MINISTERIËLE BESCHIKKING MET ALGEMENE WERKING van de 19de november 1998 ter uitvoering van artikel 4, eerste lid, juncto artikel 3, zesde lid, van de Warenlandsverordening (P.B. 1997, no. 334) §1.Algemene bepalingen Artikel1 In deze ministeriële beschikking wordt verstaan onder: landsverordening: de Warenlandsverordening (P.B. 1997, no. 334); bestuurscollege: het bestuurscollege, bedoeld in het volgende onderdeel onder 2; bevoegde instantie: afhankelijk van de aard van de bevoegdheid, overeenkomstig de algemene verordening waarin deze wordt toegekend, hetzij de directeur van het Departement van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, hetzij degene die belast is met de leiding over de ingevolge artikel 19, tweede lid, van de landsverordening in een eilandgebied door het betrokken Bestuurscollege aangewezen personen; Commissie: de Commissie van de Europese Gemeenschappen; Raad: de Raad van de Europese Gemeenschappen of, in voorkomende gevallen, de Raad van de Europese Unie; Richtlijn laboratoriumpraktijken: richtlijn nr. 88/320/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 juni 1988 inzake de inspectie en de verificatie van goede laboratoriumpraktijken (PbEG L 145); Richtlijn veterinaire controles: richtlijn nr. 90/675/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 december 1990 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG L 373); Richtlijn visserijproducten: richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268); ondernemer: de persoon die verantwoordelijk is voor hetgeen in een inrichting of fabrieksvaartuig, of uit hoofde van het bedrijf dat in die inrichting, onderscheidenlijk in dat vaartuig wordt uitgeoefend plaatsvindt; inrichting: iedere ruimte waar visserijproducten worden gekoeld, ingevroren, bewerkt, verwerkt, verpakt of opgeslagen; fabrieksvaartuig: vaartuig aan boord waarvan visserijproducten worden gefileerd, in moten verdeeld, gestroopt, gehakt, ingevroren of verwerkt, of meer dan een van deze handelingen ondergaan, en daarna al dan niet worden verpakt; vissersvaartuigen aan boord waarvan slechts wordt ingevroren worden niet als fabrieksvaartuigen beschouwd; visserijproducten: alle zee- of zoetwaterdieren of delen daarvan, kuit en hom daaronder begrepen, met uitzondering van levende tweekleppige weekdieren en van in het water levende zoogdieren en kikkers; verse producten: visserijproducten, in gehele staat of na bewerking, daaronder begrepen vacuüm of onder een gewijzigde atmosfeer verpakte producten, die geen andere op conservering gerichte behandeling hebben ondergaan dan koeling; koeling: procédé dat erin bestaat de temperatuur van visserijproducten zodanig te doen dalen, dat zij de temperatuur van smeltend ijs benadert; bewerkte producten: visserijproducten die een behandeling zoals strippen, ontkoppen, in moten verdelen, fileren of hakken hebben ondergaan, waardoor hun anatomische toestand is gewijzigd; verwerkte producten: visserijproducten die in gekoelde of ingevroren toestand, al dan niet tezamen met andere levensmiddelen, een chemisch of fysisch procédé zoals verhitten, roken, zouten, drogen of marineren, of een combinatie daarvan, hebben ondergaan; ingevroren of diepgevroren producten: visserijproducten die zo zijn ingevroren, dat hun kerntemperatuur na thermische stabilisatie ten minste –18 C bedraagt; levensmiddelenadditieven: alle stoffen met of zonder voedingswaarde die op zichzelf gewoonlijk noch als voedsel worden geconsumeerd, noch als kenmerkend voedselingrediënt worden gebruikt, maar die om technische redenen bij het be- of verwerken, behandelen, verpakken, opslaan of vervoeren van visserijproducten opzettelijk daaraan worden toegevoegd, met als werkelijk of redelijkerwijs te verwachten gevolg dat die stoffen zelf of derivaten ervan direct of indirect een bestanddeel van de visserijproducten worden, met uitzondering van: bestrijdingsmiddelen, stoffen die, zoals mineralen, sporenelementen en vitamines, als voedingsstoffen worden toegevoegd, stoffen die, ofschoon zij op zichzelf wel als levensmiddelenadditieven gebruikt kunnen worden, in het betreffende visserijproduct kennelijk niet als zodanig aangewend zijn, en aroma's; kleurstoffen: levensmiddelenadditieven of andere stoffen, die kleur geven of teruggeven aan visserijproducten, met inbegrip van: natuurlijke bestanddelen van eet- of drinkwaren of andere natuurlijke bronnen die gewoonlijk niet als eet, onderscheidenlijk drinkwaar worden gebruikt, preparaten die verkregen zijn uit eet- of drinkwaren en ander natuurlijk uitgangsmateriaal door middel van een fysische of chemische behandeling die resulteert in een selectieve extractie van de kleurstof met betrekking tot de aromatische en voedingsbestanddelen; zoetstoffen: levensmiddelenadditieven die bestemd en geschikt zijn om aan visserijproducten een zoete smaak te geven, met uitzondering van eet- of drinkwaren die vanwege hun zoete smaak als ingrediënt van visserijproducten zouden kunnen worden gebezigd mede of uitsluitend ten einde daaraan een zoete smaak te geven; verpakken: het beschermen van visserijproducten door middel van het gebruik van een wikkel, een container of een ander daarvoor geschikt materiaal; verpakking: afhankelijk van het verband waarin het woord voorkomt: hetzij de handeling, bedoeld in onderdeel q; hetzij het voorwerp waarin een product verpakt is; verhandelen: hetgeen de landsverordening daaronder verstaat, met dien verstande dat daartoe tevens behoort het in het gebied van de Europese Gemeenschap op de markt brengen, en dat daartoe niet behoort de verkoop in het klein en de rechtstreekse overdracht op een lokale markt in kleine hoeveelheden door een visser aan de kleinhandel of de consument, tenzij een bepaling van deze beschikking uitdrukkelijk ook op deze verkoop van toepassing is verklaard; partij: de hoeveelheid visserijproducten die is verkregen in vrijwel identieke omstandigheden; recipiënt: een vat, kist, container of iets dergelijks, waarin een visserijproduct of afval van visserijproducten wordt bewaard of opgeslagen; uitvoer: het uit de Nederlandse Antillen uitvoeren van visserijproducten ten einde deze in een land dat tot de Europese Gemeenschap behoort of bij de op 2 mei 1992 te Oporto gesloten Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) partij is in te voeren; zending: een hoeveelheid visserijproducten, bestemd voor een of meer afnemers in het land van bestemming, en vervoerd met één en hetzelfde vervoermiddel; vervoermiddelen: scheepsruimen, containers voor vervoer te land, ter zee of door de lucht, en de voor belading bestemde gedeelten van motorvoertuigen en luchtvaartuigen; kritisch punt: elk punt waarop, elk stadium waarin of elk procédé waarmee, door middel van een adequate controle, een bedreiging van de veiligheid van het voedsel kan worden vermeden, opgeheven of tot een aanvaardbaar niveau gereduceerd. Artikel2 1.Het is verboden visserijproducten die niet voldoen aan de bij deze beschikking met betrekking tot hun samenstelling gestelde voorschriften te behandelen, op te slaan, te bewerken of verwerken of te verhandelen. 2.Het is verboden visserijproducten anders dan met inachtneming van de bij deze beschikking gestelde voorschriften te behandelen, op te slaan, te bewerken of verwerken, te verpakken, te vervoeren of te verhandelen. 3.Het is verboden visserijproducten te verhandelen anders dan in een verpakking die voldoet aan de bij deze beschikking gestelde voorschriften, alsmede wanneer zij niet voorzien zijn van de bij deze beschikking met betrekking tot het bezigen van vermeldingen gestelde voorschriften, of wanneer zij voorzien zijn van aanduidingen welke aan andere waren zijn voorbehouden. 4.Het is verboden visserijproducten anders dan in inrichtingen die overeenkomstig de bij deze beschikking gestelde voorschriften zijn erkend te behandelen, op te slaan, te bewerken of verwerken of te verpakken. 5.Het is verboden visserijproducten anders dan met inachtneming van de bij of krachtens deze beschikking gestelde voorschriften binnen het grondgebied van de Nederlandse Antillen te brengen. Artikel3 1.Ontheffing van enig verbod, bedoeld in artikel 2, kan door de Minister worden verleend met betrekking tot visserijproducten die niet voor de uitvoer zijn bestemd, voor zover niet-nakoming van de betreffende voorschriften een effect op de volksgezondheid heeft dat niet of niet onaanvaardbaar ongunstiger is dan wanneer de verboden zouden zijn gehandhaafd. 2.Ontheffing van een zodanig verbod kan met betrekking tot voor de uitvoer bestemde visserijproducten door de Minister slechts verleend worden, voor zover zulks in overeenstemming is met een verordening, beschikking of richtlijn, vastgesteld door de Commissie of de Raad van de Europese Gemeenschap, en onder verwijzing naar de desbetreffende bepaling daarin. Artikel4 Visserijproducten kunnen slechts binnen het grondgebied van de Nederlandse Antillen worden gebracht, indien zij bij redelijkerwijs te verwachten wijzen van behandeling en gebruik uit het oogpunt van de volksgezondheid geschikt zijn voor menselijke consumptie. Artikel5 1.Visserijproducten die uit een ander land dan de Nederlandse Antillen afkomstig zijn, of die in hun natuurlijk milieu door een onder de vlag van een andere staat varend vaartuig gevangen zijn worden, indien zij voor de uitvoer bestemd zijn, ten minste aan dezelfde voorschriften onderworpen als andere visserijproducten die voor de uitvoer bestemd zijn. 2.De Minister kan bij beschikking met algemene werking voorwaarden verbinden aan de invoer van de in het voorgaande lid eerstbedoelde visserijproducten op het grondgebied van de Nederlandse Antillen, deze invoer op in de beschikking aangegeven gronden verbieden of beperken en nadere voorschriften vaststellen met betrekking tot de controle waaraan de betreffende producten worden onderworpen, wanneer zij aan wal worden gebracht. Deze voorwaarden, bepalingen en nadere voorschriften kunnen naar gelang van de herkomst van de visserijproducten verschillend zijn. 3.Bij het vaststellen van voorwaarden, bepalingen en nadere voorschriften houdt de Minister zoveel mogelijk rekening met de voorschriften van de Richtlijn veterinaire controles en de Richtlijn visserijproducten ter zake van de invoer uit derde landen in de Europese Gemeenschap. 4.Voorschriften als in het tweede lid bedoeld kunnen eveneens worden vastgesteld met betrekking tot de controle van niet voor de uitvoer bestemde visserijproducten die uit een ander land dan de Nederlandse Antillen afkomstig zijn of die in hun natuurlijk milieu door een onder de vlag van een andere staat varend vaartuig gevangen zijn. Artikel6 Het is verboden de navolgende visserijproducten te verhandelen: giftige vis van de families der Tetraodontidae, Molidae, Diodontidae en Canthigasteridae; visserijproducten die biotoxines zoals ciguatoxine of spierverlammende toxines bevatten. Artikel7 Artikel 22 is mede van toepassing op de detailhandel, met uitzondering van de verkoop in het klein en de rechtstreekse overdracht op een lokale markt in kleine hoeveelheden door een visser aan de kleinhandel of de consument; de artikelen 4, 5, vierde lid, 6 en 11 zijn mede van toepassing op de detailhandel, met inbegrip van de bedoelde verkoop in het klein door een visser. §2.Behandeling, be- en verwerking Artikel8 1.Visserijproducten die in hun natuurlijk milieu gevangen zijn, kunnen uitsluitend worden verhandeld, indien aan de navolgende voorwaarden is voldaan: de wijze waarop de producten zijn gevangen en aan boord van enig vaartuig, niet zijnde een fabrieksvaartuig, zijn uitgebloed, ontkopt, gestript, van de vinnen ontdaan en gekoeld of ingevroren, voor zover deze bewerkingen hebben plaatsgevonden, stemt overeen met de door de Minister bij beschikking met algemene werking vastgestelde hyginische voorschriften; indien de producten een behandeling hebben ondergaan aan boord van een fabrieksvaartuig, dient dit vaartuig ingevolge artikel 12 als inrichting te zijn erkend en te voldoen aan de eisen welke de Minister bij beschikking met algemene werking vaststelt; tijdens en na het lossen van de producten wordt gehandeld met inachtneming van de eisen welke de Minister bij beschikking met algemene werking dienaangaande vaststelt; de producten worden behandeld in inrichtingen die voldoen aan door de Minister bij beschikking met algemene werking vastgestelde voorschriften en die ingevolge artikel 12 als inrichting zijn erkend; de producten worden ingevroren, ontdooid, bewerkt, verwerkt, verpakt of opgeslagen in overeenstemming met de algemene hygiënische eisen voor inrichtingen en de bijzondere hygiënische eisen voor het hanteren van visserijproducten in zodanige inrichtingen, welke de Minister bij beschikking met algemene werking vaststelt; de producten ondergaan een gezondheidscontrole en tevens vindt een controle op de productieeisen plaats, met inachtneming van de voorschriften welke de Minister bij beschikking met algemene werking aangaande die controles vaststelt. 2.In afwijking van het bepaalde bij het eerste lid, onderdeel c, kan door de bevoegde instantie worden toegestaan dat verse visserijproducten op de kade worden overgeladen in recipiënten welke bestemd zijn om onmiddellijk naar een erkende inrichting te worden verzonden. 3.Wanneer strippen naar technische en commerciële criteria beoordeeld mogelijk is, geschiedt dit zo snel mogelijk na het vangen of het lossen. Artikel9 1.Behoudens het bepaalde in de volgende leden van dit artikel zijn als levensmiddelenadditieven bij enige faze van de behandeling en bereiding van visserijproducten slechts die stoffen toegelaten die de Minister bij beschikking met algemene werking aanwijst. In die beschikking worden zo nodig tevens de maximale gehaltes vastgesteld welke in die producten of in een of meer bepaalde soorten of categorieën daarvan van een bepaald levensmiddelenadditief mogen worden aangetroffen. 2.De Minister geeft eveneens bij beschikking met algemene werking regels aangaande het gebruik van zoet- en kleurstoffen in alle of in een of meer bepaalde soorten of categorieën van visserijproducten en aangaande de toelaatbare gehaltes daarvan, alsmede aangaande de toelaatbare gehaltes van residuen van diergeneesmiddelen en bestrijdingsmiddelen in die producten. 3.Levensmiddelenadditieven als in het eerste bedoeld voldoen wat betreft de zuiverheidseisen aan richtlijn _ 96/77/EG van de Commissie van 2 december 1996 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PbEG L 339). Voor zover deze richtlijn op levensmiddelenadditieven welke in visserijproducten kunnen worden aangewend betrekking heeft, is de tekst ervan in bijlage I opgenomen. Artikel10 1.Het is verboden visserijproducten of grondstoffen die bij de bereiding van visserijproducten worden gebruikt met ioniserende stralen te behandelen. 2.Het verbod is niet van toepassing op visserijproducten die zijn blootgesteld aan ioniserende stralen afkomstig uit controle- of meetinstrumenten die als zodanig gebruikt zijn bij de be- of verwerking, behandeling en verpakking van die producten, voor zover de gebruikte dosis niet hoger is dan 0,5 Gy, bij een energieniveau van ten hoogste 5 MeV. 3.De Minister kan bij een beschikking met algemene werking, bevattende regels aangaande de doorstraling met ioniserende stralen, bepalen onder welke omstandigheden, op welke voorwaarden en voor welke producten het in het eerste lid bedoelde verbod niet geldt. Artikel11 Visserijproducten die levend worden verhandeld, worden voortdurend gehouden in omstandigheden die optimaal zijn voor hun overleving. §3.Inrichtingen Artikel12 1.Een inrichting behoeft om te kunnen worden gebruikt voor de werkzaamheden waarvoor zij is aangelegd de erkenning door de bevoegde instantie, bedoeld in artikel , onderdeel c, onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.