← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2012 (Dirksland)

De raad van de gemeente Dirksland; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 november 2011; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting

  1. Artikel1Belastbaar feit Onder de naam toeristenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, gedurende het belastingtijdvak van 1 april tot en met 31oktober,door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoongegevens van de gemeente. Artikel2Belastingplicht 1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf, als bedoeld in artikel
  2. 2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel
  3. 3Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
  4. Artikel3Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
  5. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet Toegelaten Zorginstellingen;
  6. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;
  7. van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd;
  8. op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd. Artikel4Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen, vermenigvuldigd met het aantal nachten. Artikel5Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:a. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;b. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen;c. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar;d. volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen;e. woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen;f. vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde kampeermiddelen, in hoofdzaak bestemd voor dan wel gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;g. niet beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde kampeermiddelen. 2De heffingsmaatstaf voor woningen, niet beroepsmatig verhuurde ruimten wordt als volgt berekend:a. het aantal overnachtende personen wordt gesteld op het aantal slaapplaatsen;b. het aantal overnachtingen in het belastingtijdvak wordt gesteld op
  9. 3De heffingsmaatstaf voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen wordt als volgt berekend:a. het aantal overnachtende personen wordt gesteld op het aantal slaapplaatsen, waarbij het aantal slaapplaatsen wordt gesteld op: 3 indien het aantal slaapplaatsen 4 of minder bedraagt; 4 indien het aantal slaapplaatsen meer dan 4 bedraagt;b. het aantal overnachtingen in het belastingtijdvak wordt gesteld op
  10. 4De heffingsmaatstaf voor kampeermiddelen op volgtijdige standplaatsen wordt als volgt berekend:a. het aantal overnachtende personen wordt gesteld op de som van het aantal kampeermiddelen bestemd voor verblijf van maximaal 4 personen, vermenigvuldigd met 3 en het aantal kampeermiddelen bestemd voor verblijf van meer dan 4 personen, vermenigvuldigd met 4;b. het aantal overnachtingen in het belastingtijdvak wordt gesteld op 214;c. het aantal kampeermiddelen op volgtijdige standplaatsen wordt, in geval van gerede twijfel, vastgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen gedurende het belastingtijdvak. 5In afwijking van het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid wordt, op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedaan verzoek, de heffingsgrondslag vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is, dan het aantal dat is berekend op grond van de in deze leden opgenomen forfaits. Artikel6Belastingtarief Het tarief bedraagt per overnachting € 0,
  11. Artikel7Belastingtijdvak Het belastingtijdvak loopt van 1 april tot en met 31 oktober. Artikel8Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel9Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 10,- worden niet opgelegd. Artikel10Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslag verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 90,- en minder dan € 2.500,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de toeristenbelasting. Artikel12Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel 1De ‘Verordening toeristenbelasting 2011’ van 9 december 2010 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum voor ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 april
  12. 4Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening toeristenbelasting 2012’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Dirksland, gehouden op 22 december
  13. De plv. griffier, De voorzitter,J. Taale. drs. S. Stoop.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.