Treasurystatuut 2009 Nr. 180 A Gemeenteblad van Enschede Treasurystatuut 2009 Inhoudsopgave Inleiding 3 Treasurystatuut 2009 Gemeente Enschede 5 Memorie van toelichting Treasurystatuut 2009 gemeente Enschede 12 1 Wettelijk kader 12 2 Toelichting per artikel 13 Bijlage 1 Verklarende woordenlijst 19 Bijlage 2 Beleidsregels publieke taak leningen en garanties gemeente Enschede 24 Inleiding In de raadsvergadering van 22 juni 2009 is ingestemd met de herziene financiële verordening artikel 212. In deze verordening is ten aanzien van treasury opgenomen: Artikel17.Financiering / Treasury Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een treasurystatuut aan. Het statuut wordt door de raad vastgesteld. In het treasurystatuut wordt aandacht besteed aan: taken en bevoegdheden; verantwoordingsrelaties en bijhorende informatievoorziening. Bij de programmabegroting en de gemeenterekening wordt ingegaan op, de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende drie jaar, de rentevisie en de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de treasuryfunctie en de limieten voor het opnemen van kredieten in rekening-courant, het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen en het aantrekken van langlopende geldleningen. Naast de wijziging van de Financiële verordening artikel 212 hebben zich sinds de vaststelling van het Treasurybesluit 2004 een aantal andere zaken voorgedaan die noodzaken tot het opstellen van een herzien treasurystatuut. Dit zijn onder meer: ·De wijziging van Wet financiering decentrale overheden (fido) eind 2008 naar aanleiding van de evaluatie van de wet. De wijzigingen betreffen een andere berekenwijze van de zogenaamde renterisiconorm en het afschaffen van de kwartaalrapportages aan de provincie. Slechts indien de kasgeldlimiet langer dan wettelijk is toegestaan wordt overschreden, dient de toezichthouder op de hoogte gebracht te worden. En recentelijk (april 2009) is de uit de wet Fido voortvloeiende Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden aangescherpt na het debacle rondom de beleggingen door decentrale overheden in IJsland in het najaar van 2008 op het gebied van uitzettingen. Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2009-2012 zijn spelregels vastgesteld om grenzen aan de omvang van de financieringsportefeuille vast te leggen als onderdeel van het strategisch financieel beleid. De regels krijgen nu een plaats in dit statuut. In het Treasurybesluit 2004 zijn de taken en bevoegdheden met betrekking tot de treasurywerkzaamheden (zoals het betalingsverkeer) slechts summier opgenomen. Mede naar aanleiding van opmerkingen van de accountant worden deze zaken nu uitvoeriger opgenomen. In de financiële verordening artikel 212, vastgesteld in 2003, was opgenomen dat de inzet van derivaten nadrukkelijk uitgesloten was. De financieringsbehoefte van de Gemeente Enschede was destijds erg klein en het inzetten van derivaten leek geen toegevoegde waarde te hebben. Derivaten kunnen echter bijdragen aan een meer flexibele wijze van financieren. Ook kan eventueel door de inzet van derivaten de momenteel verslechterderde situatie op de kapitaalmarkten (hoge rentestanden en illiquide markt) worden omzeild. Daarom worden in dit Treasurystatuut derivaten toegevoegd aan de mogelijk in te zetten financieringsinstrumenten. Bij deze wordt het treasurystatuut 2009 aan de raad voorgelegd. Dit treasurystatuut 2009 sluit aan op het gestelde in: de nota reserves en voorzieningen 2009 de nota weerstandsvermogen en risicomanagement 2009 de nota activeren en afschrijven. In dit statuut staan vele vaktermen vermeld. Derhalve is in bijlage 1 een verklarende woordenlijst opgenomen waarin de schuin gedruktewoorden uit het statuut worden toegelicht. 1.Treasurystatuut Gemeente Enschede Algemeen Artikel1Doelstellingen treasurybeleid De doelstellingen van het treasurybeleid van de gemeente zijn: het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden met als doel het uitvoeren van de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting; Het verzekeren van een duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; het beschermen van de gemeentelijke vermogens en resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; het optimaliseren van renteresultaten binnen de kaders van de wet Fido, aanvullende regelgeving en de voorschriften die in dit statuut zijn opgenomen; het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Artikel2Uitgangspunten risicobeheer treasuryfunctie Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten voor de treasuryfunctie: De gemeente kan uit hoofde van de publieke taak leningen of garanties verstrekken aan derden maar neemt hierbij in beginsel een terughoudende opstelling in. Overschotten worden in principe gebruikt voor interne financiering. De gemeente streeft niet naar het aanhouden van een beleggingsportefeuille. De gemeente vraagt ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen op bij het aantrekken van financieringen voor het doen van uitzettingen voor zover er geen mantelovereenkomst is afgesloten. Het renterisico op de korte schuld bedraagt maximaal de kasgeldlimiet conform de Wet fido. Het renterisico op de lange schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm conform de Wet fido. Het gebruik van financiële afgeleide instrumenten (derivaten) is toegestaan mits deze worden toegepast ter beperking van financiële risico’s. Overeenkomsten voor het aangaan van financieringen, het uitzetten van middelen en het verlenen van garanties luiden in uitsluitend euro’s om valutarisico’s uit te sluiten. Financiering en garanties Artikel3Beperking omvang gemeentelijke financiering Er worden grenzen aan het treasurybeleid gesteld door: Er worden slechts financieringen aangetrokken voor investeringen. Derhalve worden geen financieringen aangetrokken voor reguliere gemeentelijke exploitatie-uitgaven. De omvang van de opgenomen leningenportefeuille is te allen tijde kleiner dan de balanswaarde van de materiële vaste activa en de verkoopbare financiële vaste activa. In principe bedragen de rentelasten van de opgenomen langlopende leningenportefeuille niet meer dan 5% van het begrotingstotaal. Artikel4Richtlijnen en limieten externe financiering 1.In een lange financieringsbehoefte wordt pas voorzien als de netto-vlottende schuld een omvang bereikt die gelijk is aan de kasgeldlimiet van de Wet fido. Hiervan kan worden afgeweken als: a.De rente op vaste schuld lager is dan de rente voor vlottende schuld en een lange financiering dus voordeliger is dan korte financiering. Er is dan sprake van een inverse rentestructuur. b.Uit de liquiditeitsprognose blijkt dat binnen afzienbare tijd geconsolideerd zal moeten worden en de rentevisie stijgend is. Het nu aantrekken van de lange financiering, en eventueel weer (gedeeltelijk) kort uitzetten, is voordeliger dan het wachten tot later met het risico dat de rente dan is gestegen. c.Er redenen zijn om voor een specifiek investeringsproject een projectfinanciering aan te trekken om zo de projectrente te fixeren. 2.In de korte termijn financieringsbehoefte ter afdekking van de netto-vlottende schuld wordt voorzien door het inzetten van rekeningen courant, daggeldleningen dan wel kasgeldleningen. 3.In een lange financieringsbehoefte wordt voorzien door een of meer leningen aan te trekken dan wel derivaten in te zetten, met een zodanige rentetypische looptijd dat het renterisico op de leningenportefeuille voor de komende jaren binnen de renterisiconorm conform de Wet fido komt of blijft. 4.Toegestane leningvormen zijn: a.onderhandse geldleningen b.roll-over leningen c.Medium Term notes 5.Vervroegde aflossing van leningschuld van de gemeente kan plaatsvinden als de contante waarde van de rentebetalingen op een nieuwe lening lager is dan de contantewaarde van de rentebetalingen van de oude lening, rekening houdend met de boete, die bij vervroegde aflossing betaald moet worden. Daarbij moet het voordeel groter zijn dan de boete. Artikel5Afgeleide financiële instrumenten 1.Het gebruik van afgeleide financiële instrumenten (derivaten) is toegestaan onder voorwaarde dat er steeds sprake is van een gesloten positie. Dit houdt in: a.De onderliggende waarde van het derivaat heeft gelijke modaliteiten in omvang en looptijd als de toekomstige financieringsbehoefte b.De aan derivaten gekoppelde marktrisico’s zijn op het moment van afweging niet groter dan de risico’s die met het instrument worden afgedekt. 2.Toegestane afgeleide financiële instrumenten zijn: a.Future Rate Agreement b.Future c.Rente-swap d.Cap e.Swaption Artikel6Richtlijnen en limieten uitzettingen Op basis van liquiditeitsprognoses becijferde overtollige liquide middelen worden tijdelijk uitgezet in vastrentende waarden indien de renteopbrengst daarvan, rekening houdend met de rentevisie, de verwachte renteopbrengst van tegoeden in rekening-courant overtreft. Koersrisico's op uitzettingen in vastrentende waarden worden beperkt door de omvang en de (resterende) looptijd te matchen met de omvang en looptijd van de verwachte beschikbare liquide middelen. De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening-courant spaarrekening daggeld deposito’s obligaties obligatiefondsen garantieproducten met een Fidoproof goedkeuring van het ministerie van Binnenlandse Zaken Uitzettingen in aandelen zijn niet toegestaan behalve voor zover deze gekocht worden in het kader van de uitoefening van de publieke taak. Risico's bij uitzettingen in vastrentende waarden dienen te worden beperkt door slechts uitzettingen met een looptijd van 3 maanden of langer te doen bij financiële ondernemingen die: a.gevestigd zijn in een lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste 2 ratingbureaus; b.voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kan aantonen dat ze ten minste over AA-minusrating, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus. 6.Voor uitzettingen met een looptijd van minder dan 3 maanden geldt dat in afwijking van lid 3b een financiële onderneming moet kunnen aantonen dat waardepapieren met ten minste een A-rating, afgegeven door ten minste 2 ratingbureaus. 7.Lid 6 en 7 gelden niet voor uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio van 0% geldt. 8.Uit het oogpunt van risicospreiding wordt bij een enkele tegenpartij niet meer dan 50 miljoen euro uitgezet bij een instelling met een AAA-rating en maximaal 25 miljoen euro bij een enkele tegenpartij met een lagere rating conform lid 6 en 7. Artikel7Gemeenteleningen en gemeentegaranties 1.De gemeente is bereid geldleningen aan derden te verstrekken of als borg garant te staan conform de beleidsregels publieke taak leningen en garanties gemeente Enschede. Ook is de gemeente bereid achtervang te zijn voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw in het kader van leningsverstrekking aan de woningcorporaties. Bij besluiten die niet binnen de beleidsregels vallen, vraagt het college vooraf instemming van de raad. 2.Bij het aangaan van leningen of garanties bedingt het college zo veel mogelijk zekerheden. 3.De bij een lening- of garantieverstrekking betrokken beleidssector of –afdeling is budgettair verantwoordelijk voor de gevolgen van het niet of te laat nakomen van de betalingsverplichtingen. 4.Bij elk besluit tot leningverstrekking stelt het college het verschuldigde rentetarief vast. Dit rentetarief wordt gebaseerd op het rentetarief van een gelijksoortige lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten ten tijde van de indiening van het collegevoorstel en wordt als regel verhoogd met een opslag voor administratiekosten. Artikel8Financieringsrelatie tussen concern en overige organisatieonderdelen Jaarlijks wordt door het rentecomité de omslagrente bepaald. Over de balanswaarde per 1 januari van enig boekjaar is de omslagrente verschuldigd aan het concern over de activa in gebruik en de activa in uitvoering. In afwijking van het vorige lid kan de raad bepalen dat aan investeringsprojecten een financiering op maat met een andere rente dan het omslagpercentage wordt gekoppeld. De treasuryfunctie betrekt de middelen van de reserves en voorzieningen in de gemeentebrede financiering. De vergoeding hiervoor is een rentepercentage die per reserve of per categorie van reserves bij de begroting van dat jaar is vastgesteld. Geldstromenbeheer Artikel9Liquiditeitsbeheer 1.De gemeente beperkt haar liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitenprognose van minimaal 1 jaar en liquiditeitsplanning van minimaal 4 jaren. 2.Ten einde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren is er sprake van concentratie van liquiditeiten binnen één saldo- en rentecompensatiecircuit bij de huisbankier. Artikel10Betalingsverkeer Ten einde de verwerkingskosten te minimaliseren loopt het betalingsverkeer van de gemeente in beginsel alleen over bij de huisbankier aangehouden rekeningen. Iedere betaaltransactie wordt door minimaal twee functionarissen uitgevoerd (het vier-ogen-principe). Relatiebeheer Artikel11Relatiebeheer De treasuryfunctie onderhoudt namens de gemeente de contacten met de huisbankier en andere financiële instellingen en bemiddelaars over hun tarieven, producten en diensten. Banken waar rekening-courant verhoudingen mee worden aangegaan en waar betalingsverkeer is ondergebracht, dienen minimaal te voldoen aan de eisen gesteld in artikel 6, lid 6. Financiële instellingen dienen onder Nederlands toezicht, zoals De Nederlandse Bank en de Verzekeringskamer, te vallen of onder vergelijkbaar toezicht vanuit de lidstaten. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markt (AFM). Verantwoordelijkheden en bevoegdheden Artikel12Verantwoordelijkheden en taken Functie Verantwoordelijkheden en taken De gemeenteraad ·Vaststellen treasurybeleid vervat in het treasurystatuut. ·Vaststellen treasuryparagraaf in begroting. ·Vaststellen treasuryparagraaf in jaarrekening. ·Goedkeuren van te verstrekken van leningen en garanties die niet vallen binnen de beleidsregels (zie artikel 7). College van Burgemeester en Wethouder ·Uitvoeren van het treasurybeleid zoals vastgelegd in treasurystatuut tezamen met treasuryparagraaf (formele verantwoordelijkheid). ·Vaststellen van nadere richtlijnen binnen kaders van dit statuut. Concerncontroller ·Integraal verantwoordelijk voor feitelijke uitvoering van en sturing op treasurybeleid en het betalingsverkeer. ·Voeren van de ‘control’ op de treasuryfunctie. Rentecomité (concernstaf) ·Besluiten over financieringstransacties onder mandaat van B&W. ·Adviseren/monitoren van de treasuryactiviteiten. Treasuryfunctie (concernstaf) ·Ontwikkelen en herijken van de financieringsstrategie van de gemeente. ·Initiëren van financieringstransacties. ·Voeren van ‘control’ op vastleggen gegevens van leningen en garanties. ·Monitoren van limieten zoals vastgelegd in treasuryparagraaf. ·Geven van aanwijzingen aan FDC inzake het betalingsverkeer. ·Relatiebeheer met financiële instellingen. Financieel Diensten Centrum (FDC) ·Is verantwoordelijk voor feitelijke inrichting en uitvoering van het betalingsverkeer. ·Registreren van opgenomen en verstrekte leningen en garanties. ·Verzorgen van betalen van rente en aflossing van opgenomen geldleningen. ·Innen van rente- en aflossingsverplichtingen op verstrekte geldleningen. Programmacontroller ·Is verantwoordelijk voor feitelijke inrichting en uitvoering van het betalingsverkeer(voor zover niet aangesloten bij FDC). ·Opstellen besluiten tot lening- of garantieverstrekking. ·Aanleveren informatie voor liquiditeitenplanning. Informatiemanagement (IM) ·Voeren van het functioneel applicatiebeheer ten aanzien van het elektronisch betalingsverkeer. ·Coördineren van het toekennen van decentrale autorisaties ten aanzien van het elektronisch betalingsverkeer. Externe accountant ·In het kader van de reguliere controletaak adviseren en controleren van de treasuryfunctie. Artikel13Bevoegdheden Taak Autorisatie Uitvoering Registratie Control Financiering (zie artikel 4 en artikel 5 treasurystatuut) Het aantrekken van callgelden en kasgeld-leningen (looptijd < 1 jaar). College B&W Rentecomité FDC Treasury-functie Aantrekken van leningen (looptijd >= 1 jaar). College B&W Rentecomité FDC Treasury-functie Benutten van derivaten. College B&W Rentecomité FDC Treasury-functie Benutten van vervroegde aflossingen en renteherzieningen. College B&W Rentecomité FDC Treasury-functie Uitzettingen (zie artikel 6 treasurystatuut) Verrichten van kortlopende uitzettingen (looptijd < 1 jaar). College B&W Rentecomité FDC Concern-controller Verrichten van langlopende uitzettingen (looptijd >= 1 jaar). College B&W Rentecomité FDC Concern-controller Verstrekte leningen en garanties (zie artikel 7 treasurystatuut) Verstrekken van leningen en garanties College B&W Treasury-functie/dienst FDC Concern-controller Liquiditeitsbeheer (zie artikel 9 treasurystatuut) Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen Concern-controller Treasury-functie FDC Rentecomité Vaststellen/wijzigen bankcondities bij huidige bankrelaties. Concern-controller Treasury-functie FDC Rentecomité Aangaan nieuwe bankrelaties. College B&W Treasury-functie FDC Concern-controller Betalingsverkeer (zie artikel 10 treasurystatuut) Verrichten betaalopdrachten. Concern-controller FDC/ DCW en BRW FDC/ DCW en BRW Treasury-functie Selecteren betaalinstrumenten Concern-controller FDC/ DCW en BRW FDC/ DCW en BRW Treasury-functie Autorisaties verstrekken voor verrichten betaaltransacties Concern-controller IM IM Treasury-functie Informatievoorziening Artikel14Operationele en verantwoordingsinformatie Informatie Informatieverstrekker Informatieontvanger Frequentie Treasurystatuut Treasuryfunctie Gemeenteraad 1x per 4 jaar Treasuryparagraaf Treasuryfunctie Gemeenteraad 2x per jaar, begroting en jaarrekening Kwartaalrapportage transacties en limieten Treasuryfunctie College van B&W 1x per kwartaal Besluit tot lening en/of garantieverstrekking Beleidssector/treasury-functie College van B&W (eventueel gemeenteraad) variabel Voortgangsrapportage treasuryfunctie Treasuryfunctie College van B&W/gemeenteraad Onderdeel van IPC. Analyse leningen- en garantieportefeuille Treasuryfunctie Rentecomité. Minimaal 1x per jaar. Liquiditeitenprognose en -planning Treasuryfunctie Rentecomité 1x per 6 weken Transactiebesluit Treasuryfunctie Rentecomité variabel Slotbepalingen Artikel15Rechtspositie treasurystatuut Het treasurystatuut is geschreven als uitwerking van artikel 17 uit de Financiële Verordening artikel 212 Gemeentewet zoals vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad op 22 juni 2009. Artikel16Inwerkingtreding Dit Treasurystatuut treedt in werking na vaststelling door de gemeenteraad in haar vergadering van 5 oktober 2009 en vervangt het door het college van Burgemeester en Wethouders vastgestelde Treasurybesluit 2004. Artikel17Hardheidsclausule In niet voorziene situaties behoudt de raad het recht anders te beslissen dan in dit treasurystatuut is vermeld. 2. Memorie van toelichting Treasurystatuut 2009 gemeente Enschede In deze memorie van toelichting wordt het wettelijke kader voor de treasuryfunctie van de gemeente kort beschreven. Het Treasurystatuut is opgesteld met als aanname dat aan de wettelijke verplichtingen en opgelegde randvoorwaarden wordt voldaan. 2.1 Wettelijk kader Het wettelijke kader aangaande treasuryfunctie betreft een drietal wetten namelijk: de Gemeentewet Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten (BBV) de Wet financiering en decentrale overheden (fido) en daaruit voortvloeiende regelingen. Ad 1: Gemeentewet In de Gemeentewet staat ten aanzien van treasury het volgende: Artikel 212 van de Gemeentewet stelt dat een verordening moet worden opgesteld waarin o.a. de regels voor de treasuryfunctie zijn opgenomen. In dit Treasurystatuut is de verdere uitwerking van de in deze verordening opgenomen regels met betrekking tot de treasuryfunctie opgenomen. In artikel 160, lid 1e is opgenomen dat het college bevoegd is tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. Het college is derhalve verantwoordelijk voor een deugdelijke uitvoering van het treasurybeleid en -functie. In artikel 169, lid 4 is hier wel een beperking op aangebracht. Het college behoort geen besluiten te nemen aangaande privaatrechtelijke handelingen indien de raad daarom verzoekt of het besluit ingrijpende gevolgen heeft voor de gemeente. In dit geval moet de raad in staat zijn om vooraf wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. ·Vervolgens is in artikel 171 opgenomen dat de burgemeester de gemeente in en buiten rechte vertegenwoordigen maar deze bevoegdheid ook over kan dragen aan een door hem aan te wijzen persoon. Ad 2: Besluit Begroting en Verantwoording In het BBV zijn een aantal zaken vermeld ten aanzien van de treasuryfunctie, zijnde: De verplichting tot het opstellen van een treasuryparagraaf in zowel de begroting als de jaarrekening n staat in artikel 9, lid 2d en artikel 26 van het Besluit begroting en verantwoording en (BVV). In artikel 13 is vervolgens vermeld dat in de treasuryparagraaf minimaal de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille moet zijn opgenomen. Ad 3: Wet fido De Wet fido (Financiering Decentrale Overheden) heeft begin 2001 de Wet filo (Financiering Lagere Overheden) uit 1987 vervangen. In 2006 is de wet geëvalueerd en enigszins aangepast. Daarnaast gelden, al uitvloeisel van de Wet fido: De uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden. De regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden die is aangescherpt naar aanleiding van de problemen met de beleggingen in IJsland uit het najaar van 2008. De regels ten aanzien van tegenpartijen bij beleggingen zijn gewijzigd als ook is nogmaals (ten overvloede) opgenomen dat gelden niet mogen worden aangetrokken met als doel deze tegen een hoger rendement weer uit te zetten. De hoofdzaken uit de Wet fido en beide regelingen zijn: De gemeente gaat slechts leningen aan, zet middelen uit of verleent garanties ten behoeve van de publieke taak. Decentrale overheden kunnen binnen het wettelijke kader zelf bepalen wat zij tot hun publieke taak rekenen. Wel wordt terughoudendheid van de decentrale overheden verwacht en zal door de toezichthouder worden gekeken of de gemeente degelijk motiveert waarom een activiteit tot zijn publieke taak wordt gerekend De gemeente hanteert slechts derivaten of zet slechts middelen uit, anders dan ten behoeve van de publieke taak, indien deze uitzettingen of derivaten een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Hierbij worden minimumeisen gesteld aan de tegenpartijen waarbij uitzettingen mogen worden gedaan. Het prudente gebruik van derivaten houdt in dat: De inzet van derivaten is slechts toegestaan voor het afdekken van financiële risico’s. Er moet sprake zijn van een gesloten positie dus de onderliggende waarde waarop het derivaat betrekking heeft, heeft gelijke modaliteiten (in omvang en looptijd) als de bijbehorende financieringsbehoefte of bijbehorende overtollige middelen. Het derivaat brengt geen groter risico met zich mee dan het risico dat ermee wordt afgedekt. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. De kasgeldlimiet is opgenomen in de Wet fido ter beperking van het bedrag van de vlottende schuld waarover dagelijks renterisico wordt gelopen. Zo worden grote fluctuaties in de korte rentelasten vermeden. Bij een derde achtereenvolgende overschrijding wordt de toezichthouder op de hoogte gebracht tezamen met een plan om binnen de limiet te blijven in het lopende kwartaal. De toezichthouder kan ontheffing verlenen van de verplichting om onder de kasgeldlimiet te blijven. Het renterisico op de vaste schuld van de gemeente overschrijdt de renterisiconorm niet. Deze norm beoogt de beperking van het bedrag van de vaste schuld waarover op termijn renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente bij aanvang van het jaar. De toezichthouder geeft een aanwijzing als hieraan niet wordt voldaan. Ook hier kan de toezichthouder ontheffing verlenen. Bij uitzettingen gelden de volgende eisen voor de tegenpartijen waarmee zaken wordt gedaan: Het moeten financiële ondernemingen zijn. Deze ondernemingen moeten in lidstaten gevestigd zijn die ten minste beschikken over een AA-rating, afgegeven door minimaal twee ratingbureaus. De door deze ondernemingen uitgegeven waardepapieren moeten minimaal over aan AA minusrating beschikken, afgegeven door minimaal twee ratingbureaus. Indien de uitzetting een looptijd heeft van minder dan 3 maanden dan moet over minimaal een A-rating worden beschikt, wederom afgegeven door twee ratingbureaus. Het bovenstaande geldt niet bij beleggingen in waardepapieren met een solvabiliteitsratio van 0% (doorgaans overheden). 2.3 Toelichting per artikel Artikel2Uitgangspunten risicobeheer treasuryfunctie Met de in artikel 2, lid 3 vermelde mantelovereenkomst wordt onder meer bedoeld het contract met de huisbankier waarmee afspraken zijn vastgelegd over daggeld- en kasgeldleningen. Voor dergelijke kortlopende leningen dient slechts een offerte bij de huisbankier opgevraagd te worden. Overigens is de gemeente niet verplicht deze leningen bij de huisbankier aan te trekken dus kan de treasuryfunctie ten alle tijden meerdere offertes opvragen. Artikel3Beperking omvang gemeentelijke financiering In de programmabegroting 2009-2012 zijn een aantal regels vastgesteld ter beperking van de groei van de leningenportefeuille. Deze regels zijn nu vervat in dit treasurystatuut en zijn: 1.Niet lenen voor in de exploitatierekening opgenomen reguliere uitgaven Uitgangspunt moet zijn dat de reguliere exploitatie moet kunnen worden betaald uit het lopende banksaldo, waarbij binnen de kasgeldlimiet gebleven moet worden. Voor jaarlijks terugkerende uitgaven, zoals lonen en onderhoudskosten, moet dus niet worden geleend. 2.Omvang leningenportefeuille is te allen tijde kleiner dan de balanswaarde van de materiële vaste activa Deze spelregel is een uitvloeisel van spelregel 1. Overheden moeten slechts moeten lenen voor rendabele investeringen (zijnde investeringen die worden geactiveerd).Dit betekent voor de gemeente dat de omvang van de leningportefeuille nooit groter zou mogen zijn dan het totaal van materiële vaste activa op de balans en het deel van de financiële vaste activa die verkoopbaar zijn tegen minimaal de balanswaarde. 3.Signaalwerking: rentelasten bedragen niet meer dan 5% van het begrotingstotaal. De spelregels 1 en 2 zorgen nog niet automatisch voor een inperking van de groei van de leningenportefeuille en daarmee verdere uitholling van de balanspositie. Daarnaast is het van belang dat het aandeel van de rentelasten in het begrotingstotaal niet te groot wordt. Daarom wordt bij een aandeel van de rentelasten van 5% van het begrotingstotaal een bezinningsmoment ingebouwd, waarbij we bezien of een eventueel hoger aandeel van de rentelasten acceptabel is. Deze afweging zullen we maken mede in licht van de beleidsprioriteiten en de financiële positie van de gemeente van dat moment. Over de regels zal in de treasuryparagraaf in de begroting jaarlijks worden gerapporteerd. Artikel4Richtlijnen en limieten externe financiering De rente voor vlottende schuld is normaliter lager dan de rente op vaste schuld. Vandaar dat tot maximaal het bedrag van de kasgeldlimiet kort kan worden geleend alvorens tot consolidatie wordt overgegaan. Bij het aantrekken van vaste schuld wordt gekeken naar de bestaande leningenportefeuille tezamen met de verwachte financieringsbehoefte die blijkt uit de liquiditeitsplanningen van de investeringen. Er wordt bij het aantrekken van langlopende leningen gezorgd voor een spreiding van het renterisico. Dit betekent dat de leningenportefeuille een evenwichtig aflossingspatroon kent en het rentesico langjarig binnen de voorgeschreven renterisiconorm blijft. Onderhandse geldleningen zijn er in diverse vormen: Lineaire leningen met een jaarlijks gelijkblijvende aflossing. Annuïtaire leningen met een jaarlijkse gelijkblijvende betaling van rente en aflossing. Fixe leningen waarbij jaarlijks slechts rente wordt betaald en aflossing van de gehele lening aan het einde van de looptijd plaatsvindt. Een roll-over lening wordt uitgegeven op basis van een variabele rente die elke afgesproken periode (tussen 1 en 12 maanden) herzien wordt op basis van de dan actuele rentestand. Normaliter behoren deze leningen tot de kortlopende schulden (met looptijd van minder dan 1 jaar). Indien echter een cap (zie afgeleide financiële producten) wordt afgesloten, dan wordt het een langlopende geldlening met eenzelfde looptijd als de cap. De Gemeente Enschede kan Medium Term Notes (MTN’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.