Verordening rechtspositie raadsleden Culemborg 2012De raad van de gemeente Culemborg Gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet; Gelet op het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden Besluit Vast te stellen: De verordening rechtspositie raadsleden Culemborg 2012 Hoofdstuk1begripsomschrijvingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212; Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56; Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181; Besluit van 16 december 2009 houdende wijziging van enkele rechtspositiebesluiten politieke ambtsdragers in verband met de samenvoeging van inwonersklassen en enkele technische aanpassingen, Staatsblad 2009, 561; raadslid: lid van de gemeenteraad; griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet. HoofdstukIIVoorzieningen voor raadsleden Artikel2aVergoeding voor werkzaamheden en onkostenvergoeding Voor de vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositie-besluit raads- en commissieleden wordt verwezen naar hetgeen ten aanzien hiervan is vastgesteld door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 4 (24.001 t/m 40.000 inwoners) en voor wat betreft de onkostenvergoeding, zijnde een vergoeding voor kosten verbonden aan het raadslidmaatschap, naar tabel II van het Rechtpositiebesluit raads- en commissie-leden, waarbij ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, de onkostenvergoeding in afwijking van het eerste lid gelijk is aan het bedrag voor gemeenteklasse 4, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. De vergoeding, welke in maandelijkse termijnen wordt uitbetaald, is naar evenredigheid van het gedeelte van het kalenderjaar resp. het aantal dagen dat iemand raadslid is geweest. De tabel met procentuele verdeling van de componenten van de onkostenvergoeding. Representatie 22% Vakliteratuur 7% Contributies, lidmaatschappen 13% Telefoonkosten 14% Bureaukosten, porti 10% Zakelijke giften 3% Bijdrage aan fractiekosten 25% Ontvangsten 4% Excursies 2% Totaal 100% Artikel2bVergoeding fractievoorzitters. Op basis van artikel 8b van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden ontvangen de fractie-voorzitters een toelage voor de duur van het voorzitterschap en een toelage voor elk lid dat de fractie buiten de fractievoorzitter telt. Artikel2cKorting vergoeding werkzaamheden. Op basis van artikel 3 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden heeft de raad in de vergadering van 10 november 2011 besloten om per 1 januari 2012 een korting van 10% toe te passen op de vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2a van deze verordening. Artikel3Reiskosten Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed. De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten; bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel4Verblijfskosten De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed. Artikel5Cursus, congres, seminar of symposium De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijke belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De aanvraag wordt ter fiattering voorgelegd aan de burgemeester en aan de raadsgriffier. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap en deze kosten niet reeds voorzien zijn in de onkostenvergoeding voor raadsleden, en met dien verstande dat deze het jaarlijks vastgestelde budget niet overschrijden. Artikel6Benefit-voorziening Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt (opting-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.