De raad van de gemeente GoudaGezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders (het college) van 1 november 2005 nr. 92; Gelet op het bepaalde in de artikelen 149 van de Gemeentewet; besluiten: vast te stellen de volgende verordening: Verordening Reductie in de kosten van maatschappelijke participatie gemeente Gouda Artikel1- Begripsbepalingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: Ingezetene: degene die in de basisadministratie van de gemeente is opgenomen en feitelijk in de gemeente zijn hoofdverblijf heeft. Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een gezamenlijke huishouding voeren of willen gaan voeren. Gezamenlijke huishouding: twee of meer personen die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en die blijk geven zog te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. Maatschappelijke participatie: de niet beroeps- of bedrijfsmatige deelname aan culturele, sociaal-culturele, maatschappelijke en recreatieve activiteiten. Betaalbewijs: kopie van een bank- of giroafschrift, waarop het bedrag van de activiteit waarvoor reductie is aangevraagd staat afgeboekt ten gunste van de instelling die de betreffende activiteit organiseert. Of een kwitantie die voor zover mogelijk is voorzien van de naam en stempel van de instelling, de handtekening van de verstrekker van de kwitantie, de naam van de betaler en het betaalde bedrag in cijfers en of letters. Kalenderjaar: een jaar van 1 januari tot en met 31 december. Bijstandsnorm: het bedrag per maand bedoelt in Hoofdstuk 3 paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand. 2In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt als rekeninkomen aangemerkt het totale jaarinkomen dat het huishouden geniet uit: winst uit ondernemingen winst uit aanmerkelijk belang inkomsten uit arbeid of in de vorm van bepaalde periodieke uitkeringen en verstrekkingen. 3Bij de vaststelling van het rekeninkomen worden in ieder geval de onderstaande inkomensbestanddelen in aanmerking genomen: Inkomen uit of in verband met arbeid in dienstbetrekking ofwel in verband met arbeid uit zelfstandig uitgeoefend bedrijf of beroep; een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet, de Algemene Nabestaandenwet of de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, dan wel krachtens enige pensioenregeling; een periodieke uitkering voor algemene bestaanskosten ingevolge de Wet werk en bijstand; een uitkering ingevolge de Wet uitkeringen Vervolgingsslachtoffers 1940-1945, de Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië 1940-1945, de Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet uitkeringen Burgerslachtoffers 1940-1945, dan wel een buitengewoon pensioen ingevolge de Wet buitengewoon pensioen zeeliedenoorlogsslachtoffers; een uitkering voor levensonderhoud van een onderhoudsplichtige jegens de (gewezen) echtgenoot of kinderen; een periodieke uitkering in verband met bedrijfsbeëindiging volgens regelen vastgesteld door de minister van Economische Zaken; het inkomensbestanddeel ten behoeve van levensonderhoud uit de toelage op grond van de Wet op de studiefinanciering. 4Bij de vaststelling van het rekeninkomen wordt geen rekening gehouden met: de overhevelingstoeslag; inkomsten uit overwerk; de fiscale aftrekposten ingevolge de Wet op de Inkomstenbelasting 1964. Artikel2– De inkomensgrens Burgemeester en wethouders stellen de hoogte van de inkomens vast op 110% van de op dat moment geldende bijstandsnorm ingevolge de Wet werk en bijstand. Artikel3– Het recht op reductie 1.Burgemeester en wethouders kunnen aan personen die ingezetenen zijn van de gemeente Gouda reductie in de kosten van sociale participatie verstrekken indien het rekeninkomen van die personen of van hun gezamenlijke huishouden niet meer bedraagt dan 110% van de op dat moment geldende bijstandsnorm ingevolge de Wet werk en bijstand. 2.Reductie wordt verleend voor sociale participatie aan activiteiten die plaatsvinden binnen de gemeente Gouda of binnen de regio Midden-Holland. 3.Geen reductie wordt verleend indien er aan één of meerdere leden van het huishouden van de aanvrager een aanslag vermogensbelasting ingevolge de Wet op de vermogensbelasting 1964 is opgelegd over het aan het aanvraagjaar voorafgaande kalenderjaar. 4.Geen reductie wordt verleend als het gaat om: de kosten van benodigde materialen, behoudens materialen die expliciet worden benoemd in de bijlage vergoedingen; de kosten die in het kader van de te verrichten activiteit of deelname gemaakt moeten worden; de kosten voor eten en drinken die in het kader van de activiteit wordt aangeboden; de kosten van kinderopvang en overblijfkosten. Artikel4– De reductieaanvraag 1.Een aanvraag voor reductie wordt ingediend op een door burgermeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier. 2.De aanvraag moet worden ingediend binnen het kalenderjaar dat de kosten waarvoor reductie wordt aangevraagd, zijn gemaakt. 3.Indien er reductie wordt aangevraagd voor een minderjarig kind, dient de aanvraag te geschieden door de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.