← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van kadegeld 2012 (Aalsmeer)

Verordening op de heffing en invordering van kadegeld 2012Registratienr. 2011/12884-GR De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders met registratienummer 2011/12869; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b, van Gemeentewet; besluit: vastte stellen de "Verordening op de heffing en invordering van kadegeld 2012". Artikel

  1. begripsomschrijvingen. In deze verordening wordt verstaan onder: kade: de voor de openbare dienst bestemde ligplaats voor vaartuigen aan de waterweg gelegen aan de Kolenhaven aan de Stommeerweg. vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen van of vervoeren van al dan niet het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen. lengte: de lengte over alles. Artikel
  2. Aard van de heffing Onder de naam 'kadegeld' wordt een recht geheven ter zake van het gebruik en/of genot van de kade met een vaartuig, overeenkomstig de bestemming daarvan en het genot van door of vanwege de gemeente verstrekte diensten. Artikel
  3. Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de in artikel 2 bedoelde voorwerpen worden aangetroffen. Artikel
  4. Berekening van de belasting Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, onder een dag tevens een gedeelte van een dag verstaan. Artikel
  5. Tarieven Het tarief bedraagt, voor het innemen van een ligplaats aan de kade in deze verordening vermeld, over de lengte van het vaartuig per strekkende meter per dag € 1,
  6. Artikel
  7. Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is de periode waarin de voorwerpen aanwezig zijn, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden. Artikel
  8. Vrijstellingen Belasting als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven voor het hebben van voorwerpen, die ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd. Artikel
  9. Wijze van heffing De verschuldigde belasting wordt geheven bij wege van aangifte. Artikel
  10. Tijdstip van betaling Het kadegeld moet overeenkomstig de aangifte gelijktijdig worden betaald. Artikel
  11. Tijdstip van heffing De belasting als genoemd in artikel 10, tweede lid, moet worden betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving. In geval de kennisgeving als bedoeld in artikel 10, tweede lid, wordt toegezonden moet de belasting worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel
  12. Kwijtschelding Bij de invordering van kadegeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel
  13. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering het kadegeld. Artikel
  14. Inwerkingtreding en citeertitel De "Verordening Kadegeld 2011" van 2 december 2010 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. De verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  15. De verordening kan worden aangehaald als "Verordening Kadegeld 2012". Aldus besloten in de openbare vergadering van 8 december 2011., voorzitter, griffier

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.