← Nederland

Nadere regels subsidie Winterswijk 2012 (Winterswijk)

Obsah (6)Artikel2Artikel3Artikel4Artikel 5Artikel 6Artikel 8

lege van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk; Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Winterswijk 2010 en titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht; Overwegende dat het we

Artikel2

.15Verdeelregels beleidsterrein kunst en cultuur Indien voor een bepaalde activiteit het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het beschikbare bedrag als volgt verdeeld: Aanvragers die in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor zij een subsidie aanvragen een subsidie ontvingen hebben voorrang boven nieuwe aanvragers. Voor zover er dan nog een bedrag resteert en dit bedrag onvoldoende is om aan alle overige aanvragen tegemoet te komen, wordt het resterende bedrag naar evenredigheid verdeeld onder de nieuwe aanvragers. Hoofdstuk3Jeugd Artikel3.1Subsidiabele activiteiten jeugd Subsidie kan worden verstrekt voor: vrijwilligers jeugd- en jongerenwerk; vrijwilligers speeltuinwerk; investeringen en onderhoud jeugdaccommodaties/speeltoestellen, vrijwilligers jeugd- en jongerenwerk en speeltuinwerk; professioneel jeugd- en jongerenwerk; peuteropvang; voorschoolse educatie; jeugdwerk voor kinderen en jongeren met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Vrijwilligers jeugd- en jongerenwerk Artikel3.2Subsidiabele activiteiten jeugd- en jongerenwerk Subsidie wordt verstrekt voor: het uitvoeren van doelstellingen die passen binnen het gemeentelijk jeugdbeleid zoals bijvoorbeeld het stimuleren van vernieuwende activiteiten en ontwikkelingen; de instandhouding van jeugdaccommodaties; het organiseren en uitvoeren van scoutingactiviteiten voor jeugdigen en jongeren; het organiseren van kinderzomervakantieactiviteiten; aankoop en verbetering van jeugdaccommodaties. Artikel3.3Subsidie-ontvanger jeugd- en jongerenwerk Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon zonder winstoogmerk die gevestigd is in Winterswijk en die open en algemeen toegankelijke activiteiten jeugd- en jongerenactiviteiten aanbiedt. Voor scoutingactiviteiten moet de subsidieontvanger aangesloten zijn bij scouting Nederland. Artikel3.4Hoogte subsidie jeugd- en jongerenwerk 1.Voor de instandhouding van een jeugd en jongerenaccommodatie wordt een subsidie verstrekt van € 1.200,

  1. 2.Voor scoutingactiviteiten wordt per lid een subsidie verstrekt van € 25,00 per jeugdlid tot en met 21 jaar. De peildatum voor het vaststellen van het aantal leden is 1 januari van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd. 3.Voor het organiseren van kinderzomervakantieactiviteiten wordt een subsidie verstrekt van € 7.000,
  2. Vrijwilligers speeltuinwerk Artikel3.5Subsidiabele activiteiten speeltuinverenigingen Subsidie wordt verstrekt voor : het uitvoeren van doelstellingen die passen binnen het gemeentelijk jeugdbeleid zoals bijvoorbeeld het stimuleren van vernieuwende activiteiten en b. de instandhouding van een beveiligd speelterrein met speelobjecten die de sociale vorming en motorische ontwikkeling van kinderen bevorderen; het ondersteunen en adviseren van speeltuinverenigingen; aankoop en verbetering van speeltoestellen en accommodaties. Artikel3.6Subsidie-ontvanger Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon zonder winstoogmerk die gevestigd is in Winterswijk en aangesloten is bij de NUSO en de plaatselijke speeltuinfederatie. Artikel3.7Hoogte subsidie speeltuinverenigingen 1.Voor de exploitatie van een speeltuin wordt een subsidie verstrekt van € 6,20 per gezinslid. 2.Voor het ondersteunen en adviseren van speeltuinverenigingen wordt een subsidie verstrekt van € 450,00 per speeltuinorganisatie alsmede € 2,00 per gezinslid van een bij de plaatselijke speeltuin federatie aangesloten speeltuinvereniging. 3.De peildatum voor het vaststellen van het aantal leden is 1 januari van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd. Investeringen Artikel3.8Subsidie-ontvanger speeltoestellen Een subsidie wordt verstrekt aan: openbare scholen die gevestigd zijn in Winterswijk; speeltuinverenigingen die gevestigd zijn in Winterswijk. Artikel3.9Hoogte subsidie speeltoestellen De hoogte van de subsidie voor de aanschaf van speeltoestellen bedraagt 25% van de aanschafwaarde met een maximum van € 4.000,- per speeltoestel. Hoogte subsidie accommodaties Artikel3.10Subsidiabele activiteiten bouwen of verbouwen jeugdaccommodaties Subsidie wordt verstrekt voor het bouwen en of verbouwen van jeugdaccommodaties. Artikel3.11Subsidie-ontvanger bouwen of verbouwen jeugdaccommodaties Subsidie wordt verstrekt aan de rechtspersoon die de betreffende jeugdaccommodatie exploiteert. Artikel3.12Hoogte subsidie bouwen of verbouwen jeugdaccommodaties De hoogte van de subsidie bedraagt 25% van de goedgekeurde kosten met een maximum van € 50.000,- per te bouwen of te verbouwen jeugdaccommodatie. Artikel3.13Subsidiabele activiteiten professioneel jeugd en jongerenwerk 1.Subsidie wordt verstrekt voor het vergroten van de maatschappelijke participatie van jongeren en het voorkomen van beschadiging, uitval en ongewenst gedrag. In het bijzonder gaat het daarbij om jongeren uit kwetsbare groepen. 2.Subsidie wordt verstrekt voor: Accommodatiegerichte activiteiten (meidenclub, internetcafé, film, toneel, culturele manifestaties muziek en disco etc.); Outreachende activiteiten, benadering van jongeren(groepen) in wijken, buurten etc.; Ondersteunen en werven van vrijwilligers, nieuwe jongereninitiatieven, vrijwilligers jeugd/speeltuinorganisaties bij jongerenactiviteiten; Openstelling ontmoetingsruimte na schooltijd, in het weekend en in schoolvakanties; Ontmoetingsactiviteiten; Bevorderen en ondersteunen van jeugd- en maatschappelijke participatie; Advisering en consultatie van jongeren en netwerkpartners; Signaleren van individuele en algemene jongerenproblematiek; Ondersteunen van vrijwilligers. Artikel3.14Subsidie-ontvanger jeugd- en jongerenwerk 1.Subsidie voor jeugd- en jongerenwerk wordt verstrekt aan een rechtspersoon die werkt met professionals/jeugdwerkers met een passende beroepsopleiding. 2.Subsidie wordt verstrekt aan de rechtspersoon die de betreffende jeugdaccommodatie exploiteert. Artikel3.15Administratieve eisen professioneel jeugd en jongerenwerk In de begroting van een aanvrager om subsidie voor peuteropvang worden de volgende kostenposten onderscheiden: huur; personeel; overhead; afschrijvingen; energie; onderhoud; inventaris en specifieke kosten. Artikel3.16Hoogte subsidie professioneel jeugd- en jongerenwerk De hoogte van de subsidie wordt jaarlijks bepaald door het college. Peuteropvang Artikel3.17Subsidiabele activiteiten peuteropvang 1.Voor de opvang van peuters van ouders die geen kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang kunnen verkrijgen, wordt een subsidie verstrek aan de opvang verlenende peuterspeelzaal. 2.De subsidie bestaat uit een vast bedrag per kind per uur dat peuteropvang wordt geboden. Artikel3.18Voorwaarden subsidie peuteropvang Een subsidie voor peuteropvang wordt alleen verstrekt indien: de peuteropvang plaats vindt in de kern van de gemeente Winterswijk inclusief Meddo zoals aangegeven op de bij deze nadere regels behorende kaart in bijlage 1; de peuteropvang bijdraagt aan de doelstelling van de subsidie optimale ontwikkelingskansen te bieden door middel van spelen, ontwikkelen en ontmoeten; de aanvrager werkt met het Ontwikkelingsvolgmodel en vroeg- en voorschoolse educatie-activiteiten worden aangeboden; de aanvrager deelneemt aan zorg- en signaleringsstructuren; de aanvrager samenwerkt met het consultatiebureau ten behoeve van het optimaliseren van toeleiding van doelgroepkinderen naar de peuterspeelzaal; de aanvrager een pedagogisch beleidsplan voor de betreffende peuterspeelzaal heeft vastgesteld. Artikel3.19Hoogte subsidie peuteropvang 1.De hoogte van het subsidiebedrag per kind per uur bedraagt het verschil tussen de uurprijs die het kinderdagverblijf hanteert tot een maximum van het uurtarief waarop de landelijke norm is vastgesteld en de ouderbijdrage als bedoeld in artikel 3.
  3. 2.Per kind worden maximaal 10 opvanguren per week gesubsidieerd. 3.Per jaar stelt het college bij de subsidieverlening het maximum aantal uren vast waarvoor een subsidie kan worden verkregen. 4.Bij het bepalen van het maximale subsidiebedrag dat een aanvrager kan ontvangen, maakt het college een inschatting van de redelijkerwijs te verwachten omvang van de peuteropvang door de subsidie-aanvrager. Daarbij worden de gegevens uit voorgaande jaren betrokken. Artikel3.20Hoogte ouderbijdrage peuteropvang De ouderbijdrage voor een kind op de peuteropvang is niet hoger dan de minimale bijdrage volgens de Wet OKE. Artikel3.21Administratieve eisen peuteropvang In de administratie van de ontvanger van een subsidie voor peuteropvang moet een scheiding zijn aangebracht tussen de peuteropvang die wordt gefinancierd door de gemeente en ouders en de peuteropvang die wordt gefinancierd op grond van de Wet kinderopvang. Voorschoolse educatie Artikel3.22Subsidiabele activiteiten voorschoolse educatie 1.Subsidie wordt verstrekt voor: het verzorgen van een voorschools educatieprogramma ten behoeve van kinderen die behoren tot de doelgroep en die gebruik maken van een voorschoolse voorziening of van een instelling met een erkend voor- en vroegschools educatieprogramma; de kosten van de inzet van extra personeel dat nodig is voor de uitvoering van het voorschoolse educatieprogramma op de peuteropvang; ouderparticipatie bij de uitvoering van het voorschoolse educatieprogramma; de toeleiding van doelgroepkinderen naar een voorschoolse voorziening met een voor- en vroegschoolse educatieprogramma; het aanschaffen van lesmethoden voor de uitvoering van een voorschools educatieprogramma; de vergoeding van de ouderbijdrage die wordt betaald voor het derde en vierde dagdeel ten behoeve van doelgroepkinderen op een door de gemeente gesubsidieerde peuteropvangplaats. 2.Op basis van de beoordeling door het consultatiebureau, wordt bepaald of een kind tot de doelgroep behoort. 3.De subsidie wordt verstrekt aan aanbieders van peuteropvang, aanbieders van kinderopvang of instellingen met een erkend vroeg- en voorschools educatieprogramma. Artikel3.23Registratie 1.De subsidie-ontvanger registreert de ingeschreven doelgroepkinderen overeenkomstig de doelgroepdefinitie. 2.De subsidie-ontvanger monitort het aantal doelgroepkinderen dat gebruik maakt van het voorschoolse educatieprogramma. Kinderen en jongeren met een lichamelijke of verstandelijke beperking Artikel3.24Subsidiabele activiteiten voor kinderen en jongeren met een lichamelijke of verstandelijke beperking Subsidie wordt verstrekt voor het organiseren van activiteiten voor kinderen en jongeren met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Artikel3.25Subsidie-ontvanger activiteiten voor kinderen en jongeren met een lichamelijke of verstandelijke beperking Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk. Artikel3.26Hoogte subsidie activiteiten voor kinderen en jongeren met een lichamelijke of verstandelijke beperking Voor de activiteiten zoals bedoeld in artikel 3.25 wordt een subsidie van maximaal € 1.000,00 per kalenderjaar verstrekt.

Artikel3

.27Verdeelregels beleidsterrein jeugd 1.Indien voor een bepaalde activiteit het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het beschikbare bedrag als volgt verdeeld: aanvragers die in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor zij een subsidie aanvragen, een subsidie ontvingen, hebben voorrang boven nieuwe aanvragers; voor zover er na verlening van de subsidie als bedoeld onder a nog een bedrag resteert en dit bedrag onvoldoende is om aan alle overige aanvragen tegemoet te komen, wordt het resterende bedrag naar evenredigheid verdeeld onder de aanvragers die nog niet eerder een subsidie ontvingen. 2.In afwijking van het eerste lid wordt voor de aanschaf van speeltoestellen het beschikbare bedrag als volgt verdeeld: aanvragers die nog niet eerder een aanvraag hebben ingediend, hebben voorrang boven aanvragers die al eerder een aanvraag indienden; voor zover er na verlening van de subsidie aan de nieuwe aanvragers als bedoeld onder a nog een bedrag resteert en dit bedrag onvoldoende is om aan alle overige aanvragen tegemoet te komen, wordt het resterende bedrag naar evenredigheid verdeeld onder de aanvragers die al eerder een aanvraag indienden. Hoofdstuk4Volksgezondheid Artikel4.1Subsidiabele activiteiten volksgezondheid Subsidie kan worden verstrekt voor: jeugdgezondheidszorg; overige gezondheidsbevorderende activiteiten ten behoeve van de doelgroep van 0 tot en met 18 jaar Jeugdgezondheidszorg Artikel4.2Subsidiabele activiteiten jeugdgezondheidszorg Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten op het gebied van jeugdgezondheidszorg. Artikel4.3Subsidie-ontvanger activiteiten jeugdgezondheidszorg Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk. Artikel4.4Hoogte subsidie activiteiten jeugdgezondheidszorg De hoogte van de subsidie wordt jaarlijks bepaald door het college. Overige gezondheidsbevorderende activiteiten ten behoeve van de doelgroep 0 tot en met 18 jaar Artikel4.5Subsidiabele activiteiten overige gezondheidsbevorderende activiteiten ten behoeve van de doelgroep 0 tot en met 18 jaar Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten op het gebied van taal- en opvoedondersteuning en licht pedagogische hulp. Artikel4.6Subsidie-ontvanger activiteiten overige gezondheidsbevorderende activiteiten ten behoeve van de doelgroep 0 tot en met 18 jaar Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk. Artikel4.7Hoogte subsidie activiteiten overige gezondheidsbevorderende activiteiten ten behoeve van de doelgroep 0 tot en met 18 jaar De hoogte van de subsidie wordt jaarlijks bepaald door het college. Opvang en verzorging van zwerfdieren Artikel4.8Subsidiabele activiteiten zwerfdieren Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op de opvang en het verzorgen van zwerfdieren. Artikel4.9Subsidie-ontvanger zwerfdieren Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk. Artikel4.10Hoogte subsidie activiteiten zwerfdieren De hoogte van de subsidie wordt jaarlijks bepaald door het college. EHBO-verenigingen Artikel4.11Subsidiabele activiteiten EHBO-verenigingen Subsidie wordt verstrekt voor de aanschaf van les- en oefenmaterialen ter bevordering van de EHBO-lessen. Artikel4.12Subsidie-ontvanger EHBO-verenigingen Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk. Artikel4.13Hoogte subsidie activiteiten EHBO-verenigingen De hoogte van de subsidie wordt jaarlijks bepaald door het college.

Artikel4

.14Verdeelregels beleidsterrein volksgezondheid Indien voor een bepaalde activiteit het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het beschikbare bedrag als volgt verdeeld: Aanvragers die in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor zij een subsidie aanvragen een subsidie ontvingen hebben voorrang boven nieuwe aanvragers. Voor zover er dan nog een bedrag resteert en dit bedrag onvoldoende is om aan alle overige aanvragen tegemoet te komen, wordt het resterende bedrag naar evenredigheid verdeeld onder de nieuwe aanvragers. Hoofdstuk5Maatschappelijke ondersteuning Artikel5.1Subsidiabele activiteiten maatschappelijke ondersteuning Subsidie kan worden verstrekt voor: algemeen maatschappelijk werk; integratie van minderheden; participatie van ouderen; maatschappelijke begeleiding nieuwkomers; belangenbehartiging buurtschappen; participatie van mensen met een beperking; leefbaarheid in buurten en wijken; ondersteuning mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg; het in standhouden van een voedselbank; geluksbudget. Algemeen maatschappelijk werk Artikel 5.2 Algemeen maatschappelijk werk Subsidiabele activiteiten op het gebied van algemeen maatschappelijk werk zijn het ondersteunen van cliënten die problemen ondervinden met psychosociale competenties door: het verschaffen van toegang tot de hulpverlening; het begeleiden en behandelen van cliënten; het bemiddelen van cliënten naar personen en instanties; het ondersteunen van cliënten; het verlenen van diensten en bieden van consultatiemogelijkheden; het bijdragen aan preventie van gezondheids- en welzijnsproblemen; het signaleren van ontwikkelingen. Artikel 5.3 Subsidie-ontvanger activiteiten maatschappelijk werk Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon zonder winstoogmerk. Integratie van minderheden Artikel 5.4 Integratie van minderheden 1.Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die de integratie van inwoners van buitenlandse afkomst in de lokale samenleving bevorderen en voldoen aan één van de volgende criteria: de activiteit bevordert de aansluiting van minderheden bij de Nederlandse samenleving dan wel verkleint de afstand tussen allochtonen en autochtonen; de activiteit versterkt of bevordert het onderlinge vertrouwen tussen de verschillende bevolkingsgroepen in Winterswijk; de activiteit bestaat uit samenwerking met andere organisaties; de activiteit bestaat uit de afstemming van activiteiten op de activiteiten van andere organisaties; de activiteit bestaat uit het deelnemen aan netwerken. 2.Geen subsidie wordt verstrekt voor religieuze vieringen of activiteiten die daarmee verband houden. Artikel 5.5 Subsidie-ontvanger integratie minderheden Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk die: gevestigd zijn in Winterswijk; zijn gevormd door en uit ingezetenen van Winterswijk van niet-Westerse afkomst. Artikel 5.6 Hoogte subsidie integratie minderheden Subsidie kan worden verstrekt voor: de kosten van de activiteiten; huisvestingskosten, te weten huurkosten, onroerende zaakbelasting, kosten van energie, water, klein onderhoud, schoonmaak en verzekeringen. Ouderen Artikel 5.7 Subsidiabele activiteiten ouderen 1.Subsidie wordt verstrekt voor: het organiseren van een ouderendag die maximaal één keer per jaar plaatsvindt in het kader van elkaar ontmoeten; het organiseren van een ouderendag die één keer per twee jaar plaatsvindt en die samen met ouderenverenigingen uit de Duitse buurgemeenten georganiseerd wordt in het kader van elkaar ontmoeten. 2.Onder ouderen wordt verstaan personen van 60 jaar en ouder. Artikel 5.8 Subsidie-ontvanger activiteiten ouderen Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk. Artikel 5.9 Hoogte subsidie activiteiten ouderen Voor het organiseren van een ouderendag als bedoeld in artikel 5.8 wordt maximaal € 500,- verstrekt. Maatschappelijke begeleiding nieuwkomers Artikel 5.10 Subsidiabele activiteiten maatschappelijke begeleiding nieuwkomers Subsidie wordt verstrekt voor de maatschappelijke begeleiding van nieuwkomers in Winterswijk die hun inburgering in de lokale samenleving bevorderen. Artikel 5.11 Subsidie-ontvanger maatschappelijke begeleiding nieuwkomers Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon zonder winstoogmerk. Artikel 5.12 Rapportageverplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de volgende rapportages over te leggen aan het college: een intake- en voortgangsrapportage uiterlijk acht weken na de start van een inburgeringstraject of de vestiging van een nieuwkomer in de gemeente Winterswijk; een voortgangsrapportage binnen vier maanden na het overleggen van de onder a bedoelde rapportage; een slotrapportage binnen één jaar na de start van een inburgeringstraject of de datum van vestiging. Belangenbehartiging buurtschappen Artikel 5.13 Subsidiabele activiteiten belangenbehartiging buurtschappen Subsidie wordt verstrekt voor het behartigen van de belangen van de inwoners van buurtschappen in de gemeente Winterswijk. Artikel 5.14 Subsidie-ontvanger belangenbehartiging buurtschappen Subsidie wordt verstrekt aan stichtingen of verenigingen van buurtschappen die zich het behartigen van de belangen van de inwoners van buurtschappen in de gemeente Winterswijk ten doel hebben gesteld. Artikel 5.15 Hoogte subsidie belangenbehartiging buurtschappen 1.De hoogte van de subsidie wordt jaarlijks bepaald door het college. 2.De peildatum voor het vaststellen van het aantal inwoners per buurtschap is 1 juli van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd. Participatie van mensen met een beperking Artikel 5.16 Subsidiabele activiteiten participatie van mensen met een beperking Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die de participatie van gehandicapten aan de lokale samenleving bevorderen. Artikel 5.17 Subsidie-ontvanger activiteiten participatie van mensen met een beperking Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk en groepen van natuurlijke personen. Artikel 5.18 Hoogte subsidie activiteiten participatie van mensen met een beperking De werkelijke kosten van de activiteiten ter bevordering van de participatie van gehandicapten worden gesubsidieerd. Leefbaarheid in buurten en wijken Artikel 5.19 Subsidiabele activiteiten leefbaarheid in buurten en wijken Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van de leefbaarheid in lokale buurten en wijken, de sociale cohesie in de lokale samenleving, participatie aan de lokale samenleving en de zelfredzaamheid van personen. Artikel 5.20 Subsidie-ontvanger leefbaarheid in buurten en wijken Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk. Artikel 5.21 Hoogte subsidie activiteiten leefbaarheid in buurten en wijken De hoogte van de subsidie wordt jaarlijks bepaald door het college. Ondersteuning mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg Artikel 5.22 Subsidiabele activiteiten mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg Subsidie wordt verstrekt voor de volgende activiteiten waardoor mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg worden ondersteund bij het uitvoeren van hun activiteiten: het verstrekken van informatie of advies aan mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg; het begeleiden van mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg; het bieden van emotionele steun aan mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg; educatie van mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg; het bieden van praktische hulp of respijtzorg aan mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg. Artikel 5.23 Subsidie-ontvanger mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk. Artikel 5.24 Hoogte subsidie mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg De werkelijke kosten van de activiteiten voor de ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg worden tot een door het college bij de subsidieverlening vastgesteld maximum, gesubsidieerd. In stand houden voedselbank Artikel 5.25 Subsidiabele activiteit in stand houden voedselbank Subsidie wordt verstrekt voor de huurkosten die worden gemaakt ten behoeve van het in stand houden van een voedselbank. Artikel 5.26 Subsidie-ontvanger in stand houden voedselbank Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk die gevestigd zijn in Winterswijk. Artikel 5.27 Hoogte subsidie in stand houden voedselbank De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 650,- per kalenderjaar. Geluksbudget Artikel 5.28 Subsidiabele activiteiten geluksbudget Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op het doorbreken van het sociaal isolement van individuen. Artikel 5.29 Subsidie-ontvanger activiteiten geluksbudget Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk en aan natuurlijke personen. Artikel 5.30 Hoogte subsidie activiteiten geluksbudget Voor een activiteit als bedoeld in artikel 5.29 wordt maximaal € 4500,- per kalenderjaar verstrekt.

Artikel 5

.31

beleidsterrein maatschappelijke ondersteuning Indien voor een bepaalde activiteit het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het beschikbare bedrag als volgt verdeeld: Aanvragers die in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor zij een subsidie aanvragen een subsidie ontvingen hebben voorrang boven nieuwe aanvragers. Voor zover er dan nog een bedrag resteert en dit bedrag onvoldoende is om aan alle overige aanvragen tegemoet te komen, wordt het resterende bedrag naar evenredigheid verdeeld onder de nieuwe aanvragers. Hoofdstuk 6 Sport Artikel 6.1 Subsidiabele activiteiten sport De subsidiëring van sportactiviteiten vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in de sportnota 2007 "Sport in Winterswijk - Volop in beweging!" en de Implementatienota 2008 Sportbeleid, subsidies en tarieven. Sportactiviteiten voor specifieke doelgroepen Artikel 6.2 Subsidiabele sportactiviteiten specifieke doelgroepe In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.1 wordt subsidie verstrekt voor het organiseren van sportactiviteiten ten behoeve van de specifieke doelgroepen jeugd, ouderen, mensen met een beperking en allochtonen. Artikel 6.3 Subsidie-ontvanger sportactiviteiten specifieke doelgroepen Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk die gevestigd zijn in Winterswijk. Artikel 6.4 Hoogte subsidie sportactiviteiten specifieke doelgroepen 1.De hoogte van de subsidie wordt bepaald door het college. 2.Voor zover het gaat om een subsidierelatie die op het moment van de inwerkingtreding van deze regels al bestond, komt de hoogte van de subsidie overeen met het laatst verstrekte subsidiebedrag. Aankoop, bouw, aanleg sportaccommodatie Artikel 6.5 Subsidiabele aankoop, bouw, aanleg sportaccommodatie Voor het afsluiten van een lening ten behoeve van de aankoop, bouw of aanleg van een sportaccommodatie in Winterswijk kan een garantstelling worden verleend. Artikel 6.6 Subsidie-ontvanger aankoop, bouw, aanleg sportaccommodatie Subsidie kan worden verstrekt aan sportverenigingen die gevestigd zijn in de gemeente Winterswijk en aangesloten zijn bij een sportbond die is aangesloten bij NOC*NSF en die door de gemeenteraad op de lijst van gemeentelijke sportverenigingen zijn geplaatst . Artikel 6.7 Hoogte garantstelling aankoop, bouw, aanleg sportaccommodatie De garantstelling bedraagt maximaal 50% van de lening die wordt afgesloten ter financiering van de aankoop, bouw of aanleg van de sportaccommodatie. Artikel 6.8 Voorwaarden subsidie aankoop,bouw, aanleg sportaccommodatie De garantstelling wordt uitsluitend verstrekt indien: de Stichting Waarborgfonds Sport eveneens garant staat voor 50% van de af te sluiten lening; de looptijd van de lening niet meer dan 15 jaar bedraagt.

Artikel 6

.9

beleidsterrein sport Indien voor een bepaalde activiteit het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het beschikbare bedrag als volgt verdeeld: Aanvragers die in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor zij een subsidie aanvragen een subsidie ontvingen hebben voorrang boven nieuwe aanvragers. Voor zover er dan nog een bedrag resteert en dit bedrag onvoldoende is om aan alle overige aanvragen tegemoet te komen, wordt het resterende bedrag naar evenredigheid verdeeld onder de nieuwe aanvragers. Hoofdstuk 7 Citymarketing, recreatie en toerisme Artikel 7.1 Subsidiabele activiteiten De subsidiëring van activiteiten op het gebied van citymarketing, recreatie en toerisme vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in de Beleids- en actienota vrijetijdseconomie gemeente Winterswijk 2009 - 2013 "Het levendig landschap Winterswijk". Artikel 7.2

beleidsterrein Citymarketing, recreatie en toerisme Indien voor een bepaalde activiteit het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het beschikbare bedrag als volgt verdeeld: Aanvragers die in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor zij een subsidie aanvragen een subsidie ontvingen hebben voorrang boven nieuwe aanvragers. Voor zover er dan nog een bedrag resteert en dit bedrag onvoldoende is om aan alle overige aanvragen tegemoet te komen, wordt het resterende bedrag naar evenredigheid verdeeld onder de nieuwe aanvragers. Hoofdstuk 8 Ruimtelijke ordening, Stedelijke vernieuwing en Monumentenzorg Gevelverbetering Artikel 8.1 Subsidiabele activiteiten gevelverbetering 1.De subsidiabele activiteiten op het gebied van stedelijke vernieuwing als bedoeld in artikel 2 van de verordening betreffen werkzaamheden ter verbetering van de beeldkwaliteit van de gevel van een winkel- dan wel horecapand overeenkomstig de aanbevelingen en criteria in het beeldkwaliteitplan. 2.Het betreffende winkel- dan wel horecapand als bedoeld in het eerste lid dient gelegen te zijn in één van de straten zoals vermeld op de bij deze nadere regels behorende en als zodanig gewaarmerkte plattegrond in bijlage 2. Het betreft de volgende straten: Misterstraat (ged.); Torenstraat (ged.); Markt; Wooldstraat; Weurden (ged.); Wheme (ged.); Willinkstraat; Spoorstraat (ged.); Meddosestraat; Ratumsestraat; Bossesteeg en Notaristuin; en Roelvinkstraat. Artikel 8.2 Subsidie-ontvanger gevelverbetering Een subsidie wordt verstrekt aan een rechthebbende op een pand in één van de straten zoals vermeld op de bij deze nadere regels behorende en als zodanig gewaarmerkte plattegrond. Het betreft de volgende straten: Misterstraat (ged.); Torenstraat (ged.); Markt; Wooldstraat; Weurden (ged.); Wheme (ged.); Willinkstraat; Spoorstraat (ged.); Meddosestraat; Ratumsestraat; Bossesteeg en Notaristuin; en Roelvinkstraat. Artikel 8.3 Subsidiabele kosten gevelverbetering Als subsidiabele kosten komen in aanmerking loon- en materiaalkosten alsmede kosten van het ontwerp. Deze kosten dienen in direct verband te staan met de werkzaamheden ter verbetering van de beeldkwaliteit van de gevel. Artikel 8.4 Hoogte subsidie gevelverbetering De hoogte van de subsidie bedraagt: maximaal 40% van de loon- en materiaalkosten alsmede de kosten van het ontwerp. Deze kosten dienen in direct verband te staan met de werkzaamheden ter verbetering van de beeldkwaliteit van de gevel; maximaal € 15.000,- per pand. Artikel 8.5 Subsidieaanvraag gevelverbetering In aanvulling op artikel 8 en 10 van de verordening dienen bij de aanvraag te worden overgelegd: een gespecificeerde begroting van de kosten van het plan; een gedetailleerde werkomschrijving of bestek van het plan; tekeningen (schaal 1:100) van zowel de bestaande als de te realiseren toestand van de gevel. Artikel 8.6 Specifieke voorwaarden subsidie gevelverbetering Subsidie kan slechts worden verleend indien: de gevel van het pand volgens het beeldkwaliteitplan niet voldoet aan de criteria van het beeldkwaliteitplan en als slecht (met rood aangegeven) of matig (met oranje aangegeven) is gekwalificeerd; met de werkzaamheden waarvoor subsidie is aangevraagd nog geen aanvang is gemaakt tenzij het college hiervoor schriftelijk toestemming heeft verleend; het activiteitenplan voldoende aansluit bij de criteria genoemd in hoofdstuk 3 van het beeldkwaliteitplan. Artikel 8.7 Uitwerking weigeringsgronden gevelverbetering In aanvulling op artikel 15 van de verordening wordt subsidie geweigerd indien: het activiteitenplan geen aantoonbare visuele verbetering bewerkstelligt voor het plangebied; de welstandscommissie van de gemeente Winterswijk en, voor zover van toepassing, de monumentencommissie van de gemeente Winterswijk geen positief advies uitbrengen over het ontwerp. Artikel 8.8 Specifieke verplichtingen subsidie gevelverbetering De werkzaamheden dienen binnen 26 weken na de subsidieverlening zijn aangevangen en binnen 52 weken na de subsidieverlening zijn voltooid. Artikel 8.9 Overige inkomsten gevelverbetering Het college houdt bij het verlenen van de subsidie rekening met mogelijke andere inkomsten of subsidies die de aanvrager in verband met de uitvoering van het activiteitenplan heeft gekregen of zal krijgen. Deze inkomsten en subsidies worden ter berekening van de hoogte van de subsidies op de kosten in mindering gebracht. Monumentenzorg Artikel 8.10 Subsidiabele activiteiten monumentenzorg 1.De subsidiabele activiteiten op het gebied van monumentenzorg als bedoeld in artikel 2 van de verordening betreffen onderhoudswerkzaamheden aan een gemeentelijk monument en molens. 2.Als monument wordt beschouwd een object dat is opgenomen in de gemeentelijke monumentenlijst en monumentale molens. 3.Als onderhoudswerkzaamheden worden beschouwd werkzaamheden die noodzakelijk zijn om een monument in goede historische staat te houden en/of gericht te zijn op het zoveel mogelijk herstellen van de historische staat en het voorkomen van groot onderhoud en restauratie. Het gaat daarbij om: het herstellen en vernieuwen van rieten daken en uitsluitend in samenhang hiermee, het beperkt herstellen van sporen; het herstellen van dakvlakken gedekt met pannen, leien, lood, zink of koper en, uitsluitend in samenhang hiermee, het beperkt herstellen van dakbeschot en sporen; het herstellen van goten (in zink, koper of lood) inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren en het aanbrengen van goten waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief aansluitingen op riolering en openbaar water; het herstellen van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken en herstel en/of terugplaatsen van stoepen, roedenverdeling, lijstwerk en luiken; het herstellen van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen; het herstellen van dak- of torenluiken en loopbruggen, inclusief het afgazen van torenluiken; het inboeten, beperkt herstel van muurwerk en opvoegen of pleisteren van gevels; het beperkt vervangen of inboeten van natuursteen; het behandelen van muur- en/of houtwerk ter regulering van de vochthuishouding, danwel terbestrijding van zwamaantasting of houtaantasters; het controleren, herstellen of vervangen en indien nodig het aanbrengen van een bliksembeveiliging; het buiten- en daarmee samenhangend binnenschilderwerk, voor zover het betreft de buitenramen,-kozijnen, en –deuren; het beperkt herstellen van dragende constructies (ankerbalkgebinten, schoren en platen, balkkoppen, spantbenen); het herstellen van glas-in-lood beglazing en het aanbrengen van beschermende beglazing voorgebrandschilderd glas; het plaatsen of vervangen van achterzetbeglazing en monumentenbeglazing; het vervangen en herstel van overige bouwelementen van grote zeldzaamheid of met grote historische waarde, voor zover deze elementen zijn opgenomen in de redengevende omschrijving. Artikel 8.11 Subsidiabele kosten monumentenzorg Als subsidiabele kosten komen in elk geval in aanmerking: de aanneemsom, dan wel de materiaalkosten indien het onderhoud volledig in zelfwerkzaamheid wordt uitgevoerd; de kosten voor het opstellen van een gespecificeerde werkomschrijving c.q. bestek; de verschuldigde omzetbelasting. Artikel 8.12 Subsidie-ontvanger activiteiten monumentenzorg Een subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van een monument. Artikel 8.13 Hoogte subsidie monumentenzorg De hoogte van de subsidie bedraagt 25% van het totaal van de subsidiabele kosten tot een bedrag van maximaal € 6.000,- per aanvraag. Artikel 8.14 Subsidieaanvraag monumentenzorg In aanvulling op artikel 8 en 10 van de verordening dienen bij de aanvraag te worden overgelegd: een gespecificeerde begroting van de kosten, inclusief afschriften van gemaakte offertes; een gespecificeerde werkomschrijving c.q. een bestek; de namen en adressen van aannemer(s) en onderaannemer(s); een kopie van een verzekeringsovereenkomst tegen brand-, storm, en bliksemschade ten behoeve van het monument. Artikel 8.15 Aanvullende weigeringsgronden monumentenzorg 1.Geen subsidie wordt toegekend in de kosten voor onderhoud, voor zover deze kosten op grond van een verzekeringsovereenkomst gedekt zijn dan wel op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in aftrek gebracht kunnen worden. 2.Geen subsidie wordt toegekend indien eerder in hetzelfde kalenderjaar een subsidie voor het betreffende monument is toegekend. Artikel 8.16 Specifieke verplichtingen monumentenzorg 1.De subsidieontvanger dient het monument in redelijke staat van onderhoud te houden en dient deze voldoende te verzekeren en verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade. 2.Het college kan de toegekende subsidie lager vaststellen indien de activiteiten niet binnen twee jaar na toekenning zijn voltooid en gereed gemeld. Artikel 8.17 Uitbetaling monumentenzorg Betaling van het toegekende subsidie geschiedt binnen zes weken nadat: de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden schriftelijk is gereedgemeld onder indiening van de daarop betrekking hebbende gegevens; de onder a bedoelde werkzaamheden door of namens het college zijn gecontroleerd en akkoord bevonden; de rekeningen en betaalwijzen inzake de uitgevoerde werkzaamheden alsmede de totalekostenopstelling door of namens het college zijn gecontroleerd en akkoord bevonden. Artikel 8.18 Toezicht De subsidieontvanger dient de door het college met het toezicht op de naleving belaste ambtenaren op de door die personen te bepalen tijdstippen de gelegenheid te bieden het monument en de wijze waarop de activiteiten worden of zijn uitgevoerd te inspecteren, alsmede inzage te geven van de daarop betrekking hebbende bescheiden en tekeningen.

Artikel 8

.19

beleidsterrein Ruimtelijke ordening, Stedelijke vernieuwing en Monumentenzorg 1.Het beschikbare subsidiebedrag per activiteit (gevelverbetering respectievelijk monumentenzorg) wordt per tijdvak - d.i. het subsidiejaar c.q. kalenderjaar waarop de aanvragen betrekking hebben -verdeeld op basis van de volgorde van de ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen geldt als datum van ontvangst van de aanvraag. 2.In verband met de toepassing van het subsidieplafond worden aanvragen die vóór 1 januari van het subsidiejaar worden ingediend, geacht op 1 januari te zijn ingediend. 3.Indien op een bepaalde datum met de op die dag ingediende aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het beschikbare bedrag naar evenredigheid onder de betrokken aanvragers verdeeld. Hoofdstuk 9 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 9.1 Intrekking De Nadere regels subsidie Winterswijk 2010 worden ingetrokken Artikel 9.2 Overgangsrecht 1.Deze Nadere regels zijn van toepassing op aanvragen van subsidie die wordt verstrekt vanaf de datum van inwerkingtreding van deze Nadere regels. 2.Op subsidies die zijn verstrekt vóór de datum van inwerkingtreding van deze Nadere regels, zijn de Nadere regels of beleidsregels van toepassing zoals die luidden op de datum van verstrekking van de subsidie. Artikel 9.3 Inwerkingtreding Deze Nadere regels treden in werking op 1 januari 2012. Artikel 9.4 Citeertitel Dit besluit kan worden aangehaald als: Nadere regels subsidie Winterswijk 2012. Winterswijk, 13 december 2011Burgemeester en wethouders,J.P.M. Scheinck drs. M.J. van Beem secretaris burgemeester

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.