← Nederland

Verordening Voorzieningen Wmo gemeente Bunschoten 2011 (Bunschoten)

Verordening Voorzieningen Wmo gemeente Bunschoten 2011Inleiding De verordening is de weerslag van twee zaken. Allereerst hebben de resultaten van het project "De Kanteling" aan de basis gelegen van de in de verordening opgenomen tekst Vervolgens is ook rekening gehouden met de jurisprudentie, met name die van de Centrale Raad van Beroep. De opbouw van de verordening is geheel anders dan die van de huidige verordening. In deze verordening ligt het zwaartepunt op de te behalen resultaten in plaats van op voorzieningen en op het zogenaamde "gesprek", een open gesprek waarin samen met de persoon die compensatie behoeft een zo volledig mogelijke inventarisatie gemaakt wordt van zijn [1] situatie, zijn mogelijkheden en onmogelijkheden, zijn wensen en individuele specifieke kenmerken en de problemen die om een oplossing vragen. Leidend hierbij is het te bereiken resultaat. Op basis hiervan kan bekeken worden welke mogelijkheden er zijn om dit resultaat te bereiken met oplossingen die al voorhanden zijn, zoals eigen mogelijkheden, (wettelijk) voorliggende voorzieningen, algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen of collectieve voorzieningen. Daarna wordt duidelijk op welke punten nog individuele voorzieningen nodig zijn. Na het gesprek volgt eventueel een aanvraag voor individuele voorzieningen. Door deze wijze van werken wordt het proces om te komen tot oplossingen in twee delen gesplitst: een inventarisatiefase, gekarakteriseerd door het "gesprek" en een fase van aanvraag, beoordeling en toekenning van individuele voorzieningen. Het is zelfs mogelijk een keuze te maken die leidt tot invulling van beide fasen door verschillende personen. Na de begripsomschrijvingen licht de focus op de te bereiken resultaten. Daarin zal per onderdeel van de Wmo, zoals geschetst in artikel 4 lid 1 van de wet (een huishouden voeren, zich verplaatsen in en om de woning, zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en medemensen ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aangaan) uitgewerkt worden wat daarbij als resultaat bereikt moet worden. Daarna wordt ingegaan op het Gesprek en vervolgens op de procedure na dat gesprek als het komt tot een individuele aanvraag. Pas daarna zal besloten worden met een aantal algemene soms procedurele regels. HOOFDSTUK

  1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel
  2. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Lid
  3. Wet Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Lid
  4. College College van burgemeester en wethouders. Lid
  5. Compenserende maatregelen De plicht van het college om voor personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem maatregelen te treffen of voorzieningen te verstrekken ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Lid
  6. Aanmelding Aanmelding: de mededeling van een belanghebbende aan het college dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek. Lid
  7. Het gesprek Het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke, collectieve, (wettelijk) voorliggende en/of individuele voorzieningen. Lid
  8. Aanvraag Aanvraag: het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te komen voor één of meerdere compenserende maatregelen. Lid
  9. Belanghebbende Belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een aanmelding of een aanvraag doet of laat doen. Lid
  10. Psychosociaal probleem Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving. Lid
  11. Algemene voorziening Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure. Lid
  12. Algemeen gebruikelijke voorziening Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, leeftijdsgerefateerd is, algemeen verkrijgbaar is en niet - aanzienlijk - duurder is dan vergelijkbare producten. Lid
  13. Collectieve voorziening Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt, in casu het collectief vraagafhankelijk vervoer. Lid
  14. Voorliggende voorziening Voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Lid
  15. Wettelijk voorliggende voorziening Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden. Lid
  16. Individuele voorziening Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten behoeve van één persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem wordt verstrekt. Deze stelt hem in staat om een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel, medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Lid
  17. Gebruikelijke zorg Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alle leden van een leefeenheid als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd. Zoals omschreven in het protocol gebruikelijke zorg. Lid
  18. Voorziening in natura Voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen of in eigendom, of als persoonlijke dienstverlening. Lid
  19. Persoonsgebonden budget Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura. Lid
  20. Financiële tegemoetkoming Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat. Lid
  21. Mantelzorger Mantelzorger: een persoon die langdurige zorg biedt die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden. De zorg wordt geleverd aan een hulpbehoevende uit diens directe omgeving. De zorgverlening vloeit rechtstreeks voort uit de sociale relatie en deze overstijgt de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar. Lid
  22. Hoofdverblijf Hoofdverblijf: de plaats waar een persoon daadwerkelijk de meeste nachten per jaar doorbrengt. Lid
  23. Eigen bijdrage Een inkomensafhankelijk bedrag dat de gemeente oplegt. Eigen bijdrage geldt bij een voorziening in natura of PGB die kostendekkend wordt geacht. Het CAK berekent, stelt vast en int vervolgens de eigen bijdrage. Lid
  24. Eigen aandeel Een inkomensafhankelijk bedrag dat de gemeente oplegt. Eigen aandeel is van toepassing bij financiële tegemoetkoming die niet kostendekkend is, zoals een forfaitair bedrag of een gemaximeerde vergoeding. Het CAK berekent, stelt vast en int vervolgens het eigen aandeel. HOOFDSTUK
  25. RESULTAATGERICHTE COMPENSATIE Artikel
  26. De te bereiken resultaten Compenserende maatregelen en/ of voorzieningen zijn gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van een belanghebbende. Daartoe treft het college van burgemeester en wethouders compenserende maatregelen en/of voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning die belanghebbende in staat stellen: een huishouden te voeren; zich te verplaatsen in en om de woning; zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel; medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. op basis van compenserende maatregelen en/of voorzieningen te bereiken resultaten zijn: een schoon en leefbaar huis; wonen in een geschikt huis; beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften; beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding; het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; zich verplaatsen in en om de woning; zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel; de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten. HOOFDSTUK
  27. VOORWAARDEN OWI TE KOMEN TOT COMPENSERENDE MAATREGELEN/TE BEREIKEN RESULTATEN Artikel
  28. Aanspraak op individuele compenserende maatregelen en/of voorzieningen Een belanghebbende komt in aanmerking voor compensatie indien: de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente; er geen voorliggende voorzieningen aanwezig zijn die een adequate oplossing bieden, waaronder mede wordt verstaan huisgenoten die gebruikelijke zorg kunnen verlenen; de noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is; de te verstrekken voorziening als de goedkoopst-compenserende voorziening aan te merken is. Artikel
  29. Geen individuele compenserende maatregelen en/of voorzieningen Geen individuele compenserende maatregelen en/of voorzieningen vindt plaats indien: er beschikbare (wettelijk) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen voorhanden zijn die voorzien in een adequate compensatie; als belanghebbende kosten heeft gemaakt of verplichtingen is aangegaan voordat de noodzaak van compenserende maatregelen en/of voorzieningen is vastgesteld en toegekend; er aan de zijde van belanghebbende geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor compensatie wordt aangevraagd; de kosten, waarop de compensatie betrekking heeft, naar oordeel van het college vermeden hadden kunnen worden; het een vraag betreft die reeds eerder is gecompenseerd en waarvan het college van mening is dat de getroffen maatregelen nog steeds adequaat zijn; er een kortdurend participatieprobleem, minder dan zes maanden, bij het besluit is vastgesteld; de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Bunschoten of zijn/haar hoofdverblijf buiten de gemeente valt; een compenserende maatregel en/of voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze voorafgaande verordening is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de compenserende maatregel en/of voorziening, nog niet is verstreken. Tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen; het een aanvraag betreft die naar oordeel van het college voortkomt uit levensloopgerelateerde fase van de aanvrager; wordt vastgesteld dat belanghebbenden niet heeft voldaan aan de verantwoordelijkheden genoemd in artikel 6; op basis van inkomen, gedragingen en verleden geoordeeld wordt dat de aanvraag voor de persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is. Artikel
  30. Verantwoordelijkheid van het college Het college draagt zorg voor een gedegen onderzoek, naar aanleiding van een aanvraag, dat leidt tot een individuele afstemming van de compensatie. Het college kan bij het onderzoek zoals genoemd in dit artikel gebruik maken van classificatiesystematieken zoals neergelegd in de ICF en/of 1CD. Het college houdt rekening met de capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien, zoals is bepaald in artikel 4 lid 2 van de wet. Hieronder wordt mede verstaan de mogelijkheden van de belanghebbende om de eigen omstandigheden te verbeteren en de participatie te bevorderen, Het college gaat altijd uit van de eigen kracht, zelfzorg en het zelfoplossend vermogen van belanghebbende en zijn sociale netwerk. Het college draagt er zorg voor dat er overleg gepleegd wordt met belanghebbende en zijn sociale netwerk, waarbij alle beschikbare voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen worden beoordeeld op bruikbaarheid en toepasbaarheid. Het college biedt de randvoorwaarde/mogelijkheid om voorafgaand aan een aanvraag een gesprek te voeren waarin de ondersteuningsbehoefte van belanghebbende uitgebreid in kaart wordt gebracht. Het college stelt in nadere regels een lijst van voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen vast. Artikel 6 Verantwoordelijkheid van belanghebbende Van belanghebbende wordt verwacht dat deze voorafgaand aan een aanvraag voor individuele compensatie gezocht heeft naar mogelijkheden om zelf te voorzien in een adequate oplossing voor zijn ondersteuningsvraag. Gebruik makend van eigen mogelijkheden, de mogelijkheden van zijn sociale netwerk en beschikbare (wettelijk) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen. Van een belanghebbende wordt verwacht dat deze tijdig anticipeert op ondersteuningsvragen die voortkomen uit levensloopgerelateerde fasen en hier ook binnen zijn eigen mogelijkheden, de mogelijkheden van zijn sociale netwerk en beschikbare (wettelijk) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen maatregelen treft. Van belanghebbende wordt verwacht dat deze verantwoordelijk is voor het verbeteren en of optimaliseren van de lichamelijke en geestelijke gezondheid en individuele psycho-sociale omstandigheden. Waar nodig met ondersteuning van zijn sociale netwerk en/ of (professionele) hulpverleners, mantelzorgers of vrijwilligers. Van belanghebbende wordt verwacht dat deze meewerkt aan een onderzoek om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de woon- en leefsituatie in relatie tot de benodigde en gevraagde compensatie. Van belanghebbende wordt verwacht de gegevens te verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de noodzaak van compensatie. HOOFDSTUK
  31. DE UITVOERING Artikel
  32. De aanvraag De aanvraag van een individuele voorziening moet schriftelijk of elektronisch ondertekend plaatsvinden, conform de Algemene wet bestuursrecht. Artikel
  33. Beslistermijn Een besluit wordt binnen een redelijke termijn genomen. Conform de richtlijnen van de Algemene wet bestuursrecht. Deze termijn is vastgesteld op maximaal 8 weken. Indien er afwijkende omstandigheden zijn, zoals het opvragen van een medisch advies of offertes, kan de termijn verlengd worden. Rekening houdend met de richtlijnen conform de Wet Dwangsom. Artikel 4, lid 2: Bij het bepalen van de voorzieningen houdt het college van burgemeester en wethouders rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager van de voorzieningen, waaronder verandering van woning In verband met wijziging van leefsituatie, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien. Artikel
  34. Advisering Voor het bepalen van de mate van compensatie, kan het college de belanghebbende uitnodigen om uitgebreider op de ondersteuningsvraag en sociaal (medische) situatie in te gaan met een of meer daartoe aangewezen interne deskundigen/adviesorganen. Artikel
  35. Wijziging situatie Belanghebbenden aan wie krachtens deze verordening compensatie is geboden, is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op aanwezige compenserende maatregelen en/of voorzieningen. Artikel
  36. Terugvordering Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: Lid
  37. Het recht op een compenserende voorziening is ingetrokken. De reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget wordt teruggevorderd van de budgethouder. Onverschuldigde bedragen worden teruggevorderd tot 5 jaren, nadat de beschikking tot intrekking bekend is gemaakt. Lid
  38. Het recht op een in eigendom verstrekte compenserende voorziening is ingetrokken. De voorziening wordt teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van onjuist verstrekte gegevens, waarbij is gebleken dat ware de juiste gegevens bekend geweest een andere beslissing zou zijn genomen. Lid
  39. Het recht op een in bruikleen verstrekte compenserende voorziening is ingetrokken. De voorziening wordt teruggehaald indien de voorziening is verleend op basis van onjuist verstrekte gegevens, waarbij is gebleken dat ware de juiste gegevens bekend geweest een andere beslissing zou zijn genomen. Lid
  40. Het recht op een compenserende voorziening in natura is ingetrokken. De voorziening wordt teruggehaald/beëindigd indien de voorziening is verleend op basis van onjuist verstrekte gegevens, waarbij is gebleken dat ware de juiste gegevens bekend geweest een andere beslissing zou zijn genomen. Lid
  41. Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget wordt ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het resultaat conform het besluit. Onverschuldigde bedragen worden teruggevorderd tot 5 jaren, nadat de beschikking tot intrekking bekend is gemaakt. Lid
  42. Een recht op een compenserende voorziening in natura is ingetrokken indien er sprake is van onveilig en/of oneigenlijk gebruik/geen gebruik maken van de voorziening. HOOFDSTUK
  43. BEOORDELING VAN DE TE BEREIKEN RESULTATEN PARAGRAAF
  44. ALGEMENE REGELS Artikel
  45. Het maken van een afweging Lid
  46. Bij het beoordelen van compenserende maatregelen, neemt het college het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt. Het college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken resultaat binnen de grenzen van deze verordening. Lid
  47. Alle eigen mogelijkheden, vrijwillige diensten en (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die beschikbaar en bruikbaar zijn, worden, als ze al niet tot een oplossing hebben geleid in het gesprek, of als er geen gesprek heeft plaatsgevonden, eerst beoordeeld. PARAGRAAF
  48. DE TE BEREIKEN RESULTATEN Artikel
  49. Een schoon en leefbaar huis Lid
  50. Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten. Lid
  51. Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele compenserende voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware huishoudelijke werk. Lid
  52. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. Lid
  53. Voor zover de in het vorige lid of 12 lid 2 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele compenserende voorzieningen verstrekt. Artikel
  54. Wonen in een geschikt huis Lid
  55. Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon. Lid
  56. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele compenseerde voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Lid
  57. Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Lid
  58. Voor zover de in het vorige lid of artikel 12 lid 2 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele compenserende voorzieningen verstrekt. Lid
  59. In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één woonruimte indien de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling dan wel vergelijkbare situatie. De aanvraag voor het bezoekbaar en/of logeerbaar maken wordt ingediend in de gemeente waar de aan te passen woning staat. Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de belanghebbende de woonruimte kan bereiken, de woonkamer en een toilet kan gebruiken. Onder logeerbaar wordt uitsluitend verstaan dat de belanghebbende de woonruimte kan bereiken en de woonkamer, een toilet, de natte cel en een slaapruimte kan gebruiken. Artikel
  60. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften Lid
  61. Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het voorzien zijn van de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook de noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen. Lid
  62. Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede het bereiden en aanreiken van maaltijden. Lid
  63. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen of voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat, wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld. Lid
  64. Voor zover de in het vorige lid 3 of 12 lid 2 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele compenserende voorzieningen verstrekt. Artikel
  65. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding Lid
  66. Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van kleding in gewassen en zo nodig gestreken, opgevouwen of opgehangen staat. Lid
  67. Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse was. Lid
  68. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, of voor zover de belanghebbende gebruik kan maken aanwezige en bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  69. Voorzover de in het vorige lid of 12 lid 2 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten. aanzien van die onderdelen geen Individuele compenserende voorzieningen verstrekt. Artikel
  70. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren Lid
  71. Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het huishouden aanwezige kinderen. Lid
  72. Met het oog op het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren, kan een individuele compenserende voorziening worden getroffen ten aanzien van het- zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen - vervangen van de ouder die in principe voor de kinderen zorgt, Lid
  73. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van aanwezige en bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  74. Voor zover de in het vorige lid of 12 lid 2 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele compenserende voorzieningen verstrekt. Artikel
  75. Zich verplaatsen in en om de woning Lid
  76. Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, het slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, het toilet en de douche, de berging, de tuin of het balkon te kunnen bereiken en er zich zodanig te kunnen redden dat normaal functioneren mogelijk is. Lid
  77. Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik. Lid
  78. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van aanwezige en bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  79. Voor zover de in het vorige lid of 12 lid 2 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele compenserende voorzieningen verstrekt. Artikel
  80. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel Lid
  81. Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon- en leefomgeving. Lid
  82. Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een individuele compenserende voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere afstand binnen de directe woon en leefomgeving. Lid
  83. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van aanwezige en bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  84. Voor zover de in het vorige lid of 12 lid 2 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele compenserende voorzieningen verstrekt. Lid
  85. Indien het inkomen meer bedraagt dan 1.5 maal de in het beleidskader genoemde norm wordt het bezit van een personenauto/of een met een auto vergelijkbare voorziening en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten als algemeen gebruikelijk geacht. Artikel
  86. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten Lid
  87. Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het zo mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het deelnemen aan gewenste activiteiten. Lid
  88. Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het vervoer naar de gewenste bestemmingen. Lid
  89. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van aanwezige en bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  90. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele compenserende voorzieningen verstrekt. Lid
  91. Indien het inkomen meer bedraagt dan 1,5 maal het norminkomen als genoemd in bijlage 1 van de beleidsregels voorzieningen Wmo, wordt het bezit van een verplaatsingsmiddel en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten als algemeen gebruikelijk geacht. HOOFDSTUK
  92. VERSTREKKING IN NATURA, ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET EN ALS FINANCIËLE TEGEMOETKOMING, EIGEN BIJDRAGEN EN EIGEN AANDEEL PARAGRAAF
  93. VERSTREKKING VAN VOORZIENINGEN Artikel
  94. Mogelijke verstrekkingswijzen De te treffen individuele compenserende voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming worden verstrekt. PARAGRAAF
  95. VERSTREKKING IN NATURA Artikel
  96. Inhoud beschikking Lid
  97. Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de beschikking vastgelegd: hoe belanghebbende wordt gecompenseerd en welke resultaten worden bereikt; welke eigen mogelijkheden en aanwezige en bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen voorhanden zijn; welke de te treffen voorziening is; wat de duur is van de verstrekking is; hoe de voorziening in natura verstrekt wordt en of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld. Lid
  98. Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage/eigen aandeel wordt dit in de beschikking opgenomen. PARAGRAAF
  99. VERSTREKKING ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET Artikel
  100. Overwegende bezwaren Het college legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bunschoten vast in welke situaties sprake is van overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget verstrekt wordt. Artikel
  101. Inhoud beschikking Lïd
  102. Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd: hoe belanghebbende wordt gecompenseerd en weike resultaten worden bereikt; welke eigen mogelijkheden en aanwezige en bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen voorhanden zijn; voor welk te bereiken resultaat (aangevuld, indien nodig met een programma van eisen) het persoonsgebonden budget bij de besteding, voldaan moet worden; wat de omvang (tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening in natura) van het persoonsgebonden budget is en hoe deze omvang tot stand is gekomen; wat de duur is van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden budget bedoeld is en f. welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het persoonsgebonden budget; wie de budgethouder is. Lid
  103. Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage/eigen aandeel wordt dit in de beschikking opgenomen. PARAGRAAF
  104. VERSTREKKING ALS FINANCIËLE TEGEMOETKOMING Artikel
  105. Inhoud beschikking Lid
  106. Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd: hoe belanghebbende wordt gecompenseerd / welke resultaten worden bereikt; welke eigen mogelijkheden en aanwezige en bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen voorhanden zijn; voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming bestemd is; wat de duur van de verstrekking is; of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld en f. wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is. Lid
  107. Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in de beschikking opgenomen. PARAGRAAF
  108. EIGEN BIJDRAGE EN EIGEN AANDEEL Artikel
  109. Eigen bijdragen en eigen aandeel Lid
  110. Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of een eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende resultaten: een schoon en leefbaar huis; wonen in een geschikt huis; beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften; beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding; het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover het geen rolstoel betreft; zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel; de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten. Lid
  111. De hoogte van de eigen bijdrage en het eigen aandeel wordt vastgesteld overeenkomstig de maximale wettelijke bedragen opgenomen in hoofdstuk IV van het Besluit maatschappelijke ondersteuning. HOOFDSTUK
  112. SLOTBEPALINGEN Artikel
  113. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel
  114. Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze verordening berustende Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bunschoten geldende bedragen verhogen of verlagen aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie, zoals bepaald in het beleidskader bij de Verordening Wmo individuele voorzieningen. Artikel
  115. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
  116. Artikel
  117. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening voorzieningen Wmo gemeente Bunschoten
  118. Voetnoot [1] Overal waar in deze tekst de mannelijke vorm staat, kan ook de vrouwelijke vorm worden gelezen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.