← Nederland

Beleidskader Welzijn, Maatschappelijke Ondersteuning en Zorg 2012-2015 (Bladel)

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. Huidige situatie – De Inventarisatiefase a. De Inventarisatie b. POP en Expertgroepbijeenkomsten d.d. 28 februari 2011
  3. Nieuwe visie en ambities Visie Ambities Blok
  4. Rendementsimpuls van formele en informele zorg-infrastructuur.
  5. Investeren in (al bestaande) informele en collectieve participatiestructuren;
  6. Verbetering van de toeleiding naar en onderlinge afstemming van formele en informele participatiestructuren via het MEEDOEN-loket Bladel. Ambities Blok
  7. Ambities/speerpunten per programma.
  8. Ambities/speerpunten Sociale Samenhang en Leefbaarheid
  9. Ambities/speerpunten Opgroeien en Opvoeden
  10. Ambities/speerpunten Maatschappelijke Participatie
  11. Ambities/speerpunten Preventie en Opvang
  12. Uitvoeringsplan – Maatschappelijke Agenda 2012-2015
  13. Maatschappelijke Agenda 2012
  14. Maatschappelijke Agenda 2013
  15. Maatschappelijke Agenda 2014
  16. Maatschappelijke Agenda 2015
  17. Prestaties/ monitoring op outcome (via GGD- rapportages) Bijlagen: - Startnotitie Hoofdstuk 3 ‘Nieuwe visie en ambities’. - Verslag POP en Expertgroepbijeenkomst d.d 28 februari 2011.- Samenvatting Zorgpunten uit GGD-monitors. Hoofdstuk1Inleiding In zijn vergadering van 3 juli 2008 heeft de gemeenteraad van Bladel het Beleidskader Welzijn, Zorg en Maatschappelijke Ondersteuning 2008-2011 (WZM) vastgesteld. De directe aanleiding hiervoor was invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) waarin de verplichting van een beleidsplan, met een looptijd van 4 jaar, is vastgelegd. Vanaf 2012 moet de gemeente Bladel dus een nieuw (Wmo-)beleidsplan voor 4 jaar hebben. Voor wat betreft de beleidsindeling van het nieuwe Beleidskader wordt voorgesteld om de 4 programma’s uit het Beleidskader WZM 2008-2011 aan te houden
  18. Dat is een goed werkbaar concept gebleken, ook voor de opbouw van de nota, omdat deze indeling het hele terrein van welzijn, zorg en maatschappelijke ondersteuning in Bladel dekt en dus meer omvat dan de 9 prestatievelden uit de Wet maatschappelijke ondersteuning
  19. De 9 prestatievelden uit de Wet vormen bovendien geen logisch geheel. De herijking van welzijn en zorg in de 9 prestatievelden is een tamelijk abstracte opdracht aan de gemeente. Bovendien is de opdracht niet uitputtend. Zo gaat prestatieveld 2 maar over een deel van het jeugdbeleid en zijn werk en inkomen, toch ook belangrijke voorwaarden om mee te doen in de samenleving, niet opgenomen in de prestatievelden. Dit alles maakt integrale Wmo-beleidsvorming lastig volgens de lijn van de 9 prestatievelden. Daarom gaat ook het nieuwe Beleidskader uit van de volgende 4 programma’s:
  20. Sociale samenhang en leefbaarheid.
  21. Opgroeien en Opvoeden
  22. Maatschappelijke Participatie.
  23. Preventie en opvang. In hoofdstuk 2 ‘Huidige situatie’ wordt het vertrekpunt van beleidsvorming voor maatschappelijke participatie beschreven. Hoofdstuk 3 van het Beleidskader gaat over de visie en ambities voor de nieuwe beleidsperiode. Wat willen we bereiken? Op welke manier? In welke volgorde? En waar leggen we de prioriteiten? Aan de hand van een algemene visie zullen eerst deze vragen worden beantwoord met vervolgens een verfijning in de 4 programma’s. In Hoofdstuk 4 worden de ambities en speerpunten uit Hoofdstuk 3 uitgewerkt in een concreet uitvoerings- en actieplan met een financiële onderbouwing > de Maatschappelijke Agenda 2012-
  24. In Hoofdstuk 5 vertalen we de Maatschappelijke Agenda in een concreet outcome resultaat wat we willen behalen ultimo
  25. Agenda 22/Inclusief Beleid gehandicapten: Bij Inclusief Beleid wordt een koppeling gemaakt tussen de Wmo en ander gemeentelijke beleidsprogramma’s (bv Wonen en Openbare werken). Met deze Beleidsnota is ervoor gekozen om geen aparte nota Inclusief Beleid op te stellen maar per gemeentelijk beleidsprogramma aandacht te besteden aan de belemmeringen die gehandicapten (kunnen) ondervinden (bv in de Woonvisie/Woningbouwprogramma 2011-2020). NB:Daar waar in de nota ‘Bladel’ of ‘Bladelse’ (bv vrijwilligers) is vermeld wordt in principe de hele gemeente Bladel bedoeld dus naast de kern Bladel ook de kernen Netersel, Hoogeloon, Casteren en Hapert tenzij Bladel als expliciete kern wordt aangeduid. Hoofdstuk2De Inventarisatie Vanaf 2012 moet de gemeente Bladel een nieuw beleidsplan voor welzijn, maatschappelijke ondersteuning en zorg hebben. Deze Inventarisatienotitie vormt het vertrekpunt voor een discussie de over prioriteiten van beleid voor 2012-2015 aan de hand van de volgende 5 onderwerpen/rapportages:
  26. Wettelijk/landelijk kader (van beleid).
  27. Evaluatie 2009/2010 van het Beleidskader WZM 2008-
  28. GGD-monitor.
  29. Gemeentelijke beleidsnota’s.
  30. Trends, ontwikkelingen en (nieuwe) initiatieven 2012-
  31. 1Wettelijke kaders (van rijksoverheid) In deze paragraaf wordt stilgestaan bij dat het oorspronkelijke idee van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Naast een beschrijving van de wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente ihkv de Wmo en de praktische uitvoering hiervan wordt in deze paragraaf ook aandacht besteed aan flankerende Wmo-(rijks-)initiatieven zoals De Kanteling en Welzijn Nieuwe stijl. Ook de verplichting voor een Centrum voor Jeugd en Gezin en de kabinetsplannen zijn als wettelijke kader in deze paragraaf geïnventariseerd. De Wmo Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning ingevoerd. Er waren vanuit de wetgever destijds verschillende redenen voor invoering van de Wmo. Het systeem van zorg en dienstverlening voldeed steeds minder aan de (hoge) verwachtingen van de burgers. De verscheidenheid aan regelingen was erg verwarrend en daarbinnen was –volgens de rijksoverheid- de balans zoek tussen zaken waarvoor de burger zelf verantwoordelijk is en zaken waarvoor de overheid een collectieve verantwoordelijkheid draagt. Bovendien was er een (rijks-)bezuinigingsopdracht. Het rijk stelde –met invoering van de Wmo- een radicale verandering voor in het denken over en de praktijk van de maatschappelijke ondersteuning en huishoudelijke hulp. Het zou geen eenvoudige decentralisatie van taken naar gemeenten moeten zijn. Het uitgangspunt was niet langer een recht op zorg dat de overheid voor de burger realiseert maar de eerste verantwoordelijkheid ligt bij de burger die moet nagaan hoe die zijn of haar beperkingen zelf kan compenseren, gesteund door zijn sociale omgeving en in laatste instantie de gemeente. In de Wmo zijn de Wet voorzieningen gehandicapten, de Welzijnswet, een deel van de AWBZ en een deel uit de (toen nog) Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid samengevoegd in één wet. Een groot deel van de in de Wmo opgenomen taken voerde de gemeente ook al voor 1 januari 2007 uit. Echt nieuw was de uitvoering van de Hulp bij het huishouden die voorheen onder de AWBZ werd uitgevoerd. Bij veel gemeenten heeft de beleidsvorming en uitvoering zich in de eerste beleidsperiode vooral gericht op de implementatie van de Hulp bij het huishouden. Aan het ‘hogere’ doel van de Wmo werd –nog- weinig aandacht besteed. Dat doel van de Wmo was destijds – en nog steeds- MEEDOEN. ‘Meedoen over de volle breedte van de Nederlandse bevolking. Soms lukt dat meedoen niet op eigen kracht. Mensen indien nodig ondersteunen in hun bijdrage aan de samenleving, het herstellen van de zelfdredzaamheid, mensen toerusten om maatschappelijk te participeren, daar gaat het om : uit ‘Invoering van de Wmo 2007’. Met invoering van de Wmo werd ook het -onder de Wvg nog geldende- principe van zorgplicht ingewisseld voor compensatieplicht. Bij de compensatieplicht is het beoogde resultaat Zelfredzaamheid en Maatschappelijke participatie, de weg ernaartoe (in casu de voorziening) is naar/een keuze. De Wmo-praktijk van de afgelopen jaren was nog sterk gericht op de voorziening (rolstoel, taxi, woningaanpassing), zowel vanuit de gemeente als de burger, en minder op de manier van compensatie. Het project De Kanteling moet ervoor zorgen dat het oorspronkelijke doel van de Wmo –alsnog- wordt gehaald : de eerste verantwoordelijkheid ligt bij de burger die moet nagaan hoe die zijn of haar beperkingen zelf kan compenseren, gesteund door zijn sociale omgeving en in laatste instantie de gemeente. De Kanteling Het VNG4-project ‘De Kanteling’ is bedoeld om de in de Wmo vastgelegde compensatieplicht in de praktijk handen en voeten te geven. De wet schrijft immers niet voor hoe gemeenten de compensatie vorm moeten geven. Nu gebeurt dat bijna altijd aan de hand van de voorzieningenlijst voor de individuele verstrekkingen ter compensatie van de –in de wet vastgelegde- 4 beperkingen die burgers ondervinden
  32. Het doel van het project De Kanteling is ‘om gemeenten te stimuleren om de individuele compensatieplicht op een nieuwe wijze vorm te geven, zodat mensen met beperkingen betere kansen hebben om volwaardig mee te doen aan de samenleving. Van een voorzieningenaanbod gerichte aanpak naar een vraaggerichte aanpak. Tegelijkertijd zal er een groter beroep gedaan worden op de eigen mogelijkheden en de omgeving’. De drie peilers van de Wmo blijven echter ook in de Kanteling overeind: - eigen verantwoordelijkheid van de burger; - collectieve boven individuele voorziening; - algemeen boven specifiek beleid. In het kader van de Kanteling is een grotere rol weggelegd voor algemene voorzieningen. Tijdens een ‘gesprek aan de keukentafel’ wordt bekeken wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn om de vraag/het probleem ‘te compenseren’ met algemene voorzieningen. De vraag/het probleem is bij De Kanteling niet langer beperkt tot de eerder vermelde 4 beperkingen (volgens de Wmo). De Kanteling is gerelateerd aan de compensatieplicht op 86 te bereiken resultaten (die ook als zodanig kunnen worden vastgelegd in een Wmo-verordening): Het Kantelen moet gebeuren door –tenminste- te investeren op twee terreinen: Lokale loketten: burgers komen met hun vraag bij het loket. Daar wordt een zogenaamd ‘vraag achter de vraag-gesprek’ gevoerd om de echte beperkingen (bv eenzaamheid) te analyseren en oplossingen te bedenken. Welzijnsactiviteiten: de welzijnsactiviteiten (bv het verenigingsleven) worden als voorliggende algemene voorziening uitermate belangrijk om de Wmo betaalbaar te houden (zie ook de visie in de Startnotitie WMoZ 2012-2015). Welzijn Nieuwe Stijl Met het landelijke programma Welzijn Nieuwe Stijl wil het Ministerie van VWS gemeenten stimuleren om de maatschappelijke ondersteuning, vraaggerichter, effectiever en efficiënter te organiseren. Dit moet gebeuren door met professionele organisaties (bv maatschappelijk werk) op 8 bakens7 van Welzijn Nieuwe Stijl te investeren. De 3 hoofddoelstellingen van Welzijn Nieuwe Stijl zijn: Gemeenschappelijker: :Gemeenten hebben een visie op de doelen die ze willen bereiken, op de inzet van het welzijnswerk daarbij en de te bereiken maatschappelijke doelen. Deze zijn vertaald in een maatschappelijke agenda, die tot stand komt door een dialoog met maatschappelijke instellingen en burgers. Professioneler/Effectiever : Gemeenten sturen maatschappelijke partners beleidsrijker aan. Resultaatgericht is dus niet sturen op producten maar op resultaten en waar mogelijk op maatschappelijke effecten. Efficiënter : Welzijn Nieuwe Stijl dringt de ingesleten gewoonte terug om voor elk probleem een individuele oplossing te bieden, en om voor elke oplossing naar de overheid te kijken. Jeugdzorg In 2011 moeten alle gemeenten een operationeel Centrum voor Jeugd en Gezin hebben. In het CJG moeten de volgende instellingen samenwerken; Jeugdgezondheidszorg, onderwijs, Maatschappelijk werk, jongerenopbouwwerk, GGD, peuterspeelzalen, politie, kinderopvang en gemeente. Het CJG biedt alle kinderen en gezinnen ondersteuning en hulp bij het opvoeden en opgroeien. Het CJG wordt op termijn de front-office voor alle jeugdzorg. Het CJG Bladel is al volop in ontwikkeling, zowel beleidsmatig als de bouw van het nieuwe onderkomen aan de Markt in Bladel. De opening van het CJG wordt verwacht na de zomervakantie van
  33. Parallel aan de realisering van een CJG wordt ook de hele lokale zorgstructuur voor jeugd herontwikkeld in samenspraak met de betrokken partners. Er wordt in Bladel op dit moment veel geïnvesteerd in de relatie CJG – Onderwijs (ZAT’s) –gemeente. Regeerakkoord (nieuwe) kabinet In het regeerakkoord zijn de volgende voornemens opgenomen over de Wmo en AWBZ: De functie dagbesteding (bv voor demente ouderen op de zorgboerderij) wordt uit de AWBZ overgeheveld naar de gemeenten (Wmo). 2013 wordt een overgangsjaar, structurele invoering start in
  34. De overheveling gaat gepaard met een bezuiniging van 5%. De scheiding van (AWBZ-)wonen en (AWBZ-)zorg wordt doorgezet. Zorginstellingen moeten huur en servicekosten direct in rekening te brengen bij cliënten, die hiervoor via een verlaging van de eigen bijdrage en verhoging van de huurtoeslag voor worden gecompenseerd. Gehandicaptenzorg voor cliënten met een IQ boven de 70 wordt geschrapt. Uit het regeerakkoord over Zorg: de zorg aan mensen moet meer op wijk- en buurtniveau worden georganiseerd. De huisarts en de wijkverpleegkundige moeten daarin centraal staan. De schaal van de zorginstellingen moet terugkeren naar de menselijke maat. Uit het regeerakkoord over Jeugdzorg: De effectiviteit van de jeugdzorg moet worden verbeterd door een stelselherziening. Het kabinet zal daartoe de volgende maatregelen nemen: • Er moet één financieringssysteem komen voor het huidige preventieve beleid, de huidige vrijwillige provinciale jeugdzorg, de jeugd Licht Verstandelijk Gehandicapten en de jeugd-GGZ. • Alle taken op het gebied van jeugdzorg worden gefaseerd overgeheveld naar de gemeenten. Het betreft hier: jeugd-GGZ (zowel AWBZ als Zorgverzekeringswet), provinciale jeugdzorg, gesloten jeugdzorg, jeugdreclassering, jeugdbescherming en licht verstandelijk gehandicapte jeugd. Gemeentenworden dus financieel en uitvoeringstechnisch verantwoordelijk voor de uitvoering van alle jeugdzorg die nu onder het rijk, provincies, de gemeenten, de AWBZ en de ZvW valt. Alle gelden die hier momenteel in omgaan zullen (inclusief € 90 miljoen die provincies vanuit de algemene middelen inzetten voor jeugdzorg), verminderd met een efficiencykorting (€ 300 miljoen), worden overgeheveld naar gemeenten. - Wet werken naar vermogen De nieuwe Wet werken naar vermogen (Wwnv) wordt op 1 januari 2013 ingevoerd. Het kabinet wil er met de nieuwe wet voor zorgen dat zoveel mogelijk mensen naar vermogen gaan meedoen. Door de Wwnv ontstaat er één regime voor iedereen met ‘arbeidsvermogen’ die voorheen een beroep zou doen op de Wet Wajong, de WSW of de WWB/WIJ. 2Evaluatie 2009/2010 van het Beleidskader Welzijn, Zorg en Maatschappelijke Ondersteuning 2008-2011 Het Beleidskader WZM 2008-2011 wordt/is jaarlijks geëvalueerd. In hoofdstuk 4 van de Evaluatie over 2009 zijn de volgende aandachtspunten voor de resterende jaren van het nu nog geldende Beleidskader WZM (2010-2011) en –indien nog niet uitgevoerd- het nieuwe Beleidskader opgenomen: Druk op Wmo-voorzieningen/-budget. De toenemende druk op de individuele Wmo-verstrekkingen (mn agv vergrijzing) baart zorgen, zeker in relatie tot een beperkter gemeentelijk budget als gevolg van de bezuinigingen. In 2010 komen daar de na-ijleffecten van de AWBZ-Pakketmaatregele​n8 nog bij. Wonen, zorg en welzijn Alexanderhof. Het project Alexanderhof staat al een tijdje op de (Wmo-)agenda en is nog niet gerealiseerd. De doelstelling van dit project is het realiseren van zorgwoningen in de kern Hapert voor intensieve 24-uurszorg aan thuiswonenden met ondersteuning vanuit De Kloostertuin. Dienstencentrum Bladel (welzijns- en zorgondersteuning voor thuiswonenden ouderen). In 2010/2011 moet worden onderzocht wat met een ‘Dienstencentrum Bladel’ wordt beoogd. Daarbij moet niet op voorhand worden uitgegaan van een fysiek eindresultaat maar van de noodzakelijke functies in Bladel om een -sluitende- keten te vormen van zorg en welzijnsfuncties voor thuiswonenden (ouderen) met een beperking. De keuze voor een (fysieke) accommodatie/locatie is daarin volgend en niet leidend. Doorontwikkeling Zorgloket. Het Zorgloket Bladel is (nu nog) een informatie- en adviesloket. Burgers zullen steeds langer en dus met een zwaardere zorgbehoefte zelfstandig moeten blijven wonen. De cliënt moet zelf zijn wonen-, welzijn-, en zorgarrangement organiseren. Dat vereist regie door de cliënt en/of zijn (vaak al overbelaste) mantelzorger. Het Zorgloket zal hierin, als onafhankelijke partij, een ondersteuningsrol moeten gaan vervullen omdat voorkomen moet worden dat thuiswonenden door gebrek aan regie alsnog moeten worden opgenomen in een instelling. Vrijwilligersbeleid. Er moet (nieuw) gemeentelijk vrijwilligersbeleid worden geformuleerd (zie ook Rekenkameronderzoek verderop in deze notitie). Ontmoetingsruimte 16+ Bladel. Een ontmoetingsruimte voor 12 tot 15-jarigen in de kern Bladel en een ontmoetingsruimte voor 16+ in Bladel is nog niet gerealiseerd. Sport. Nieuwe sportmogelijkheden voor specifieke doelgroepen (ouderen en gehandicapten) initiëren. 3GGD-monitor De GGD verzamelt periodiek gegevens over de inwoners van Bladel waardoor ‘de staat’/ het welbevinden van de Bladelse burger inzichtelijk wordt. Op die manier krijgt de gemeente inzicht in en informatie over kwetsbare groepen maar ook de ‘gewone’ burger. Wat is zijn gezondheidssituatie? Hoe is zijn leefstijl (roken/drinken/bewegen)? Hoe zit het met de sociale contacten? In het nieuwe Beleidskader wordt geprobeerd om aan de hand van de GGD-monitors 2010/2011 een nul-situatie te beschrijven en een aantal objectief meetbare effecten van 4 jaar beleid te formuleren. In de bijlage bij deze Inventarisatienotitie treft u de ‘nul-rapportage 2010’ van de GGD aan. 4Bestaande gemeentelijke (beleids-) nota's In de gemeente Bladel zijn (nog) (beleids-)nota’s ‘actief’ die directe raakvlakken hebben met maatschappelijke participatie en dus met het nieuwe Beleidskader. De –nog actuele- ambities uit die beleidsnota’s moeten overeenstemmen met de ambities uit het nieuwe Beleidskader en zijn dus belangrijk bij deze inventarisatie. Het gaat om de volgende nota’s/programma’s: Advies rekenkamercommissie Eindrapport Onderzoek Vrijwilligersbeleid
  35. Toekomstvisie Leven in de gemeente Bladel
  36. Begroting/Meerjarenraming. Raadsprogramma. 4a. Toekomstvisie Leven in de gemeente Bladel 2030 De belangrijkste onderwerpen uit de Toekomstvisie over zorg zijn: • er moeten (letterlijk en figuurlijk) laagdrempelige voorzieningen komen waar iedereen gebruik van maakt. • mensen met een hulpvraag krijgen zorg op maat. • Inwoners van Netersel: moeten voor 24-uurszorg naar een andere kern. De multifunctionele accommodatie vormt het hart van de kern. Ouderen kunnen in de kern blijven wonen. • Inwoners van Casteren: moeten voor (24-uurs-)zorg naar een andere kern maar dankzij mantelzorg en technologie kunnen ook mensen met een zorgvraag lang in de eigen kern blijven wonen. De multifunctionele accommodatie vormt het hart van de kern. Ouderen kunnen in de kern blijven wonen. • Hoogeloon: (24 uurs)zorg in de kern. • Hapert: een volwaardig 24-uurs zorgpunt. • Bladel: alle vormen van zorg zijn aanwezig 4b. Begroting 2011, meerjarenperspectief t/m 2014 In het najaar van 2009 zijn er door het rijk ingrijpende bezuinigingen aangekondigd op het gemeentefonds. Voor de onderwerpen uit het (beoogde) Beleidskader heeft dat de volgende consequenties: Het budget voor lokaal gezondheidsbeleid (ad € 3.500,-) komt vanaf 2012 te vervallen. Heroverweging van (de aanbesteding van) Hulp bij het Huishouden 1 waarmee een besparing moet worden gerealiseerd van 15%. Korting op de subsidies van de Lumensgroep (Algemeen Maatschappelijk Werk), de GGD, het GOW, welzijn, de Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven, Novadic Kentron (verslavingszorg) en MEE Zuidoostbrabant van 20% in 20159, oplopend met 5% per jaar vanaf
  37. De gemeente Bladel hanteert voor de bezuiniging bij deze instellingen een bezuinigingsmatrix waarbij volgens een afpelmethode –in overleg met de instellingen- de subsidie wordt afgebouwd. De bezuinigingsmatrix gaat uit van bezuinigbare activiteiten (alles op het gebied van collectieve preventie) en niet bezuinigbare activiteiten (ondersteuning op individueel niveau van kwetsbare inwoners). 4c. Raadsprogramma 2010-2014 In het raadsprogramma 2010-2014 zijn de volgende –belangrijkste- ambities opgenomen over de onderwerpen uit het nieuwe Beleidskader: Jongeren Jongeren voelen zich thuis in de gemeente en hebben hierin een volwaardige plaats. In iedere kern is ruimte voor goede voor-, tussen- en naschoolse opvang. Er is voldoende opvoedingsondersteuning voor ouders. Kinderen en jongvolwassenen worden nauwkeurig gevolgd en gestimuleerd in hun ontwikkeling. Kinderen/jongeren en hun ouders worden ondersteund binnen en buiten de gezinssituatie bij het omgaan met belemmeringen in hun persoonlijke situatie. Jongeren worden betrokken bij ontwikkelingen in de gemeente. Preventie en opvang Mensen met een zorg- of hulpvraag krijgen hulp op maat op het gebied van maatschappelijke opvang, geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Inwoners met een hulpvraag kunnen zo lang als redelijkerwijs mogelijk is in de eigen woonomgeving blijven wonen. De gemeente beschermt en bevordert het lichamelijk, geestelijk en sociale welbevinden van alle inwoners. Zorgvragers kunnen in Multifunctionele Accommodaties terecht voor verschillende activiteiten en voorzieningen Maatschappelijke participatie Neemt de zorgvraag van mensen met een beperking toe, dan kunnen zorgbehoeftigen zo lang als redelijkerwijs mogelijk is in de eigen woonomgeving blijven wonen. Kinderen en jongeren kunnen elkaar ontmoeten, buiten op speelterreinen en hangplekken en binnen multifunctionele accommodaties. Alle inwoners hebben een volwaardige plaats in de gemeente, of ze nu gezond zijn of ziek, jong of oud, allochtoon of autochtoon. Dit wordt mede mogelijk gemaakt dankzij een grote groep vrijwilligers en mantelzorgers. Mensen met een zorg- of hulpvraag krijgen hulp op maat op het gebied van maatschappelijke participatie. Iedereen verplaatst zich, zowel in de woon- als werkomgeving zo zelfstandig en veilig mogelijk. Intramurale zorg is beschikbaar in één van de grotere kernen. 4d. Advies rekenkamercommissie Eindrapport Onderzoek Vrijwilligersbeleid 2010 Op 4 november 2010 heeft de gemeenteraad van Bladel het Eindrapport onderzoek vrijwilligersbeleid van de Rekenkamer besproken. De gemeenteraad heeft besloten de aanbevelingen uit het Eindrapport volledig over te nemen en mee te nemen in de beleidsvorming voor het nieuwe Beleidskader WMZ. De aanbevelingen zijn: Stel een nieuwe visie voor het vrijwilligersbeleid op die aansluit op het Wmo-beleid; Voer het vrijwilligersbeleid systematisch uit; Organiseer beter de innovatie van het vrijwilligersbeleid:
  38. Door een investering in de ondersteuningsstructuur. Het vrijwilligersveld in de gemeente bestaat vooral uit kleine vrijwilligersorganisaties en heeft geen beroepskrachten in dienst. Zij hebben daardoor beperkte mogelijkheden om te werken aan vernieuwing of ondersteuning van hun vrijwilligers. De ondersteuningsstructuur in de vorm van een makelaarsfunctie kan zorgen voor kwalitatieve verankering;
  39. Herijk het ondersteuningsaanbod en sluit aan op de behoefte van het vrijwilligersveld. Er moet een verbetering plaatsvinden bij de gemeentelijke aandacht, waardering en promotie van het vrijwilligerswerk, duidelijkheid omtrent het ondersteuningsaanbod, de procedures voor subsidies en vergoedingen, de collectieve verzekering, huisvesting en praktische faciliteiten. 5Trends, ontwikkelingen en (nieuwe) initiatieven 2012-2015 In deze paragraaf zijn toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen beschreven die van invloed zijn op de beleidsvorming en uitvoering van het nieuwe Beleidskader. Van verzorgingsstaat (door de overheid) naar participatiestaat De rol van de gemeente/overheid is de afgelopen 10 jaar nogal veranderd. Soms wordt zelfs gesproken over het einde van de verzorgingsstaat. Dat heeft niet alleen met het kostenaspect te maken (zie verderop in de notitie) maar ook met de wens van individuele burgers om te beschikken over keuzevrijheid en eigen regelruimte. Een beroep doen op de (collectief) gefinancierde zorg is minder makkelijk en vanzelfsprekend aan het worden. Het eigen ‘zorgend vermogen’ van de samenleving en zelf- en samenredzaamheid zijn algemeen geaccepteerde (en onder de Wmo toegepaste) voorliggende voorzieningen geworden. De grenzen van de participatiestaat –als voorliggende voorziening- zijn nog onduidelijk. Door de verschuiving van ‘opvang’ in professionele (zorg-)instellingen (agv terugtredende verzorgingstaat) naar participatie in en door de samenleving zien lokale clubs en verengingen een ‘hulpverleningsvraag’ (jongeren/mensen met een psychische beperking10) op hen afkomen. De sportclub of harmonie neemt daarmee de rol/taak van het buurthuis over (zie ook Toename hulpvraag Jeugdzorg). Toename hulpvraag Jeugdzorg In 2005 werden er bij de Bureau’s Jeugdzorg 58.000 aanvragen gedaan voor hulp; in 2009 was dat gestegen tot ruim 100.000 – een verschil van 70%. Maar het aantal mensen dat jongeren dat daadwerkelijk hulp kreeg van Bureau Jeugdzorg steeg ‘maar’ met ruim 20%. Uit nader onderzoek van door de MO-groep blijkt dat bijna 40 procent van de aanmeldingen bij Bureau Jeugdzorg niet wordt geaccepteerd. Ouders worden vaker doorverwezen naar lichte opvoedhulp (zie ook CJG). Toch is er duidelijk sprake van een substantiële stijging van het aantal hulpvragen van jongeren (en hun opvoeders) met een steeds complexere problematiek. Persoonsgebonden budget Steeds meer Awbz-geindiceerden kiezen voor een Persoonsgebonden budget. In de periode 2005-2009 is het aantal aanvragen voor een PGB gestegen van 33.650 in 2005 tot 72.000 in
  40. Dat is meer dan een verdubbeling. In 2010 heeft de stijging zelfs geleid tot een stop op de ‘uitgifte’ van PGB’s (stop is per 1-1-2011 opgeheven). Het rijk heeft –mede nav de medio 2010 afgekondigde stop- besloten om de PGB-regeling aan te passen. Zo moet een strengere controle oneigenlijk en misbruik voorkomen en ook zal er geen PGB meer worden verstrekt aan personen zonder vaste woon- of verblijfplaats en mensen met (forse) schulden. De belangrijkste wijziging is ‘de mogelijkheid’ van een PGB vervangen door een ‘wettelijk recht’. Vanaf 2014 zal in de AWBZ het wettelijk recht op een PGB zijn vastgelegd. Steeds meer Mantelzorgers (nodig) Een op de vier Nederlanders zorgt voor een chronisch ziek of gehandicapt familielid. Deze 3,5 miljoen mantelzorgers verlenen samen met ruim 400 duizend vrijwillige zorgverleners 80 procent van de totale zorg in Nederland. Van de 3,5 miljoen mantelzorgers verlenen er 2,6 miljoen intensieve zorg: langer dan drie maanden meer dan 8 uur per week. Daarvan combineert 70 procent zijn zorgwerk met een betaalde baan. Gemiddeld besteden deze mensen 17 uur per week –twee werkdagen- aan hun zorgtaak. Eén op de 8 mantelzorgers, 450 duizend mensen, is niet opgewassen tegen zijn of haar taak. Deze cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau

(2010)laten zien dat de zogenaamde informele zorg onmisbaar is geworden voor het in stand houden van ons zorgstelsel. De druk op de mantelzorg(
  1. er)zal nog meer toenemen door de bezuinigingen in de AWBZ. Methode Familiezorg Onder aanvoering van GOW, welzijn is in 2010 in de Kempen de Methode Familiezorg ‘uitgezet’. De Methode Familiezorg richt zich op zorgsituaties van families die behoefte hebben aan langdurige, intensieve zorg. Door de professionele hulp/zorg af te stemmen om de vraag, behoefte en mogelijkheden van het hele gezin worden ook de mantelzorgers nadrukkelijk betrokken in het zorg- en ondersteuningsaanbod. Op microniveau krijgen gezinnen één professioneel aanspreekpunt (systeembegeleider) en op mesoniveau werken alle professionele hulpverleners en organisaties samen voor het gezin. De werkwijze van de systeembegeleiding richt zich dus op twee aandachtsgebieden: het begeleiden van families en daarnaast het samenwerken met andere organisaties die betrokken zijn bij de families. Dementie Het aantal Nederlanders met Dementie zal binnen veertig jaar verdubbelen tot een half miljoen11. 70% van de groep mensen met dementie woont gewoon thuis. De zorg voor de dementerende naaste geldt als één van de zwaarste vormen van mantelzorg. Eén op de vier mantelzorgers van dementeren kampt met depressieve klachten12. 2010 2015 2020 2030 Aantal mensen met dementie 40+ Bladel 248 326 408 556 2010 2015 2020 2030 Mantelzorgers dementie Bladel 744 978 1224 1668 (Publieke aandacht voor) Eenzaamheid 30 procent van de Nederlandse bevolking is matig eenzaam. Ongeveer 10 procent is ernstig eenzaam. 6 procent van de Nederlandse bevolking behoort tot de sociaal geïsoleerden. Hoewel de maatschappelijke aandacht voor eenzaamheid is toegenomen blijkt uit wetenschappelijk onderzoek13 dat er geen sprake is van een toename van eenzaamheid. Wel vormen de alleenstaanden op leeftijd een risicogroep. Door het overlijden van de partner en gaten in familie- en vriendennetwerk en de ouderdom wordt de maatschappelijke participatie van deze groep nog eens extra belemmerd. Opkomst Buurtzorg De verpleging en verzorging thuis (door professionele verpleegkundigen) wordt door Buurtzorg (weer) dicht bij de mensen thuis georganiseerd in kleinschalige zelfsturende teams. Buurtzorg gaat uit van de behoeften, mogelijkheden, wensen en voorkeuren van de cliënt en de professionaliteit en autonomie van de wijkverpleegkundige. Uitgangspunt is dat Buurtzorg vervangend, ondersteunend en aanvullend werkt op het ‘informele’ netwerk van de cliënt (gezin, vrienden, buurt) en het ‘formele’ netwerk rondom de cliënt (huisarts, welzijn, eerste en tweede lijn). De omzet van Buurtzorg Nederland is in twee jaar tijd enorm gegroeid. Buurtzorg Nederland werkt met zelfstandig werkende teams van hoogopgeleide verpleegkundigen. Bijna de helft van alle (zelfstandige) wijkverpleegkundigen werkt inmiddels bij Buurtzorg. Opkomst kleinschalige, particuliere, zorg- en wooninitiatieven Er worden steeds vaker kleinschalige wooninitiatieven gestart. De kleinschalige wooninitiatieven gaan meestal uit van het principe van scheiden van wonen en zorg. De zorg wordt vaak via een PGB ingekocht. De huur wordt door de bewoners zelf betaald. Een voorbeeld van zo’n initiatief is het Wonen-in-Hapert project (zelfstandig wonen voor mensen met een verstandelijke beperking). Toename van chronisch zieken De groep chronisch zieken is de snelst groeiende groep binnen de gezondheidzorg. Ruim een kwart van de mensen heeft één of meer chronische ziekten. In totaal telt Nederland daarmee ongeveer 4,5 miljoen chronisch zieken. Een deel van de toename is te wijten aan de vergrijzing van de bevolking, waardoor leeftijdsgerelateerde aandoeningen vaker optreden zoals dementie. De grootste groep chronisch zieken is echter van middelbare leeftijd. Dit is vooral te verklaren door steeds eerdere diagnosestelling (bv van kanker) en betere behandel- en herstelmethoden. Ook de leefstijl (roken, drank, stress), gebrek aan beweging en (over-)gewicht spelen een rol in de toename van het aantal chronisch zieken. Toename van kwetsbare ouderen (agv dubbele vergrijzing) Het SCP heeft berekend dat er over 20 jaar naar verwachting meer dan 1 miljoen kwetsbare ouderen zijn, 300.000 meer dan nu. Een oudere is ‘kwetsbaar’ bij een opeenstapeling van verschillende klachten. Mensen die ‘kwetsbaar’ zijn lopen moeilijker, horen en zien slechter en raken vaak geïsoleerd. Bovendien lijden ze aan psychische klachten, geheugenverlies of eenzaamheid. Volgens het SCP is ruim een kwart van de ouderen kwetsbaar voor ernstige gezondheidsproblemen. In vergelijking met ‘normale’ ouderen hebben kwetsbare ouderen vier tot vijf keer zoveel kans om in een verzorgings- of verpleeghuis te worden opgenomen. Het risico om binnen 3 jaar te overlijden is, voor deze groep bovendien twee tot drie keer zo hoog. Een derde van ouderen met hooguit lager onderwijs is kwetsbaar, terwijl van ouderen met een hoge opleiding slechts één op de zeven kwetsbaar is. Van de 700.000 kwetsbare personen van 65 jaar of ouderen wonen er 550.000 zelfstandig. De rest woont in een verzorgings- of verpleeghuis. Tekort aan zorgpersoneel Op dit moment zijn ongeveer 1,2 miljoen mensen werkzaam in de zorg. Dat is 14% van de totale arbeidsmarkt. Als de ontwikkelingen van de afgelopen jaren zich onveranderd zullen voortzetten, zullen er tot 2020 circa 480.000 werkenden in de zorg bij moeten komen terwijl de te verwachten instroom 250.000 bedraagt. De schaarste op de arbeidsmarkt zal zich met name voordoen bij verpleegkundigen en verzorgenden. (On)betaalbare zorg Volgens het CBS besteedt Nederland jaarlijks bijna 75 miljard aan gezondheidszorg. Deze kosten zullen de komende jaren nog toenemen. Het CPB verwacht een groei van 4,2%. Dit is twee keer zoveel als de gemiddelde groei van de economie. Nederland behoort met de zorguitgaven internationaal tot de middenmoot. Opvallend in vergelijking met andere landen zijn de hoge uitgaven in Nederland aan ouderenzorg, zorg in instellingen en aan psychische stoornissen. Binnen de zorg is de AWBZ de grootste kostenpost. Veertig jaar geleden kostte de AWBZ minder dan 1 miljard euro, nu is dat 22 miljard euro – ruim 20 keer zo veel. De AWBZ-premie bedroeg een half procent van het bruto inkomen en was kostendekkend. Nu betaalt iedereen die in Nederland inkomen geniet bijna dertig keer zoveel; dat kan oplopen tot € 340,- per maand. Met de AWBZ-premie kan slechts 60 procent van de hele AWBZ worden betaald, de rest komt uit belastingen, eigen bijdragen van cliënten en uit de ziektekostenverzekeringen. De belangrijkste oorzaak van de stijgende kosten is de intensievere zorgvraag van cliënten. Een tweede oorzaak is dat mensen steeds vaker en langer thuis intensief verzorgd willen/moeten worden. In weerwil van de algemene gedachte is intensieve zorg thuis duurder en arbeidsintensiever dan zorg in verzorgings- en verpleeghuizen. De derde oorzaak is gelegen in de uitdijende AWBZ. De AWBZ is in de loop der jaren stevig uitgedijd met tal van verstrekkingen. Veel mensen doen een beroep op AWBZ-voorzieningen die nauwelijks iets met de –oorspronkelijk bedoelde- langdurige zorg (‘onverzekerbare risico’
  2. s)te maken hebben. Opkomst Zorgcirkels/Zorg op Afstand/Slimme zorg (E-health, domotica, telezorg, Viedome, screen-to-screen zorg) Slimme zorg, zorg op afstand, telezorg, e-health, domotica. Het zijn verschillende termen, maar het gaat om het gebruik van informatie- en communicatietechniek (ICT) in de zorg. Het gebruik van techniek in de zorg is niet meer weg te denken en zal een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Denk aan alarmeringssystemen, een beeldschermverbinding met een arts, een verpleegkundige of mantelzorger, val- of dwaalsignalarmering. Naast ondersteuning bij de zorg kan ICT een rol spelen in welzijn. Ouderen kunnen via internet contact hebben met hun (klein-)kinderen of boodschappen bestellen. Ook voor de mantelzorger kan ICT een uitkomst zijn. Het doel van een zorgcirkel is het gezamenlijk (lees: zorgaanbieders) organiseren van geplande en ongeplande welzijns- en (nacht)zorgdiensten. Mensen die aangesloten zijn bij een zorgcirkel krijgen een beeldscherm in huis. Daarmee kunnen ze (in de nacht) contact maken met de zorgcentrale. De zorgcentrale kan zelf hulp leveren (screen-to-screen), contact opnemen met een mantelzorger/vrijwilliger of een medewerker van het nachtteam oproepen. Opkomst Zorgcoöperaties Mede in navolging van de Zorgcoöperatie Hoogeloon zijn er in den lande meer initiatieven ontstaan voor zorgcoöperaties. Een zorgcoöperatie heeft tot doel om te voorzien in de behoefte van de eigen leden in voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn en zorg zodat die leden zolang mogelijk in de eigen kern kunnen blijven wonen. Het doel van een zorgcoöperatie wordt bereikt door het aanbieden van een makelaarsfunctie voor de leden tussen vraag en aanbod op de eerder genoemde aandachtsgebieden. Bespreking Inventarisatie met POP en ExpertgroepIn het traject om te komen tot besluitvorming van het nieuwe Beleidskader is de participatie van vertegenwoordigers uit de samenleving een belangrijk onderdeel geweest14. Er is een Expertgroep van ‘deskundigen’ met kennis van en uit de Bladelse gemeenschap gevormd. Daarin hadden professionals die beroepsmatig zijn betrokken bij de beleidsvelden uit het Beleidskader zitting maar ook vrijwilligers en ‘gewone’ burgers zijn geconsulteerd. Parallel aan de Expertgroep is ook het Platform Ondersteuning Participatie nauw betrokken geweest bij de beleidsvorming. Met zowel de Expertgroep als het POP is voornoemde Inventarisatie besproken en zijn –op basis daarvan- de volgende prioriteiten geformuleerd. Prioriteiten uit Inventarisatiefase na overleg met Platform Ondersteuning Participatie de Expertgroep In onderstaand schema zijn de resultaten weergeven van de discussies in het Platform Ondersteuning Participatie en de Expertgroep Beleidskader Wmo over de prioriteiten van Wmo-beleid voor de komende jaren. Programmaonderdelen Zorgpunten GGD-monitors Zorgpunten POP d.d. 28 februari 2011 Zorgpunten Expertgroep 28 februari 2011 Vrijwilligerswerk Mensen zonder baan doen minder vaak vrijwilligerswerk dan gemiddeld. De ondersteuning van vrijwilligers / vrijwilligersorganisaties (door de gemeente) moet gericht zijn op: • Meer waardering •‘Klantvriendelijkerbehandeling’ door de gemeente (bv bij subsidie-aanvragen) en voor hand- en spandiensten. Eén aanspreekpunt voor vrijwilligersorganisaties. • Houding van de gemeente moet meer meedenkend zijn en minder afwijzend. Sneller reageren op verzoeken van vrijwilligers. • Ondersteuning bij het vervullen van o.a. bestuursvacatures. • Verzekering bestuursaansprakelijkheid vrijwilligers. • De inzet van vrijwilligers bij/voor de opvang van kwetsbaren en mensen met een beperking in het reguliere aanbod is begrensd tot mensen met gedragsproblemen. Voor die laatste categorie blijft professionele inzet/ondersteuning –vaak 1 op 1- noodzakelijk, dat kan niet worden afgewend op vrijwilligers. Verenigingsleven kan een bijdrage leveren aan de participatie van (bijzondere) doelgroepen maar ‘beslag’ op de vrijwilligers is beperkt. Problemen o.a.: - Kwaliteit - Continuïteit - Flexibiliteit - Beschikbaarheid Bij inzet van vrijwilligers voor bijzondere doelgroepen moet men altijd kunnen terugvallen op professionals. Specifieke voorzieningen moeten blijven bestaan en kleine ‘1 op 1’ initiatieven / maatwerkoplossingen in de kernen moeten worden gewaardeerd en ondersteund. • De kunst is om mensen binnen een vereniging enthousiast te laten worden voor ondersteuning van mensen met een beperking. De oplossing zit ‘em niet in het oprichten en/of aanpassen van een structuur. • Doelgroepen die door verenigingen makkelijker kunnen worden betrokken zijn: - mensen met een laag inkomen - eenzaamheid. Moeilijke doelgroepen (voor verenigingen) zijn mensen met gedragsproblemen en/of een psychische/psychiatrische beperking. • Mensen met een GGZ-achtergrond vinden het op hun beurt lastig om een eerste stap te zetten. Er moet dus ook ‘een beweging’ komen van de mensen met een beperking. Vrijwilligersondersteuning • Zorg als gemeente voor goede spullen en een goede accommodatie (letterlijke gereedschapskist) • Zorg voor minder regels bij verenigingsactiviteiten/subsidie-aanvraag. Geef meer vertrouwen en ondersteuning. Ga als gemeente geen energie steken in het krijgen van verantwoording maar geef ondersteuning > andere houding. • Zorg voor ondersteuning bij het invullen van bestuursfuncties. • 1 aanspreekpunt voor verenigingen en vrijwilligersorganisaties. Verenigingsleven Kinderen in gezinnen met minimum inkomen sporten minder Het inkomen is onderschatte factor in de participatie van burgers / lidmaatschap verenigingen. Steeds meer mensen hebben schulden en moeite hebben met budgettering. De deelname aan maatschappelijke activiteiten wordt daardoor ernstig belemmerd. Prioritaire groepen zijn mensen met een psychiatrische beperking / verslavingsproblematiek, vluchtelingen en jongeren. Prioritaire problematiek Bladel: schulden waardoor participatie wordt bemoeilijkt. Buurtparticipatie Inzet van burgers om buurt te verbeteren is gering Participatie van allochtonen/vluchtelingen Voorzieningen Jongeren en volwassenen vinden dat er te weinig (jeugd)-voorzieningen zijn Prioritaire voorziening: jongerenaccommodatie kern Bladel Programmaonderdelen Zorgpunten GGD-monitors Zorgpunten POP Zorgpunten expertgroep Opvoeding, risicogroepen en ondersteuning Ouders met laag inkomen ervaren vaker stress bij de opvoeding en vragen ook vaker professionele hulp Gezinnen met een geringe sociale redzaamheid (bijv. door schulden, huisvesting, onderwijs) vormen belangrijke risicogroep voor ontwikkeling van hun kinderen. Het Centrum Jeugd en Gezin is in 2008 bij ouders nog vrij onbekend. Opvoedkundig psycholoog bij het CJG wordt gemist Problemen van jongeren Eén op de drie jongeren met psychische problemen denkt aan zelfdoding Prioritaire doelgroep: - ‘thuiszittende’ jongeren in afwachting van ‘een traject’ (zorg/onderwijs/werk). Oplossing: time-out rebound project. - jongeren met een laag inkomen. Prioritaire problematiek: - kinderen die niet naar school willen, onverklaarbaar ziek zijn, kinderen met angsten. Hulpverlening voor jongeren Jongeren met laagopgeleide ouders hebben veel vaker problemen en zoeken minder vaak professionele hulp. Bureaucratie Bureau Jeugdzorg Bezuinigingen in het speciaal onderwijs en opvang in het reguliere onderwijs. Programmaonderdelen Zorgpunten GGD-monitors Zorgpunten POP Zorgpunten expertgroep Eenzaamheid Mantelzorg Behoefte aan WMO / zorg voorzieningen Wegvallen van de functie Begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking met een IQ hoger dan 70. Alternatief voor de bezuiniging op de Ondersteunende en Activerende begeleiding. Prioritaire zorgdoelgroep Bladel : dementerende ouderen Prioritaire doelgroep: -zelfstandige wonende met verstandelijke en psychische / psychiatrische beperking waarvan de professionele begeleiding steeds meer verschraalt. - Nieuwe verhouding / samenwerking voor formele en informele zorg en professionals en vrijwilligers/mantelzorgers (binnen Zorgloket/methodiek) - Prioritaire methodiek: compacte woonzorgzones (in de kleine kernen) - Bedreiging en daarom regie gevraagd op marktwerking in de zorg. Te veel instellingen komen ‘over de vloer komen’ bij een thuiswonende. - Ouderen zo lang mogelijk in het eigen dorp - 24-uurszorg op afstand - Slimme Zorg / ICT-initiatieven maar grenzen –ook financieel- aan professionele zorg thuis. Programmaonderdelen Zorgpunten GGD-monitors Zorgpunten POP Zorgpunten expertgroep (On)bekendheid met WMO / zorgvoorzieningen Bijna 1opde 5 ouderen weet niet waar gewenste Wmo-voor-zieningen te krijgen zijn. Inkomen speelt een rol. Onduidelijkheid / onbekendheid van het Bladels Zorgloket. Het Zorgloket moet (nog) meer naar de mensen toe gaan. Gebruik WMO / zorgvoorzieningen Inzet van vrijwilligers bij/voor de opvang van kwetsbaren en mensen met een beperking is begrensd tot mensen met gedragsproblemen. Voor deze categorie blijft professionele inzet / ondersteuning –vaak 1 op 1- noodzakelijk, kan niet worden afgewend op vrijwilligers. Programmaonderdelen Zorgpunten GGD-monitors Zorgpunten POP Zorgpunten expertgroep Psychische gezondheid Depressie en angsten Huiselijk geweld Huiselijk geweld. Overgewicht Overgewicht in Bladel toegenomen onder 12 t/m 18 jarigen en volwassenen Prioritaire problematiek: ongezonde leefstijl bij kinderen Meer dan de helft van de inwoners vanaf 12 jaar eet te weinig groente en fruit Sporten / bewegen Prioritaire problematiek: ongezonde leefstijl bij kinderen Alcoholgebruik In Bladel vinden meer ouders het verantwoord dat hun kind vóór zijn 16de drinkt dan in de regio Prioritaire problematiek: ongezonde leefstijl bij kinderen> alcohol en drugs Jongeren die drinken, drinken veel Het bereik van problematische drinkers in Bladel is erg laag Prioritaire zorgproblematiek Bladel: verslaving. Drugsproblematiek icm psychiatrische problematiek en als gevolg daarvan overlastsituaties. Verslavingszorg moet te ver weg gehaald worden (Eindhoven). Te weinig zichtbaar in Bladel (behalve dan op het Pius X). Prioritaire problematiek Bladel: verslaving (alcohol) Kwetsbare ouderen Ruim één op de vijf ouderen in Bladel is kwetsbaar Kwetsbare ouderen krijgen niet altijd de (extra) hulp ze nodig hebben Prioritaire doelgroep: dementeren en kwetsbare ouderen: zij die in het verleden in het bejaardenhuis zat en nu zelfstandig woont maar wel ‘beschutting’ nodig heeft). Risicogroep sociale uitsluiting Ruim 100 inwoners van 19 jaar en ouder hebben grote kans op sociale uitsluiting Hoofdstuk3Visie en ambities 2012-2015 In de door de raad vastgestelde Startnotitie Beleidskader Welzijn, Maatschappelijke Ondersteuning en Zorg periode 2012-2015 is de volgende visie voor het nieuwe beleidskader vastgelegd15: Visie Iedereen in Bladel moet binnen de eigen mogelijkheden mee kunnen doen. Alle Bladelnaren moeten gelijke kansen krijgen om te ontmoeten, te ontspannen en zichzelf te ontplooien door een zo breed, normaal en toegankelijk mogelijk kwantitatief en kwalitatief aanbod van wonen, welzijn, onderwijs, zorg, werk en inkomen. Doelstelling van het Beleidskader 2011-2015 Het normaliseren van het aanbod voor: sociale samenhang en leefbaarheid, opgroeien en opvoeden, maatschappelijke participatie en preventie en opvang, door verbetering en verbreding van de toegankelijkheid. Voornoemde visie is steeds het kader geweest waaraan de ambities uit dit hoofdstuk zijn getoetst waarbij, naar aanleiding van de overleggen met het Platform Ondersteuning Participatie en de Expertgroep WMoZ (op 28 februari 2011, 23 mei, 30 mei, 27 juni, 4 juli en 29 augustus), nog nadrukkelijker het als gemeente waarborgen van de vangnetfunctie voor individuele ondersteuning door verpersoonlijking van het aanbod is geagendeerd. De ambities in dit hoofdstuk zijn opgedeeld in twee blokken. In het tweede blok van dit hoofdstuk worden de ambities behandeld die –conform de Startnotitie en het vorige Beleidskader- kunnen worden ondergebracht bij de 4 programma’s: Sociale samenhang en leefbaarheid Opgroeien en opvoeden Maatschappelijke participatie Preventie en opvang. In het eerste blok van dit hoofdstuk worden de ambities beschreven die niet (kunnen) worden onderbracht bij een specifiek programma-onderdeel maar die wel wezenlijk zijn voor het invullen van de visie en het realiseren van de ambities uit het tweede deel. Blok 1 : Rendementsimpuls van formele en informele (zorg-)infrastructuur Het realiseren van de in dit hoofdstuk vermelde visie en de ambities in de 4 programma’s uit Blok 2, kan niet zonder aanpassing van de huidige infrastructuur voor lokale zorg- en welzijnsondersteuning. Dit wordt deels ingegeven door (van bovenaf opgelegde) initiatieven als De Kanteling en Welzijn Nieuwe Stijl maar ook door ervaringen en signalen van vrijwillige en professionele werkers in Bladel. Een rendementsimpuls in de bestaande infrastructuur van zorg en welzijn is noodzakelijk. Inleiding Het denken in producten, projecten, (financiële)systemen, institutionele voorzieningen en specialistische professionele zorg heeft er de afgelopen jaren toe geleid dat –toeleiding naar- op het oog tamelijk eenvoudige (eerstelijns-) welzijns- en zorgdiensten voor de burger en professional zeer complex zijn geworden. De vraag: hoe en door wie wordt de burger het beste maatschappelijke ondersteund om te kunnen deelnemen aan de samenleving? kan door de complexiteit van financiële stromen en beperkte verantwoordelijkheid van professionals niet meer met een eenvoudige en goedkope oplossing in de directe omgeving van de burger beantwoord worden. Een betere afstemming tussen en toeleiding naar de al bestaande (eerstelijns-) welzijns- en zorginfrastructuur zijn noodzakelijk. Dat willen we bereiken door de komende jaren de nu nog gefragmenteerde, formele en informele infrastructuur beter te benutten volgens de volgende twee sporen: Investeren in (al bestaande) informele en collectieve participatiestructuren; Verbetering van de toeleiding naar en onderlinge afstemming van formele en informele participatiestructuren via het Zorg- en Meedoenloket16 Bladel. Spoor 1 : Investeren in de afstemming van bestaande informele en collectieve participatiestructuren. In de participatie van mensen met beperkingen kun je drie domeinen onderscheiden: het domein van de familie, het domein van de directe omgeving (‘civil society’, volgens de Wmo) en het domein van de staat. Al bij invoering van de Wmo in 2007 heeft de wetgever beoogd dat ‘de staat’ het laatste domein zou moeten zijn waar (kwetsbare) burgers een beroep op doen. Tot nu toe is dit oorspronkelijke uitgangspunt van de Wmo nog maar in beperkte mate gerealiseerd, om twee redenen: De burger vraagt naar een specifieke voorziening. Daarbij is vaak niet de beperking het uitgangspunt (bv geringe mobiliteit) maar de voorziening/het product (bv een scootmobiel); Onduidelijkheid over het informele en collectieve aanbod. Het aanbodgerichte gedrag van de burger zal de komen jaren moeten verschuiven naar (nog meer) eigen verantwoordelijkheid nemen en zelf maximale (financiële) inspanning leveren om een beperking te compenseren. De versobering van de Wmo en de (financiële) beperkte toegang tot individuele voorzieningen (bv ihkv De Kanteling) zullen bijdragen aan die ‘kanteling’ in denken. Die beoogde eigen verantwoordelijkheid van burgers en zijn omgeving (eerste en tweede domein) moet gekoppeld worden aan een investering in het aanbod en de (infra)structuur van informele en collectieve ondersteuning. Onze ambities voor de versterking van informele en collectieve participatiestructuren voor 2012-2015 zijn: Realiseren van een Ketenplan van informele zorg per kern met afspraken over de afstemming van formele zorg17 en informele zorg in de kern. Plan per kern om 24-uurs formele zorg en welzijn (op afstand) te garanderen als achtervang en ondersteuning van keten van informele zorg. Subsidieafspraken met professionele en vrijwillige subsidie-ontvangers, als onderdeel van de subsidietoekenning, over hun bijdrage aan het Ketenplan per kern en de Maatschappelijke Agenda 2012-2015. Nieuwe collectieve arrangementen per kern om hiaten in de informele zorg en collectieve participatie structuren te ondervangen. Ad 1. Realiseren van een Ketenplan Bladel van informele zorg per kern met afspraken over de afstemming van formele zorg en informele zorg in de kern. De zorgbehoevende burger is vaak onbekend met het bestaande collectieve aanbod van formele en informele zorg in zijn kern. Ook aanbieders zijn vaak onvoldoende op de hoogte van elkaars aanbod. Hierdoor blijven initiatieven onbenut, is onvoldoende duidelijk of er hiaten zijn in het aanbod en –last but not least- blijkt er nogal eens sprake te zijn van een overlappend (zelfs concurrerend) aanbod. Een ketenplan moet zorgen voor die duidelijkheid. In dit ketenplan moeten praktische afspraken worden gemaakt voor samenwerking, partnerschap en een gezamenlijk dienstenaanbod zodat een netwerk van informele en formele zorg per kern ontstaat. Ad 2. Plan per kern om 24-uurs formele zorg en welzijn (op afstand) te garanderen als achtervang en ondersteuning van keten van informele zorg. In de Bladelse kernen is veel onduidelijkheid over de mogelijkheid om met beperkingen (zo lang mogelijk) in de eigen kern/eigen woning te kunnen blijven wonen. Essentieel voor het zelfstandig kunnen blijven wonen is een keten van informele zorg met als achtervang de beschikbaarheid van formele (24-uurs)zorg en welzijn (op afroep). Dat is primair een taak van de professionele zorgaanbieders. Maar ook de gemeente heeft als regievoerder op het terrein van wonen, zorg en welzijn nadrukkelijk een taak. Voor de zorgvrager zelf maar, vanuit de gemeentelijke verantwoordelijkheid, ook voor zijn/haar omgeving (bv vanwege een toename van overlastsituaties voor de buurt van zelfstandig wonenden met psychische beperkingen). Om tot een sluitend voorzieningenaanbod te komen (zeker in de kleinere kernen van Bladel) is zorg op afroep een onmisbare schakel. De gemeente moet inzicht krijgen en hebben in de lokale ‘dekkingsgraad’ en moet, als deze onvoldoende zou zijn, andere partijen hierop aanspreken en samen zorgen voor een plan van aanpak voor een volledige dekking. Om ad1. en ad2. te realiseren wordt per Bladelse kern in de periode 2012-2015 een analyse gemaakt, oplossingen aangedragen en afspraken gemaakt met formele en informele aanbieders over de inhoud van het (24-uurs) ketenplan. De ketenplannen zullen per kern verschillen. Afhankelijk van de ambitie en de mogelijkheden van en in een kern zal er een plan ‘op maat’ worden gemaakt. Het resultaat (ic het Ketenplan) zal goed moeten worden gecommuniceerd met de aanbieders maar zeker ook met inwoners van de kern zodat zij weten wat de mogelijkheden zijn in hun kern om zo lang mogelijk in de eigen kern te kunnen blijven participeren. De Toekomstvisie Bladel 2030 zal bij de analyse het vertrekpunt zijn omdat daarin is aangegeven hoe kernen zich de komende jaren (zouden moeten) ontwikkelen. We stellen voor om bij de analyse de volgende methodiek te hanteren: Inventarisatie van het huidige aanbod aan formele en informele zorg en welzijnsdiensten (volgens lijst Public Care ‘Voorzieningen voor zorg- en welzijnsdiensten in kernen van gemeenten’). Overeenstemming met lokaal werkende informele en formele aanbieders over het gewenste voorzieningenniveau per kern. Om de tekorten te kunnen aangeven moet per voorziening of activiteit een norm of een gewenst pakket (basisniveau) aan formele en informele zorg worden vastgesteld. Gezamenlijke vaststelling van de leemten en prioritering. Per kern wordt op basis van de inventarisatie (A) en de toetsing van het bestaande op het gewenste voorzieningenniveau (B) vastgesteld wat de tekorten en de leemten zijn. Een meerjarenactieprogramma voor de periode 2012-2015 voor invulling van de hiaten met een aanvullend aanbod van informele en formele participatie en zorg. Daarbij gaat een collectief aanbod bij een bestaande voorziening/organisatie altijd boven een individuele of specifiek op de doelgroep gerichte voorziening. Voorbeeld De Boei Toepassing van de hierboven beschreven methodiek, met name onderdeel d., zal weerbarstiger zijn dan het lijkt. Als voorbeeld wordt hier De Boei beschreven. De Boei (GGzE) heeft bij de Zorgboerderij De Hooiberg in Bladel (AWBZ-geïndiceerde) dagopvang voor cliënten met een ernstige psychiatrische problematiek. Daarnaast is er op de Hooiberg een inloopvoorziening (koffie en praatje) voor mensen met een psychiatrische en/of psychosociale problematiek die niet in aanmerking komen voor een AWBZ-indicatie of naast hun AWBZ-indicatie gebruik maken van de inloopvoorziening. De activiteiten van de De Boei worden op de Zorgboerderij gecombineerd met de Voedselbank waar deelnemers aan de dagopvang/inloop vrijwilliger zijn. De begeleiding op de zorgboerderij gebeurt door beroepskrachten van de GGzE. De financiering van de inloopactiviteit staat onder druk omdat deze activiteit aanvullend is op de (AWBZ-gefinancierde) dagopvang. Met toepassing van bovenvermelde methodiek zou de conclusie kunnen zijn dat de inloopfunctie weliswaar in een behoefte voorziet maar dat een bestaand aanbod bij een reguliere Bladelse vereniging ook een heel goed alternatief zou kunnen zijn voor de inloopmiddag. Dat hoeft niet per se inloopmiddag voor een specifieke (begrensde) doelgroep onder leiding van een GGzE-professional te zijn. Ad 3. Subsidieafspraken met professionele en vrijwillige subsidie-ontvangers, als onderdeel van de subsidietoekenning, over hun bijdrage aan het Ketenplan per kern en de Maatschappelijke Agenda 2012-2015. De ambities van de gemeente voor de versterking van de informele zorg en het collectieve aanbod (en de concrete vertaling hiervan in de Maatschappelijke Agenda 2012-2015) moeten worden onderschreven door de subsidiënten. Dat moet zich niet beperken tot intenties maar het moet resulteren in concrete acties en maatschappelijke effecten. De gemeente zal daarvoor het instrument van subsidie inzetten. Dat geldt zowel voor de informele als formele subsidiënten. Op die manier neemt de gemeente nadrukkelijk(
  3. er)de regie over het door de gemeenteraad beoogde informele en formele aanbod (volgens de Maatschappelijke Agenda) en vooral de afstemming daarvan tussen de verschillende aanbieders in de kernen in het Ketenplan. Ad 4. Nieuwe collectieve arrangementen per kern om hiaten in de (in)formele zorg en collectieve participatie structuren (op basis van het Ketenplan) te ondervangen. De Kanteling kan niet zonder een investering in het aanbod van informele zorg. Dat doen we door de structuur aan te passen (met het ketenplan) maar ook met nieuwe initiatieven in het collectieve aanbod volgens het gemeentelijk subsidieprogramma (zie Blok 2). Daarbij zal –gelet op de beperkte subsidiebudgetten- in eerste instantie het uitgangspunt ‘nieuw voor oud’ gelden maar ook in aanvullende initiatieven zal worden geïnvesteerd om zo een claim op een duurdere, individuele voorziening te voorkomen. Voor wat betreft de invulling van de arrangementen moet voorkomen worden dat de gemeente (eventuele) bezuinigingen in de Awbz ‘1 op 1’ gaat repareren. Een verschraling of aanscherping (door het rijk) van bijvoorbeeld de functie Begeleiding waardoor de dagopvang voor ouderen wordt versoberd kan niet volledig worden gerepareerd door de gemeente. Bestaande (gesubsidieerde) informele initiatieven moeten dat zo veel mogelijk opvangen. Desondanks is door het POP en de Expertgroep aandacht gevraagd voor een groep (voornamelijk) ouderen die weliswaar (nog) niet in aanmerking komen voor een Awbz-indicatie maar die te hulpbehoevend zijn om nog aan te kunnen sluiten bij bestaande initiatieven (bv Kbo-activiteiten). Voor deze groep zou een collectief arrangement ‘op maat’ mogelijk moeten zijn. Dat kan onder andere door nieuwe samenwerkingsvormen van informele en formele zorg waarbij de zorg (bv dagopvang) niet meer vanuit een professioneel systeem (door een zorgaanbieder) wordt verleend maar waarbij vrijwilligers(groepen) –bij voorkeur in de kern- met ondersteuning van een professional ‘op afstand’ zelf een aanbod opzetten en in stand houden. Samenvattende conclusie Spoor 1 Voor iedere Bladelse kern wordt een Ketenplan gemaakt met een voor de kern passend en dekkend niveau van informele en formele participatie. Dit ketenplan wordt onder regie van de gemeente opgesteld in overleg met formele en informele aanbieders. Niet elke ‘problematiek’ leent zich voor een inventarisatie op kernniveau. Soms is een thematisch Ketenplan op de schaal van Bladel nodig. Denk dan bijvoorbeeld aan de (prioritaire) problematiek van schulden. De implementatie van ‘Spoor 1’ kan worden geïnitieerd door aansluiting bij de –nu nog beperkte- pilot Welzijn Nieuwe Stijl gemeente Bladel. Pilot Welzijn Nieuwe Stijl gemeente Bladel Op initiatief van Dommelregio/Lumensgroep hebben de gemeente Bladel, GOW Welzijn, Zuidzorg en Dommelregio/Lumensgroep onlangs een (voorzichtige) start gemaakt met het denken over Welzijn Nieuwe Stijl en wat dat voor voornoemde organisaties zou kunnen betekenen. Uit de 8 bakens van Welzijn Nieuwe Stijl zijn tijdens een bijeenkomst op 9 december 2010 de volgende 3 prioritaire bakens benoemd: 1. Formele en informele oplossingen in optimale verhouding. 2. Balans van collectieve en individuele oplossingen. 3. Direct er op af: geen bureaucratie. Signaleren en erop af om erger te voorkomen. In een vervolgbijeenkomst op 16 mei jongstleden is besloten om de Pilot Welzijn Nieuwe Stijl aan te laten sluiten op de Ketenplanambities uit het Beleidskader Welzijn, Maatschappelijke ondersteuning en Zorg 2012-2015 met als prioritaire problemen: Schulden en Eenzaamheid. Op die manier krijgt Welzijn Nieuwe Stijl een beleidsmatig kader waarbinnen dit initiatief kan worden voortgezet. Spoor 2. Verbetering van de toeleiding naar en onderlinge afstemming van formele en informele participatiestructuren via het Zorg- en Meedoen-loket. Het meedoen aan activiteiten in de samenleving gaat niet voor iedereen vanzelfsprekend. Soms is een individueel gerichte begeleiding een oplossing, soms voldoet het bestaande collectieve aanbod met een kleine aanpassing of begeleiding van vrijwilligers en mantelzorgers. Het kan ook zijn dat mensen actief betrokken moeten worden bij activiteiten om uit hun isolement te komen. De rol van de gemeente is dan het toeleiden naar en versterken van reguliere meedoen-mogelijkheden. Onze ambities voor het versterken van de toeleiding naar meedoen voor 2012-2015 zijn: 1. Doorontwikkeling Zorgloket Bladel tot Zorg- en Meedoen-loket Bladel om toegang en toeleiding tot en gebruik van algemene voorzieningen te verbeteren. 2. Doorontwikkeling SPAR tot professioneel casuïstiekoverleg voor kwetsbare burgers. 3. Implementatie casuïstiekoverleg formele zorg volgens Methode Familiezorg. 4. Versterking van de ondersteuning van het vrijwilligerswerk en informele zorg door: - een professionele vrijwilligersondersteuner in de persoon van de Stagemakelaar. - nieuw vrijwilligersbeleid. 5. Versterking van de ondersteuning van mantelzorgers door professionele 1 op 1 ondersteuning. 6. Vereenvoudiging van de indicatiestelling van Awbz-functies en Wmo-voorzieningen voor zelfstandig wonenden. Ad 1. Doorontwikkeling Zorgloket tot Zorg- en Meedoen-loket om toegang en toeleiding tot en gebruik van algemene voorzieningen te verbeteren. Het Zorgloket Bladel moet de belangrijkste verbinding worden tussen het voorzieningenaanbod en de participatievraag in brede zin. Het wordt de ‘voorpost’ van uitvoering van het beleid voor Welzijn, Maatschappelijke Ondersteuning en Zorg. Het Zorgloket Bladel wordt daardoor getransformeerd tot een Zorg- en Meedoen-loket. Om het Zorg- en Meedoen-loket zo lokaal en laagdrempelig mogelijk te maken streven we naar ‘dislocaties’ in iedere kern. Zo’n dislocatie is geen fysiek loket maar wel een ‘gezicht’ (bv met een spreekuur). Samen met de Zorgcoöperatie Hoogeloon hebben we in 2011 al een succesvolle pilot gerealiseerd in Hoogeloon. De professionals uit het Zorg- en Meedoen-loket worden de verbinding tussen participatievraag en aanbod. Dat kan een individuele Wmo-voorziening zijn (zoals
  4. nu)maar ook toeleiding naar informele zorg of een sportvereniging.Door het Zorg- en Meedoen-loket Bladel ontstaat een werkvorm waarbij de participatievraag aan de ene kant wordt verbonden met een (soms nog te ontwikkelen) aanbod aan de andere kant. Ad 2. Doorontwikkeling SPAR18 Bladel tot professioneel casuïstiekoverleg voor alle kwetsbare burgers. Voor burgers (met beperkingen) blijft het lastig om in het totale aanbod van wonen, zorg en welzijn de ondersteuning te vinden die aansluit op hun situatie. Voor de kwetsbare burgers met een psychische problematiek (en hun mantelzorger!) is dat nog veel moeilijker. Vaak zijn zij door hun situatie zodanig belast dat ze het overzicht kwijt zijn en het moeilijk vinden om zelf aan te geven wat ze nodig hebben. In de Wet(
  5. mo)is daarom bepaald dat de taak van de gemeente niet beperkt moet blijven tot informatie en advies maar zich nadrukkelijk ook moet richten op cliëntondersteuning voor de (psychisch) kwetsbaren. Deze groep heeft behoefte aan één ingang voor het hele pakket dat ze nodig hebben en integrale afstemming van dat pakket tussen de verschillende aanbieders. Tegelijkertijd geeft dit (zorg-)aanbieders de mogelijkheid om hun zorginzet op elkaar af te stemmen. Naar aanleiding van de Inventarisatie in Hoofdstuk 2 heeft de Expertgroep als prioritaire doelgroep de zelfstandig wonende met verstandelijke en psychische/psychiatrische beperking aangemerkt. Deze groep gaat o.a. door de verschraling van de AWBZ (bv beëindiging begeleiding met een IQ hoger dan 70) een nadrukkelijkere rol krijgen in de ‘normale’ samenleving. Dat levert zonder een professionele adequate begeleiding problemen op voor de cliënt zelf maar zeker ook voor zijn omgeving (overlast). Eind 2007 hebben in de gemeente Bladel verschillende professionele organisaties de handen ineen geslagen om steun te geven aan deze groep van kwetsbare burgers met psychische problematiek. Dit ‘verbeterteam sociale participatie’, genaamd SPAR, heeft als doel kwetsbare burgers met een psychische problematiek uit hun geïsoleerde positie te halen. Zo’n netwerk wordt ook wel een Maatschappelijk Steunsysteem genoemd. De deelnemers aan het overleg zijn: Zorgloket van de gemeente Bladel (voorzitter) GOW Welzijnswerk, MEE, de Boei, Beschermd wonen Bladel, Lunetzorg en de Lumensgroep (maatschappelijk werk) en GGzE. De medewerkers van het verbeterteam gaan bij de mensen langs. Ze gaan in gesprek met mensen over hun behoefte en drempels die ze tegenkomen als ze mee willen doen en ze geven steun. Soms wordt er een psychische problematiek gesignaleerd waar gespecialiseerde hulp voor nodig is. Daarover worden dan afspraken gemaakt in het SPAR. Doorontwikkeling Het SPAR is nu (nog) vooral gericht op het bevorderen van de sociale participatie. De problematiek van kwetsbare zelfstandig wonenden (met een psychische beperking) neemt echter toe. Zowel in aantallen, doelgroepen en ‘zwaarte’ en zowel voor de cliënt als zijn (woon-)omgeving. Het SPAR moet mee in deze veranderende vraag. De inzet moet niet langer uitsluitend gericht zijn op sociale participatie maar ook op afstemming op casusniveau van zorghulpverlening en het voorkomen van overlastsituaties van kwetsbaren. Dit veronderstelt een extra inzet van de deelnemende partijen. Zeker van het Zorg- en Meedoen-loket Bladel die als voorzitter het initiatief zal moeten nemen om deze veranderende rol van het SPAR te agenderen. Indachtig de opmerkingen van het POP en de Expertgroep zal het SPAR moeten uitgroeien tot het Bladelse afstemmingsoverleg voor professionals op casuïstiekniveau voor alle kwetsbaren19. Dat betekent dat het SPAR moet worden aangevuld met Novadic-Kentron en Jeugdpunt en/of de coördinator Centrum Jeugd en Gezin. De coördinator CJG is belangrijk om de verbinding te maken met het ketenoverleg van het CJG. De vertegenwoordiger van het Jeugdpunt is de verbinding naar het JOR-overleg20. (waar overlastsituaties van jongeren worden besproken). Digitalisering SPAR (op advies Expertgroep) Bij de doorontwikkeling van het Bladelse SPAR moet nadrukkelijk aandacht zijn voor digitale uitwisseling van informatie tussen de deelnemers aan het SPAR en doorverwijzers (zoals huisartsen). Er zijn al diverse signaleringsoverleggen (bv in de gemeente Veldhoven) en ‘branche-organisaties’ (bv van de Praktijkondersteuners huisartsen) die een digitaal uitwisselingssysteem hebben. Ad 3. Casuïstiekoverleg formele zorg op kernenniveau volgens Methode Familiezorg onder regie van het Zorg- en Meedoen-loket. De organisatie en afstemming van wonen, welzijn en zorg is complex, juist omdat de verschillende aanbieders te maken hebben met verschillende (landelijke) beleidskaders en financiers. Het vraagt dan afstemming tussen de verschillende disciplines om schotten te overbruggen. Dat kan het beste op uitvoeringsniveau. De mensen die ‘zorgen voor de handen aan het bed’ moeten onderling afspraken maken. Dat begint met overeenstemming over de juiste methode voor het maken van die uitvoeringsafspraken. Die is er nu bij de Bladelse en regionale instellingen. De Methode Familiezorg heeft zich inmiddels bewezen als een goede methode om te komen tot werkafspraken. Een punt van (grote) zorg is de regierol bij de daadwerkelijke implementatie en uitrol van de Methode Familiezorg. Die zou bij het Zorg- en Meedoen-loket moeten liggen. Ad 4. Versterking van de ondersteuning van het vrijwilligerswerk en informele zorg door: een professionele vrijwilligersondersteuner en makelaar in de persoon van de Staemakelaar. breder aanbod vrijwilligersondersteuning > nieuw vrijwilligersbeleid. Ad 4a. een professionele vrijwilligersondersteuner en makelaar in de persoon van de Stagemakelaar. Om de toegang van doelgroepen tot reguliere activiteiten te verbeteren en voor de ontwikkeling van aanbod van (preventieve) activiteiten voor doelgroepen en specifieke aandachtsgebieden (bv dementie, obesitas bij kinderen) is professionele ondersteuning van vrijwilligersorganisaties nodig. Dat kunnen vrijwilligersorganisaties niet alleen. Bovendien moeten zij bij de begeleiding van bijzondere doelgroepen in hun organisatie kunnen terugvallen op professionele ondersteuning (van de gemeente). Daarom wordt voorgesteld om aan het Zorg- en Meedoen-loket een vrijwilligersondersteuner toe te voegen in de persoon van de Bladelse Stagemakelaar. Deze Stagemakelaar/Vrijwilligersondersteuning wordt de verbinding tussen de individuele vraag en het collectieve aanbod van vrijwilligerorganisaties. Stagemakelaar Scholen voor het voortgezet onderwijs zijn verplicht om leerlingen van het voortgezet onderwijs met ingang van het schooljaar 2011-2012 een maatschappelijke stage van 30 uur te laten lopen. De (hogere) doelstelling van de rijksoverheid met maatschappelijke stages is om meer mensen te bereiken/motiveren voor het doen van –structureel- vrijwilligerswerk. Daarbij wordt gedacht aan ouderen, (allochtone) vrouwen maar vooral jongeren. Jongeren vormen een zeer belangrijke doelgroep omdat het vrijwilligerswerk in Nederland vergrijst en verjonging dus noodzakelijk is om een toekomstig vrijwilliger kader te garanderen. De maatschappelijke stage is daarvoor een middel (en dus geen doel). De door het rijk beoogde makelaarsfunctie zou dan ook drie functies moeten vervullen voor vrijwilligersondersteuning in den brede: 1. Versterking van het vrijwilligerswerk in brede zin en een passend aanbod voor specifieke doelgroepen van (potentiële) vrijwilligers, in het bijzonder leerlingen van het voortgezet onderwijs; 2. Raad en daad voor vrijwilligersorganisaties bij het effectief plaatsen van stagiaires en vrijwilligers in het algemeen; 3. Het bevorderen dat de stagiair van nu de vrijwilliger van de toekomst wordt door organisaties te motiveren en te begeleiden om jongeren voor langere tijd te behouden voor het vrijwilligerswerk. Met inachtneming van de rijksdoelstelling heeft de gemeente Bladel het volgende standpunt voor uitvoering van de stagemakelaarsfunctie geformuleerd: ‘De gemeente Bladel stelt zich op het standpunt dat de makelaarsfunctie voor vrijwilligerswerk en maatschappelijke stage is bedoeld om meer mensen te bewegen tot het doen van vrijwilligerswerk om op die manier het –toekomstig- vrijwillig kader in de gemeente Bladel te versterken. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan de ondersteuning van Bladelse vrijwilligersorganisaties en vervolgens de plaatsing van vrijwilligers uit de doelgroep jongeren en de leerlingen uit het voortgezet onderwijs die maatschappelijke stage moeten lopen. Uit gesprekken die zijn gevoerd met het Pius X en met lokale vrijwilligersorganisaties bleek dat er een sterke behoefte was aan een herkenbaar en persoonlijk aanspreekpunt als invulling van de makelaarsfunctie. Geen toegang via een organisatie (dus geen Steunpunt Vrijwilligers !) maar een Bladels gezicht waarmee vrijwilligersorganisaties aan de bestuurstafel rechtstreeks kunnen overleggen over de mogelijkheden van maatschappelijke stage en vrijwilligersondersteuning.Sinds 1 november 2010 heeft de gemeente Bladel ook concreet invulling gegeven aan voornoemd standpunt en de wens van Pius X en vrijwilligersorganisaties door de aanstelling van een Stagemakelaar in gemeentedienst. De stagemakelaar krijgt met de toevoeging aan het Zorg- en Meedoen-loket een 4de en 5de functie: 4. Verbinding tussen individuele participatievraag en collectief vrijwilligersaanbod. 5. Ondersteuning van vrijwilligersorganisaties bij de participatie van bijzondere doelgroepen in hun vereniging. Ad 4b. breder aanbod vrijwilligersondersteuning > nieuw vrijwilligersbeleid. Er moet een nieuw vrijwilligersbeleid voor de gemeente Bladel voor de periode 2012-2015 worden gemaakt met als basis het Rekenkameronderzoek van 31 mei 2010 en de aanbevelingen van het POP en de Expertgroep Welzijn, Maatschappelijke ondersteuning en Zorg. De vrijwilligersondersteuner (uit Ad 4b) krijgt de taak om het vrijwilligersbeleid bij de vrijwilligersorganisaties te implementeren. Het vrijwilligersbeleid van de gemeente Bladel wordt daarmee van een reactief beleid omgezet naar een pro-actief ‘verpersoonlijkt’ beleid. De vrijwilligersondersteuner wordt het aanspreekpunt voor de Bladelse vrijwilligersorganisaties. Vrijwilligersbeleid gemeente Bladel De Rekenkamercommissie heeft in haar rapportage van 31 mei 2010 (incl. het Movisie-onderzoek van 12 mei 2010) de volgende aanbevelingen gedaan aan de gemeenteraad voor versterking en ondersteuning van de Bladelse vrijwilligersorganisaties: - Vrijwilligersorganisaties ondersteunen met de werving van nieuwe leden, deelnemers of cliënten. - Vrijwilligersorganisaties ondersteunen bij het werven van vrijwilligers (evt. via een Vacaturebank) voor het uitvoeren/begeleiden van activiteiten en vrijwilligers voor het bestuurswerk. - Vrijwilligersorganisaties ondersteunen bij fondsenwerving, promotie en deskundigheidsbevordering (op maat). - Verbetering van de ondersteuning voor wat betreft de collectieve vrijwilligersverzekering (uitbreiding met pakket Bestuursaansprakelijkheid), (vergemakkelijking van) procedures voor subsidies en vergoedingen en huisvesting. - Aandacht geven aan de diversiteit van het vrijwilligersbestand. Het bestand van de Bladelse vrijwilligers bestaat vooral uit vrijwilligers ouder dan 30 jaar. Er zijn maar weinig vrijwilligers tot 20 jaar en allochtonen. - Er is bij Bladelse vrijwilligersorganisaties weinig (tenminste minder dan landelijk) aandacht voor maatschappelijke thema’s als sociale activering (van werklozen) en integratie en inburgering. Wel zijn Bladelse vrijwilligersorganisaties actief betrokken bij maatschappelijke stage. Vanuit de bijeenkomsten van het POP en de Expertgroep Welzijn, Maatschappelijke ondersteuning en Zorg zijn in aanvulling op de Rekenkamercommissie de volgende aanbevelingen voor het gemeentelijk vrijwilligersbeleid gedaan: - Meer waardering van de Bladelse vrijwilligers - Klantgerichte behandeling door de gemeente (bv bij subsidie-aanvragen) en voor hand- en spandiensten. - Houding van gemeente moet meedenkend zijn. Sneller reageren op verzoeken van vrijwilligersorganisaties. - Ondersteuning bij het invullen van o.a. bestuursvacatures. - Bestuursaansprakelijkheid toevoegen aan collectieve vrijwilligersverzekering. - Professionele ondersteuning bij het toeleiden van specifieke doelgroepen naar vrijwilligersorganisaties. - Zorg als gemeente voor goede spullen en een goede accommodatie als basisvoorziening voor vrijwilligersorganisaties (letterlijke gereedschapskist). - Geef meer vertrouwen aan (gesubsidieerde) vrijwilligersorganisaties en dus minder regels en verantwoording. Zorg voor een eenvoudiger subsidie-aanvraagprocedure-/verantwoording (bv model Belastingsdienst waarbij aanvraag en verantwoording digitaal kan worden aangeleverd met vooraf door de gemeente ingevulde gegevens). - Zorg voor 1 gemeentelijk aanspreekpunt voor verenigingen- en vrijwilligersorganisaties. Ad 5. Versterking van de ondersteuning van mantelzorgers door professionele 1 op 1 ondersteuning via het Zorg- en Meedoen-loket. De gemeente Bladel ondersteunt nu al –via GOW Welzijnswerk- mantelzorgers maar de ondersteuning moet gelet op de toekomstige ondersteuningsvraag en het beslag op de mantelzorgers nog persoonlijker en makkelijker beschikbaar zijn. De mantelzorgondersteuner van het Zorg- en Meedoen-loket kan daar voor zorgen. De belangrijkste taak van de mantelzorgondersteuner is dienstverlening in de vorm van het –tijdelijk- overnemen van regeltaken van mantelzorgers. Hiermee onderscheidt de mantelzorgondersteuner zich ten opzichte van bestaande initiatieven –GOW Welzijnswerk- die mantelzorgers ondersteunen. De mantelzorgondersteuner is complementair op de activiteiten van GOW Welzijnswerk. De inzet van de mantelzorgondersteuner in het Zorg- en Meedoen-loket is gericht op: Hulp bij het invullen van aanvragen voor aanbieders van zorg- en welzijnssectoren. Ondersteunen bij het zoeken naar informatie over (onder andere) wet- en regelgeving. Helpen bij het invullen van formulieren en het opstellen van bezwaar- en beroepsschriften. De inzet van de mantelzorgondersteuner is in eerste instantie dus heel praktisch en pas in tweede instantie psycho-sociaal. De beoogde activiteiten van de Bladelse mantelzorgondersteuner wijken niet wezenlijk af van de van de Mantelzorgmakelaar®. De Mantelzorgmakelaar is een geregistreerde franchiseformule. Veel ziektekostenverzekeraars vergoeden al consulten van de Mantelzorgmakelaar. Desondanks blijkt uit de Bladelse praktijk dat het Zorg- en Meedoen-loket de beste toegang en ingang is voor mantelzorgondersteuning. Een nadeel is wel dat het Zorg- en Meedoen-loket ogenschijnlijk geen onafhankelijke partij is in geval van ondersteuning bij bezwaar en beroep. Van een professionele mantelzorgondersteuner mag echter onafhankelijke ondersteuning worden verwacht. Dit nadeel weegt niet op tegen het toevoegen van de mantelzorgondersteuner aan de 1-loketgedachte van het Zorg- en Meedoen-loket . Ad. 6. Vereenvoudiging van de indicatiestelling van Awbz-functies en Wmo-voorzieningen voor zelfstandig wonenden. De indicatiestelling voor Awbz-zorg (bv persoonlijke verzorging) wordt uitgevoerd door het Centrum indicatiestelling zorg (Ciz). Ook Wmo-voorzieningen kunnen worden geïndiceerd door het Ciz maar steeds meer gemeenten –waaronder de gemeente Bladel- doen zelf de indicatiestelling. Deze versnipperde indicatiestelling voor (Awbz/Wmo-)functies aan zelfstandigwonenden leidt tot afstemmingsproblemen en veel (administratieve) rompslomp bij verwijzers (met name huisartsen) en zorgaanbieders. Vanuit de Expertgroep is het verzoek gekomen om de mogelijkheid te onderzoeken om de indicatiestelling van alle functies voor de Bladelse thuiswonenden te vergemakkelijken en via een ‘Bladelse route’ te laten lopen (bv een samenwerkingsverband van huisartsen en het Zorgloket Bladel). De medewerking van de Awbz-uitvoerder is voor zo’n Bladelse pilot wel noodzakelijk. Een belangrijk onderdeel van een eventuele Bladelse pilot moet de mate van onafhankelijkheid van de indicatiestelling en de rechtsbescherming van de aanvrager zijn. In het geval van een Wmo-aanvraag is de rechtsbescherming gewaarborgd via bestaande bezwaar- en beroepstrajecten. Tijdens de behandeling van dit Beleidskader in het POP van 29 augustus jl. is nogmaals benadrukt dat de rechtsbescherming van de aanvrager moet worden bewaakt door een onafhankelijke indicatiestelling in geval van een (mogelijke) afwijzing. Samenvattende conclusie Spoor 2. Het huidige Zorgloket Bladel gaat vanaf 2012 een doorontwikkeling maken van een traditioneel Wmo-loket naar een robuuster Zorg- en Meedoen-loket waar de verbinding wordt gelegd tussen de individuele participatie vraag en een -in eerste instantie- collectief en -in tweede instantie- individueel aanbod. Blok 2: Doelstelling en ambities 2012-2015 per programma en beleidsonderdeel In dit tweede blok van Hoofdstuk 3 zal, net als in het vorige Beleidskader Wmo, per programma en beleidsonderdeel worden aangegeven: wat de doelstelling is; wat de uitgangspunten zijn voor realisering van die doelstelling; wat de ontwikkelingen zijn; en wat de ambities zijn voor 2012-201521. De ambities zullen in het Hoofdstuk 4 Uitvoeringsplan worden uitgewerkt tot concrete beleidsacties (per jaar) resulterend in de Maatschappelijke Agenda 2012-2015. Voor een beschrijving van de beleidsonderdelen is aangesloten op de inhoud en opbouw van beleidsonderdelen uit het vorige Beleidskader22 met vanzelfsprekend aanpassing op basis van de Visie uit de Startnotitie, de prioriteiten naar aanleiding van de Inventarisatie Hoofdstuk 2 (o.a. bijdrage POP en de Expertgroep) en de in deel 1 van dit hoofdstuk vastgelegde Ambities. De volgende programma’s worden in dit hoofdstuk behandelend: Sociale samenhang en leefbaarheid Opgroeien en opvoeden Maatschappelijke participatie Preventie en opvang. Onder verwijzing naar Hoofdstuk 2 en de in Hoofdstuk 3 vermelde ambitie zal de nadruk van de 4 programma’s voor de periode 2012-2015 meer nog dan in de vorige beleidsperiode liggen op: de eigen verantwoordelijkheid van de burger en zijn (sociale) omgeving; een collectieve boven een individuele voorziening; algemeen boven specifiek beleid. Juist in dit tweede Blok 2 van Hoofdstuk 3 zullen die 3 uitgangspunten geconcretiseerd moeten worden via het lokale (subsidie-)beleid van de gemeente Bladel. Programma 1: Sociale samenhang en leefbaarheid Het programma Sociale samenhang en leefbaarheid is gekoppeld aan prestatieveld 1 van de Wet maatschappelijk ondersteuning: het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid in kernen en wijken. Onder sociale samenhang wordt verstaan (de sterkte van) sociale verbanden op kleine schaal zoals gezin, familie en vrienden en/of op grotere schaal zoals buurten, verenigingen, kerkgenootschappen, scholen en bedrijven. Onder leefbaarheid wordt verstaan de aantrekkelijkheid om in een bepaalde wijk te wonen. Dat kan te maken hebben met veiligheid en woonomgeving maar ook met de aanwezigheid van sociale verbanden. Bij dit programma gaat het om alle voorzieningen die in Bladel kunnen bijdragen aan samenhang en leefbaarheid, dat zijn de volgende 8 beleidsonderdelen: Sport. Vluchtelingen en allochtonenbeleid. Recreatieve voorzieningen. Onderwijs. Muzikale en kunstzinnige vorming. Maatschappelijke vorming. Gemeenschaps- en dorpshuizen. Cultuurbeleid. Openbare bibliotheken Beleidsonderdeel: Sport De gemeente Bladel wil in nauwe samenwerking met de sportverenigingen en andere partners invulling geven aan sportbeleid dat gericht is opvergroting van de sportdeelname en optimale benutting van de sociaal maatschappelijke waarde van sport door verbreding en verbetering van de toegankelijkheid van sportverenigingen voor mensen met beperkingen. met als uitgangspunten: Versterking van sportverenigingen; Een leven lang sporten en bewegen; Goede accommodaties en; Subsidies voor instandhouding van sportverenigingen en stimulering van sport door bijzondere aandachtsgroepen. en in achteneming van de ontwikkelingen: dat een sportvereniging een steeds belangrijkere collectieve –voorliggende- voorziening wordt voor de participatie van bijzondere doelgroepen. toename van het aantal Bladelnaren met geen of maar beperkte financiën om deel te nemen aan sportactiviteiten (uit Inventarisatie POP en Expertgroep). Combinatiefuncties Een Combinatiefunctie is een functie waarbij de werknemer in dienst is bij één werkgever maar werkt in minimaal twee werkvelden/sectoren, bijvoorbeeld Onderwijs en Sportverenigingen. De ‘Combinatiefunctie’ moet een gezamenlijk doel dienen en een meerwaarde hebben voor beide partijen. De Combinatiefunctie kent 4 doelstellingen: uitbreiding en/of kwaliteitsimpuls van het sport- en bewegingsaanbod, bevorderen van gezond gedrag, versterking van sportverenigingen, een ‘doorlopende lijn’ van school- en naschoolse activiteiten en leerlingen kennis laten maken met cultuur. gedurende de looptijd van het beleidskader 2012-2015 de volgende ambities te realiseren: 1.Invoering van een basissubsidiestelsel voor sportverenigingen met aanvullende subsidiemogelijkheden voor sportverenigingen die deelname aan (reguliere) sportactiviteiten en/of inzet als vrijwilliger van mensen met beperkingen (lichamelijk, psychisch) en bijzondere aandachtsgroepen (werklozen, ouderen, jongeren) initiëren en stimuleren. 2.Ondersteuning van sportverenigingen bij het opzetten van programma’s en het uitvoeren van activiteiten om de deelname van doelgroepen aan het (reguliere) sportaanbod te bevorderen. 3. Tennisaccommodatie kern Bladel (tennispaviljoen) up to date maken. 4.Infrastructuur De Lemelvelden Hapert verbeteren. 5. Harmonisatie huurtarieven buitensportaccommodaties Bladel. 6. Realisatiefase Egyptische Port inclusief herinrichting sportaccommodatie Bladella. 7. Bevorderen van de deelname aan sportieve activiteiten (sportclub) door kinderen in gezinnen met een minimum inkomen Ad 1 Subsidiestelsel (geldt ook voor Beleidsonderdeel Maatschappelijke vorming) Door de Expertgroep is geadviseerd om de subsidie voor verenigingsactiviteiten voor bijzondere doelgroepen (vooralsnog) aanvullend te laten zijn op het huidige subsidieniveau. Geef verenigingen de tijd om deze beleidsperiode te experimenten met bijzondere doelgroepen met ondersteuning van de gemeenten en beloon verenigingen die hun verantwoordelijkheid nemen. Eventueel kan dan in de volgende beleidsperiode nadrukkelijker met het instrument van subsidie worden gestuurd op het onderbrengen van bijzondere (doel)groepen bij verenigingen. Overigens mag een gewijzigd subsidiestelsel dan (de volgende beleidsperiode) niet ten koste gaan van het bestaansrecht van verenigingen. Een minimaal niveau van een basissubsidie zal er moeten blijven. Verder wordt door de Expertgroep benadrukt dat de communicatie van de gemeente met de verenigingen een continu aandachtspunt moet zijn (ook bij dit onderwerp). Ad 7 Bevordering van de deelname aan sportieve activiteiten door kinderen in gezinnen met een minimum inkomen. Gezinnen met een minimum inkomen kunnen op basis van de gemeentelijke Regeling Schoolkosten en deelname aan sociaal-culturele activiteiten een tegemoetkoming (bijdrage) krijgen in de kosten voor deelname aan sportieve activiteiten (sportclub) van hun kind(eren). Desalniettemin blijft een feit dat kinderen in gezinnen met een minimuminkomen minder sporten (zorgpunt uit de Tevredenheidsrapportage). Klaarblijkelijk geniet de gemeentelijke bijdrageregeling onvoldoende bekendheid. Daarvoor in aanmerking komende gezinnen gaan (nog) actiever benaderd worden om een beroep op de gemeentelijke bijdrageregeling te doen. In de nieuwe Nota Jeugdbeleid
(2012)wordt bezien of met het opzetten van een lokaal Jeugdsportfonds de beschikbare middelen effectiever kunnen worden ingezet. Beleidsonderdeel: Vluchtelingen en allochtonenbeleid De gemeente trekt zich het lot aan van vluchtelingen en vervult in de opvang een actieve rol. De gemeente bevordert dat vluchtelingen over de juiste materiële hulp en immateriële ondersteuning kunnen beschikken om goed te kunnen inburgeren in onze gemeente. Daarvoor wordt onder andere het Vluchtelingenwerk gesubsidieerd en volgen vluchtelingen en allochtone inwoners van Bladel inburgeringstrajecten via ISD De Kempen in het kader van de Wet inburgering. als subdoelstelling te realiseren: de opvang van vluchtelingen en integratie van allochtonen. met als uitgangspunten: dat de gemeente bevordert dat vluchtelingen en allochtonen over de juiste materiële en immateriële ondersteuning kunnen beschikken om goed te kunnen inburgeren in onze gemeente. en in achtneming van de ontwikkelingen: dat vluchtelingen en allochtonen (nog) maar in beperkte mate deelnemen aan het Bladelse (verenigingsleven. gedurende de looptijd van het beleidskader 2012-2015 de volgende ambities te realiseren: Bevordering van integratie van vluchtelingen en allochtone inwoners van Bladel door: a. hen actief te begeleiden naar het Bladelse vrijwilligers- en verenigingenaanbod. b. verenigingen via het instrument van subsidie te stimuleren om vluchtelingen en allochtonen te betrekken bij hun activiteiten Beleidsonderdeel: Recreatieve welzijnsvoorzieningen (speelvoorzieningen voor jong en oud) als subdoelstelling te realiseren: waar nodig verbetering van het kwaliteitsniveau van bestaande recreatieve voorzieningen; realiseren van een aanbod van speelvoorzieningen dat aansluit bij de wensen van onze inwoners. met als uitgangspunten: tenminste handhaving van het kwaliteitsniveau van bestaande recreatieve voorzieningen; waarborging van de veiligheid en duurzaamheid. en in achtneming van de ontwikkelingen speelterreinen als onderdeel van gezondheidsbeleid voor jong en oud gedurende de looptijd van het beleidskader 2012-2015 de volgende ambities te realiseren: Nieuwe Nota Speelruimtebeleid in 2012met aandacht voor vernieuwende speel- (buiten)fitnessinitiatieven als onderdeel van het gemeentelijk gezondheidsbeleid voor jongeren, ouderen en mensen met beperkingen.met aandacht voor vernieuwende concepten zoals een speelbos Beleidsonderdeel: Onderwijs De gemeente Bladel heeft drie vormen van onderwijs: Het basisonderwijs: 9 basisscholen en één school voor speciaal basisonderwijs. Het voortgezet onderwijs: het Pius X College. Het volwassenenonderwijs: het ROC (Stercollege) In de nog steeds geldende Nota lokaal onderwijsbeleid gemeente Bladel 2004 heeft de gemeenteraad de volgende prioriteiten van onderwijsbeleid: de zorg voor kwalitatief goede huisvesting van alle scholen in elke kern van de gemeente. het initiëren van de brede school gedachte. toepassing van de leerplichtwet voor leerlingen van 5 tot en met 17 jaar en initiëren dat zij een startkwalificatie halen. onderwijsachterstandenbestrijding en onderwijsbegeleiding. het organiseren van leerlingenvervoer. zorgen voor onderwijsmogelijkheden voor volwassenen. als subdoelstelling te realiseren: kinderen en volwassenen kennis en vaardigheden bij te brengen die nodig zijn om als zelfstandige burgers in onze democratische samenleving te kunnen functioneren, zowel in sociaal-economisch als in sociaal-cultureel opzicht. en in achtneming van de ontwikkelingen Brede-scholen. De gemeente Bladel streeft naar brede scholen in iedere dorpskern. Actueel zijn de ontwikkelingen in de kernen Casteren, Hapert en Hoogeloon. In Casteren wordt in 2011 begonnen met de bouw van een school aan gemeenschapshuis Den Aord. In Hapert is de brede schoolontwikkeling meegenomen in het Centrumplan Hapert en in Hoogeloon is gestart met fase 1 uit het Integraal Dorps Ontwikkelings Plan Hoogeloon: onderzoek naar de behoefte aan kinderopvang en BSO. De resultaten van dit onderzoek zijn medio 2011 bekend. In fase 2 zal een uitspraak worden gedaan over de locatie van de brede school. Centrum voor Jeugd en Gezin/transitie Jeugdzorg (zie verderop). Invoering Passend onderwijs. De essentie van de stelselherziening Passend Onderwijs is dat (nieuw op te richten) samenwerkingsverbanden van basisscholen en speciaal onderwijs zorgplannen gaan maken die voorzien in passend onderwijs voor elke leerling. Over de zorgplannen vindt afstemming plaats met de gemeenten. De stelselherziening gaat wel gepaard met een bezuiniging die start in 2013. Vooral het (voortgezet) speciaal onderwijs is primair de dupe van de bezuinigingen, hier vallen de hardste klappen maar ook in het basis- en speciaal onderwijs staan banen op de tocht. gedurende de looptijd van het beleidskader 2012-2015 de volgende ambities te realiseren: 1. Het initiëren en stimuleren van bredescholen met maatwerk per kern. 2. Betere afstemming van de CJG-ontwikkeling en de Zorg Advies Teams (op scholen). 3. Mogelijkheden (uitbouw) time-out/reboud project onderzoeken. 4. Implementatie Passend Onderwijs. Beleidsonderdeel: Muzikale en kunstzinnige vorming In 2009 is het traditionele aanbod van muzikale vorming via de muziekschool definitief overgegaan op het nieuwe systeem van individuele subsidiëring volgens de volgende beleidslijn: - leerlingen hebben de mogelijkheid om te kiezen uit meerdere aanbieders; - aanbieders opereren in een open markt, concurrerend op kwaliteit, flexibiliteit en prijs; - er wordt niet bijgedragen in de exploitatiekosten van muziekonderwijsinstellingen, maar er worden financiële tegemoetkomingen verstrekt aan leerlingen voor de door hen aan muziekonderwijsaanbieders verschuldigde lesgelden. De individuele subsidieregeling van deelname aan muzikale en culturele vorming heeft zich inmiddels ‘gezet’ en na wat verbeteringen en aanpassingen van de uitvoeringsregeling in 2010 (aanvraagformulier, betaling voorschotten) kan de regeling worden aangemerkt als een goed en succesvol alternatief voor de muziekschool. als subdoelstelling te realiseren: aan alle leerlingen uit het primair onderwijs een aanbod van muzikale basisvorming geven waarmee zij desgewenst toegang kunnen krijgen tot instrumentale of vocale vorming. inwoners tussen de 6 en 21 jaar stimuleren tot deelname aan vormende activiteiten op het gebied van dans drama en muziek door bij te dragen in de kosten van deelname middels individuele subsidie. met als uitgangspunten: een goede toegankelijkheid van het systeem van individuele subsidiëring van muzieklessen voor alle inwoners. en in achtneming van de ontwikkelingen: dat kinderen van ouders met een laag inkomen in beperkte mate gebruik (kunnen) maken van muzieklessen (nav POP en Expertgroep) doordat de individuele muziekregeling geen inkomensdifferentiatie kent. gedurende de looptijd van het beleidskader 2012-2015 de volgende ambities te realiseren: Het stimuleren en bevorderen van deelname van bijzondere aandachtsgroepen aan muzikale vorming in het bijzonder kinderen van ouders met een laag inkomen. Beleidsonderdeel: Maatschappelijke vorming De gemeente Bladel geeft structureel invulling aan dit beleidsonderdeel door het verstrekken van subsidies aan tal van Bladelse verenigingen en organisaties (werkend in Bladel). De subsidies worden jaarlijkse door de gemeenteraad vastgesteld in het Jaarprogramma Subsidies. als subdoelstelling te realiseren: participatie-activiteiten die mensen handvatten bieden om volwaardig te kunnen deelnemen aan de Bladelse samenleving. met als uitgangspunten: de verantwoordelijkheid voor de organisatie van deze activiteiten ligt primair bij de mensen zelf en de organisaties waarin zij zich verenigd hebben; dat de verenigingen uit het Jaarprogramma subsidies een steeds belangrijkere collectieve –voorliggende- voorziening worden voor de participatie van individuen en bijzondere doelgroepen. en in achtneming van de ontwikkelingen: het instrument van subsidie nadrukkelijker als sturingsinstrument inzetten om de doelstellingen uit het Beleidskader Welzijn, Maatschappelijke ondersteuning en Zorg te realiseren. toename van het aantal Bladelnaren met geen of maar beperkte financiën om deel te nemen aan activiteiten van verenigingen uit het Jaarprogramma subsidies. gedurende de looptijd van het beleidskader 2012-2015 de volgende ambities te realiseren: 1. Invoering van een basissubsidiestelsel voor verenigingen uit het Jaarprogramma subsidies met aanvullende subsidiemogelijkheden voor verenigingen die deelname aan (reguliere) activiteiten en/of inzet als vrijwilliger van mensen met beperkingen (lichamelijk, psychisch) en bijzondere aandachtsgroepen (werklozen, ouderen, jongeren) initiëren en stimuleren. (zie voor toelichting Beleidsonderdeel Sport). 2. Ondersteuning van verenigingen uit het Jaarprogramma subsidies bij het opzetten van programma’s en het uitvoeren van activiteiten om de deelname van doelgroepen aan het (reguliere) aanbod te bevorderen. Beleidsonderdeel: Gemeenschaps- en dorpshuizen Het gemeenschaps- en dorpshuizenbeleid van de gemeente Bladel is gebaseerd op de ‘Beleidsnota Gemeenschapshuizen’. De Beleidsnota Gemeenschapshuizen is onlangs geactualiseerd waardoor o.a. het multifunctioneel gebruik door verschillende doelgroepen een nog nadrukkelijker speerpunt is geworden. als subdoelstelling te realiseren: om in elke kern van de gemeente Bladel het lokale gemeenschapshuis zodanig vorm te geven dat ruimten multifunctioneel gebruikt kunnen worden en dat optimaal invulling wordt gegeven aan de behoefte aan voldoende zaal-, oefen, vergader- en sportruimten in de eigen kern. met als uitgangspunten: de Beleidsnota Gemeenschapshuizen waarin is bepaald: * om voor verenigingsactiviteiten en niet-commerciële activiteiten door inwoners van onze gemeente, het gebruik om niet te laten plaatsvinden; * voor commerciële activiteiten, verenigingsactiviteiten met een commerciële inslag en verenigingen van buiten de gemeente Bladel wel huur in rekening te brengen; * dat ook jongeren van 12-15 jaar (met ondersteuning van de jongerenopbouwwerker) de mogelijkheid moeten hebben voor activiteiten in het lokale gemeenschapshuis in de eigen kern; dat in elke kern van onze gemeente een gemeenschapshuis in stand wordt gehouden en dat de beherende instellingen financieel in staat worden gesteld te beheren en te exploiteren zodat in principe alle sociale, maatschappelijke, culturele (en sportieve) activiteiten en economische ontmoetingen van de betreffende kern in het lokale gemeenschapshuis terecht kunnen. en met in achtneming van de volgende ontwikkelingen: Centrumontwikkelingen Hapert – gemeenschapshuis Den Tref. Gemeenschapshuis Den Tref is eigendom van Stichting Gemeenschapshuis Hapert. Den Tref is toe aan ingrijpende (renovatieachtige) onderhoudsmaatregelen. Bij die gelegenheid wil men naast uitbreiding van de opslagcapaciteit, de interne routing én de situering van bepaalde ruimten aanpassen, waarmee tevens een andere buitengevel (betere profilering) mogelijk wordt. De voornoemde planvorming van Stichting Gemeenschaphuis Hapert is in het kader van de Centrumontwikkelingen Hapert gekoppeld aan andere deelprojecten zoals de toekomst van Steunpunt De Kloostertuin (zie verderop), toekomst basisscholengebied en de herinrichting van de markt. Toekomst Den Herd in Bladel. Voor de toekomstige invulling van gemeenschapshuis Den Herd in Bladel is een heroriëntatie nodig. Dat wordt mede ingegeven door de ontwikkelingen in het kader van het Dienstencentrum Bladel (zie verderop) en de beperkte capaciteit van Den Herd om de Kbo-activiteiten Bladel, die nu plaatsvinden in De Schouw/Den Herd Bladel onder te brengen. Gelet op de vergrijzing zal de druk op De Schouw in aantal (deelnemers), intensiteit (activiteiten) en diversiteit de komende jaren toenemen. Bovendien moeten de biljartactiviteiten, nu nog deels in de kelder van Huize Kempenland, ook nog worden toegevoegd aan de Kbo-accommodatie. Sowieso heeft de Kbo Bladel nu al de wens om een inloopfunctie te creëren in De Schouw. Kortom, samen met de Kbo moet een plan worden gemaakt om hun accommodatie toekomstbestendig te maken. Daarbij wordt de huidige locatie Den Herd/de Schouw als vertrekpunt genomen waarbij de financiële, ruimtelijke, bouwkundige en beheersmatige consequenties in kaart zullen worden gebracht. Ook de wens om een 16+ jongerenaccommodatie in Bladel te realiseren en de wensen en problemen van de andere (huidige) intensieve gebruikers van Den Herd (bv l’Union) moeten in de toekomstplannen voor Den Herd worden meegenomen. gedurende de looptijd van het beleidskader 2012-2015 de volgende ambities te realiseren: 1. Voorbereidings-/realisatiefase gemeenschapshuis Den Herd met inachtneming van de wensen voor een jongerenaccommodatie (zie verderop), (uitbreiding van
  1. de)welzijnsaccommodatie voor de Kbo Bladel (De Schouw) en de wensen en problemen van de andere (huidige) intensieve gebruikers van Den Herd. 2. Voorbereidings-/realisatiefase gemeenschapshuis Den Tref in het kader van de Centrumontwikkelingen Hapert. 3. Implementatie nieuwe Nota Gemeenschapshuizen met (nog) nadrukkelijker aandacht voor multifunctioneel gebruik door verschillende doelgroepen. Beleidsonderdeel: Cultuurbeleid Met de aanstelling van de cultuurcoördinator/marktplaatscoördinator per 1 september 2009 heeft de cultuureducatie en participatie onder schoolgaande jongeren in Bladel een stevige impuls gekregen. Het cultuurbeleid van de gemeente Bladel concentreerde zich tot die tijd vooral op het faciliteren van een basisinfrastructuur van voorzieningen door het beschikbaar stellen van accommodaties en (budget)subsidies. Vernieuwende stimulering vindt voornamelijk plaats door middel van project- en waarderingssubsidies. Het bestaande kunst- en cultuurbeleid zal in 2012 worden geëvalueerd en vormt de basis voor een nieuw beleidsplan gericht op: het vergroten van culturele participatie middels stimulering van kleinschalige en laagdrempelige activiteiten; het verbinden van cultuurhistorie, monumenten en archeologie met kunst en cultuur. Als subdoelstelling te realiseren: het op positieve wijze beïnvloeden van de ‘levenstijl’ van de gemeente Bladel; het tenminste behouden van dat wat we aan kunst en cultuur in de gemeente hebben; behoud en onderhoud van voor de gemeenschap waardevolle culturele objecten en voorzieningen; stimuleren en faciliteren van de culturele verscheidenheid (door subsidies); het toegankelijk maken en houden van cultuur voor zoveel mogelijk inwoners van de gemeente Bladel; ondersteunen en stimuleren van innovatieve particuliere initiatieven (door subsidies). met als uitgangspunten: vernieuwing > het ontplooien van initiatieven die afwijken van de bestaande praktijk. Cultuureducatie > het ontwikkelen van kennis, beoordelingsvermogen en belangstelling voor cultuur. Cultuurdeelname > de maatschappelijke waarde van kunst en cultuur ligt in het vermogen om verbindingen te leggen in en met de samenleving. Hoe groter de deelname aan cultuuruitingen hoe groter het maatschappelijk effect. en voorwaarden: om voor een gemeentelijke subsidie in aanmerking te komen moet de cultuuruiting een maatschappelijke relevantie hebben > de uiting moet ten goede komen aan de gemeenschap en er moet behoefte aan zijn. uitvoeringen en voorstellingen moeten toegankelijk zijn voor iedereen die daar interesse in heeft. cultuurmakers en genieters dienen een redelijke eigen bijdrage te leveren aan de uitvoering van hun hobby. Deze voorwaarde is niet van toepassing op jeugd. en in achtneming van de ontwikkelingen: bevordering van participatie aan cultuuruitingen door en voor bijzondere doelgroepen. toename van het aantal Bladelnaren met geen of maar beperkte financiën om deel te nemen aan cultuuruitingen. combinatiefuncties (zie Beleidsonderdeel Sport) gedurende de looptijd van het beleidskader 2012-2015 de volgende ambities te realiseren: 1.Bevordering van participatie en cultuureducatie onder schoolgaande jeugd. 2. Ondersteuning van minimaal 3 projecten per jaar die gericht zijn op innovatieve cultuuruitingen per kalenderjaar. 3. Nieuw beleidsplan kunst- en cultuurbeleid in 2012 met aandacht voor de bevordering van participatie door en voor bijzondere doelgroepen en inwoners met beperkte financiën. Beleidsonderdeel: Openbare bibliotheken In de kernen Casteren, Hoogeloon en Netersel zijn in de gemeenschapshuizen 3 servicepunten bibliotheek die worden verzorgd door Bibliotheek De Kempen. De kern Hapert heeft een bibliotheekpunt (in de voormalige jongensschool). De kern Bladel heeft een kernbibliotheek. als subdoelstellingen te realiseren: de bibliotheek als centrum voor kennis, informatie, ontwikkeling, educatie, kunst en cultuur. de bibliotheek als inspiratiebron voor lezen en literatuur. de bibliotheek als podium voor ontmoeting en debat. met als uitgangspunten: dat de bibliotheek een voorziening is waar alle inwoners van de gemeente terecht kunnen om informatiebronnen te raadplegen. dienstverlening zo dicht mogelijk bij de gebruiker en vrijwilligers de ruimte geven bij de uitvoering van additionele taken om zo een bijdrage te leveren aan de sociale samenhang en leefbaarheid in de wijken. dat de bibliotheek een bijdrage moet leveren aan de culturele infrastructuur. dat de bibliotheek mogelijkheden realiseert voor online dienstverlening. en met in achtneming van de ontwikkelingen realisatie kernbibliotheek Bladel in Marktstaete (najaar 2011). heroriëntatie op de bibliotheekvoorziening in de kern Hapert. bezuinigingsinitiatieven van (buur)gemeenten op subsidiëring van de Bibliotheek De Kempen. Dit heeft invloed om het aanbod van het bibliotheekwerk in heel de Kempen (dus ook Bladel). gedurende de looptijd van het beleidskader 2012-2015 de volgende ambities te realiseren: 1. Uitwerking gevolgen voor Bladel van (regionale) bezuinigingsdiscussie bibliotheek De Kempen. 2. Nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen gemeenten en bibliotheek volgens kostprijsberekening. 3. Verdere implementatie van de kernbibliotheek Bladel in Marktstaete volgens het retailconcept (boekwinkel). 4. Toevoeging bibliotheekpunt Hapert aan (brede)basisschool en/of multifunctionele accommodatie/gemeenschapshuisvoorziening. Programma 2: Opgroeien en opvoeden Het programma Opgroeien en opvoeden is gebaseerd op prestatieveld 2 uit de Wmo. De kenmerken van het programma zijn: Aandacht voor jeugdigen en ouders bij wie sprake is van een verhoogd risico als het gaat om ontwikkelingsachterstanden, psychosociale problemen, gezondheid of schooluitval. Ondersteuning van ouders bij opvoedingsvragen. Opvang van kinderen. De gemeentelijke verantwoordelijkheid ingevolge prestatieveld 2 van de Wmo is bepaald op de volgende 5 functies: Informatie en advies over opvoeden en opgroeien aan ouders. Signalering over jongeren door instellingen zoals onderwijs, kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en jeugd- en jongerenwerk. Toeleiding naar hulp door lokale en regionale voorzieningen en Bureau Jeugdzorg. Licht pedagogische hulp voor gezinnen en kinderen met opvoed- en opgroeiproblemen. Coördinatie van zorg door afstemming en bundeling van zorg door afstemming en bundeling van zorg als er meerdere hulpsoorten nodig zijn om een jeugdige of gezin te ondersteunen. Het programma Opgroeien en opvoeden van de gemeente Bladel is opgebouwd uit de volgende 4 beleidsonderdelen: Jeugd- en jongerenwerk. Preventieve jeugdzorg. Jeugdgezondheidszorg. Kinderopvang en peuterspeelzaalwerk Beleidsonderdeel: Jeugd – en Jongerenwerk Jeugd- en jongerenwerk is preventief jeugdbeleid dat zodanig flexibel is dat snel en adequaat kan worden ingespeeld op de voortdurende wijzigende behoeften in de leefwereld van jongeren. Als subdoelstelling te realiseren: Vrijetijdsbeleid voor alle jongeren. Ontspanning, talentontwikkeling, preventie (veiligheid en voorbereiding op toekomst), nevendoel aantrekkelijkere stad. Gestuurd vraaggericht. en in achtneming van de ontwikkelingen: Positief jeugdbeleid Jongeren vormen geen homogene groep meer, gedifferentieerder aanbod Jongerenwerk als vrijetijdsmakelaar: matchen van vraag en aanbod Herbezinning op jongerenwerk (en locaties) Inzet op jongerenparticipatie Voorzieningen in openbare ruimte, niet alleen focus op overlast Pedagogische civil society Inpassing jongerenwerk in Centrum voor Jeugd en Gezin. Verbinding CJG en veiligheidshuis Resultaatgericht werken aan de hand van productenboek Behoefte aan een 16+ jongerenvoorziening in Bladel. gedurende de looptijd van het beleidskader 2012-2015 de volgende ambities te realiseren: 1. Herbezinning op jongerenwerk door Jeugdpunt indachtig de voornoemde ontwikkelingen (en locaties). 2. Realiseren van een jongerencentrum in kern Bladel. Beleidsonderdeel: Preventieve jeugdzorg Preventieve jeugdzorg is gericht op het voorkomen van psycho-sociale problemen onder jongeren. als subdoelstelling te realiseren: lokaal opgroei- en opvoedingsondersteuning te organiseren voor jeugdigen en ouders met lichtere opvoed- en opgroeiproblemen met als uitgangspunten: De 5 functies van het preventieve lokale jeugdbeleid (en daarmee een taak van de gemeente) in het kader van de Wet op de jeugdzorg: informatie en advies: over opgroeien en opvoeden voor ouders en jeugdigen signalering: (
  2. zo)vroegtijdig voor ouders en jeugdigen (ter voorkoming van onnodige medicalisering). toeleiding: naar een hulpaanbod licht pedagogische hulp: op momenten dat de opvoeding dreigt te stagneren. coördinatie: van zorg op lokaal niveau. en in achtneming van de ontwikkelingen: realisatie van een Centrum voor Jeugd en Gezin in de Marktstaete (einde 2011). Transitie Jeugdzorg Transitie Jeugdzorg Het stelsel van de jeugdzorg gaat ingrijpend veranderen. Het kabinet heeft in haar regeerakkoord opgenomen dat de vrijwillige provinciale jeugdzorg, jeugdbescherming, jeugdreclassering, jeugd Geestelijke Gezondheidszorg (jeugd-GGZ) en de zorg voor lichte verstandelijke gehandicapten (jeugd-LVG) moeten integreren tot één stelsel voor hulp aan jeugdigen en gezinnen. De verantwoordelijkheid hiervoor komt geheel bij de gemeenten te liggen. De verwachting is dat dit proces uiterlijk in 2016 is afgerond. Met de transitie wordt een ander stelsel voor hulp en ondersteuning aan jeugd en gezin beoogd. Met het samenvoegen van de verschillende financieringsstromen en het laten vervallen van recht op zorg zijn gemeenten naar verwachting beter toegerust om een samenhangend aanbod van toegankelijke hulp en ondersteuning te organiseren en gespecialiseerde vormen van zorg effectief in te zetten. Het gaat niet alleen om het verleggen van verantwoordelijkheden maar vooral ook om een nieuwe opbouw van een inhoudelijk fundament van de ondersteuning en zorg voor jeugdigen en hun opvoeders binnen hun sociale context met waar nodig een integrale aanpak van problematiek. Met de verandering van het jeugdzorgstelsel dienen ook meteen de uitgangspunten voor effectieve zorg voor jeugdigen te worden herzien. Niet het recht op zorg dient centraal te staan maar het recht op een goede opvoeding. Dit betekent voor ouders de plicht om goed op te voeden, voor professionals op de opvoeding te ondersteunen, de plicht voor gemeenten om de benodigde zorg te faciliteren en de plicht van het rijk om kaders te stellen, om zodoende zorg op maat te bieden. In het regeerakkoord is opgenomen dat de Centra voor Jeugd en Gezin als frontoffice gaan dienen voor alle jeugdzorg binnen de gemeente. Het Centrum voor Jeugd en Gezin heeft in deze een centrale en coördinerende rol in de organisatie en de toegankelijkheid van de zorg. Hoe deze rol er in de praktijk precies gaat uitzien zal gaandeweg het transitieproces duidelijk worden. gedurende de looptijd van het beleidskader 2012-2015 de volgende ambities te realiseren: Implementatie Transitie Jeugdzorg. NB: Centrum voor Jeugd en Gezin In oktober 2011 wordt het Centrum voor Jeugd en Gezin Bladel geopend. Om die reden is het CJG Bladel, als fysieke, bouwkundige voorziening, niet meer als beleidsactie in deze nota opgenomen. Beleidsonderdeel: Kinderopvang enPeuterspeelzaalwerk Kinderopvang Kinderopvang is bedoeld om het ouders of verzorgers makkelijker te maken om zorg en werk te combineren. als subdoelstelling te realiseren: het scheppen van voorwaarden om binnen de gemeente Bladel een passend aanbod aan kinderopvang te kunnen bieden. met als uitgangspunten: kwaliteitsbewaking tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang voor bepaalde doelgroepen. samenwerking tussen kinderopvangvoorzieningen en welzijns-, jeugd-, onderwijs- en sportvoorzieningen. en in achtneming van de ontwikkelingen: - Wet OKE Wet OKE Op 1 augustus 2010 is de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie in werking getreden. Deze wet beoogt het harmoniseren van de wet- en regelgeving voor kinderopvang en peuterspeelzalen. Aan gemeenten de taak de regie op zich te nemen en met lokale partners tot een gezamenlijke visie te komen voor de toekomst van de lokale voorschoolse voorzieningen. Gemeenten moeten daarbij tot afspraken komen over de doelgroep voor de voorschoolse educatie en het realiseren van een dekkend en sluitend aanbod van voor- en vroegschoolse educatie door harmonisatie van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang. Met invoering van de Wet OKE heeft de gemeente op het Beleidsonderdeel Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk vier wettelijke taken: melding en registratie; een bijdrage in de kosten van kinderopvang voor –specifieke- doelgroepen; toezicht op kwaliteit en een handhavingsplicht; harmonisatie peuterspeelzaalwerk en kinderopvang. Peuterspeelzaalwerk De Stichting Peuterspeelzalen Bladel (sinds 2006) beheert in de gemeente Bladel 5 peuterspeelzalen. Per peuterspeelzaal wordt invulling gegeven aan de basisfunctie: spelen, ontwikkelen, (sociaal-emotionele ontwikkeling, de taalontwikkeling, de ontwikkeling van creativiteit, de zintuigen, de motoriek en de cognitieve ontwikkeling) en ontmoeten. Het herkennen van problemen in de ontwikkeling van kinderen en het uitwisselen van ervaringen met ouders over (de opvoeding van) hun kinderen en het completeren de basisfunctie van de peuterspeelzaal. Als subdoelstelling te realiseren: een aanbod mogelijk te maken dat ieder kind in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar gedurende twee dagdelen per week de peuterspeelzaal kan bezoeken. met als uitgangspunten: een toegankelijk aanbod. een betaalbaar aanbod. (bewaking van
  3. de)kwaliteit. en in achtneming van de ontwikkelingen: invulling van het Voor- en Vroegschoolse Educatiebeleid (VVE)-beleid, door: deskundigheidsbevordering peuterspeelzaalleidsters bezoek extra dagdelen doelgroepkinderen VVE gedurende de looptijd van het beleidskader 2012-2015 de volgende ambities te realiseren Implementatie van de harmonisatie peuterspeelzaalwerk en kinderopvang met als uiteindelijke resultaat (in 2014) een sluitend aanbod van voor- en vroegschoolse educatie (kinderopvang/peuterspeelzaal). Beleidsonderdeel: Jeugdgezondheidszorg Dit beleidsonderdeel is gericht op het stimuleren en bevorderen van een gezonde ontwikkeling van kinderen door het vroegtijdig onderkennen van afwijkingen in de lichamelijke ontwikkeling van het kind, het uitvoeren van wettelijk verplichte vaccinaties en het bieden van voorlichting, advies en ondersteuning aan ouders. als subdoelstelling te realiseren: Jeugdgezondheidszorg is preventieve gezondheidszorg gericht op de groei en ontwikkeling van het kind ter voorkoming van gezondheidsbedreigingen. De JGZ volgt de lichamelijke, psychische, sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen en geeft informatie aan ouders en kinderen over een gezonde ontwikkeling van het kind op al deze gebieden. Daarnaast signaleert JGZ (dreigende) stoornissen en zorgt voor adequate behandeling of doorverwijzing. Het uniforme deel (wettelijke) van het basispakket bestaat uit een aantal JGZ- producten waarmee alle kinderen in Nederland periodiek dezelfde preventieve zorg aangeboden krijgen. Het maatwerkdeel bestaat uit (evidence-based) producten die worden afgestemd op de lokale zorgbehoefte van een gemeente. met als uitgangspunten: de Wet collectieve preventie. en in achtneming van de ontwikkelingen: De jeugdgezondheidszorg wordt ondergebracht in het CJG waardoor een geïntegreerd aanbod ontstaat op het gebied van jeugdgezondheidszorg en opvoedondersteuning dat tevens geschakeld is met jeugdzorg en de zorg in en om het onderwijs. Transitie Jeugdzorg. Digitalisering papieren dossiers. Verwijsindex risicojongeren/ Zorg voor Jeugd Triage om meer aandacht te kunnen besteden aan risicokinderen. Dit is het maken van een voorselectie (volgens protocol) door JGZ-functionarissen van kinderen naar hun zorgbehoefte, zodat kwetsbare kinderen passende en tijdige zorg op maat krijgen. Ook in het kader van VVE. Implementatie project “ Alle kinderen in Beeld. Hernieuwde invulling van uniforme deel van basispakket en de prenatale voorlichting. Uitgangspunt is dat JGZ in Zuidoost Brabant voor alle kinderen in haar werkgebied. Project huisartsen-jeugdartsen Zorgplannen in het kader van risicozorg Afspraken in het kader van Voor- en Vroegschoolse Educatie. gedurende de looptijd van het beleidskader 2012-2015 de volgende ambities te realiseren: 1. Integratie JGZ in Centrum voor Jeugd en Gezin Bladel. 2. Aandacht voor de volgende prioritaire problemen bij Bladelse jeugd (nav GGD-monitor, POP- en Expertgroepbijeenkomsten): - psychische problemen23; - overgewicht; - gezonde voeding; - (overmatig) alcoholgebruik. Programma 3: Maatschappelijke Participatie Het programma Maatschappelijke Participatie van de gemeente Bladel is opgebouwd uit de prestatievelden 3, 4, 5 en 6 van de Wmo en heeft de volgende kenmerken: Het verstrekken van informatie en advies op het brede terrein van maatschappelijke ondersteuning. Het ondersteunen van de burger bij het maken van keuze’s bij het oplossen van een probleem. De zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de burger bevorderen. Het faciliteren en ondersteunen van Bladelse vrijwilligers en mantelzorgers en knelpunten zodanig wegnemen zodat de inzet van vrijwilligers en mantelzorgers voor van algemeen belang geachte maatschappelijke activiteiten en/of voorzieningen in stand gehouden kan worden. Zorgen voor een zelfstandige deelname aan de samenleving door ondersteuning en begeleiding aan te bieden aan Bladelse burgers met een lichamelijke beperking, een verstandelijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem. Het verstrekken van een individuele voorziening die een volwaardige deelname aan de samenleving mogelijk maakt als een algemene voorziening niet passend is. Het programma Maatschappelijke Participatie is opgebouwd uit de volgende 4 beleidsonderdelen: Ouderen, chronisch zieken, wonen, zorg en welzijn. Mantelzorgondersteuning. Maatschappelijk werk. Individuele voorzieningen en het zogloket. Beleidsonderdeel: Ouderen, chronisch zieken en gehandicapten > wonen, zorg en welzijn. Onder dit beleidsonderdeel worden wonen, zorg en welzijn-initiatieven verstaan die ondersteunend zijn voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten. Als subdoelstelling te realiseren: - behoud van de zelfstandigheid voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten door ondersteuning door en via Steunpunten. met als uitgangspunten: veiligheid en gebruiksgemak van de woning en woonomgeving. evenwichtige leeftijdsopbouw in het dorp. de ontwikkeling van een zorgstructuur die erop gericht is de zorg naar de mensen te brengen en niet de mensen naar de zorg. de ontwikkeling van dienstencentra in elke kern, waar zorg- en welzijnsdiensten worden aangeboden. de ontwikkeling van zorg- en welzijnsdiensten, die het voor de doelgroep mogelijk maken om deel uit te blijven maken van de lokale gemeenschap. verschillen in behoeften van de doelgroepen ouderen chronisch zieken en gehandicapten beter in kaart brengen. ontwikkelingen eenzaamheid onder kwetsbare ouderen hebben prioriteit. Centrumontwikkelingen Hapert – Steunpunt De Kloostertuin In Woonzorgcomplex De Kloostertuin zijn woon-, zorg- en welzijnsfuncties ondergebracht voor inwoners van Hapert die zorg nodig hebben en/of deel willen nemen aan welzijnsactiviteiten (voornamelijk ouderen). De vrijwilligers van Stichting Steunpunt De Kloostertuin beheren in het woonzorgcomplex het Steunpuntdeel. Het Steunpunt bestaat uit een aantal ruimtes waar welzijns- en zorgactiviteiten plaatsvinden. De toenemende vraag naar ouderenactiviteiten in het Steunpunt en de aanstaande nieuwbouw van intensieve zorgwoningen aan het Alexanderhof hebben geresulteerd in een heroriëntatie op de bestaande ruimtes/capaciteit en de toekomstige functie(
  4. s)van een Steunpunt in en voor alle inwoners van Hapert met bijzondere aandacht voor de zorgwoningen aan het Alexanderhof, het Pleintje en De Kloostertuin. Het (ver-)nieuw(d)e Steunpunt moet de uitvalsbasis worden voor vrijwillige en intensieve professionele 24-uurszorg. Tijdens de gedachtevorming over de toekomstige centrumontwikkeling voor Hapert zijn nieuwe mogelijkheden voor Steunpunt De Kloostertuin besproken die een alternatief zouden kunnen zijn voor vernieuwbouw op de huidige locatie. Deze mogelijkheden inclusief de mogelijkheid voor vernieuwbouw op de huidige locatie worden de komende maanden uitgewerkt 24. Dienstencentrum Bladel In januari 2006 is –op advies van de gemeentelijke adviescommissie Wonen, Welzijn, Zorg- de Stichting Dienstencentrum Bladel opgericht. Het doel van de Stichting is: het bouwen/doen bouwen en beheren van een adequate accommodatie waarin ouderen, ona

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.