Gedragscode Collegeleden Lansingerland 2011HoofdstukIKernbegrippen van integriteit Leden van het college van burgemeester en wethouders stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente, en in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire richtsnoer. Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-collegeleden, de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie collegeleden hun functie vervullen. Collegeleden van de gemeente Lansingerland staan ten dienste van alle bewoners, bedrijven, instellingen en bezoekers van de gemeente. Dit vraagt een duidelijke en transparante opstelling van het bestuur waar het gaat om belangenbehartiging, besluitvorming, klantgerichtheid en dienstverlening. Het betekent ook creatief en communicatief zijn en bereid zo nodig een extra stap te zetten voor een goede belangenbehartiging en besluitvorming. Leidende begrippen hierbij zijn: 1. Dienstverlenend Het handelen van een collegelid is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de bewoners en bedrijven die daar deel van uit maken. 2. Functionaliteit Het handelen van een collegelid is herkenbaar en herleidbaar naar de functie die hij binnen het bestuur van de gemeente vervult. 3. Onafhankelijkheid Bij het handelen van een collegelid treedt er geen vermenging op met persoonlijke of oneigenlijke belangen of met belangen van relaties en iedere schijn van belangenverstrengeling wordt vermeden. 4. Transparantie Het handelen van een collegelid is open en transparant, ook ten aanzien van zijn zakelijke relaties, zodat controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van een collegelid en zijn beweegredenen daarbij en er altijd optimale verantwoording mogelijk is. 5. Betrouwbaarheid Een collegelid houdt zich aan zijn afspraken. Burgers, collega collegeleden en raad kunnen op hem rekenen. 6. Zorgvuldigheid Het handelen van een collegelid is zodanig dat burgers, bedrijven, collega collegeleden, raadsleden en medewerkers van de gemeentelijke organisatie altijd op gelijke wijze en met respect tegemoet worden getreden en de belangen altijd op een correcte manier worden afgewogen. 7. Vertrouwelijkheid en geheimhouding Het handelen van een collegelid is zodanig dat burgers, collega collegeleden en raad er op kunnen rekenen dat kennis en gevoelige, vertrouwelijke of geheime informatie waarover een collegelid beschikt alleen wordt gebruikt voor het doel waarvoor deze bestemd is. Een collegelid voorkomt (mogelijk) misbruik. HoofdstukIIGedragscode en afspraken bij integriteit Artikel1Algemene bepalingen Onder het college wordt verstaan: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland. Deze gedragscode geldt voor de voorzitter en alle leden van het college. De gedragscode is openbaar en wordt gepubliceerd. De leden van het college ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code. In gevallen waarin de gedragscode niet voorziet of in geval van twijfel vindt bespreking in het college plaats. Artikel2Nevenfuncties Een collegelid voert geen nevenfuncties, nevenwerkzaamheden of werk in een eigen bedrijf uit waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente. Een collegelid maakt melding van (al dan niet betaalde) functies, nevenfuncties en bestuursfuncties die hij heeft. Van de nevenfuncties, nevenwerkzaamheden en het werken in een eigen bedrijf wordt een openbare registratie bijgehouden. Deze registratie ligt ter inzage op het gemeentehuis. De kosten die een collegelid maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van zijn ambt (de zogenoemde q.q.-nevenfunctie) worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend. Een collegelid dat een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde van het ambt bespreekt dit voornemen in het college. Daarbij geeft hij aan op welke wijze hij zijn handelen hierop zal afstemmen en hoe wordt omgegaan met eventuele vergoedingen en te maken kosten. Artikel3Belangenverstrengeling en aanbesteding Een collegelid doet opgave van zijn (financiële) belangen die hij in ondernemingen en organisaties heeft waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt en geeft daarbij aan op welke wijze hij zijn handelen hierop zal afstemmen. Van de opgave wordt een openbare registratie bijgehouden. Een collegelid maakt tijdig kenbaar dat hij (financiële) belangen heeft bij aangelegenheden waarover besluitvorming aanstaande is. Hij geeft daarbij tevens aan of er sprake zal zijn van tegengestelde belangen die zijn functioneren als collegelid mogelijk belemmeren. Ook geeft hij aan op welke wijze hij zijn handelen hierop zal afstemmen. Van de opgave wordt een openbare registratie bijgehouden. Bij privaat-publieke samenwerking voorkomt een collegelid (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. Een collegelid neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden. Een collegelid dat familie–, vriendschap– of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met aanbieders van diensten aan de gemeente onthoudt zich van deelname aan besluitvorming over de desbetreffende opdracht. Bij juridische geschillen fungeert het collegelid niet als (juridisch) adviseur van de tegenpartij. Een oud-collegelid wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente. In het geval sprake is van aangelegenheden als genoemd onder a),
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.