Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand Gemeente Westland 2012 De raad van de gemeente Westland; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 november 2011, betreffende de vaststelling van de Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand Gemeente Westland 2012; Gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, onderdeel d en artikel 36 van de Wet werk en bijstand; Gelet op het positieve advies van de commissie […] van […]; BESLUIT Vast te stellen: De Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand Gemeente Westland 2012 Leeswijzer De huidige Verordening langdurigheidstoeslag dient aangepast te worden. Dit is het gevolg van de wijzigingen in de WWB per 1 januari 2012 en tevens vindt een kwaliteitsslag plaats. Als gevolg van de wetswijziging is de term “gehuwden” vervangen door de term “gezin”. In het kader van de kwaliteitsslag zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: Wijziging definitie peildatum. De periode van 36 maanden is gewijzigd in 60 maanden. De periode van 36 maanden miste een wettelijke grondslag. Door de periode te wijzigen in 60 maanden wordt een koppeling gemaakt met de verjaringstermijn voor financiële aanspraken jegens de overheid. Na een periode van 60 maanden (5 jaar) zijn deze namelijk niet langer in rechte afdwingbaar. De wet geeft aan dat er slechts recht op een langdurigheidstoeslag bestaat als er geen sprake is van uitzicht op inkomensverbetering. Hiertoe is een bepaling aan de verordening toegevoegd. Deze bepaling houdt in dat mensen die een opleiding volgen in het kader van de WSF 2000 of de WTOS niet voor een langdurigheidstoeslag in aanmerking komen. Het volgen van een studie betekent namelijk dat er wel sprake is van uitzicht op inkomensverbetering. In de huidige verordening staan bedragen genoemd. Deze bedragen zijn gebaseerd op een berekening. Door slechts de achterliggende berekening op te nemen (en dus concrete bedragen te vermijden), wordt voorkomen dat de verordening jaarlijks opnieuw door de raad moet worden vastgesteld. ARTIKEL1BEGRIPSBEPALINGEN 1.In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders; wet: de Wet werk en bijstand; bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de wet; inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede "een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan", moet worden gelezen "de referteperiode". Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien; peildatum: de datum als bedoeld in artikel 36, vierde lid van de wet, waarbij de peildatum maximaal 60 maanden voorafgaand aan de datum aanvraag kan liggen; referteperiode: de periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum; WTOS: de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; WSF 2000: de Wet studiefinanciering
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.