Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting DE RAAD VAN DE GEMEENTE ROERMOND, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 september 2011, raadsvoorstelnummer 2011/055/1 ; gelet op het bepaalde in artikel 226 van de Gemeentewet besluit: vast te stellen de “verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting” (Verordening hondenbelasting 2012) Artikel1Belastbaar feit Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel2Belastingplicht 2.1Belastingplichtig is de houder van een hond. 2.2Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook, een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 2.3 Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel3Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en Kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Honden- en Kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma der Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging, mits de houder zich verbindt zijn hond met een begeleider aan wiens bevelen de hond gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen; waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is en de hond niet langer dan 90 dagen van het belastingjaar in de gemeente verblijft. Artikel5Belastingtarief 5.1De belasting bedraagt per belastingjaar: voor een eerste hond € 74,24 voor een tweede hond € 100,68 voor iedere hond boven het aantal van twee is het tarief bovenop het tarief van de voorafgaande hond: € 25,44 5.2In afwijking van de voorgaande leden bedraagt de belasting voor honden gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op Kynologisch gebied in Nederland, per kennel, ongeacht het aantal honden, per belastingjaar: € 212,40 5.3Het tweede lid blijft buiten toepassing als belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijk aantal honden, als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 8.1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 8.2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 8.3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9Termijnen van betaling 9.1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens twee maanden later. 9.2In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 9.3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijn. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van hondenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening hondenbelasting 2011" van 11 november 2010, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening hondenbelasting 2012". Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2011. De griffier,J. VervuurtDe voorzitter,H.M.J.M. van Beers
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.