Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2012Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum, gelet op Verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2012, Besluit vast te stellen het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2012. Hoofdstuk1Algemene Bepalingen Artikel1.1Begripsbepalingen 1.1Begripsbepalingen De begripsbepalingen uit de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2012 (hierna de “Verordening”) zijn van toepassing op dit Besluit. Hoofdstuk2Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget Artikel2Regels rond verstrekking en verantwoording 2.1.Verzoek belanghebbende Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de belanghebbende. 2.2Weigering van een persoonsgebonden budget Van overwegende bezwaren als bedoeld in artikel 36 Verordening is sprake, indien voorzienbaar is dat belanghebbende niet op een verantwoorde wijze kan omgaan met een persoonsgebonden budget. Indien een persoonsgebonden budget wordt geweigerd, maar overigens aan de criteria wordt voldaan voor de individuele voorziening, kan een voorziening in natura worden verstrekt. 2.3Verantwoording persoonsgebonden budget bij koop of huur Als een persoonsgebonden budget wordt aangewend voor de koop of huur van een voorziening legt de budgethouder verantwoording af aan het college. Verantwoording vindt plaats op de volgende wijze: Als een persoonsgebonden budget wordt aangewend voor de koop van een voorziening, verstrekt de budgethouder binnen maximaal zes maanden na de datum van verzending van het besluit tot verlening van het persoonsgebonden budget, een betalingsbewijs aan het college over de besteding van het persoonsgebonden budget. Als een persoonsgebonden budget wordt aangewend voor de huur van een voorziening, verstrekt de budgethouder binnen maximaal drie maanden na de datum van verzending van het besluit tot verlening van het persoonsgebonden budget, een betalingsbewijs aan het college over de besteding van het persoonsgebonden budget. 2.4Verantwoording persoonsgebonden budget bij de voorziening hulp bij het huishouden Als een persoonsgebonden budget wordt aangewend voor hulp bij het huishouden legt de budgethouder verantwoording af aan Menzis Zorg en Inkomen. Hoofdstuk3Bijzondere regels over de financiële tegemoetkoming Artikel3Regels rond verstrekking en verantwoording 3.1Vorm van verstrekking Een financiële tegemoetkoming bestaat uit een: a.forfaitair bedrag; of b.een maximale bijdrage. 3.2Verantwoording Het college kan de belanghebbende schriftelijk verzoeken verantwoording af te leggen, waarbij belanghebbende de door het college aan te geven relevante stukken en gegevens moet overleggen binnen een door het college bepaalde termijn. Hoofdstuk4Eigen bijdrage en eigen aandeel Artikel4Eigen bijdrage en eigen aandeel 4.Omvang eigen bijdrage en eigen aandeel De omvang van de eigen bijdrage en het eigen aandeel wordt vastgesteld conform de systematiek en bedragen van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, waarbij de eigen bijdrage/ eigen aandeel bij hulp bij het huishouden wordt begrensd tot maximaal de kosten van de feitelijk ingezette uren en bij de woon- en vervoersvoorzieningen tot de kosten van de voorziening. Bij woon- en vervoersvoorzieningen tot € 1.000,-- is geen eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd. Hoofdstuk5De te bereiken resultaten - een schoon en leefbaar huis Artikel5 5.1Omvang hulp bij het huishouden De omvang van de huishoudelijke hulp wordt bepaald aan de hand van de noodzakelijk te verrichten activiteiten, limitatief opgesomd in bijlage 2. De tijdnormering van de noodzakelijk te verrichten activiteiten is opgenomen in bijlage 1. 5.2Hoogte persoonsgebonden budget De hoogte van het persoonsgebonden budget is afhankelijk van de omvang van de toegekende hulp bij het huishouden, zoals genoemd in artikel 5.1. Het persoonsgebonden budget dat wordt verstrekt voor hulp bij het huishouden is vastgesteld op het in bijlage 3 genoemde bedrag voor 1 uur per week huishoudelijke hulp. 5.3(vervallen) Hoofdstuk6De te bereiken resultaten – wonen in een geschikt huis en het zich verplaatsen in en om de woning Artikel6 6.1Hoogte vergoeding verhuis- en inrichtingskosten De hoogte van de verhuiskostenvergoeding is opgenomen in bijlage 3, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een verhuizing naar een aangepaste woning en een verhuizing naar een rolstoel toe- en doorgankelijke woning. 6.2Primaat van de verhuizing Het bedrag als bedoeld in artikel 10 lid 3 Verordening, waarboven het primaat van verhuizing wordt toegepast, is opgenomen in bijlage 3. 6.3Hoogte vergoeding bezoekbaar maken Het bedrag als bedoeld in artikel 12 lid 3 Verordening is opgenomen in bijlage 3. 6.4Kosten bouwkundige- of woontechnische voorziening Alleen de kosten van de navolgende bouwkundige- of woontechnische voorzieningen komen voor vergoeding in aanmerking: de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen, vervalt de post loonkosten en worden alleen de materiaalkosten vergoed; het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1997 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking. Het betreft dan veelal de ingrijpende woningaanpassingen; de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien noodzakelijk tot € 900 volledig of indien deze meer bedragen dan € 900,-, tot een maximum van 2% van de aanneemsom; de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; de verschuldigde en niet verrekenbare- of terugvorderbare omzetbelasting; renteverlies, dat ontstaat indien de belanghebbende noodzakelijke betaling aan derden moet doen voordat tot vergoeding is overgegaan, maar uitsluitend indien deze betalingen verband houden met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen; de prijs van bouwrijpe grond indien de aanschaf van de grond noodzakelijk is omdat niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden; na de oorspronkelijke raming ontstane kosten, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien konden worden, mits het college schriftelijk toestemming geeft voor de uitgave van deze extra bedragen; de kosten van noodzakelijk technisch onderzoek en voor advisering over de te treffen aanpassing; de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening; de administratiekosten die de verhuurder maakt voor het treffen van een voorziening voor zover de gezamenlijke kosten onder 1 tot en met 10 meer dan € 900,- bedragen, De vergoeding bedraagt in dat geval 8% van die kosten, met een maximum van € 340,- 6.5Maximale aanpassingskosten De kosten voor het treffen van een voorziening als bedoeld in artikel 39, lid 6 Verordening bedragen maximaal € 900,-. 6.6Hoogte persoonsgebonden budget voor een voorziening in de woning Het persoonsgebonden budget voor een voorziening in de woning wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de voor de gemeente goedkoopst compenserende voorziening, zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald. Het persoonsgebonden budget wordt verhoogd met een vaste vergoeding voor onderhoud, verzekering en reparatie. Voor onderhoud en reparatie wordt die vergoeding vastgesteld door 5,5 % van de bruto nieuwprijs (exclusief BTW) te nemen gedurende de afschrijfperiode van de voorziening en nooit meer dan het bedrag aan onderhoud en reparatie, dat het college afspreekt te betalen aan een gecontracteerde leverancier (
- s)bij de aanschaf van dezelfde voorziening in natura. Voor verzekering geldt een vaste vergoeding per jaar gedurende de afschrijfperiode van de voorziening, zoals opgenomen in bijlage 3. Het pgb wordt verhoogd met een vergoeding voor aanvullende kosten, bestaande uit kosten van onderhoud, verzekering en reparatie. 6.7Hoogte persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming voor de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van liften 1.Het college verleent alleen een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van liften, indien de lift op grond van de Verordening en het Besluit is verleend. 2.De omvang van het persoonsgebonden budget is gebaseerd op de werkelijke kosten, maar bedraagt voor onderhoud en keuring ten hoogste de kosten als vermeld in bijlage 3. De kosten voor onderhoud, keuring en reparatie kunnen bij het college worden gedeclareerd onder overlegging van de nota. 6.8Hoogte financiële tegemoetkoming voor de kosten van woningsanering De werkelijke kosten van woningsanering worden vergoed tot een maximum bedrag dat bestaat uit het door het NIBUD vastgestelde bedrag en daarbij wordt uitgegaan van een lineaire afschrijving gedurende 7 jaar. 6.9Hoogte persoonsgebonden budget voor een rolstoel Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening, zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald. Het persoonsgebonden budget wordt verhoogd met een vaste vergoeding voor onderhoud, verzekering en reparatie. Voor onderhoud en reparatie wordt die vergoeding vastgesteld door 5,5 % van de bruto nieuwprijs (exclusief BTW) te nemen gedurende de afschrijfperiode van de voorziening en nooit meer dan het bedrag aan onderhoud en reparatie, dat het college afspreekt te betalen aan een gecontracteerde leverancier (
- s)bij de aanschaf van dezelfde voorziening in natura. Voor verzekering geldt een vaste vergoeding per jaar gedurende de afschrijfperiode van de elektrische voorziening voor buitenshuis, zoals opgenomen in bijlage 3. Het pgb wordt verhoogd met een vergoeding voor aanvullende kosten, bestaande uit kosten van onderhoud, verzekering en reparatie. 3. Indien noodzakelijk wordt het persoonsgebonden budget verhoogd met een budget voor de inhuur van een ergotherapeut voor maximaal twee instructies; Hoofdstuk7De te bereiken resultaten – beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften Artikel7Inkomensgrens 7.1(vervallen) Hoofdstuk8De te bereiken resultaten – beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding, bed- en linnengoed Artikel8 8.1(vervallen) 8.2Hoogte persoonsgebonden budget Het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de voor de gemeente goedkoopst compenserende voorziening. Indien sprake is van de inzet van de huishoudelijke hulp geldt het bepaalde in hoofdstuk 5. Hoofdstuk9De te bereiken resultaten – Het (thuis) kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren Artikel9 9.1(vervallen) 9.2Hoogte persoonsgebonden budget Het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de voor de gemeente goedkoopst compenserende voorziening. Indien sprake is van de inzet van de huishoudelijke hulp geldt het bepaalde in hoofdstuk 5. Hoofdstuk10De te bereiken resultaten – zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel Artikel10 10.1 Hoogte persoonsgebonden budget voor een voorziening ten behoeve van het verplaatsen Het persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening. Het persoonsgebonden budget wordt verhoogd met een vaste vergoeding voor onderhoud, verzekering en reparatie. Voor onderhoud en reparatie wordt die vergoeding vastgesteld door 5,5 % van de bruto nieuwprijs (exclusief BTW) te nemen gedurende de afschrijfperiode van de voorziening en nooit meer dan het bedrag aan onderhoud en reparatie, dat het college afspreekt te betalen aan een gecontracteerde leverancier (
- s)bij de aanschaf van dezelfde voorziening in natura. Voor verzekering geldt een vaste vergoeding per jaar gedurende de afschrijfperiode van de elektrische voorziening voor buitenshuis, zoals opgenomen in bijlage 3. Het pgb wordt verhoogd met een vergoeding voor aanvullende kosten, bestaande uit kosten van onderhoud, verzekering en reparatie. 10.2Specifiek beleid bij het verstrekken van een persoonsgebonden budget De hoogte van een persoonsgebonden budget voor de huur van een gesloten buitenwagen of een bruikleenauto, wordt afgestemd op de kosten, die het college zou moeten maken bij de huur van dezelfde voorziening in verband met een verstrekking in natura. 10.3I(vervallen) 10.4Hoogte financiële tegemoetkoming Indien geen gebruik kan worden gemaakt van het collectief vervoer is de financiële tegemoetkoming voor de vervoerskosten voor belanghebbende gelijk aan de in bijlage 3 voor het desbetreffende vervoermiddel genoemde bedragen. 10.5Hoogte financiële tegemoetkoming bij verblijf in een AWBZ instelling Een financiële tegemoetkoming in de vervoerskosten van een belanghebbende, die verblijft in een AWBZ instelling, bedraagt 50% van de hoogte van de tegemoetkoming die een persoon ontvangt die zelfstandig woont. indien een financiële tegemoetkoming van 50% naar het oordeel van het college onvoldoende is, wordt de tegemoetkoming vastgesteld conform artikel 10.4. 10.6Eigen bijdrage scootmobiel Belanghebbende die gebruik maakt van een scootmobiel in natura is een eigen bijdrage van maximaal het in bijlage 3 genoemde bedrag verschuldigd. Hoofdstuk11De te bereiken resultaten - Contacten met medemensen en deelname aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten Artikel11 11.1(vervallen) 11.2Hoogte bedrag sportvoorziening De financiële tegemoetkoming voor een voorziening die louter is bedoeld om te sporten bedraagt maximaal het in bijlage 3 genoemde bedrag. Dit bedrag is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van aanschaf van de voorziening, alsmede het onderhoud en reparatie voor een periode van drie jaar. 11.3Hoogte persoonsgebonden budget/financiële tegemoetkoming 1.Het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de voor de gemeente goedkoopst compenserende voorziening. 2.Het persoonsgebonden budget wordt verhoogd met een vaste vergoeding voor onderhoud, verzekering en reparatie. Voor onderhoud en reparatie wordt die vergoeding vastgesteld door 5,5 % van de bruto nieuwprijs (exclusief BTW) te nemen gedurende de afschrijfperiode van de voorziening en nooit meer dan het bedrag aan onderhoud en reparatie, dat het college afspreekt te betalen aan een gecontracteerde leverancier (
- s)bij de aanschaf van dezelfde voorziening in natura. Voor verzekering geldt een vaste vergoeding per jaar gedurende de afschrijfperiode van de voorziening, zoals opgenomen in bijlage 3. Het pgb wordt verhoogd met een vergoeding voor aanvullende kosten, bestaande uit kosten van onderhoud, verzekering en reparatie. 3.In aanvulling op hoofdstuk 10 (artikel 10.2 t/m 10.6) geldt, indien sprake is van verstrekking van een voorziening ten behoeve van het zich verplaatsen per vervoermiddel, het bepaalde in hoofdstuk 10. Hoofdstuk12Terugvordering en verrekening Artikel12 12.1Terugvordering van een voorziening Indien een belanghebbende met een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming een voorziening in eigendom heeft verworven, en hij de voorziening op de door het college bedoelde wijze niet meer gebruikt, dient de belanghebbende of de nabestaande(
- n)de waarde van de desbetreffende voorziening volgens de in artikel 12.2 beschreven afschrijvingssystematiek terug te betalen aan het college dan wel de voorziening binnen vier weken aan het college te schenken. 12.2Afschrijvingssystematiek De afschrijvingssystematiek voor een voorziening, zoals genoemd in artikel 12.1, is gebaseerd op de terugkoopregeling met de gecontracteerde leveranciers van voorzieningen. Bij de terugvordering van de in artikel 12.1 bedoelde waarde, wordt uitgegaan van een gemiddelde afschrijvingstermijn van vijf of zeven jaar, afhankelijk van de voorziening. De afschrijvingssystematiek is als volgt: Voorziening Jr 0-1 Jr 1-2 Jr 2-3 Jr 3-4 Jr 4-5 Jr 5-6 Jr 6-7 > 7 Jr Categorie 1 2,5 % p/m 70 40 10 5 0 0 0 Categorie 2 2,5 % p/m 70 50 30 15 10 5 0 Categorie 1: Kinderrolstoelen, incidenteel en permanent Kinderrolstoelen elektrisch voor binnen en buiten Kinderdriewielfietsen Kinderwandelwagens/buggy’s Badlift Handbike Categorie 2: rolstoelen voor incidenteel, passief en actief gebruik Elektrische rolstoelen voor binnen/buiten gebruik Scootmobielen Driewielfietsen Transferlift (actief en passief) Douche- en toiletstoel Bad en douchehulpmiddelen Douchebrancard Fiets met lage instap 4.Indien rolstoelen zeer intensief worden gebruikt, kan worden afgeweken van de gemiddelde afschrijvingstermijn, als de budgethouder aannemelijk maakt, dat in verband met bijzondere omstandigheden door intensief gebruik een eerdere afschrijving noodzakelijk is. 12.3Verrekening Indien een belanghebbende met een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming een voorziening in eigendom heeft verworven, en hij de voorziening binnen de in artikel 12.2 genoemde afschrijvingstermijn niet meer gebruikt, omdat deze niet meer adequaat is, wordt de waarde van de desbetreffende voorziening verrekend met een eventueel nieuw toe te kennen persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming. De waarde van de voorziening is gebaseerd op de afschrijvingssystematiek, zoals bedoeld in artikel 12.2, derde lid. Verrekening zoals bedoeld in het eerste lid vindt niet plaats, indien de belanghebbende de desbetreffende voorziening binnen een termijn van vier weken aan het college schenkt. 12.4Terugvordering bij de aanschaf van een nieuwe voorziening Indien de belanghebbende een persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming ontvangt en deze met de geldsom een nieuwe voorziening aanschaft, en het verschil tussen het persoonsgebonden budget/de financiële tegemoetkoming en de feitelijke kosten van de voorziening bedraagt € 250,- of minder, vindt geen terugvordering plaats. 12.5Terugvordering bij de aanschaf van een tweedehands voorziening De omvang van het persoonsgebonden budget/de financiële tegemoetkoming wordt vastgesteld aan de hand van de afschrijvingssystematiek, zoals bedoeld in artikel 12.2, derde lid. Het college gaat tot terugvordering over van het verschil tussen het aldus vastgestelde persoonsgebonden budget/ de financiële tegemoetkoming en de feitelijke kosten van de tweedehands voorziening. 12.6Terugvordering van een persoonsgebonden budget bij hulp bij het huishouden Indien de belanghebbende een persoonsgebonden budget ontvangt en met de geldsom hulp bij het huishouden inkoopt, en het verschil tussen het persoonsgebonden budget en de feitelijke kosten van de voorziening bedraagt € 250,- of minder, vindt geen terugvordering plaats. Hoofdstuk13Slotbepalingen Artikel13 13.1Inwerkingtreding Dit Besluit treedt in werking op 1 januari 2012 onder gelijktijdige intrekking van het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Renkum 2010, vastgesteld in de vergadering van het college d.d. 2 februari 2010. 13.2Citeerartikel Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Renkum 2012. Bijlage 1 Inkomensgrenzen (vervallen) Bijlage 2 Tijdnormering hulp bij het huishouden Bijlage 3BEDRAGEN VOORZIENINGEN WMO Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum van 18 december 2012.De secretaris, de burgemeester,Bijlage 2 Tijdnormering hulp bij het huishouden Bijlage 3 Bedragen voorzieningen Wmo