Procedureverordening tegemoetkoming planschade 2011 De Raad van de gemeente Nuth Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Nuth van 13 september 2011; Gelet op de artikel 6.7 Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.1.3.3. van het Besluit ruimtelijke ordening, de Algemene wet bestuursrecht en de gemeentewet; Besluit vast te stellen de: Procedureverordening tegemoetkoming planschade 2011 Artikel1:Begripsbepalingen De regeling verstaat onder: aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 6.1 lid 1 Wet ruimtelijke ordening genoemde schadeoorzaak; adviseur: een persoon die geen deel uitmaakt van of werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, en die belast is met de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking; adviescommissie: een orgaan bestaande uit minimaal drie deskundigen waaronder een taxateur die geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan en belast met de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking, zoals bedoeld in artikel 4 lid 5 van deze procedureverordening; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuth; derde-belanghebbende(n): degene als bedoeld in artikel 6.4a van de Wet ruimtelijke ordening drempelbedrag: recht als bedoeld in artikel 6.4 Wet ruimtelijke ordening; gemeente: gemeente Nuth planologische maatregel: een schadeoorzaak zoals bedoeld in artikel 6.1 lid 2 van de Wro planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening; wet: Wet ruimtelijke ordening Artikel2:Indiening van de aanvraag en mededeling van ontvangst 1.Een aanvraag om tegemoetkoming in de schade wordt bij het college ingediend met gebruikmaking van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 2.Het college tekent de datum van ontvangst van de aanvraag aan op het formulier waarbij de aanvraag is ingediend. 3.De ontvangst wordt schriftelijk bevestigd aan aanvrager. 4.Van de aanvraag wordt een afschrift toegezonden aan de derde-belanghebbende(n). 5.In de mededeling van ontvangst wijst het college de aanvrager erop dat voor het behandelen van de aanvraag een drempelbedrag verschuldigd is en deelt hem mede dat het verschuldigde bedrag binnen 4 weken na de dag van verzending van de mededeling op de rekening van de gemeente moet zijn gestort. 6.Indien het drempelbedrag niet binnen de gestelde termijn is gestort, verklaart het college de aanvrager niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de aanvrager in verzuim is geweest. 7.de hoogte van het drempelbedrag is €300,00. Artikel3:Opdrachtverstrekking Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 6.4 van de wet of 6.1.3.1 van het besluit verstrekt het college aan één of meerdere adviseurs gezamenlijk, opdracht om ter zake van een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het besluit of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel4.Adviseur of adviescommissie 1.1.Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt door het college een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende deskundigheid inzake advisering op het gebied op het gebied van planschade. 2.Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege inkomensderving en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied van accountancy of van financieel economische bedrijfsvoering. 3.Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied van de waardering van onroerende zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg van een planologische verslechtering. 4.Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van toepassing zijn, worden zowel de in het tweede als het derde lid bedoelde adviseurs aangewezen. 5.Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie, waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is. 6.De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan. Artikel5.Deskundigheid en onafhankelijkheid 1.Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college verlangen dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met betrekking tot de in artikel 4, eerste, tweede of derde lid, bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet beoordelen. 2.Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het college en de raad. Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel6.Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of Adviescommissie 1.Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel 3 verstrekt, stelt het college de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de derde-belanghebbende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.