Algemene subsidieverordening 2012De Raad van de gemeente Uden; overwegende dat het wenselijk is in het kader van de herziening van het subsidiebeleid een nieuwe algemene subsidieverordening vast te stellen die dient als juridisch kader voor de verstrekking van subsidies; gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 1 november 2011; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t vast te stellen de Algemene subsidieverordening Uden 2012 Hoofdstuk1.Algemene Bepalingen Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: wet: Algemene wet bestuursrecht; College: College van burgemeester en wethouders; professionele instelling: organisatie die, exclusief accommodatiesubsidie, structureel minstens € 20.000,-- subsidie per jaar ontvangt dan wel minstens 1 fte in dienst heeft of voornemens is in dienst te nemen; structurele subsidie: subsidie die ingezet wordt voor een doorlopende of jaarlijks terugkerende activiteit; incidentele subsidie: andere dan structurele subsidie. Artikel2.Reikwijdte 1.Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van gemeentelijke subsidies met uitzondering van garanties en geldleningen. 2.Het College kan bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is in de in artikel 4:23, derde lid, van de wet genoemde gevallen. Artikel3.Grondslag subsidieverstrekking Voor de volgende beleidsterreinen kan subsidie worden verstrekt: a. algemeen bestuur; b. openbare orde en veiligheid; c. verkeer, vervoer en waterstaat; d. economische zaken; e. onderwijs; f. cultuur en recreatie; g. sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening; h.volksgezondheid en milieu; i. ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. Artikel4.Beslissingsbevoegdheid Artikel4.Beslissingsbevoegdheid Het College is het bevoegde bestuursorgaan voor de uitvoering van titel 4.2 van de wet en deze verordening. Artikel5.Rechtspersoonlijkheid 1.Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon. 2.Subsidie kan worden verstrekt aan een natuurlijke persoon of groep van natuurlijke personen, indien de noodzaak daartoe voortvloeit uit de aard van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt. Artikel6.Niet-subsidiabele activiteiten Subsidie wordt niet verstrekt voor commerciële, partijpolitieke en godsdienstige of levensbeschouwelijke activiteiten. Artikel7.Procedure 1.De verstrekking van een structurele subsidie aan professionele instellingen geschiedt door subsidieverlening, gevolgd door subsidievaststelling. 2.De verstrekking van een structurele subsidie aan andere instellingen geschiedt door subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening. 3.De verstrekking van een incidentele subsidie geschiedt door subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening. 4.In afwijking van het derde lid geschiedt verstrekking van een incidentele subsidie door subsidieverlening, gevolgd door subsidievaststelling, indien: de toe te kennen subsidie, exclusief accommodatiesubsidie, minstens € 20.000,--bedraagt; per uit te voeren eenheid wordt gesubsidieerd. Artikel8.Toepasselijkheid afdeling 4.2.8 Algemene wet bestuursrecht. Afdeling 4.2.8 van de wet is van toepassing op per boekjaar verstrekte subsidies, voor zover daar in deze verordening niet van wordt afgeweken. Hoofdstuk2.Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud Artikel9.Subsidieplafond 1.Het College kan voor een of meer beleidsterreinen of onderdelen daarvan jaarlijks een subsidieplafond vaststellen. 2.Het College regelt de verdeling van het beschikbare bedrag. Artikel10.Begrotingsvoorbehoud Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verstrekt onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar worden gesteld. Hoofdstuk3.Verlening en vaststelling ineens Artikel11.Toepasselijkheid hoofdstuk Dit hoofdstuk is van toepassing op: subsidieverlening; subsidievaststelling zonder voorafgaande verlening. Artikel12.Aanvraag 1.Een aanvraag tot subsidieverlening en een aanvraag tot subsidievaststelling zonder voorafgaande verlening gaan vergezeld van een begroting en een activiteitenplan. 2.Het College kan met het oog op het nemen van de beslissing op de aanvraag meer of minder gegevens verlangen. Artikel13.Indieningstermijn 1.Een aanvraag moet worden ingediend: voor een structurele subsidie: 1°. indien in het voorafgaande jaar subsidie is verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak voort-durende activiteit: uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft; 2°. in andere gevallen: uiterlijk 1 maart voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft; voor een incidentele subsidie: uiterlijk acht weken voor aanvang van de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Het College kan voor daarbij aan te wijzen subsidies afwijken van het eerste lid. In bijzondere gevallen kan het College afwijken van de indieningstermijn. Artikel14.Beslistermijn 1.Het College beslist op een aanvraag om een structurele subsidie uiterlijk 31 december van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar. Het College kan deze termijn met twee maanden verlengen. 2.Het College beslist op een aanvraag om een incidentele subsidie binnen acht weken na ontvangst. Artikel15.Weigeringsgronden Onverminderd de weigeringsgronden bedoeld in artikel 4:35 van de wet wordt subsidie geweigerd, indien: a. de subsidieverstrekking in strijd is met deze verordening; b. de aanvraag niet tijdig is ingediend. De subsidieverlening en, indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, de subsidievaststelling, wordt geweigerd, indien: de activiteiten van de aanvrager niet aanwijsbaar ten goede komen aan de inwoners van de gemeente of niet bijdragen aan de realisering van gemeentelijk beleid; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang; subsidieverstrekking anderszins niet past binnen het beleid van de gemeente of de activiteiten daarin onvoldoende prioriteit hebben; er onvoldoende middelen in de begroting beschikbaar zijn. De subsidieverlening en, indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, de subsidievaststelling, kan worden geweigerd: indien de aanvrager de activiteiten kan bekostigen uit eigen middelen of middelen die hij kan verkrijgen van derden; in de gevallen als bedoeld in artikel 4:35 van de wet. Hoofdstuk4.Verplichtingen Artikel16.Vaste verplichtingen van de subsidieontvanger 1.De subsidieontvanger besteedt de subsidie aan de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, voor zover bij de subsidieverstrekking niet anders is bepaald. 2.De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: a.ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, geheel of gedeeltelijk niet worden uitgevoerd; b.ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de hem opgelegde verplichtingen geheel of gedeeltelijk niet kan nakomen; c.relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; d.besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon. Artikel17.Andere verplichtingen Het College kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 4:38 van de wet. Artikel18.Toestemmingen De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het College voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de wet. Artikel19.Vermogensvorming 1.In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet is de subsidieontvanger aan het College een door het College vast te stellen vergoeding verschuldigd. 2.De vergoeding bedraagt ten hoogste het bedrag waarmee subsidieverstrekking door het College heeft bijgedragen aan de vermogensvorming in verhouding tot de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen. Hoofdstuk5.Vaststelling na verlening en verantwoording Artikel20.Aanvraag en verslaglegging 1.Een aanvraag tot vaststelling van een verleende subsidie wordt ingediend met behulp van een door het College vastgesteld formulier. 2.Bij de aanvraag worden een financieel verslag en een activiteitenverslag overgelegd. 3.De verslaglegging voldoet aan door het College te stellen eisen. 4.Indien een subsidie is verleend van € 50.000,-- of meer maakt een oordeelsverklaring van een accountant met enige of redelijke mate van zekerheid deel uit van de verslaglegging. 5.De artikelen 4:78 tot en met 4:80 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ook de doelmatigheid en doeltreffendheid van de gesubsidieerde activiteiten in de verklaring wordt betrokken. Artikel21.Indieningstermijn 1.Een aanvraag tot vaststelling van een verleende structurele subsidie wordt ingediend voor 1 juli na afloop van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. 2.Een aanvraag tot vaststelling van een verleende incidentele subsidie wordt ingediend binnen drie maanden na afloop van de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft. 3.Artikel 12, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel22.Verantwoording na vaststelling ineens 1.Indien een structurele subsidie is verstrekt door subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening, legt de subsidieontvanger vóór 1 juli na afloop van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft een verslag over waaruit blijkt dat voldaan is aan de aan de subsidievaststelling verbonden verplichtingen. 2.Indien een incidentele subsidie is verstrekt door subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening, legt de subsidieontvanger binnen drie maanden na afloop van de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft een verslag over waaruit blijkt dat voldaan is aan de aan de subsidievaststelling verbonden verplichtingen. Artikel23.Weigeringsgronden Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, kan de subsidievaststelling worden geweigerd in de gevallen bedoeld in artikel 4:35, eerste en tweede lid, van de wet. Hoofdstuk6.Overgangs- en slotbepalingen Artikel24.Toezicht Het college kan een of meer personen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van titel 4.2 van de wet en deze verordening. Artikel25.Ingetrokken verordeningen De Kaderverordening verstrekking subsidies gemeente Uden 2008 wordt ingetrokken. Artikel26.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.