Besluit van den 2den Augustus 1938 ter uitvoering van artikel 378 van het Curaçaosch Wetboek van Koophandel. Artikel1 De hieronder volgende bepalingen gelden ten aanzien van de in het Curaçaosch Wetboek van Koophandel bedoelde zeeschepen en de met betrekking tot het onderwerp in dit besluit daarmede gelijkgestelde schepen, metende ten minste twintig kubieke meter bruto-inhoud, hierna verder te noemen "schepen". Artikel2 De overschrijving van alle akten van eigendom, van eigendomsoverdracht en van inbeslagneming, hetzij van het geheel, hetzij van een gedeelte van de in artikel 1 vermelde schepen, van de verklaringen van aanbouw betreffende die schepen, zoomede de inschrijvingen, welke op die schepen volgens den eersten titel van het Tweede Boek van het Curaçaosch Wetboek van Koophandel kunnen worden genomen, de aanteekening van de toestemmingen tot doorhaling en de verdere aanteekeningen, zullen plaats hebben op de kantoren van de hypotheekbewaarders. Artikel3 Het kantoor van den hypotheekbewaarder te Willemstad is tevens "Hoofdkantoor van bewaring der scheepsbewijzen" voor alle bewijzen van eigendom of inbeslagneming van- en hypotheken op de schepen in artikel 1 bedoeld, en bestemd om het verband met de gezamenlijke kantoren in stand te houden en het vereischte toezicht ten aanzien van de overschrijvingen, inschrijvingen, toestemmingen tot doorhaling en aanteekeningen uit te oefenen. Artikel4 1.Aan ieder kantoor zal worden gehouden een dagregister (Register A), waarop de ter overschrijving of inschrijving ingeleverde stukken dag voor dag in volgorde van hunne inlevering zullen worden geboekt, en hetwelk dagelijks zal worden afgesloten, benevens drie hulpregisters, een voor de inschrijving der borderellen (Register B), een voor overschrijvingen (Register C, gesplitst in twee gedeelten: I. voor de verklaringen van eigendom en II. voor alle andere akten en stukken) en een voor overschrijving van beslagen (Register D). 2.Voorts zullen aan ieder kantoor worden gehouden een Algemeen Register in kaartvorm, dienende voor de teboekstelling van schepen in dit besluit genoemd, benevens twee naamwijzers, eveneens in kaartvorm, een op naam van den eigenaar en een op naam van het schip. 3.Deze teboekstelling zal plaats hebben onmiddellijk na de boeking in het dagregister en in ieder geval op denzelfden dag, waarop de ingeleverde stukken in het dagregister zijn geboekt. 4.Een letterlijk afschrift van de boekingen in het dagregister, aangehouden aan andere kantoren dan het Hoofdkantoor, zal aan het "Hoofdkantoor" worden ingezonden met eene opgaaf der gedane overschrijvingen, inschrijvingen, doorhalingen, gestelde aanteekeningen, enz. Deze inzending geschiedt voor wat Curaçao, Aruba en Bonaire betreft, wekelijks en wat Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba betreft tweewekelijks en omvat de boekingen, overschrijvingen, inschrijvingen, doorhalingen, gestelde aanteekeningen, enz. van de periode beginnende met den dag van inzending van de laatste opgave tot en met den dag voorafgaande aan den dag van inzending van deze opgave. 5.De bepalingen ten aanzien van deze registers, opgenomen in het Koninklijk Besluit van den 15den Augustus 1868 (P.B. 1868, 17) zoals gewijzigd bij P.B. 1927, 52, vinden overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de boekingen in het register, bestemd voor de overschrijving van de verklaringen van eigendom, zullen plaats hebben onder een per kantoor doorloopend volgnummer. Artikel5 Aan het ,,Hoofdkantoor" zullen naast een algemeen register in kaartvorm aanwijzende alle aan de verschillende hypotheekkantoren te boek gestelde schepen, worden aangehouden twee naamwijzers, eveneens in kaartvorm, een op naam van den eigenaar en een op naam van het schip. Artikel6 1.Bijlagen 1 t/m 20 bij dit besluit gevoegd, bevatten de modellen, volgens welke de in kaartvorm gehouden registers en de verklaringen, waarvan in dit besluit sprake is, zullen worden ingericht. 2.De andere registers worden ingericht naar het model der registers thans bij de hypotheekbewaarders in gebruik. 3.De hypotheekbewaarders mogen geene andere registers of kaarten gebruiken dan die, welke hun van gouvernementswege worden verstrekt. Artikel7 Degene, die in Curaçao een schip in aanbouw heeft en daarvan de teboekstelling vraagt zal ten hypotheekkantore, binnen welks kring de bouwplaats is gelegen, een verklaring van aanbouw inleveren. Artikel8 1.Zoodra een schip, dat in Curaçao in aanbouw is, of een reeds bestaand schip voor de eerste maal zal zijn teboekgesteld, zal het jaartal, de beginletter van den naam van het kantoor (voor Curaçao-C, voor Aruba-A, voor Bonaire-B, voor St. Maarten-M, voor St. Eustatius-E en voor Saba-S), het nummer van het register van overschrijving, op het achterschip op eene van buiten in het oog vallende plaats, en op onuitwischbare wijze door een ambtenaar met scheepsmeting belast in het schip worden ingebrand of daaraan worden aangebracht en van deze inbranding of aanbrenging door diens getuigschrift moeten blijken, zonder welks overlegging de bewaarders de ter overschrijving of inschrijving ingeleverde stukken niet mogen afgeven, noch ten aanzien van het teboekgestelde schip eenigerlei andere verklaring afgeven. Wanneer het schip tengevolge van een vroegere teboekstelling reeds vroeger was gebrand, worden bij de inbranding of aanbrenging der nieuwe merken de bestaande verwijderd. Wanneer het betrokken schip buiten de Nederlandse Antillen vertoeft, geschiedt de inbranding of aanbrenging van de in dit lid bedoelde merken ter plaatse, door een door een ambtenaar met scheepsmeting belast aan te wijzen deskundig persoon. 2.Zoolang die aanbrenging niet aan het schip mogelijk is, geschiedt zij aan de bouwplaats van het schip. 3.Zijn de scheepsdeelen, waarop de in het eerste lid genoemde merken zijn gebrand, of waaraan zij zijn aangebracht, door nieuwe vervangen of zijn die merken geheel of gedeeltelijk onleesbaar geworden, dan zal op het verzoek, daartoe gedaan aan een ambtenaar met scheepsmeting belast, nieuwe inbranding of aanbrenging plaats vinden en daarvan door dien ambtenaar een getuigschrift worden afgegeven. Bij het verzoek moet eene verklaring worden overgelegd van den bewaarder, te wiens kantore het schip is teboekgesteld, houdende opgaaf van de in te branden of aan te brengen merken. 4.Indien de bouw van een schip zoover is gevorderd, dat de inbranding of aanbrenging in of aan het schip zelf kan geschieden, kan toepassing van het vorig lid worden gevraagd. 5.Indien bij herstelling of verbouwing van een schip de in het eerste lid genoemde merken zijn verwijderd of beschadigd, zal de hersteller of verbouwer het schip niet mogen afgeven, voordat deze merken weder volledig zijn aangebracht. 6.Zowel de kapitein als de reder van het schip zijn gehouden er zorg voor te dragen, dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde merken steeds in ongeschonden staat en duidelijk leesbaar worden gehouden. 7.De ambtenaren van het haven- en loodswezen, van de invoerrechten en accijnzen en die van de scheepvaartinspectie zijn belast met het toezicht op de juiste naleving van het in het vorig lid bepaalde en bevoegd om terzake proces-verbaal op te maken wegens de overtredingen welke te hunner kennis komen. Artikel9 1.Voor iedere inbranding of vernieuwde inbranding, aanbrenging of vernieuwde aanbrenging van een merk wordt door de ambtenaar met scheepsmeting belast, een basis-bedrag van f 75,- (vijf en zeventig gulden) in rekening gebracht, de kosten van het af te geven certificaat daaronder begrepen. 2.Indien de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden plaatsvinden op dagen of uren dat het kantoor van de ambtenaar met scheepsmeting belast niet voor het publiek geopend is, wordt een basis-bedrag van f 100,- (honderd gulden) in rekening gebracht. 3.Boven het in de vorige leden bedoelde basis-bedrag wordt vanaf het tijdstip waarop de ambtenaar met scheepsmeting belast wegens de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden zijn standplaats verlaat tot aan het tijdstip waarop hij deze werkzaamheden aanvangt, alsmede vanaf, het tijdstip waarop hij deze werkzaamheden heeft beëindigd tot aan het tijdstip waarop hij op zijn standplaats terugkeert, voor elk uur f 15,- (vijftien gulden) in rekening gebracht, waarbij een gedeelte van een uur voor een vol uur wordt gerekend. 4.Indien van vervoermiddelen gebruik wordt gemaakt, worden de werkelijk gemaakte kosten in rekening gebracht. 5.Ook indien met de ambtenaar met de scheepsmeting belast een regeling is getroffen om een inbranding te doen plaatsvinden, doch deze geen doorgang kan hebben, zonder dat daarvan aan de betrokken ambtenaar een verwijt kan worden gemaakt, worden - voor zover van toepassing - de in de vorige leden genoemde kosten in rekening gebracht. 6.De volgens bovenstaande leden ontvangen gelden worden door de ambtenaar belast met scheepsmeting in 's Lands kas gestort. Artikel10 1.Degene, die van een schip, als in artikel 1 bedoeld, de teboekstelling vraagt, zal verplicht zijn eene verklaring van eigendom in te leveren, welke verklaring in het register van schepen zal worden overgeschreven. 2.Indien een schip aan meer dan één persoon behoort, zal de voornoemde verklaring de opgave bevatten van den naam en van de aandeelen van iederen mede-reeder of mede-eigenaar. Artikel11 1.Hij die de teboekstelling van een Curaçaosch schip als bedoeld in artikel 378 van het Curacaosch Wetboek van Koophandel in het scheepsregister vraagt, zal daarbij onder toevoeging van de in artikel 11, 4de lid en artikel 12, 2de lid van het Curacaosch Zeebrievenbesluit bedoelde stukken, overleggen een verklaring, afgegeven door of namens de Minister van Verkeer en Vervoer, dat het schip is een Curaçaosch schip, welke verklaring met de aanvraag van teboekstelling wordt overgeschreven. 2.Tot het verkrijgen van een verklaring, bedoeld in het eerste lid, moet degene, die de teboekstelling vraagt, of diens wettelijke vertegenwoordiger, of wanneer de aanvraag geschiedt door een reederij, waarin een boekhouder is aangesteld, eene vennootschap, eene naamlooze vennootschap, eene vereeniging of eene stichting, de boekhouder, een beheerende vennoot of een bestuurder, een door hem onderteekende aanvraag of formulier bij de Directeur van het Departement Scheepvaart en Maritieme Zaken indienen. 3.De aanvrage moet bevatten: den naam van het schip met vermelding van zijn inhoud; de aanduiding van de samenstelling en de inrichting van het schip en van de kracht en de inrichting der werktuigen tot voortbeweging, indien het wordt voortbewogen door mechanische kracht. 4.Bij de aanvraag moeten bijgevoegd worden: de meetbrief, afgegeven volgens de bestaande voorschriften; de bijlbrief, de koopbrief, dan wel eenig ander bewijs van eigendom; de bescheiden, welke bovendien ter beoordeling van de nationaliteit van het schip noodig zijn. 5.Wanneer een of meer van deze stukken ontbreken, onvolledig zijn, of niet in overeenstemming met elkander of wanneer daaruit niet blijkt, dat het schip is een Curacaosch schip, zal de Minister van Verkeer en Vervoer de verklaring weigeren bij eene met redenen omkleede beschikking. Artikel12 1.Hij, die de overschrijving vraagt van eene akte van eigendom of van een akte, houdende een rechtstitel van eigendomsovergang, van een teboekgesteld Curaçaosch schip, zal daarbij overleggen een verklaring, afgegeven door of namens de Minister van Verkeer en Vervoer dat het schip na de overschrijving van de akte de hoedanigheid van Curaçaosch schip zal behouden, welke verklaring met de akte zal worden overgeschreven. Hetgeen in het tweede en derde lid van het voorgaand artikel is bepaald ten aanzien van de aanvraag, is ten deze van toepassing. 2.Teneinde de verklaring te verkrijgen, levert de onderteekenaar bij de Directeur van het Departement Scheepvaart en Maritieme Zaken in: de akte, bedoeld in lid 1, of een authentiek afschrift daarvan; de bescheiden, welke bovendien ter beoordeeling van de nationaliteit van het schip noodig zijn. 3.Wanneer een of meer van deze stukken ontbreken, onvolledig zijn, of niet in overeenstemming met elkander of met de aangeboden verklaring, of wel, wanneer daaruit niet blijkt, dat het schip na de overschrijving der akte onder a. genoemd, de hoedanigheid van Curaçaosch schip zal behouden, wordt de verklaring geweigerd, bij eene met redenen omkleede beschikking. Artikel13 1.Elke akte van eigendom en elke akte, houdende een rechtstitel van eigendomsovergang, een teboekgesteld schip betreffend, moet bevatten: den naam van het schip met vermelding van zijn inhoud; de aanduiding van de samenstelling en de inrichting van het schip en van de kracht en de inrichting der werktuigen tot voortbeweging, indien het wordt voortbewogen door mechanische kracht; den naam en het nummer van het kantoor, alwaar die teboekstelling is geschied; 2.In geval de over te schrijven akte deze opgaven niet volledig inhoudt, kan hierin worden voorzien door eene aan den voet dier akte gestelde aanvullende verklaring, door of namens den belanghebbende onderteekend. Bij gebreke van die verklaring wordt de overschrijving geweigerd. 3.De bepalingen van dit artikel vinden voor de processen-verbaal van inbeslagneming van teboekgestelde schepen overeenkomstige toepassing. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.