← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2012 (Steenwijkerland)

Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2012 De raad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 september 2011, nummer 2011/99k; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN WATERTOERISTENBELASTING

  1. (Verordening watertoeristenbelasting Steenwijkerland 2012). Artikel1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vaartuig:een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; lengte: de lengte over alles; vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; seizoen: het tijdvak van 16 april tot en met 16 oktober; schipper:de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. Artikel2 Belastbaar feit Onder de naam “watertoeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen. Artikel3 Belastingplicht Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel
  2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel
  3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig de schipper, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als bedoeld in artikel 2, dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: van degene die verblijf houdt aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano’s, roei- en volgboten; motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van deze verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Geen belasting wordt geheven voor de dag van vertrek. Indien de dag van aankomst gelijk is aan de dag van vertrek is het tarief per etmaal van toepassing. Artikel6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: het aantal personen dat verblijf heeft gehouden op een vaartuig bepaald op 2,2; het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op
  4. Artikel7 Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing In afwijking van het bepaalde in artikel 6, wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag, de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal. Artikel8 Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per etmaal € 1,
  5. Artikel9 Belastingtijdvak Het belastingjaar is gelijk aan het seizoen. Artikel10 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel11 Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Artikel12 Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later. 2.In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zes gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt met betrekking tot het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen als genoemd in het eerste lid. 4.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel13 Kwijtschelding Bij de invordering van de watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel14 sNadere regels door het college van burgemeester en wethouder Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de watertoeristenbelasting. Artikel15 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeente-ambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel16 Overgangsrecht De “Verordening watertoeristenbelasting Steenwijkerland 2011”, vastgesteld bij raadsbesluit van 9 november 2010, nummer 2010/112j, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 17, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel17 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  6. Artikel18 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening watertoeristenbelasting Steenwijkerland 2012”. De raad voornoemd,de griffier, R.G.H.P. Moonende voorzitter, M.A.J. van der Tas

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.