De raad der gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 mei 1994; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de navolgende: Havenverordening voor de gemeente Sliedrecht Artikell Deze verordening is, voor zover in de volgende leden van dit artikel daarop geen uitzonderingen zijn gemaakt, van toepassing op de gemeentehaven en andere openbare wateren binnen de grenzen van de gemeente Sliedrecht. Artikel2 In deze verordening wordt verstaan onder: a.vaartuig: ieder varend of drijvend voorwerp, dat wordt gebruikt of is bestemd voor vervoer te water van personen of goederen, daaronder begrepen drijvende werktuigen, zoals baggerwerktuigen, kranen, bokken, elevators, alsmede woonboten, glijboten en ponten; b.schipper: ieder, die aan boord van enig vaartuig voortdurend of tijdelijk het gezag voert, of -in het geval noch de gezagvoerder noch diens plaatsvervanger aanwezig is- de eigenaar of degene die de beschikking heeft over het vaartuig; c.havenmeester : de als zodanig door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar, of diens vervanger. Artikel3 Burgemeester en wethouders zijn gemachtigd de uitvoering van één of meer bepalingen van deze verordening op te dragen aan de havenmeester. Artikel4
- Het is verboden zonder ontheffing met een vaartuig ligplaats in te nemen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen van het onder 1 genoemde verbod tot wederopzegging ontheffing verlenen.
- De ligplaats wordt aangewezen door de havenmeester, wiens aanwijzingen ten aanzien van deze ligplaats de houder te allen tijde dient op te volgen. Artikel5
- De aanwijzing van een ligplaats ontheft de schipper niet van zijn verplichting zich ervan te overtuigen, dat de plaats voor zijn schip veilig is.
- De schipper is verplicht te zorgen, dat het vaartuig, zolang het een ligplaats inneemt, ten genoegen van de havenmeester is vastgemaakt aan de daartoe aanwezige voorzieningen of een ander schip.
- Het is verboden zonder toestemming van burgemeester en wethouders een vaartuig vast te leggen of vastgelegd te houden met sloten. Artikel6 1.De schipper is verplicht indien en zodra burgemeester en wethouders hem hebben te kennen gegeven, dat zij zulks in het belang van de scheepvaart of het gebruik van de haven noodzakelijk of wenselijk achten: a.trossen en kettingen, waarmee zijn vaartuig is gemeerd of verankerd, af te vieren of in te korten; zijn vaartuig te verhalen; zijn vaartuig te meren en gemeerd te houden op een andere door de havenmeester aangewezen ligplaats.
- Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een vaartuig, zonder toestemming van de schipper, te doen losmaken, verleggen of verhalen. Artikel7
- Iedere schipper is vanaf het moment, waarop hij met zijn vaartuig een haven of water binnenvaart of aan een kade aanlegt, verplicht de aanwijzigingen van de havenmeester, ter handhaving van de openbare orde of ter voorkoming van brand, aanvaring, hinder of schade gegeven, op te volgen.
- De schipper is verplicht zodanige voorzorgen te nemen, dat met zijn vaartuig geen brand, aanvaring, hinder of schade wordt veroorzaakt of de veiligheid van personen of goederen of de vrijheid of veiligheid van het verkeer te water wordt belemmerd of in gevaar gebracht. Artikel8 De schipper is verplicht hinderlijke uitstekende delen van het vaartuig binnenboord te halen, zodra hem dit in het belang van de veiligheid door de havenmeester wordt bevolen. Artikel9 De schipper van een gemeerd of voor anker liggend vaartuig is verplicht er zorg voor te dragen, dat het aan en van boord gaan veilig kan plaatsvinden. Artikell0 De schipper is verplicht bij aankomst in een haven hiervan terstond kennis te geven aan de havenmeester en daarbij op te geven de naam van de schipper, de naam van het vaartuig, de aard van de lading, alsmede herkomst en bestemming daarvan. Artikell1 De schipper is verplicht te allen tijde aan de havenmeester op diens verzoek de geldige meetbrief van het vaartuig en van de ladingsdocumenten ter inzage te verstrekken. Artikel12 De schipper van een vaartuig, dat dieper is beladen dan de onderkant van de ijkmerken of ijkplaten of waarvan de la- de stabiliteit in gevaar brengt, is verplicht op door burgemeester en wethouders gedane aanzegging de vaart te staken en zijn vaartuig te brengen naar een hem door de havenmeester aan te wijzen plaats. Artikel13 Het is verboden de haven of een water binnen te varen met een vaartuig, dat een zodanige diepgang of zodanige afmetingen heeft, dat een veilige ligplaats niet kan worden verzekerd door de havenmeester. De schipper van een vaartuig, dat aan de grond is geraakt, is verplicht op eerste aanzegging van burgemeester en wethouders zoveel van de lading te lossen of te doen lossen als nodig is om het vaartuig vlot te maken of te doen blijven dan wel het vaartuig op andere wijze te doen lichten. Artikel14
- Bij het naderen van de haven of haveningang moet de schipper de snelheid van zijn vaartuig zodanig verminderen, dat het zonodig vóór de "haven of haventoegang tijdig tot stilstand kan worden gebracht.
- De schipper is verplicht zijn vaartuig voor de ingang van de haven te doen stoppen, wanneer bij de haventoegang bij dag een rode vlag is gehesen of bij nacht twee rode lichten branden.
- Het is verboden met een vaartuig uit de haven te varen, indien één van de onder 2 genoemde seinen is geplaatst. Artikel15 1.Het is de schipper verboden zonder toestemming of gegeven aanwijzing van burgemeester en wethouders te varen met naast elkaar gekoppelde of vastgemaakte vaartuigen.
- Het is de schipper verboden te varen met een zodanige snelheid, dat door golfslag of zuiging schade kan worden toegebracht aan derden of eigendommen van derden.
- De vaarsnelheid in de haven mag niet meer bedragen dan 6 kilometer per uur. Artikel16 Wanneer twee vaartuigen elkaar moeten passeren en de ruimte daarvoor onvoldoende is, is de schipper van het vaartuig dat de haven binnenvaart verplicht te wachten tot het uitvarend vaartuig voorbij is. Artikel17 De schipper van een vaartuig, waarvan de lading naar het oordeel van de havenmeester nadelig is voor de openbare gezondheid, gevaar oplevert voor de openbare veiligheid of hinder van ernstige aard veroorzaakt, is verplicht op eerste aanzegging van burgemeester en wethouders onmiddellijk de haven met zijn vaartuig te verlaten of een door de havenmeester aangewezen plaats in te nemen. Artikel18 Onverminderd het bepaalde in de Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegeld in de gemeente Sliedrecht is het verboden goederen of voorwerpen van welke aard ook te laden, te lossen of over te slaan anders dan met toestemming van burgemeester en wethouders. Artikel19
- Het is de schipper verboden goederen te laden, te lossen of over te slaan op zodanige wijze, dat daardoor het laden, lossen of overslaan van andere goederen belemmerd of verhinderd wordt, zulkster beoordeling van de havenmeester.
- De schipper is verplicht er voor te zorgen dat, nadat hij zijn vaartuig heeft geladen of gelost, de behoorlijk wordt gereinigd.
- Het is de schipper verboden ladingen op zodanige wijze te laden, te lossen of over te slaan, dat gedeelten daarvan in het water kunnen storten. De schipper is verplicht eventueel in het water terecht gekomen goederen of stoffen daaruit onmiddellijk te verwijderen of te doen verwijderen met inachtneming van door de havenmeester te geven aanwijzingen.
- Het is de schipper verboden goederen of stoffen zodanig te laden of te lossen, dat door stuiven, wegwaaien, opwolken of hoe dan ook de lucht of de omgeving wordt verontreinigd. Artikel20
- Het is verboden met en vaartuig, dat geheel of gedeeltelijk is geladen met gevaarlijke stoffen, die ingevolge bijlage A van het Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn (ADNR)niet voor vervoer over de Rijn zijn toegelaten, te komen of te varen binnen de wateren, waarop deze verordening van toepassing is.
- Het vervoeren met een vaartuig over de in het eerste lid genoemde wateren van andere gevaarlijke stoffen is verboden, tenzij alle voorwaarden worden vervuld, die in de bijlagen A en B van het in het eerste lid genoemde reglement ten aanzien van het vervoer van de betrokken stoffen zijn gesteld.
- Het is verboden te laden of te lossen, indien dit in het belang van het scheepvaartverkeer, het behoud van havenwerken, de veiligheid van personen of goederen door burgemeester en wethouders ongewenst wordt geacht en zij van dit oordeel hebben doen blijken. Artikel21 Het is verboden een vaartuig zodanig te laden of de lading daarvan zodanig te lossen, dat daardoor aan de havenwerken of oeverwerken of andere eigendommen van derden schade kan worden veroorzaakt. Artikel22 De schipper van een vaartuig is verplicht, wanneer hij met dit vaartuig in of nabij de haven schade heeft toegebracht aan enig werk, hiervan onmiddellijk kennis te geven aan de havenmeester. Artikel23 1.Het is verboden van een gemeerd vaartuig de voortstuwer te laten draaien, tenzij terstond na aankomst van het vaartuig ter plaatse of ter voorbereiding van het vertrek.
- Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing indien wordt gehandeld met toestemming van burgemeester en wethouders.
- De schipper is verplicht er zorg voor te dragen, dat in gevallen als bedoeld in het eerste en tweede lid geen schade of ongeluk wordt veroorzaakt. Artikel24 Het is de schipper van een vaartuig verboden in de haven een anker te gebruiken om het vaartuig te stoppen of met krabbend anker te varen. Dit verbod is niet van toepassing, indien de schipper genoodzaakt is, zulks ter voorkoming van schade aan enig vaartuig of werk, het vaartuig door middel van een anker te stoppen. Artikel25
- Het is verboden zonder toestemming van burgemeester en wethouders vlotten, drijvende leidingen, balken, viskarren of andere soortgelijke voorwerpen in het water te laten liggen of drijven.
- Het is verboden zonder toestemming van burgemeester en wethouders meerboeien en steigers in het water te hebben, aan te brengen, te leggen of te plaatsen. Artikel26
- Het is verboden op de kade goederen te laten liggen na afloop van de door de havenmeester voor inlading of wegvoering bepaalde termijn.
- Het is verboden op de kade tot op een afstand van 5 meter van kademuren of beschoeiing materialen op te slaan wanneer de havenmeester heeft kenbaar gemaakt van oordeel, te zijn, dat het gewicht van die materialen daarvoor te groot is.
- Het is verboden afvalstoffen op de kade of bermen langs havens te werpen of te laten vallen. Artikel27 Het is verboden zonder toestemming van burgemeester en wethouders laad- en losinrichtingen op de kade te hebben of in gebruik te nemen. Artikel28 Het is verboden enig stof of enig voorwerp, waardoor open water kan worden verontreinigd daarin te vegen, te laten vallen, te werpen, te pompen of uit te laten vloeien. Artikel29 Het is verboden aan boord van een vaartuig ontplofbare licht-ontvlambare of bij ontbranding fel brandende stoffen te smelten, te koken of te verwarmen. Artikel30 De schipper van een vaartuig, waarop brand is ontstaan, moet terstond alarm maken en trachten zijn vaartuig uit de nabijheid van andere vaartuigen te verwijderen. Artikel31 1.Het is verboden zonder toestemming van burgemeester en wethouders te baggeren of het water met behulp van beugels, haken, dreggen, magneten of duik-apparatuur te doorzoeken met het doel zich op die wijze gevonden voorwerpen toe te eigenen.
- Een ieder, die enig voorwerp uit de havens opvist, is verplicht dit onverwijld aan de havenrneester over te dragen.
- Van verlies van ankers, kettingen, trossen en dergelijke voorwerpen moet onverwijld aan de havenrneester kennis worden gegeven. Artikel32 1.De schipper van een gezonken vaartuig is verplicht zodanige bakens of veiligheidsseinen te plaatsen en maatregelen te nemen, dat het gezonken vaartuig geen overlast kan veroorzaken. Hij is verplicht het gezonken vaartuig onverwijld te verwijderen of te doen verwijderen. 2.De schipper van een in een haven gezonken vaartuig is verplicht van dat zinken zo spoedig mogelijk aan de havenmeester kennis te geven. Artikel33 1.Het is verboden een vaartuig te slopen of op of aan een vaartuig, op een andere plaats dan op een werf, herstellingen uit te voeren of te doen uitvoeren of zich op een andere plaats dan op een werf met dat vaartuig te bevinden, terwijl daarop of daaraan herstellingen worden uitgevoerd.
- Dit verbod is niet van toepassing voorzover het betreft de uitvoering van de genoemde werkzaamheden met toestemming van burgemeester en wethouders. Artikel34 1.De schipper van een gemeerd of voor anker liggend vaartuig is verplicht er zorg voor te dragen, dat bij zijn afwezigheid het vaartuig voldoende wordt bewaakt.
- Burgemeester en wethouders zijn bevoegd gemeerde, niet of niet voldoende bemande, vaartuigen te verhalen en/of in bewaring te nemen voor rekening en risico van de schipper. Artikel35 Het is verboden zonder dat men daartoe gerechtigd is een vaartuig te ontmeren of te verplaatsen. Artikel36 Behalve de in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde opsporingsambtenaren zijn met de zorg voor de handhaving van deze verordening en het opsporen van overtreding daarvan belast de havenmeester en de door burgemeester en wethouders aan te wijzen ambtenaren van de sector Openbare Werken. Artikel37 Ter uitvoering en handhaving van deze verordening zijn de in artikel 36 bedoelde personen bevoegd zich, ook tegen de wil van de schipper, te allen tijde aan boord van vaartuigen te begeven. Aan hen wordt de last verstrekt zo dikwijls als de zorg voor de nakoming van deze verordening dat vereist de tot woning ingerichte gedeelten van vaartuigen, zelfs tegen de wil van de bewoners, te betreden, zulks met inachtneming van de bepalingen van de wet van 31 augustus 1853, Stbl.
- Artikel38 Overtreding van een bij of krachtens deze verordening gesteld verbod of niet-nakoming van enige ingevolge deze verordening opgelegde verplichting wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. Artikel39 Als gedeelte van de vaarweg, onderscheidenlijk als ligplaats waar tussen zonsondergang en zonsopkomst het voeren van lichten van stilliggende vaartuigen niet verplicht is, wordt aangewezen het gedeelte van de gemeentehaven dat als ligplaats voor jachten in gebruik is. In het overige gedeelte van de gemeentehaven is het voeren van lichten van stilliggende vaartuigen in de aangegeven periode slechts verplicht voor die vaartuigen die als buitenste van een rij gemeerd liggen. Artikel 40 Deze verordening kan worden aangehaald als de "Havenverordening Sliedrecht". Artikel41
- Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na de datum van bekendmaking.
- Met ingang van de in het eerste lid bedoelde dag vervalt de "Havenverordening Sliedrecht", vastgesteld door de gemeenteraad op 30 september
- Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Sliedrecht op 30 mei 1994 De secretaris, De voorzitter, typ. : MWOEV6531R coll. :