiten die voor die wijk worden uitgevoerd om de wijk leefbaar en veilig te houden. Aandacht in de wijken gaat naar vernieling, overlast jongeren, het ontplooien van wijkinitiatieven en het entameren van een dialoog tussen jongeren en overlastmelders. Versterking van de wijkteams, met betrokkenheid van de burgers, is een belangrijk aandachtspunt voor de komende jaren; Keurmerk Veilig Wonen: Het keurmerk veilig wonen heeft tot doel om middels een zorgvuldig ontwerp en beheer van te bouwen en/of te herinrichten woonomgeving, de kans op nagenoeg alle vormen van kleine criminaliteit zoals woninginbraak, diefstal fiets- en bromfiets, vernieling, vandalisme en dergelijke tegen te gaan. Het keurmerk draagt in belangrijke mate bij aan de verbetering van de sociale veiligheid in de openbare ruimte en de directe woonomgeving, door sociale en fysieke drempels op te werpen tegen potentiële daders en daarmee criminaliteit en angstgevoelens te reduceren. Onderdeel hiervan zijn het continueren van afspraken met woningcorporaties om hotspots te voorzien van verlichting en adequaat hang- en sluitwerk; Inzicht in aard geweld en mishandeling. De komende jaren willen de gemeente en haar partners beter zicht krijgen op de aard, locaties en tijdstippen van geweldsdelicten alsmede slachtoffer en daderprofielen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen delicten op straat en delicten tijdens evenementen. De reden is dat aard, omvang en dader- en slachtofferprofielen verschillen. Bij delicten tijdens evenementen blijkt het overigens vaak te gaan om bezoekers van evenementen die niet in Velsen woonachtig zijn; Bredere aandacht voor huiselijk geweld. In het kader van de aanpak huiselijk geweld is voorlichting over het meldpunt nodig. Het doel is om meldingen van huiselijk geweld laagdrempelig(
- er)te maken door voorlichting aan allochtone groepen en op scholen. Daarnaast wordt werk gemaakt van een eenduidige registratie en uitwisseling van informatie tussen partners. Speciale aandacht gaat naar gezinnen met kinderen. Een effectief middel in de aanpak van huiselijk geweld is de Wet Tijdelijk Huisverbod. Uitvoeren van het handhavingsprogramma. In 2009 is de Kadernota Handhaving 2009-2012 vastgesteld. Deze nota geeft inzicht in de bestuurlijke handhaving in Velsen en geeft voor de komende jaren de kaders van het handhavingsbeleid aan. Kernpunt daarbij is de overgang van een ad hoc benadering rond handhaving naar een pro-actieve, programmatische handhaving, transparant en consequent met als doel veiligheid en leefbaarheid voor de inwoners. In de uitvoeringsprogramma’s wordt overigens inzichtelijk gemaakt welke inzet de partners op het gebeid van handhaving verrichten. 4.2 BEDRIJVIGHEID EN VEILIGHEID In de opzet van het Kernbeleid Veiligheid zoals ontwikkeld door de VNG is bedrijvigheid en veiligheid als thema benoemd. Voor het bedrijfsleven is het belangrijk om in de bedrijfsvoering niet geconfronteerd te worden met criminaliteit. Veiligheid is een deelaspect van het stimuleren van een aantrekkelijk vestigings- en ondernemersklimaat. Voor bezoekers en ondernemers moet het goed toeven zijn in Velsen. Winkeldiefstallen en overvallen dragen daar niet aan bij. Voor dit thema zijn de volgende doelen opgesteld: Het aantal meldingen van horecaoverlast is in 2014 gedaald met 10 procent ten opzichte van 2009 tot 63. 4• Het aantal diefstallen uit bedrijven en het aantal winkeldiefstallen blijft in 2014 gehandhaafd op niveau van 2009: respectievelijk 69 en 73. (toename van het aantal diefstallen zal o.a. voorkomen worden door preventieactiviteiten). 5 Speerpunten 2011-2014 De speerpunten voor de komende jaren zijn: • De komende jaren wordt ingezet op het niet verder laten toenemen van het aantal diefstallen op en in bedrijven. Een belangrijk punt daarbij is het verhogen van de aangiftebereidheid van bedrijven. In de regio is centrale spil het Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing (RPC). Bedrijven, gemeente, politie en brancheorganisaties (VNO NCW, Kamer van Koophandel) werken aan een veilig en goed ondernemersklimaat. De gemeente Velsen is in 2009 gaan participeren in het RPC. Het RPC is daarmee onder regie van de gemeente Velsen een belangrijke uitvoeringspartner als het gaat om bedrijvigheid en veiligheid. Via het RPC worden programmatisch activiteiten ontplooid die bijdragen aan een veilig ondernemersklimaat. Daarbij gaat het om het organiseren van overvaltrainingen, het wijzen op de eigen verantwoordelijkheid van ondernemers en het uitwisselen van kennis en informatie. Zo heeft het RPC de afgelopen jaren in regiogemeenten de Keurmerken Veilig Ondernemen uitgevoerd (bijvoorbeeld Samen Veilig Ondernemen in Haarlem). Deze systematiek (of onderdelen daarvan) zal ook in Velsen voor de afzonderlijke winkelcentra worden uitgevoerd, waarbij maatwerk voorop staat; • Bij horecaoverlast zal een onderscheid worden gemaakt tussen overlast van de reguliere horeca en overlast tijdens evenementen. Bij overlast van reguliere horeca gaat de aandacht de komende jaren naar de aanpak van loop- en slooproutes. Aandachtsgebieden zijn de overlast van het buiten roken en het indrinken door jongeren. Bij overlast van evenementen zoekt de gemeente een evenwichtige balans tussen een uitnodigend evenementbeleid en de veiligheid voor bezoekers en organisatoren in relatie tot handhavingscapaciteit. Evenementen bieden gelegenheid tot culturele uitingen en dragen bij aan een positief imago van de gemeente. De gemeente heeft een uitnodigend evenementenbeleid. Een belangrijke rol is weggelegd voor de evenementencoördinator en het gezamenlijk opstellen van de evenementenkalender. De gemeente vervult een regierol bij het organiseren van overleg met betrokken hulpdiensten en andere betrokkenen in het kader van de openbare orde en veiligheid; • Dialoog met jongeren over winkeldiefstal. Met een preventieve aanpak wil de gemeente jongeren vroegtijdig bewust maken dat winkeldiefstal een crimineel delict is dat niet door de maatschappij wordt geaccepteerd. Winkeliers leiden grote financiële schade ten gevolge van winkeldiefstal, maar ook de politie ondervindt extra werk door deze problematiek. Voorlichting geven aan leerlingen is een preventief instrument om winkeldiefstal in de beoogde doelgroep te voorkomen. 4.3 JEUGD EN VEILIGHEID De jeugd heeft de toekomst. Het is een maatschappelijk gegeven dat jeugd overlast bezorgt en zich niet altijd gedraagt zoals van hen verwacht wordt. Het is van belang dat de jeugd op tijd wordt gecorrigeerd om erger te voorkomen. Het thema jeugd en veiligheid bevat veiligheidsproblemen, die specifiek met jeugd te maken hebben. Onderwerpen zijn o.a. overlast, criminele jeugdgroepen en veiligheid in en om school. De politie heeft in Velsen de jeugdgroepen geïnventariseerd in het kader van de SOM-aanpak. De volgende jeugdgroepen zijn in kaart gebracht: normrespecterende jeugd, hinderlijke jeugd, overlastgevende jeugd en criminele jeugd. Deze inventarisatie wordt regelmatig geactualiseerd. Voor dit thema zijn de volgende doelen opgesteld: Het percentage bewoners dat in Velsen aangeeft overlast te hebben van jongeren blijft gehandhaafd op 18 procent Het aantal vernielingen verricht door jongeren in de leeftijdscategorie van 12-17 jaar neemt af of blijft maximaal gelijk. Het gebruik van alcohol van jongeren neemt af met 5 % ten opzichte van 2009 (het Emovo-onderzoek 2009; percentage jongeren dat drinkt 47: doelstelling 42 % ; percentage “binge” (regelmatige) drinkers 33%; doelstelling 28%) Speerpunten 2011-2014 De speerpunten voor de komende jaren zijn: Het scherper zicht krijgen op het aantal gepleegde delicten door jongeren, soort locaties en tijdstippen en daderprofielen (geslacht, leeftijd); Benutten en waar nodig aanscherpen van de reguliere overlegvormen ; Invullen van de rol en betrokkenheid van Velsen in het Veiligheidshuis Kennemerland. Eind 2009 is in Haarlem het veiligheidshuis Kennemerland geopend. Een veiligheidshuis is een lokaal of regionaal samenwerkingsverband tussen verschillende veiligheidspartners gericht op een integrale, probleemgerichte aanpak om de objectieve en subjectieve sociale veiligheid te bevorderen. De gemeente Velsen participeert in dit veiligheidshuis. Met name zal ingezet worden op de preventie van jeugdoverlast, jeugdcriminaliteit en probleemjongeren. De gemeente Velsen zal de betrokkenheid in de verschillende casusoverleggen samen met het Veiligheidshuis verder stroomlijnen en afstemmen met de districtelijke samenwerking (bijvoorbeeld JCO); Samenwerking aanpak bestrijding overlast alcohol en drugs: alcoholgebruik onder jongeren is landelijk een punt van zorg. De gemeente zal de komende jaren een eigen alcohol en drugsbeleid opstellen en samen met de partners uitvoeren; Uit het Emovo onderzoek dat in 2009 is gehouden, is naar voren gekomen dat het percentage jongeren dat alcohol drinkt 47 procent bedraagt en het percentage “binge-drinkers” (regelmatige drinkers) 33 %. De doelstelling voor de 2014 is om beide percentages met 5% te laten afnemen: 42% voor de jongeren die alcohol drinken en 28% voor de binge-drinkers. Project Veilig in en om de School (VIOS): Met het project veilige school werken gemeenten, politie en onderwijsinstellingen gezamenlijk succesvol aan een leefbaar klimaat binnen en rondom de scholen. Dit project wordt de komende jaren voortgezet. Speciale aandacht gaat naar overlast, het tegengaan van alcohol- en drugsgebruik en pestgedrag. 4.4 FYSIEKE VEILIGHEID In het Kernbeleid Veiligheid van de VNG is het thema fysieke veiligheid nadrukkelijk benoemd. De (technische) inrichting en het gebruik van de openbare ruimte kunnen onveilige situaties veroorzaken. Het is de bedoeling dat vanuit verschillende invalshoeken wordt bevorderd dat de fysieke veiligheid wordt geoptimaliseerd. Het veld fysieke veiligheid gaat over onveiligheid, die samenhangt met vervoer gevaarlijke stoffen, verkeer, gebouwen en natuur. Onderwerpen zijn verkeersveiligheid, externe veiligheid, brandveiligheid en natuurrampen. De voorbereiding op rampenbestrijding is hier een belangrijk onderwerp. Voor het thema Fysieke Veiligheid zijn de volgende doelen opgesteld: Vasthouden van het aantal geregistreerde letselongevallen (ziekenhuisgeregistreerden) in de periode 2011-2014 van gemiddeld 97. Het inventariseren van de fysieke veiligheidsrisico’s in de gemeente en vormgeven van risicocommunicatie samen met inwoners en bedrijven. Verder uitbouwen van de kwaliteit (professionalisering) van de netwerken rondom fysieke veiligheid, crisisbeheersing en lokale incidenten in het haven-en industriegebied Monitoring route gevaarlijke stoffen om zicht te verkrijgen in gevaarlijke situaties Kritische integrale uitvoering van vergunningverlening en handhaving (bouwregelgeving, inspecties en controles) Speerpunten 2011-2014 De speerpunten voor de komende jaren zijn: In het kader van het verkeers- en vervoersbeleid heeft de gemeente een Lokaal Verkeers- en Vervoersplan opgesteld. Daarbinnen is aandacht voor verkeersveiligheid. Daarbij gaat het om de inrichting van 50 en 30 km zones en veiligheid rondom scholen. Politie en de handhavers van de gemeente Velsen dragen zorg voor de handhaving rondom parkeeroverlast en te hard rijden. Ook de Gordel, Rood licht, Alcohol, Snelheid en Helm (GRASH) controles passen in dit kader. Op het terrein van externe veiligheid is sprake van een nauwe samenwerking tussen gemeente (Vergunningen en uitvoering), de Milieudienst IJmond en de brandweer. Partijen werken aan de verdere integrale aanpak van de advisering en handhaving van het ruimtelijke beleid. Daarbij hebben de betrokken instanties hun eigen activiteiten. Zo adviseert de Milieudienst bij bestemmingsplannen en evenementen en voert inspecties uit. De afdeling Vergunning en Uitvoering van de gemeente is verantwoordelijk voor vergunningverlening en inspecties. De Milieudienst IJmond voert in nauwe samenwerking met de brandweer jaarlijks controles uit in en rondom bedrijven. Daarmee zijn ook de gebruiks- en groepsrisico's in kaart gebracht. Waar nodig treden de handhavende instanties op (bijvoorbeeld in het Zijkanaal B). Ook de routes van gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht (inclusief risico’
- s)en vindt periodieke monitoring plaats. Speerpunten voor de komende jaren zijn de controles op sloop-, bouw-, en illegale bewoningactiviteiten in het haven en industriegebied. Daarbij wordt geïnvesteerd op het in kaart brengen van de witte vlekken. Een ander speerpunt is het monitoren van de gevaarlijke stoffen en de constructieve veiligheid (als onderdeel van vergunningverlening). De gemeente anticipeert op relevante ontwikkelingen, zoals de EURO-codes (Europese constructieve voorschriften). Aangesloten wordt verder bij de speerpunten in de Kadernota Handhaven in Velsen 2009-2012, waarbij het gaat om het thema Leefbaarheid en Veiligheid: horecaoverlast, jeugdoverlast, illegale onderhuur sociale woningen en parkeerexcessen. Bij het thema crisisbeheersing is vooral sprake van regionaal beleid. Zo is in de Wet op de Veiligheidsregio’s vastgelegd dat iedere veiligheidsregio een beleidsplan moet vaststellen, en dat de gemeente dient te beschikken over rampen- en crisisplannen. In Velsen is een aantal bedrijven gevestigd, dat vanuit veiligheidsperspectief extra aandacht vraagt. Gedacht kan hier worden aan Tata Steel en Linde Gas Benelux. Voor deze bedrijven is een rampbestrijdingsplan opgesteld, zodat inzichtelijk is hoe er gehandeld wordt in het geval van een incident. Gelet op het risicoprofiel is er voor het Noordzeekanaal een incidentenbestrijdingsplan opgesteld en voor Schiphol een rampbestrijdingsplan. De gemeente Velsen beschikt over de vereiste rampen- en crisisplannen en er vindt regelmatig afstemming plaats tussen de betrokken organisaties. In het kader van Havenveiligheid en de bedrijven in het gebied rondom het Noordzeekanaal zijn diverse plannen opgesteld (interregionaal Coördinatieplan Noordzeekanaal, Havenveiligheidsplan) en vindt frequent overleg plaats in diverse gremia (platform van burgemeesters, Taskforce Havenveiligheid). De aandacht van de brandweer gaat uit naar vormen van onveiligheid die samenhangen met gevaarlijke stoffen, verkeer, gebouwen en natuur. Thema’s waar de brandweer zich op richt zijn: externe veiligheid, brandveiligheid en natuurrampen. Een belangrijke maatregel op het veld fysieke veiligheid betreft de voorbereiding op de rampenbestrijding. 4.5 INTEGRITEIT EN VEILIGHEID In het Kernbeleid Veiligheid van de VNG wordt integriteit en veiligheid als thema benoemd. Het thema gaat over de bedreigingen voor de samenleving door radicalisering, georganiseerde criminaliteit en non-integer bestuurlijk handelen. Vooral de integriteit van het bestuur, inclusief bestuurlijke aanpak van criminaliteit en onderwerpen als discriminatie en polarisatie/radicalisering worden in dit thema benoemd. Voor het thema Integriteit zijn de volgende doelen opgesteld: Minimaliseren van polarisatie en radicalisering (voor zover aan de orde) 6 Vroegtijdig signaleren van organisatiecriminaliteit en georganiseerde criminaliteit Minimaliseren non-integer bestuurlijk handelen Terugdringen van gevallen van discriminatie Speerpunten 2011-2014 De speerpunten voor de komende jaren zijn: Vroegtijdig signaleren van polarisatie, radicalisering en terrorisme: momenteel zijn er geen signalen dat er sprake is van polarisatie en radicalisering. Een centrale registratie hiervan vindt binnen de gemeente Velsen echter niet plaats. Er zijn geen reële terroristische dreigingen voor Velsen. Desalniettemin blijven de partners alert op signalen van terrorisme, onder meer in het kader van Havenveiligheid. Ook zal de gemeente haar partners zoals onderwijsinstellingen stimuleren om actief op signalen te letten van polarisatie, radicalisering. Om meer inzicht te verkrijgen in de problematiek zullen in de leefbaarheidsmonitor 2011 vragen worden opgenomen (met betrekking tot polarisatie en radicalisering) om meer inzicht te verkrijgen in de Velsense situatie terzake. Aanpak van organisatiecriminaliteit: bij organisatiecriminaliteit gaat het om informatie over ondernemers die over de schreef gaan of over lokale branches waarin organisatiecriminaliteit vaak voorkomt. Bijvoorbeeld bedrijven die met illegale vreemdelingen werken, het witwassen van zwart geld of andere vormen van belastingontduiking en fraude door ondernemers. In dit kader maakt de gemeente Velsen gebruik van de mogelijkheden van de wet BIBOB en kan zij –indien gewenst- advies bij het bureau BIBOB inwinnen. Naast organisatiecriminaliteit zijn er de CSV's (criminele samenwerkingsverbanden). Zoals gezegd is niet gebleken dat deze CSV’s binnen Velsen actief zijn. Ten behoeve van het bestrijden van de georganiseerde criminaliteit is het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) het programma ‘Bestuurlijke aanpak van georganiseerde misdaad’ gestart. Een belangrijke rol daarbij is weggelegd voor de Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC’s), die als informatieknooppunt en expertisecentrum gaan optreden voor alle aangesloten provincies, gemeenten, het openbaar ministerie (OM), politie, de bijzondere opsporingsdiensten, Belastingdienst en andere (semi)overheden. Samen met de versterking van preventie, controle, opsporing en vervolging moet dit leiden tot een krachtiger bestrijding van de georganiseerde criminaliteit. Het doel van de RIEC’s is: voorkomen dat criminelen door de overheid worden gefaciliteerd; voorkomen dat vermenging ontstaat tussen onder- en bovenwereld; doorbreken van economische machtsposities, die zijn opgebouwd met behulp van op criminele wijze vergaard kapitaal. Het RIEC wisselt informatie uit en stemt handhavend optreden af, zorgt voor expertise en kennis in diverse bestuurlijke processen en ondersteunt gemeenten. De gemeente Velsen is aangesloten bij het RIEC Kennemerland. Integer bestuur: in de komende periode wordt een integriteitsbeleid verder ingevuld. Er is een openbare lijst van nevenfuncties van burgemeester en wethouders. Bij nieuwe medewerkers wordt de ambtseed afgenomen. Het verplicht afleggen van een eed of belofte zorgt er voor dat er vanaf de indiensttreding aandacht is voor het integriteitaspect van de functie. De gemeenteraad heeft diverse bijeenkomsten gehad waar het thema bestuurlijke integriteit is besproken. Discriminatie: in 2011 wordt een lokaal antidiscriminatiebeleid opgesteld en ter vaststelling aan de raad aangeboden. 6 5 ORGANISATIE 5.1 HET COLLEGE VAN B EN W De bestuurlijke verantwoordelijkheid en regie over het Openbare Orde en (integraal) veiligheidsbeleid ligt bij de burgemeester. De burgemeester is wettelijk belast met de handhaving van de openbare orde en veiligheid en draagt daarvoor de bestuurlijke verantwoordelijkheid. In relatie tot zijn wettelijke taken heeft de burgemeester ook een belangrijke rol in de (bestuurlijke) coördinatie van het integraal veiligheidsbeleid. Het verhogen van veiligheid hangt ook sterk samen met andere gemeentelijke beleidsvelden, zoals het jeugdbeleid, het volksgezondheidbeleid en het mobiliteitsbeleid. Daarvoor zijn de betreffende portefeuillehouders verantwoordelijk. Dit betekent uiteindelijk dat het totale college van B en W verantwoording draagt voor het integrale veiligheidsbeleid. Het college van B en W organiseert twee keer per jaar een themabijeenkomst met de gemeenteraad over veiligheid. In een van die bijeenkomsten vindt bespreking van de resultaten van dat jaar plaats, de recente relevante ontwikkelingen en worden de plannen voor het opvolgende jaar voorgelegd aan de gemeenteraad. Daarbij wordt de bespreking van het jaarplan van het basisteam van de politie ook geagendeerd. 5.2 ROL GEMEENTERAAD De gemeenteraad stelt de kaders vast alsmede de prioriteiten en beoordeelt de resultaten en het rendement van de inzet van middelen voor het integraal veiligheidsbeleid én voor beleidsvelden die daarmee een duidelijke relatie hebben, zoals het jeugdbeleid, het volksgezondheidbeleid en het mobiliteitsbeleid. Dit gebeurt middels de Kadernota Integrale Veiligheid 2011-2014. Jaarlijks stelt het college een jaarplan Veiligheid op. De gemeenteraad controleert aan het eind van het jaar welke resultaten geboekt zijn en of de gemeente op koers ligt met het bereiken van de doelen uit dit programma Integrale Veiligheid. Elk jaar stelt het college daartoe tenminste een voortgangsrapportage op over de resultaten van het uitvoeringplan van dat desbetreffende jaar. 5.3 VEILIGHEID BINNEN DE GEMEENTELIJKE ORGANISATIE Veiligheid is de verantwoordelijkheid van de hele gemeentelijke organisatie. De afdeling Algemene Zaken voert de regie op het veiligheidsbeleid. Daarnaast voert zij ook een aantal zaken uit in het kader van veiligheid. Elke twee weken vindt er portefeuillehouders overleg plaats tussen de burgemeester, teamchef van de politie en het hoofd Algemene Zaken. Dit wordt ambtelijk voorbereid door de afdeling Algemene Zaken met de politie (en waar nodig schuiven andere afdelingen aan). Eén keer in de zes weken is er portefeuillehoudersoverleg Jeugd en Veiligheid. Om de voortgang op het integrale veiligheidsbeleid te bewaken komt een werkgroep Veiligheid elke zes weken bijeen. De werkgroep wordt voorgezeten door het hoofd Algemene Zaken en bestaat verder uit de thematrekkers van het veiligheidsbeleid. Deze thematrekkers zijn afkomstig uit de vakafdelingen. De thematrekkers kunnen de relevante beleidsontwikkelingen koppelen aan de veiligheidsthema’s. Deze werkgroep coördineert de voortgang van de IVB-nota en jaagt activiteiten aan. Bovendien bereidt de werkgroep de voortgangsrapportages aan de Raad en externe partners voor. Zij houdt een overall beeld van alle lopende activiteiten en knelpunten op het brede gebied van veiligheid. Ook worden daar de relevante vakmatige ontwikkelingen en de impact daarvan voor het thema Veiligheid besproken. 5.4 PARTNERS IN VEILIGHEID De verantwoordelijkheid voor het beleid en uitvoering van deze nota ligt niet uitsluitend bij de gemeente. Bijna geen enkel maatschappelijk vraagstuk is meer door één organisatie – ook niet de gemeente – op te lossen. Coalitievorming vergroot het realisatievermogen van de gemeente. De gemeente is voor het welslagen van het veiligheidsbeleid afhankelijk van een groot aantal andere partijen. Politie, maatschappelijke organisaties, bedrijven en de burgers zijn strategische partners. Om te komen tot een gedragen en goed uitgevoerd veiligheidsbeleid is samenwerking met deze partners van groot belang. Door hen te betrekken bij de veiligheid wordt naast bewustwording ook verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid gestimuleerd. Betrokken partners in het veiligheidsbeleid zijn o.a.: (Verenigingen van) bedrijven en winkels Brandweer Bureau Halt GGD Kennemerland Inwoners van de gemeente Velsen OM Onderwijsinstellingen Politie Sportverenigingen Veiligheidsregio Kennemerland Welzijnsinstellingen Wooncorporaties Op alle fronten zal inbreng en afstemming gezocht worden met burgers (via de wijkplatforms en afzonderlijke dialogen), ondernemers en schoolbesturen. Daarbij wordt ook gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van de betreffende actoren. Jaarlijks organiseert de gemeente een themabijeenkomst veiligheid, waarvoor zij haar partners in de stad breed uitnodigt. Tijdens die bijeenkomst wordt de voortgang van de Kadernota en de jaarlijkse actieplannen besproken. Aan de hand van deze discussie stelt de gemeente het komende jaarplan Veiligheid op. 5.5 VEILIGHEIDSCYCLUS De gemeente Velsen werkt met de plan-do-check-act-cyclus. In de ‘plan’-fase formuleert het college van de voorliggende Kadernota jaarlijks een uitvoeringsplan, het Jaarplan Integraal Veiligheidsbeleid. Vervolgens wordt in de ‘do’-fase het beleid op de aangewezen onderwerpen actief ter hand genomen, in nauwe samenwerking met betrokken afdelingen en partners. In de ‘check’-fase wordt de voortgang van de doelstellingen uit het jaarplan gemonitord en indien nodig bijgestuurd. De veiligheidsmonitor krijgt een impuls door nog meer gebruik te maken van gegevens van de veiligheidpartners. Het college legt tenminste jaarlijks verantwoording aan de raad af en daarmee kunnen desgewenst keuzes gemaakt worden voor nieuwe accenten in het veiligheidsbeleid voor het volgende jaar. Deze worden vervolgens weer verankerd in de uitvoeringspraktijk: de ‘act’-fase. De gehele cyclus moet aansluiten op de begrotingscyclus. Dat betekent dat het jaarplan wordt aangeboden aan de raad, waarbij samenhang wordt bevorderd met de jaarlijkse discussie in de raad over het jaarplan van de politie, team Velsen. Het veiligheidsbeeld van de gemeente Velsen zoals opgenomen in deze Kadernota, gebaseerd op de politiegegevens, de leefbaarheidsmonitor en andere bronnen verschijnt tweejaarlijks. De eerstvolgende presentatie van dit beeld vindt daarmee halverwege de looptijd van deze Kadernota, plaats in 2012. Dit biedt dan input voor de programmabegroting. Op basis van de check-fase dienen eventueel de doelen bijgesteld te worden dan wel wordt extra budget gevraagd om de doelen te realiseren. 5.6 COMMUNICATIE De gemeente Velsen hecht aan het informeren van partners en andere betrokkenen over veiligheid. Communicatie is van cruciaal belang waar het gaat om een beleidsterrein waarbij zo veel (verschillende) partners zijn betrokken en dat volop in de belangstelling staat. Door middel van communicatie zal worden ingespeeld op de verschillen tussen objectieve en subjectieve veiligheid in bepaalde gebieden. Uit het veiligheidsbeeld blijkt dat in een aantal gebieden burgers zich onveilig voelen terwijl hier gezien de objectieve veiligheid geen reden voor is. Het omgekeerde komt ook voor: objectief gezien is het onveilig terwijl men dat niet zo ervaart. Daarnaast zal er per uit te voeren project een communicatietraject worden gestart zodat duidelijk is wat door wie wordt gedaan en welke resultaten zijn geboekt. We sluiten hierbij zoveel mogelijk aan bij de werkwijze van het wijkgericht werken. Om door middel van communicatie zowel de burger als de eerder genoemde veiligheidspartners direct te betrekken en te informeren bij activiteiten wordt een aantal communicatiemiddelen ingezet: Persberichten en artikelen in de huis-aan-huisbladen Actuele informatie op de website: www.velsen.nl (waarbij ook beleidsstukken en actualiteiten in het Velsense veiligheidsbeleid te downloaden zijn) Buurtbijeenkomsten en thema-avonden. Voortgangsrapportages en enquêtes. Interviews met lokale omroep, plaatselijke media en landelijke media. Informatievoorziening via andere veiligheidskanalen (o.a. CCV-website). 5.7 FINANCIËN Ten aanzien van de financiën geldt dat het van belang is een onderscheid te maken tussen de reguliere werkzaamheden (going concern) en de projecten uit het jaarplan. De reguliere werkzaamheden worden gefinancierd vanuit de afdelingsbudgetten. Het gaat hierbij vooral om de financiële middelen die gepaard gaan met de inzet van het eigen personeel. Bij projectactiviteiten is/wordt vooraf de financiële dekking geregeld. 5.8 RELATIE MET WIJKGERICHTE DIENSTVERLENING EN BURGERPARTICIPATIE Wijkgerichte dienstverlening en burgerparticipatie. Veiligheidsbeleid is mede bepalend voor de wijkgerichte dienstverlening. De doelen en ambities zoals verwoord in deze nota worden o.a. gerealiseerd via de activiteiten, die in de Jaarplannen worden genoemd. Deze activiteiten worden gezamenlijk met de partners, die o.a. ook vertegenwoordigd zijn in de wijkteams (wijkgerichte dienstverlening) integraal uitgewerkt. Daarnaast is het de bedoeling dat de reguliere werkzaamheden van de partners ook een bijdrage leveren aan het realiseren van de doelen. De wijkteams, die verantwoordelijk zijn voor de (afstemming van
- de)dagelijkse werkzaamheden met betrekking tot de thema’s schoon, heel, veilig en sociaal en de uitvoering van de wijkplannen, kunnen te maken krijgen met de afspraken, die in het kader van het Integraal Veiligheidsbeleid zijn gemaakt. Ze zullen bij hun werkzaamheden rekening dienen te houden met de Kadernota en de Jaarplannen. In de wijkplannen worden ook activiteiten genoemd, die een bijdrage leveren aan het realiseren van de doelen en de activiteiten van het Jaarplan. Voor de vertegenwoordigers van de wijkplatformen in de wijkteams zal in overleg met de overige deelnemers van de wijkteams, een gezamenlijke bijeenkomst worden georganiseerd om hen te informeren over de Kadernota + Jaarplan en de relatie met de wijkgerichte dienstverlening zodat zij inzicht krijgen in de beoogde aanpak. Jaarlijks wordt er een nieuw Jaarplan opgesteld, waarin ook de betrokkenheid van de wijkteams en de bewoners tot uitdrukking zal worden gebracht. Deze betrokkenheid zal vooral aan de orde zijn bij concrete projecten. Onlangs zijn er spelregels vastgelegd in de nota "We houden contact" in het kader van burgerparticipatie en in de nota De wijkgerichte dienstverlening in Velsen voor actieve betrokkenheid van de burgers bij de ontwikkelingen in de gemeente. Uiteraard zal er invulling worden gegeven aan dit beleid en zal bewaakt worden dat de bewoners, vooral op wijkniveau, betrokken worden bij de uitvoering van de Kadernota. Over een aantal onderwerpen zal nadere besluitvorming plaats vinden of zij onderwerp zijn van burgerparticipatie. Hiertoe wordt op gemeentelijk niveau een lijst opgesteld. Er zijn overigens ook onderwerpen, die niet geschikt zijn voor burgerparticipatie. Dit zijn met name de onderwerpen op het gebied van de veiligheid waarvoor de professionals wettelijke verantwoordelijkheid dragen. Voorbeelden hiervan zijn het bestrijden van criminaliteit en de het redden van mensen. Bijlage 1; gebruikte bronnen.pdf (versie geldig sinds: 29-11-2011; PDF-bestand; grootte: 24.02 kB) Voetnoten *1 De misdaadscore per gemeente wordt bepaald door de positie van die gemeente op de landelijke ranglijsten van tien delicten. Deze delicten zijn: woninginbraak, diefstal van een motorvoertuig, bedreiging, mishandeling, straatroof, overval, vernieling, diefstal uit garage/schuur, diefstal uit een auto en zakkenrollen. De eerste zes genoemde tellen dubbel zo zwaar mee. De scores zijn relatief: het aantal delicten is afgezet tegen het inwoneraantal. Zo ontstaat de kans op het plaatsvinden van een delict. Het overzicht biedt een beeld van de (on)veiligheid van een gemeente in 2008. 3 4.1. De toekomstcijfers “prognoses” genoemd in 4.1. zijn afgeleid uit de Leefbaarheidsmonitor 2009 en de aangiftecijfers van de politie. In overleg met o.a. de politie zijn smart doelen gesteld, die passend in de systhematiek van het Kernbeleid Veiligheid, gehaald dienen te worden. Dit is de uitdaging. De leefbaarheids en veiligheidssituatie wordt verbeterd door integraal aan de geformuleerde doelen te werken. 4 Er wordt integraal door de verantwoordelijke partners gewerkt aan terugdringen van horecaoverlast, waarbij het streven erop gericht is om het aantal overlastsituaties te verminderen. 5 Voor diefstallen uit bedrijven en het aantal winkeldiefstallen is de prognose c.q. het streven om het aantal diefstallen op hetzelfde niveau te houden. Hierbij wordt rekening gehouden dat het aantal aangiften te laag is omdat niet in alle gevallen aangifte wordt gedaan. [6] Er wordt eerst geinventariseerd o.a. via de leefbaarheidsmonitor 2011 hoe de situatie in Velsen is m.b.t. polarisatie en radicalisering. Indien daartoe aanleiding is worden de doelen bijgesteld.