Verordening Financiering restauratie gemeentelijke monumenten uit het Bergens Restauratie Fonds (BRF)De raad van de gemeente Bergen; gelezen het voorstel van het college van Bergen van 1 november 2011 ; gezien het advies van de Algemene raadscommissie van 24 november 2011; gelet op het bepaalde in de Gemeentewet; b e s l u i t: Vast te stellen de Verordening Financiering restauratie gemeentelijke monumenten uit het Bergens Restauratie Fonds (BRF) Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: verordening: Verordening financiering restauratie monumenten uit het Bergens Restauratiefonds (BRF). gemeentelijk monument: een object dat is opgenomen in het gemeentelijk monumentenregister zoals bedoeld in artikel 1 van de Erfgoedverordening gemeente Bergen 2012 restaureren: het treffen van voorzieningen tot het opheffen van (bouwtechnische) gebreken die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument en die het normale onderhoud te boven gaan. Het college kan kwalitatieve richtlijnen opstellen die gelden voor de uitvoering van restauraties. kosten van voorzieningen:de begroting en door het college goedgekeurde kosten van: de aanneemsom; de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen; de kosten van de architect overeenkomstig de SR 1997 en van de constructeur overeenkomstig de DNR 2005, voor zover de inschakeling hiervan noodzakelijk is; kosten van de aanvraag om een omgevingsvergunning (leges); de verschuldigde BTW, voor zover deze niet kan worden verrekend; kosten van een bouwhistorische opname of onderzoek, gericht op de restauratie; een reservering voor noodzakelijk meerwerk dat ten tijde van de begroting van de hierboven genoemde kosten redelijkerwijs niet was te voorzien, tot een maximum van 5% van de aanneemsom; de kosten voor het afsluiten van de lening uit het BRF; Bergens Restauratiefonds (BRF): het fonds van de gemeente Bergen bij het Nationaal Restauratie Fonds waaruit laagrentende leningen worden verstrekt ten behoeve van restauraties van monumenten als bedoeld in lid b van dit artikel; lening: lening waarbij een hypothecaire zekerheid wordt gevestigd; eigenaar: een natuurlijke of rechtspersoon die op het object waarop de aanvraag om financiering betrekking heeft, een zakelijk recht heeft in de zin van : het eigendom; het recht van erfpacht; een appartementsrecht; een deelneming- of lidmaatschaprecht op gebruik van een woning; verstrekken van een lening (toekenningsbeschikking): het besluit van het college dat aan de eigenaar van een monument onder voorwaarden een lening wordt toegekend in de kosten van voorzieningen als bedoeld onder punt d. van dit artikel; vaststellen van de lening (vaststellingsbeschikking): het besluit van het college waarbij de hoogte van de lening definitief wordt vastgesteld; Nationaal Restauratiefonds:de Stichting Nationaal Restauratiefonds (NRF), gevestigd te Hoevelaken; het college: het college van burgemeester en wethouders. Artikel2Doel van de lening Het doel van de lening op basis van deze verordening is eigenaren van een gemeentelijk monument, zoals bedoeld in deze verordening, een lening te verstrekken voor de kosten die gemoeid zijn met voorzieningen in het kader van restauratie van gemeentelijke monumenten. Het pand waarvoor de lening wordt verstrekt, wordt hypothecair belast tot de hoogte van de lening. Artikel3Doelgroep Op de lening uit het Bergens Restauratiefonds ten behoeve van restauratie van gemeentelijke monumenten kan een beroep gedaan worden door: natuurlijke personen , stichtingen of andere privaatrechtelijke rechtspersonen zonder winstoogmerk, die zich het behoud van gemeentelijke monument(en) ten doel stellen. Artikel4Vaststelling en reservering van het budget Jaarlijks wordt het plafond van het totaal uit te lenen bedragen ten behoeve van de financiering van restauraties van monumenten vastgesteld. Artikel5Grondslag van de lening De lening wordt verstrekt voor een restauratieproject op grond van door het college vastgestelde kosten. Artikel6Algemene bepalingen De hoogte van de lening wordt vastgesteld op basis van een gespecificeerde kostenbegroting van de uit te voeren restauratiewerkzaamheden. De begroting dient tenminste gespecificeerd te zijn in hoeveelheden, materialen, arbeidsuren, kosten van onderaannemers en bijkomende kosten zoals architectenkosten, overige adviseurs, leges- en verzekeringskosten. De aanvrager is verplicht om het college wijzigingen te melden die relevant zijn voor het toekennen van leningen. Artikel7.Grondslag en werkingsfeer 1.Op grond van deze verordening kan het college een lening verstrekken voor de kosten van het treffen van voorzieningen ten behoeve van de restauratie van monumenten. 2.De lening wordt berekend over de kosten van voorzieningen met uitzondering van de kosten waarvoor op grond van enige andere – door het college te bepalen – regeling een subsidie of lening in de kosten van voorzieningen kan worden verkregen. 3.Ingeval van brandschade, stormschade et cetera worden de kosten berekend aan de hand van de kosten van te treffen voorzieningen minus de bij voldoende dekking uit te keren verzekeringspenningen. 4.De vastgestelde lening wordt verstrekt aan de eigenaar van het monument waaraan de voorzieningen worden getroffen. 5.Om voor een lening in aanmerking te komen dienen de kosten van voorzieningen tenminste € 25.000,- te bedragen. 6.De voor financiering in aanmerking komende kosten van voorzieningen bedragen maximaal € 75.000,- Kosten die dit bedrag te boven gaan komen niet in aanmerking voor een lening. 7.De lening wordt verstrekt tegen een rente die 5 procentpunt ligt onder de door het Restauratiefonds (NRF) gehanteerde marktrente, met een minimum van 1,5%. Het pand waarvoor de lening wordt verstrekt, wordt hypothecair belast tot de hoogte van de lening. De aflossingstermijn is maximaal 30 jaar. Artikel8.Hoogte van de lening De lening uit het BRF bedraagt maximaal 100% van de goedgekeurde kosten van voorzieningen. Artikel9.Bepaling voor restaurerende instellingen In afwijking van artikel 7 lid 7 kan op verzoek van een restaurerende instelling een lening worden verstrekt waarbij de hypothecaire zekerstelling niet op het te restaureren pand berust, maar op de waarde van het totale eigen bezit. Artikel10.Tussentijdse vervreemding Indien de eigenaar van het monument binnen de looptijd van de lening uit het BRF besluit het pand te vervreemden, wordt de lening beëindigd en dient de eigenaar het restant van schuld uiterlijk bij de overdracht aan de koper terug te storten in het BRF. Artikel11.Aanvraag en beschikking Op een ontvankelijke aanvraag wordt door het college spoedig, doch uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van een advies van het Nationaal Restauratiefonds (NRF) beslist in de vorm van een toekenningsbeschikking. Artikel12.Weigeringsgronden 1.Het college verstrekt geen lening indien: met het treffen van voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of onvoldoende wordt gediend; de kosten van voorzieningen niet in redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat; met het treffen van voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een beschikking inhoudende de toezegging van de lening (toekenningsbeschikking) heeft ontvangen; voor de betreffende voorzieningen binnen een termijn van vijftien jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag wordt ingediend eerder een subsidie of een lening is verstrekt; voor de te treffen voorzieningen een monumentenvergunning is vereist en deze (nog) niet is verleend. 2.Het college kan een lening weigeren in het geval van een negatief advies van het Nationaal Restauratiefonds (NRF). Artikel13.Bijzondere voorwaarden De lening wordt verstrekt onder voorwaarde dat: a.het werk wordt aanbesteed overeenkomstig door het college te stellen eisen; b.de aanvang van het werk tenminste twee weken van te voren wordt gemeld bij b. het college; c.met de uitvoering van werkzaamheden is begonnen binnen 26 weken na de c. datum van verzending van de toekenningsbeschikking; d.binnen 130 weken na de toekenningsbeschikking de werkzaamheden zijn voltooid d. en de gereedmelding zoals bedoeld in artikel 15 is ingediend; aan de door het college met controle belaste personen: toegang wordt verleend tot het monument waarvoor de lening is verstrekt; inzage wordt verleend in de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende gegevens. Artikel14.Onderhoudsvoorwaarden 1.Een lening wordt verstrekt onder de voorwaarde dat de eigenaar gedurende de looptijd van de lening het monument in goede staat zal houden. 2.Bij het beëindigen van de lening, ook bij tussentijdse vervreemding, kan het college een bouwkundig inspectierapport eisen in verband met de voorwaarde genoemd in het eerste lid. Het rapport wordt opgesteld door een naar het oordeel van het college deskundige organisatie. De eigenaar kan worden verplicht om de in het rapport geconstateerde bouwkundige gebreken te herstellen. Het college kan een termijn stellen waarbinnen deze gebreken dienen te zijn hersteld. 3.De eigenaar is verplicht het object waarvoor een lening is verstrekt voldoende te verzekeren. 4.Tijdens de restauratie is een CAR-verzekering verplicht. Artikel15.Vaststelling van de lening 1.Vaststelling van de lening vindt plaats nadat: de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden bij het college gereed zijn gemeld, gecontroleerd en akkoord bevonden; een overzicht is overlegd van alle restauratiekosten en de daarop betrekking hebbende bijkomende kosten; een overzicht is overlegd van eventueel meer- en minderwerk. 2.De hoogte van de vast te stellen lening wordt berekend op basis van de bij de toekenning aanvaarde kosten van voorzieningen of de werkelijke kosten van de voorzieningen als deze lager dan wel hoger zijn, met inachtneming van het bepaalde ten aanzien van meerwerk. 3.De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid bevat: een volledig ingevuld gereedmeldingsformulier; een kostenoverzicht; alle originele rekeningen en originele betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden. 4.Het college kan ermee instemmen dat de aanvrager in plaats van rekeningen en betalingsbewijzen een verklaring van een registeraccountant overlegt waaruit blijkt dat het overgelegde kostenoverzicht juist en volledig is. Artikel16.Intrekking van de lening 1.In geval van niet naleving van één van de voorwaarden als bedoeld in deze verordening kan het college al naar gelang de ernst van de overtreding: een besluit tot verstrekking en/of vaststelling van de lening geheel of gedeeltelijk intrekken of het Nationaal Restauratiefonds niet geheel tot uitbetaling laten overgaan; een reeds aangegane lening geheel of gedeeltelijk door het Nationaal Restauratiefonds laten intrekken. 2.In het geval de niet naleving van de voorwaarden als bedoeld in deze verordening de eigenaar niet verwijtbaar is, kan het college besluiten de in het eerste lid genoemde sancties geheel of gedeeltelijk niet te treffen. Artikel17.Slotbepalingen 1.Het college kan in het belang van de monumentenzorg afwijken van de bepalingen in deze verordening. 2.De verordening kan worden aangehaald als “Verordening Bergens Restauratiefonds”. 3.De verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.