Mandaatbesluit Omgevingsdienst ZHZ 2012 gemeente Dordrecht De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht. Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht; de Algemeen plaatselijke verordening, de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken, het Besluit bodemkwaliteit, het Besluit risico’s zware ongevallen 1999, het Bouwbesluit, de Bouwverordening, de Brandbeveiligingsverordening, de Drank- en horecawet, de Gemeentewet, de Huisvestingswet, de Huisvestingsverordening, de Kansspelenverordening, de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen, de Verordening naamgeving en nummering, het Vuurwerkbesluit, de Waterwet, de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, de Wet bodembescherming, de Wet explosieven voor civiel gebruik, de Wet milieubeheer, de Wet openbaarheid van bestuur, de Wet openbare manifestaties, de Wet op de kansspelen, de Wet veiligheidsregio’s, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Woningwet, de Zondagswet, alsmede de daarbij behorende uitvoeringsbesluiten, circulaires en regelingen; artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en de met de regiogemeenten in Zuid-Holland Zuid gesloten ‘Uitvoeringsovereenkomst houdende het raamwerk en de algemene voorwaarden voor uitvoering van wettelijke taken, additionele wettelijke taken en adviesdiensten door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid op grond van artikel 4 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid’; de instemming van het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid van 16 september 2011 op grond van artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluit vast te stellen: het Mandaatbesluit Omgevingsdienst ZHZ 2012 Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bestuurscommissie: de bestuurscommissie Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, bedoeld in artikel 2 van de Verordening bestuurscommissie Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid; burgemeester: de burgemeester van de gemeente; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; directeur: de directeur van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 30 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid, tevens secretaris van het dagelijks en algemeen bestuur van de Omgevingsdienst; gemeente: de gemeente Dordrecht; Omgevingsdienst: het openbaar lichaam Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, bedoeld in artikel 2 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid; programmataken: programmataken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid; Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente en omgevingsdienst gesloten Uitvoeringsovereenkomst houdende het raamwerk en de algemene voorwaarden voor uitvoering van wettelijke taken, additionele wettelijke taken en adviesdiensten door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid op grond van artikel 4 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Artikel 2 Mandaat Aan de directeur wordt, voor zover het bevoegdheden van de burgemeester en het college betreft, mandaat verleend overeenkomstig de bij dit besluit behorende mandaatlijst. Aan de directeur wordt, voor zover het de in het eerste lid genoemde bevoegdheden betreft, in mandaat opgedragen de bevoegdheid tot het machtigen van ambtenaren van de Omgevingsdienst voor het in rechte vertegenwoordigen van de gemeente, dan wel het ondersteunen van de vertegenwoordiger van de gemeente in gerechtelijke procedures. Aan de directeur wordt, voor zover het bevoegdheden van het college betreft, in mandaat opgedragen de bevoegdheid tot het aanvragen van subsidies, bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht, namens de gemeente, ten behoeve van de uitvoering van de programmataken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, mits en voor zover de vertegenwoordiger van de gemeente in de bestuurscommissie heeft aangeven akkoord te gaan met het aanvragen van de betreffende subsidie namens zijn gemeente. De bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, behelzen niet de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De directeur neemt bij de aan hem in mandaat opgedragen bevoegdheden de algemene instructies en de instructies per geval van de burgemeester en het college in acht, als bedoeld in artikel 10:6, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 3 Kaders uitoefening bevoegdheden De directeur betrekt bij de uitoefening van de aan hem opgedragen bevoegdheden het beleid van de burgemeester en het college ter zake, alsmede de door de gemeenteraad van de gemeente vastgestelde kaders. De burgemeester en het het college treden bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met de Omgevingsdienst inzake uitvoeringsaspecten indien dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden die de Omgevingsdienst uitvoert. De burgemeester en het college zenden de directeur alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het bepaalde in het eerste lid. Indien de directeur in afwijking van het bepaalde in het eerste lid wenst te besluiten, treedt hij hierover in overleg met de burgemeester of het college. Artikel 4 Informatieplicht Een ieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat of ondermandaat is verleend informeert de burgemeester of het college bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden. Onverminderd het eerste lid, heeft de directeur een aan de uitoefening van de bevoegdheid voorafgaande informatieplicht en een signaleringsplicht jegens de burgemeester en het college indien de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid voor de burgemeester of het college naar verwachting politieke en maatschappelijke gevolgen kan hebben of indien een besluit tot consequentie kan hebben dat de gemeente aansprakelijk zal worden gesteld of anderszins aangesproken zal worden. In de gevallen bedoeld in de vorige volzin verschaft de directeur alle benodigde informatie en voert hij overleg met de burgemeester of het college alvorens de bevoegdheden bedoeld in artikel 2 uit te oefenen. De directeur en de burgemeester of het college overleggen regelmatig over de planning, de aantallen en de kwaliteit van de te nemen en reeds genomen besluiten door de directeur namens de burgemeester en het college. Artikel 5 Ondermandaat De directeur kan de bevoegdheden, genoemd in artikel 2, in ondermandaat opdragen aan de afdelingshoofden, bedoeld in artikel 1 onder c, van de Organisatieverordening Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2010. Artikel 2, vierde en vijfde lid, artikel 3 en artikel 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van bevoegdheden in ondermandaat. Artikel 6 Volmacht en machtiging Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover van toepassing, en in verband met de activiteiten waarvoor mandaat wordt verleend, met mandaat gelijkgesteld: de verlening van volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, en de machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Artikel 7 Ondertekening Indien een besluit wordt genomen bij of krachtens het bepaalde in artikel 2 luidt de ondertekening: De Burgemeester / Burgemeester en wethouders van Dordrecht, namens deze / namens dezen, directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris. Indien een besluit wordt genomen bij of krachtens het bepaalde in artikel 5, luidt de ondertekening: De Burgemeester / Burgemeester en wethouders van Dordrecht, namens deze / namens dezen, afdelingshoofd (naam afdeling) van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris. Indien gebruik wordt gemaakt van volmacht en machtiging overeenkomstig artikel 6, luidt de ondertekening: De gemeente Dordrecht, Namens deze directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris Indien krachtens ondermandaat als bepaald in artikel 5 gebruik wordt gemaakt van volmacht en machtiging overeenkomstig artikel 6, luidt de ondertekening: De gemeente Dordrecht, Namens deze Afdelingshoofd (naam afdeling) van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris Artikel 8 Slotbepalingen Het Mandaatbesluit Omgevingsdienst ZHZ 2011 van 21 december 2010 wordt ingetrokken met ingang van de dag van inwerkingtreding van dit besluit. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag nadat het overeenkomstig artikel 3:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is bekendgemaakt. Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Omgevingsdienst ZHZ 2012 gemeente Dordrecht. Aldus besloten door de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht op datum. de secretaris, de burgemeester, de burgemeester, Bijlage MANDAATLIJST OMGEVINGSDIENST ZHZ 2012 MANDAATLIJST EX ARTIKEL 2, EERSTE LID, VAN HET MANDAATBESLUITOMGEVINGSDIENST ZHZ 2012 GEMEENTE DORDRECHT BEVOEGDHEDEN / BESLUITEN VOORWAARDEN Algemeen 1. Het uitvoeren van de aan de omgevingsdienst opgedragen wettelijke taken, additionele wettelijke taken en adviesdiensten op grond van artikel 4 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, zoals opgenomen in de met de gemeente gesloten “Uitvoeringsovereenkomst houdende het raamwerk en de algemene voorwaarden voor uitvoering van wettelijke taken, additionele wettelijke taken en adviesdiensten door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid op grond van artikel 4 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid”. Omvat ook het uitvoeren van voorbereidingshandelingen tot het nemen van besluiten en het nemen van besluiten ter uitvoering van wettelijk voorgeschreven voorbereidingsprocedures, alsmede het voeren van de correspondentie en het verrichten van de (rechts)handelingen die nodig zijn ter uitvoering van de in de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde taken. BEVOEGDHEDEN / BESLUITEN VOORWAARDEN Algemene wet bestuursrecht 2. a. Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 4:5 en 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht inzake het niet behandelen van een aanvraag en het afdoen van een nieuwe aanvraag na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking. b. Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht inzake het horen van de aanvrager en de belanghebbende. c. Het nemen van besluiten op grond van afdeling 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht inzake het verlengen en opschorten van de beslistermijn en inzake de dwangsom bij niet tijdig beslissen. d. Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 8:51a, 8:51b, 8:51c, 8:80a en 8:80b van de Algemene wet bestuursrecht inzake de bestuurlijke lus en tussenuitspraak. De gemeente wordt hierover geïnformeerd. De gemeente wordt hierover geïnformeerd. De gemeente wordt hierover geïnformeerd. De gemeente wordt hierover geïnformeerd. 3. Het voeren van correspondentie in het kader van toezicht en handhaving, waaronder in ieder geval begrepen: a. een bezoekbevestigingsbrief; b. een voorwaarschuwingsbrief; c. een vooraankondiging last onder bestuursdwang of last onder dwangsom of hoorbrief; d. vorderingen om informatie in het kader van de controle op naleving van regelgeving, alsmede de reacties op de in dit kader toegezonden informatie (art. 5.16, Algemene wet bestuursrecht); 4. Het nemen van besluiten op verzoeken van derden om handhavend op te treden op grond van de Algemene wet bestuursrecht jo. artikel 125 van de Gemeentewet - Indien en voorzover het verzoek betrekking heeft op de bevoegdheden als genoemd in het mandaatbesluit. 5. Het nemen van besluiten op grond van de afdelingen 5.3.1 en 5.3.2 van Titel 5.3 (Herstelsancties) van de Algemene wet bestuursrecht jo. artikel 125 van de Gemeentewet - Indien en voorzover de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom betrekking heeft op de bevoegdheden als genoemd in het mandaatbesluit c.q. de mandaatlijst.In afstemming met de gemeente 6. Het nemen van besluiten inzake bestuursrechtelijke procedures Omvat: - Uitbrengen van verweerschriften in procedures die tegen de gemeente worden gevoerd. - Vragen van uitstel van behandeling van bezwaar- en beroepszaak en het verrichten van andere proceshandelingen. - In afstemming met de gemeente. BEVOEGDHEDEN / BESLUITEN VOORWAARDEN Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 7. Het nemen van besluiten op grond van hoofdstuk 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en procedurehandelingen in het kader van voorbereidingsprocedures op grond van Hoofdstuk 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Aanvragen voor afwijkingen bestemmingsplan, monumenten, inritten en het kappen van bomen worden voor advies voorgelegd aan de gemeente. Het vergunningonderdeel verkeer wordt voor advies voorgelegd aan de gemeente. 8. Het beoordelen van meldingen en rapportages op grond van vergunningvoorschriften 9. Het uitoefenen van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, alsmede het bepaalde bij of krachtens dein artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten, juncto 5.2 van die wet 10. Het aanwijzen van ambtenaren belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, alsmede het bepaalde bij of krachtens dein artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten, op grond van artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 11. Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 5.14 tot en met 5.18 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht inzake het opleggen van de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom In afstemming met de gemeente. BEVOEGDHEDEN / BESLUITEN VOORWAARDEN Wet milieubeheer 12. Het in behandeling nemen en beoordelen van meldingen en het nemen van besluiten ingevolge het gestelde bij of krachtens de artikelen in paragraaf 8.1 van de Wet milieubeheer 13. Het nemen van besluiten inzake het beoordelen van milieuverslagen, overeenkomstig de bij of krachtens titel 12.3 van de Wet milieubeheer gestelde regels 14. Het nemen van besluiten op grond van de hoofdstukken 17 en 19 van de Wet milieubeheer inzake maatregelen bij ongewoon voorval en de openbaarheid van milieu-informatie Een ongewoon voorval als bedoeld in hoofdstuk 17 wordt zo spoedig mogelijk doorgemeld aan de burgemeester van de gemeente. 15. Het uitoefenen van toezicht op de naleving van het gestelde bij of krachtens de artikelen in paragraaf 8.1 van de Wet milieubeheer en het verrichten van (rechts)handelingen ter voorbereiding van de bestuursrechtelijke handhaving ingevolge de bepalingen van hoofdstuk 18 van de Wet milieubeheer BEVOEGDHEDEN / BESLUITEN VOORWAARDEN Besluit bodemkwaliteit 16. Het toetsen van meldingen inzake het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen BEVOEGDHEDEN / BESLUITEN VOORWAARDEN Waterwet 17. Het nemen van besluiten ingevolge artikel 3.8 van de Waterwet inzake het zorgdragen voor de met het oog op een doelmatig en samenhangend waterbeheer benodigde afstemming van taken en bevoegdheden, voorzover het betreft de indirecte lozingen van inrichtingen Betreft de samenwerking met de waterbeheerder bij het stellen van voorschriften voor indirecte lozingen bij inrichtingen. In afstemming met de gemeente. BEVOEGDHEDEN / BESLUITEN VOORWAARDEN Wet vervoer gevaarlijke stoffen 18. Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 22 en 28 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen inzake het verlenen van ontheffing van de vastgestelde route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen ten behoeve van het laden en lossen over wegen en vaarwegen. BEVOEGDHEDEN / BESLUITEN VOORWAARDEN Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 19. Het vragen van advies op basis van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, alsmede het nemen van besluiten op grond van artikel 3 van die wet inzake het weigeren een aangevraagde beschikking te geven dan wel een gegeven beschikking in te trekken. BEVOEGDHEDEN / BESLUITEN VOORWAARDEN Besluit risico’s zware ongevallen 1999 20. Het nemen van besluiten ingevolge het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 inzake het beoordelen van het veiligheidsrapport en de daarmee samenhangende taken en bevoegdheden. BEVOEGDHEDEN / BESLUITEN VOORWAARDEN Wet openbaarheid van bestuur 21. Het nemen van besluiten in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur inzake een verzoek om informatie. BEVOEGDHEDEN / BESLUITEN VOORWAARDEN Wet bodembescherming 22. Het nemen van besluiten inzake:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.