Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffingDe raad van de gemeente Blaricum, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders dd. 1 november 2011 gelet op artikel 229d, aanhef, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, en 255a van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; BESLUIT: de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING vast te stellen. Artikel1Aard van de belasting Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht 1De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 van de Wet milieubeheer (Stb. 1992, 551) een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel; b. ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel3Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar
- Indien dat perceel op 1 januari van het kalenderjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon € 139,80
- Indien dat perceel op 1 januari van het kalenderjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door meer dan één persoon € 280,20 Artikel4Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel5Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel6Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel in de loop van het belastingjaar het aantal personen dat het perceel bewoont meer wordt dan één, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, dan wel na vermeerdering van het aantal personen, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel in de loop van het belastingjaar het aantal personen dat het perceel gebruikt minder wordt dan twee, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, dan wel na vermindering van het aantal personen, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel7Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval dat het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op het in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel8Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing. Artikel9Inwerkingtreding en citeertitel 1De “Verordening afvalstoffenheffing 2011” vastgesteld op 14 december 2010 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 4Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Afvalstoffenheffing 2012”. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 13 december
- P.C.M. de Groot, Mevr. J.N. de Zwart-Bloch secretaris voorzitter