Subsidieverordening gemeente Dongen 2012De raad van de gemeente Dongen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 november 2011, inzake de Subsidieverordening gemeente Dongen 2012; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de volgende verordening: Subsidieverordening gemeente Dongen 2012 Hoofdstuk1.Algemene Bepalingen Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Raad: raad van de gemeente Dongen; Cluster: een specifiek deel van het gemeentelijk welzijnsterrein, zoals vermeld in het subsidieprogramma; College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen; Instelling: een rechtspersoon naar burgerlijk recht, dan wel naar publiek recht, dan wel een erkend onderdeel daarvan, die zich ten doel stelt activiteiten op het brede beleidsterrein te verrichten ten behoeve van de inwoners van de gemeente; Subsidie: Er is sprake van een subsidie als het gaat om geldverstrekkingen, die aan de volgende kenmerken voldoen: het betreft een aanspraak op financiële middelen; die door een bestuursorgaan worden verstrekt; met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager; anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten; Incidentele subsidie: een subsidie die buiten de aanvraagperiode om aangevraagd wordt. Toekenning van een incidentele subsidie is alleen mogelijk indien de aanvraag past binnen de geldende beleidsregels van het (sub)cluster en indien het subsidieplafonds van het betreffende (sub)cluster nog niet bereikt is; Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een begrotingsjaar ten hoogste beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies ter uitvoering van deze verordening, volgens de daarvoor geldende beleidsregels; Subsidieprogramma: het door de raad telkens voor vier jaar vastgestelde programma. Hierin wordt het welzijnsbeleid beschreven, evenals de activiteiten die gedurende de programmaperiode in aanmerking komen voor subsidie, de subsidiegrondslag en de verplichtingen voor subsidieverlening; Subsidieoverzicht: uitwerking van het subsidieprogramma. Het subsidieoverzicht is een overzicht van alle subsidies en subsidieplafonds die jaarlijks verstrekt worden. Het subsidieoverzicht wordt ieder jaar aangepast aan de nieuwe situatie; Cluster: een specifiek deel van het gemeentelijk beleidsterrein, zoals vermeld in het subsidieprogramma; Activiteiten: werkzaamheden door een instelling verricht waarvoor subsidie wordt verleend; BCF: Beleidsgestuurde Contract Financiering (BCF). Contractvorm die wordt toegepast bij instellingen die een subsidie van meer dan € 50.000 per jaar ontvangen. BCF vormt de basis voor de van welzijnsinstellingen met beroepskrachten af te nemen diensten in relatie tot de daarvoor beschikbaar te stellen subsidie; Activiteitencontract: Overeenkomst waarin wederzijdse verplichtingen tussen gemeente en instelling m.b.t. uit te voeren activiteiten en te ontvangen subsidiebedrag zijn opgenomen; Beroepskracht: degene die op grond van een arbeidsovereenkomst naar het burgerlijk recht of een overeenkomst tot het verrichten van diensten een functie uitoefent bij een instelling; Vrijwilliger: degene die zelfstandig of in samenwerking met één of meer beroepskrachten activiteiten uitvoert zonder dat hij of zij een arbeidsovereenkomst met die instelling is aangegaan. Tegenover zijn of haar werkzaamheden staat, behoudens een geringe onkostenvergoeding, geen geldelijke vergoeding; Deelnemer: degene die deelneemt aan de activiteiten van de instelling; Subsidieperiode: 1 tot maximaal 4 kalenderjaren; Subsidiejaar: een kalenderjaar; Accountantsverklaring: een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid, onderscheidenlijk een mededeling van de accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek II van het Burgerlijk Wetboek inhoudende dat van onjuistheden niets is gebleken in de aangereikte stukken; Vermogen: het eigen vermogen zoals omschreven in artikel 373 van Boek II van het Burgerlijk Wetboek; Voorziening: een voorziening zoals omschreven in artikel 374 van Boek II van het Burgerlijk Wetboek. Artikel2.Reikwijdte verordening De Raad stelt vast dat voor de volgende clusters subsidie kan worden verstrekt: kunst en cultuur sport sociaal cultureel werk maatschappelijke zorg preventieve gezondheidszorg educatie leefbaarheid dorps- en wijkraden projectsubsidies Artikel3.Bevoegdheid college 1.Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2.Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden. 3.Het college is bevoegd om binnen de door de raad vastgestelde subsidieplafonds beleidsregels te stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per cluster zoals bedoeld in artikel 2 worden omschreven. Hoofdstuk2.Subsidieplafond en Begrotingsvoorbehoud Artikel4.Subsidieprogramma 1.Het subsidieprogramma wordt één maal in de vier jaar door de raad vastgesteld, voor een periode van vier jaar. 2.In principe worden de subsidiebedragen jaarlijks geïndexeerd. Indien de gemeentelijke financiën daartoe aanleiding geven, kan worden afgezien van indexering in enig jaar. Achteraf volgt over dat jaar ook géén over- of ondercompensatie. Bij de vaststelling van het indexeringspercentage wordt vastgehouden aan de indexcijfers, zoals jaarlijks gecommuniceerd door de VNG. Gedurende het begrotingsjaar vindt geen bijstelling van de indexpercentages plaats. Wel kan bij eventuele onder- of overcompensatie in het volgende jaar een correctie plaatsvinden. Als norm daarvoor gelden de afzonderlijke stijgingspercentages van de looncomponent binnen de Cao’s welzijn, bibliotheekwerk en kunsteducatie, zoals door de VNG jaarlijks gecommuniceerd wordt. Voor vrijwilligersorganisaties gaat het alleen om indexering aan de hand van het prijspercentage. 3.In geval van regionaal werkende instellingen en gemeenschappelijke regelingen kan een afwijkende indexering mogelijk en/of noodzakelijk zijn. Artikel5.Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1.De raad stelt bij het vaststellen van de gemeentebegroting jaarlijks het subsidieplafond per cluster vast, zijnde het maximumbedrag waarmee in het daaropvolgende kalenderjaar de subsidiëring conform deze verordening kan plaatsvinden. 2.Gedurende het jaar kan de raad door middel van een begrotingswijziging het subsidieplafond per cluster wijzigen. 3.Het college kan - met inachtneming van artikel 2 - beleidsregels opstellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag. Deze verdeling wordt bekend gemaakt bij het vaststellen van de subsidieplafonds. 4.Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 5.Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. 6.Indien de gemeentelijke financiële situatie daar aanleiding toe geeft of indien er sprake is van gewijzigde maatschappelijke omstandigheden, kunnen de in het subsidieprogramma opgenomen subsidiebedragen worden verlaagd. Het college bericht de instelling hieromtrent met inachtneming van een redelijke termijn. Artikel6.Subsidieoverzicht Het college stelt jaarlijks, ter uitwerking van de plafonds, bij besluit een subsidieoverzicht vast waarin de al dan niet geïndexeerde en/of de inhoudelijk aangepaste subsidiebedragen voor de afzonderlijke instellingen worden opgenomen. Hoofdstuk3.Subsidiesoorten Artikel7.Subsidiesoorten 1.Het subsidieprogramma kent de volgende subsidiesoorten: Basissubsidie Een basissubsidie wordt verleend voor de uitvoering van een activiteit die behoort tot de wettelijke taak van de gemeente of een activiteit waarvan het college van oordeel is dat deze structureel (minimaal vier jaar) nodig is om de gemeentelijke doelstellingen op langere termijn te bereiken. Met het benoemen van activiteiten die in aanmerking komen voor een basissubsidie wordt continuïteit gewaarborgd. Een basissubsidie is tevens een subsidie waarvan de beoogde resultaten aantoonbaar moeten worden gemaakt in kwantitatieve en/of kwalitatieve zin, te besteden tijd en/of in te zetten middelen. Projectsubsidie Het college kan op projectbasis een activiteitencontract aangaan voor activiteiten die passen binnen het gemeentelijk beleid. Hiervoor kunnen subsidies op basis van aanvullende criteria en passend binnen de vastgestelde subsidieplafonds jaarlijks uitgegeven en aangepast worden. Dit verschaft de nodige flexibiliteit m.b.t. jaarlijks beschikbare middelen en gestelde doelen. Projectsubsidies kunnen een incidenteel karakter hebben. Projectsubsidies kennen een maximale looptijd tot het einde van de subsidieperiode. Het college kan een projectsubsidie verlenen voor een periode van één tot vier jaar. 2.Met alle instellingen die een subsidie ontvangen van € 50.000 of meer wordt een BCF-contract afgesloten. Met alle andere instellingen die subsidie ontvangen wordt een activiteitencontract afgesloten. Hierin worden alle wederzijdse verplichtingen opgenomen. 3.Het college kent geen subsidies lager dan € 500,- toe. Hoofdstuk4.Aanvraag van de subsidie Artikel8.Bij aanvraag in te dienen gegevens en aanvraagtermijn 1.De instelling die een basissubsidie wil ontvangen en daarvoor wil worden opgenomen in het subsidieprogramma, dient vóór 1 april voorafgaande aan het eerste jaar van het subsidieprogramma een aanvraag in te dienen bij het college. 2.De instelling die een projectsubsidie wil ontvangen, dient vóór 1 april voorafgaand aan het subsidiejaar een aanvraag in te dienen bij het college. 3.Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag. 4.Het college kan aanwijzingen geven over de wijze waarop de aanvragen moeten worden ingediend en over de gegevens die bij de aanvraag moeten worden overgelegd. 5.Instellingen die niet zijn opgenomen in het subsidieprogramma kunnen gedurende de subsidieperiode alleen worden gehonoreerd als projectsubsidie. Bij het opstellen van het nieuwe subsidieprogramma kan worden nagegaan of de aanvraag past binnen het beleid en voor een basis- danwel projectsubsidie in aanmerking komt. 6.De aanvraag voor subsidieverstrekking moet bevatten: een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd; de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan, indien van toepassing. Tevens worden overige begrote inkomsten, bijvoorbeeld die verkregen uit entreegelden, hierin opgenomen. de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag, indien een instelling een subsidie ontvangt van meer dan € 50.000. Hoofdstuk5.Weigering van de subsidie Artikel9.Weigeringgronden 1.Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren indien de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen. 2.Instellingen komen niet in aanmerking voor subsidie als ze niet statutair gevestigd zijn in de gemeente Dongen, tenzij meer dan 70% van de leden uit Dongense inwoners bestaat. 3.Regionale of landelijke instellingen, waarvan de activiteiten geen directe of indirecte binding hebben met de gemeente of haar inwoners komen niet voor subsidie in aanmerking. 4.Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren indien: de te verrichten activiteiten in strijd zijn met de wet; activiteiten een partijpolitiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk karakter hebben; de activiteit ten tijde van de indiening van de aanvraag reeds geheel of gedeeltelijk heeft plaatsgevonden; de activiteit binnen een periode van 13 weken na aanvraag plaatsvindt; de activiteit een commercieel doel heeft; de activiteit in strijd is met een ander gemeentelijk doel; er al eerder een subsidieaanvraag is gehonoreerd voor deze activiteit of een onderdeel daarvan; er sprake is van een onevenredige verhouding tussen kosten en baten; er sprake is van (volledige) dekking van de activiteitskosten door andere (overheids)subsidies of sponsoring. Hoofdstuk6.Verlening van de subsidie Artikel10.Beschikking 1.Het college verzendt een beschikking tot subsidieverlening voor basis- en projectsubsidies binnen zes weken na de datum waarop de subsidieplafonds door de raad zijn vastgesteld en uiterlijk vóór 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie is aangevraagd. 2.Het college beschikt op een subsidieaanvraag voor incidentele subsidie binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ontvangen. Het college kan de termijn, waarbinnen de gemeente op een aanvraag voor incidentele subsidie dient te beschikken, schriftelijk met 13 weken verlengen. Artikel11.Verlening subsidie Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt. Artikel12.Betaling en bevoorschotting 1.Indien een beschikking tot subsidieverlening- en vaststelling van een bedrag tot € 5.000,- wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één termijn plaats. 2.Indien een beschikking tot subsidieverlening voor een bedrag vanaf € 5.000,- wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot. De hoogte en termijnen van de voorschotten worden bij de subsidieverlening bepaald. 3.Het college kan het verlenen van voorschotten opschorten indien: een instelling naar hun oordeel niet in voldoende mate de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen nakomt de beschikking tot subsidieverlening onjuist is veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate verzetten tegen een voortzetting van de subsidie de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet plaatsvinden of de resultaten niet worden gehaald of zullen worden gehaald de instelling onvoldoende of onjuiste gegevens verstrekt; de instelling niet meewerkt aan het maken van contractafspraken (BCF-contract of activiteitencontract) of weigert inzicht te geven in de daarvoor benodigde documenten (productenoverzicht, de kosten per product, formatieoverzicht en functie-inschaling). Artikel13.Intrekken of wijzigen van de subsidieverlening (artikel 4:48 Awb) 1.Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het college besluiten de subsidieverlening in te trekken of ten nadele van de instellingen te wijzigen indien: de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; de instelling niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de instelling onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; de subsidieverlening anderszins onjuist was en de instelling dit wist of behoorde te weten, of met toepassing van artikel 4:34, vijfde lid van de Algemene wet bestuursrecht, een beroep wordt gedaan op de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2.De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij intrekking of wijziging anders is bepaald. Artikel14.Intrekken of wijzigen van de subsidieverlening (artikel 4:50) Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het college de subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de instelling wijzigen: voor zover de subsidieverlening onjuist is; voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten, of in andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen. Hoofdstuk7.Algemene verplichtingen Artikel15.Tussentijdse rapportage Bij subsidies, hoger dan € 50.000,- , welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Artikel16.Overige verplichtingen van de instelling met betrekking tot subsidie 1.De instelling doet onverwijld schriftelijk melding aan het college zodra: aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan. er aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen. er relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden plaatsvinden. er een wijziging van de statuten voornemens is, voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.