Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongerenDe raad van de gemeente Simpelveld, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Simpelveld, gezien het advies van de commissie burgerzaken van de gemeente Simpelveld, overwegende dat op grond van artikel 12, eerste lid, onderdeel e WIJ de gemeenteraad bij verordening regels stelt met betrekking tot het verhogen en verlagen van de norm, bedoeld in artikel 35 WIJ; BESLUIT: Vast te stellen ‘Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren”; In te trekken de “Verordening tijdelijke regels Wet investeren in jongeren 2009”. HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder de wet: Wet investeren in jongeren; dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van Kompas; woning: een ruimte zoals bedoeld in artikel 1 lid j en k van de Wet op de Huurtoeslag; woonkosten: indien een huurwoning wordt bewoond: kosten zoals bedoeld in artikel 1 lid d van de Wet op de huurtoeslag; indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten alsmede de kosten van groot onderhoud; gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 28 van de wet; Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel2Samenloop WIJ en WWB Wanneer één partner jonger is dan 27 jaar is en één partner 27 jaar of ouder, men geen inwonende tot het gezin behorende pleeg- of eigen kinderen heeft, en beiden zijn voor de kosten van het bestaan geheel of gedeeltelijk afhankelijk van een inkomensvoorziening van de gemeente dan ontvangt ieder van hen 50% van de norm voor een gezin. Wanneer één partner jonger is dan 27 jaar is en één partner 27 jaar of ouder, men één of meer inwonende tot het gezin behorende pleeg- of eigen kinderen heeft, en beiden zijn voor de kosten van het bestaan geheel of gedeeltelijk afhankelijk van een inkomensvoorziening van de gemeente dan is de WIJ-ouder leidend bij de verdeling van het inkomen. HOOFDSTUK2CRITERIA VOOR HET VERHOGEN VAN DE NORM Artikel3 De alleenstaande en de alleenstaande ouder ontvangt een toeslag van 20% op de toepasselijke norm wanneer hij de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan niet of niet geheel kan delen met een ander. De norm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in artikel 30, tweede lid, van de wet genoemde maximumbedrag. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het tweede lid niet van toepassing is 10% van het netto minimumloon, behalve voor kostgevers/ hospita's. De alleenstaande en de alleenstaande ouder, die tevens de rol van kostgever en/of hospita vervullen ontvangen géén toeslag als bedoeld in het eerste lid. HOOFDSTUK3CRITERIA VOOR HET VERLAGEN VAN DE NORM OF DE TOESLAG Artikel4 1.De norm wordt lager vastgesteld indien het echtpaar lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. 2.De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het netto minimumloon. Artikel5 1.De norm of de toeslag wordt lager vastgesteld indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwde lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm of de toeslag voorziet, als gevolg van de bewoning van een woning waaraan geen kosten zijn verbonden. 2.De verlaging bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van het netto minimumloon. 3.De in het tweede lid bedoelde verlaging vindt bij voorrang plaats op de toeslag. Artikel6 1.De norm of de toeslag voor de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwde wordt lager vastgesteld indien de deelname is beëindigd aan onderwijs of beroepsopleiding op grond waarvan aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering dan wel op kinderbijslag. 2.Van een recente beëindiging van de deelname aan onderwijs of beroepsopleiding als bedoeld in het eerste lid is sprake zolang nog geen periode van een half jaar is verstreken, gerekend vanaf het tijdstip van de beëindiging van de deelname aan onderwijs of beroepsopleiding. 3.De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 25% van het netto minimumloon. 4.De in het derde lid bedoelde verlaging vindt bij voorrang plaats op de toeslag. Artikel7 Voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar wordt in afwijking van artikel 3, de toeslag als bedoeld in artikel 30 van de wet op nihil gesteld. Artikel8 1.De norm wordt lager vastgesteld indien het echtpaar lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet als gevolg van het fungeren als kostgever of hospita. 2.De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van het netto minimumloon. Artikel9 1.Indien voor de belanghebbende een combinatie van een toeslag op grond van artikel 3 en een of meer verlagingen op grond van de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 25% van het netto minimumloon ten opzichte van de norm zoals die is vastgesteld in artikel 35 van de wet. 2.Indien voor de belanghebbende meer dan één verlaging op grond van de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 25% van het netto minimumloon ten opzichte van de norm zoals die is vastgesteld in artikel 35 van de wet. 3.Jegens een belanghebbende wordt niet gelijktijdig toepassing gegeven aan de verlagingen als bedoeld in artikel 6, lid 1 en artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.