VERORDENING BEGRAAFRECHTEN. De raad van de gemeente Lemsterland; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 november 2011; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en invorderingvan begraafrechten 2012 Artikel1.Begripsomschrijvingen. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden verstaan onder: begraafplaats: de bij de gemeente Lemsterland in beheer zijnde begraafplaatsen, te weten de algemene begraafplaatsen te Lemmer en Bantega; eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; eigen urnen-nis: een nis waarvoor het uitsluitend recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen; eigen urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; urn: een voorwerp ter berging van één of meerdere asbussen; verstrooiingsplaats: een daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid. Artikel2.Belastbaar feit. Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3.Belastingplicht. De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen of werken gebruik maakt. Artikel4.Maatstaf van heffing en belastingtarief. 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5.Wijze van heffing. De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel6.Vrijstellingen. De rechten worden niet geheven voor: het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag; het begraven van doodgeboren kinderen of van zuigelingen die met de overleden moeder in één kist worden begraven. Artikel7.Termijn van betaling. 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen drie weken na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel8.Kwijtschelding. Bij de invordering van de begraafrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel10.Inwerkingtreding en citeertitel. De "Verordening begraafrechten" van 13 december 2010, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.