Verordening Handhaving WWB, IOAW en IOAZ 2012 van de gemeente Bodegraven-ReeuwijkDe raad van de gemeente Bodgeraven-Reeuwijk; gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk van 2 november 2011 Gelet op de artikelen 147, eerste lid, Gemeentewet en artikel 8a van de Wet werk en bijstand (WWB), artikel 35 lid 1 onder c van de wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), artikel 35 lid 1 onder c Inkomensvoorzieining oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ): - De Verordening Handhaving WWB, IOAW, IOAZ en WIJ 2011 van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, in te trekken; - De Verordening Handhaving WWB, IOAW, IOAZ 2012 van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk vast te stellen. Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begrippen 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven in de verordening en toelichting, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand, de wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkeloze werknemers, de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene wet bestuursrecht. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: WWB: Wet werk en bijstand; IOAW: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkeloze werknemers; IOAZ: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; college: College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk; raad: gemeenteraad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk; hoogwaardig handhaven: bewerkstelligen dat de WWB, de IOAW en de IOAZ (spontaan) worden nageleefd; misbruik: het ontvangen van een uitkering in strijd met de wettelijke voorschriften waarbij het ten onrechte ontvangen aan de uitkeringsgerechtigde te wijten is; oneigenlijk gebruik: het ontvangen van een uitkering volgens de regels van die wetten maar in strijd met of buiten de bedoeling die bij de totstandkoming van die wetten heeft bestaan; uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand, IOAW of IOAZ; uitkering: een inkomen op grond van de WWB, IOAW of IOAZ; kosten van uitkering: de loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de uitkering verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet. Hoofdstuk2.Preventie Artikel2.Voorlichting, communicatie en hoogwaardig handhaven 1.Het college zorgt voor voorlichting en een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de WWB, IOAW en de IOAZ waaronder de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de WWB, IOAW en de, IOAZ; 2.Het college voert onderzoeken en bestandsvergelijkingen uit waarbij actuele gegevens worden gecontroleerd. Op grond hiervan kunnen uitkeringen na verificatie aan veranderde omstandigheden worden aangepast. Hoofdstuk3.Herziening, Intrekking, Terugvordering en Verhaal Artikel3.Herziening of intrekking toekenningsbesluit 1.Een besluit tot toekenning van een uitkering wordt door het college herzien of ingetrokken in de gevallen die in artikel 54, lid 3, WWB en artikel 17, lid 3, van de IOAW/OAZ, zijn aangegeven, voor zover zich hier geen andere wettelijke regeling tegen verzet. 2.Van herziening of intrekking kan worden afgezien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Artikel4.Terugvordering van uitkering en inkomensvoorziening 1.Het college vordert de kosten van de uitkering terug in de gevallen die in de artikelen 58 en 59 van de WWB en de artikelen 25 en 26 IOAW/IOAZ zijn aangegeven, voor zover zich hier geen andere wettelijke regeling tegen verzet. 2.Van terugvordering kan worden afgezien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 3.Het college stelt nadere regels vast in welke situaties kan worden afgezien van terugvordering. 4.Het college stelt nadere regels vast omtrent de terugvordering van de bruto kosten van uitkering, kosten van invordering en wettelijke rente. Artikel5.Verhaal 1.Het college verhaalt de kosten van de uitkering op grond van de WWB conform paragraaf 6.5 van de WWB, voor zover zich hier geen andere wettelijke regeling tegen verzet. 2.Van verhaal kan worden afgezien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 3.Het college stelt nadere regels vast in welke situaties kan worden afgezien van verhaal. 4.Bij nader door het college vast te stellen regels kan voor de vaststelling van de hoogte van de verhaalsbijdrage naast de bestaande maatstaven een door het college vast te stellen systematiek worden gehanteerd. Artikel6.Invordering 1.Het college vordert de teruggevorderde en de op derden verhaalde uitkering maximaal in voor zover zich hier geen andere wettelijke regeling tegen verzet. 2.Het college stelt nadere regels vast omtrent de invorderingsprocedure. Artikel7.Afzien van invordering 1.Het college kan op verzoek van de belanghebbende dan wel ambtshalve besluiten van gehele of gedeeltelijke invordering van een (verhaals)vordering af te zien. 2.Het college ziet niet af van invordering indien een opgelegde periodieke onderhoudsverplichting nog niet is beëindigd. 3.Het college ziet niet af van invordering indien de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, behoudens voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kan worden. 4.Het college stelt nadere regels vast omtrent het afzien van invordering. Hoofdstuk4.Controle Artikel8.Informatieverzameling 1.Het college voert periodiek bestandsvergelijkingen uit waarbij actuele gegevens worden gecontroleerd. 2.Elke uitkeringsgerechtigde die intensief onderzocht is, wordt hiervan in ieder geval achteraf op de hoogte gesteld. Daarbij wordt het controleresultaat aangegeven en het bewaar/opslagbeleid van de extra vergaarde gegevens benoemd. Artikel9.Systematiek en middelen 1.Het college stelt een beleidsplan vast waarin de in te zetten controlesystematiek om de rechtmatigheid van de uitkering te controleren wordt beschreven. Deze systematiek kan worden toegepast bij aanvraag, tijdens en na beëindiging van de uitkering. 2.Op basis van deze systematiek neemt het college besluiten met betrekking tot de rechtmatigheid van de uitkering. Hoofdstuk5.Gevolgen bij misbruik en oneigenlijk gebruik Artikel10.Verlaging van de uitkering Indien de uitkeringsgerechtigde onjuiste, onvolledige of in het geheel geen inlichtingen verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de bepaling van de hoogte, de duur en de voortzetting van de uitkering, verlaagt het college de uitkering conform hetgeen hierover is bepaald in de verordening afstemming WWB, de verordening afstemming IOAW, IOAZ onverminderd de mogelijkheid tot terugvordering van de eventueel ten onrechte ontvangen uitkering. Artikel11.Aangifte bij Openbaar Ministerie Indien een gedraging van een uitkeringsgerechtigde leidt tot benadeling van de gemeente, doet het college, onverminderd de mogelijkheid de ten onrechte ontvangen uitkering terug te vorderen, aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met het door het Openbaar Ministerie op dit punt gehanteerde uitgangspunten. Hoofdstuk6.Slotbepalingen Artikel12.Overgangsrecht Op vorderingen, ontstaan voor de inwerkingtreding van de verordening handhaving WWB, IOAW, IOAZ, 2012, blijft de verordening handhaving WWB, IOAW, IOAZ WIJ 2011 van toepassing, tenzij het besluit na 1 januari 2012 valt en het nieuwe beleid gunstiger uitvalt dan het ingetrokken beleid. Artikel13.Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel14.Situaties waarin de verordening niet voorziet In situaties, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel15.Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: verordening handhaving WWB, IOAW en IOAZ
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.