Uitvoeringsbesluit re-integratieverordening gemeente Rijssen-Holten 2012Het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten; gelet op artikel 3, vierde lid, artikel 4, artikel 6, artikel 7, en artikel 8 van de re-integratieverordening gemeente Rijssen-Holten 2012; besluit: Het uitvoeringsbesluit re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Rijssen-Holten 2010 vanaf 1 januari 2012 in te trekken, Het uitvoeringsbesluit re-integratieverordening gemeente Rijssen-Holten 2012 vast te stellen en vanaf 1 januari 2012 in werking te laten treden. Begripsomschrijvingen Artikel1Begripsomschrijvingen verordening: de re-integratieverordening gemeente Rijssen-Holten 2012; diagnose: het verkrijgen van inzicht in de capaciteiten, belemmeringen, interesses en motivatie van de belanghebbende (probleemanalyse). Resultaat van de analyse is een geobjectiveerde diagnose van de belanghebbende in relatie tot de afstand op de arbeidsmarkt; loonwaarde bepaling: het verkrijgen van inzicht in de competenties en het functioneren van een werknemer; aanbodversterking: het versterken van competenties opdat het algemeen functioneren gericht op een toekomstige werkomgeving van de belanghebbende bevorderd wordt; werken met behoud van uitkering: de uitkeringsgerechtigde, met behoud van uitkering, werkritme en vaardigheden op te laten doen in een bepaald vakgebied en/of te laten wennen aan aspecten die samenhangen met het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid; werken in dienst van een werkgever met loonkostensubsidie: de belanghebbende werkervaring te laten opdoen (eventueel gecombineerd met aanbodversterking en begeleiding) in dienst van een werkgever, waarbij de werkgever een loonkostensubsidie ontvangt; begeleiding: de belanghebbende gedurende een re-integratietraject begeleiden, waardoor de voortgang van het re-integratietraject gemonitord kan worden en problemen tijdig gesignaleerd kunnen worden; bemiddeling: het realiseren en begeleiden van een individuele plaatsing naar algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij de belanghebbende uitkeringsonafhankelijk wordt en de werkgever geen loonkostensubsidie ontvangt; nazorg: het monitoren en evalueren van de belanghebbende en waar nodig interveniëren na plaatsing, resulterend in duurzame plaatsing; duurzame plaatsing: tewerkstelling in algemeen geaccepteerde arbeid die langer dan 6 aaneengesloten maanden duurt, waarbij de belanghebbende uitkeringsonafhankelijk is geworden en de werkgever geen loonkostensubsidie ontvangt; arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht; werkgever: een natuurlijk- of rechtspersoon waarmee de belanghebbende een arbeidsovereenkomst heeft; gezin: conform artikel 4, lid c van de wet; dienstbetrekking: een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek dan wel een aanstelling als ambtenaar als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Ambtenarenwet, uitgezonderd arbeidsovereenkomsten krachtens de WIW en het besluit ID en die worden gesubsidieerd op grond van de Wet en de Wet sociale werkvoorziening; gesubsidieerde arbeid: de in artikel 14, lid 1 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand genoemde dienstbetrekkingen of arbeidsovereenkomst; bijstandsnorm: een landelijk door middel van basisnormen vastgesteld bedrag van bijstand in algemene bestaanskosten zoals genoemd in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet werk en bijstand; inkomen: een inkomen als bedoeld in artikel 32 lid 1 van de Wet werk en bijstand; inlener: de werkgever die een uitkeringsgerechtigde werkervaring aanbiedt en hiervoor een inleenvergoeding betaalt; inleenvergoeding: de bijdrage die een inlener dient te betalen nadat een inleenovereenkomst is gesloten; inleenovereenkomst: de overeenkomst tussen het college en een inlener op basis waarvan een uitkeringsgerechtigde ten behoeve van die inlener werkzaamheden zal verrichten; vrijwilligerswerk: het verrichten van onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke participatie; Work First: de voorziening waarbij door middel van werken met behoud van uitkering de belanghebbende gemotiveerd wordt om in te stromen in een arbeidsmarktgericht traject; werkervaringsbaan: de voorziening waarbij door middel van werken met behoud van uitkering door belanghebbende werkritme wordt en/of vaardigheden worden opgedaan, in een bepaald vakgebied en/of te wennen aan aspecten die samenhangen met het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid; proefplaatsing: de voorziening waarbij door middel van werken met behoud van uitkering de belanghebbende bij een werkgever wordt geplaatst, om te bekijken of de belanghebbende voldoet aan de verwachtingen van de werkgever; participatieplaats: de voorziening volgens artikel 10a van de wet, waarbij door middel van werken met behoud van uitkering de belanghebbende met een grote afstand tot de arbeidsmarkt wordt geactiveerd om zo te werken aan een terugkeer op de arbeidsmarkt; No-Riskpolis: de voorziening waarmee financiële risico’s voor werkgevers op het gebied van uitval door ziekte voor een bepaalde tijd, onder bepaalde voorwaarden, kunnen worden weggenomen. Beperkingen Artikel2Eigen bijdrage kosten voorziening Het college verlangt van de anw-er of nugger een bijdrage in de kosten van de voorziening. Bij een inkomen hoger dan 110% van de bijstandsnorm is een eigen bijdrage verschuldigd. De eigen bijdrage is een bedrag ter hoogte van een percentage van 10% van het netto gezinsjaarinkomen voor het gedeelte waarmee het gezinsinkomen de 110% van de toepasselijke bijstandsnorm overstijgt. Artikel3Terugvordering Indien de anw-er of nugger die gebruik maakt van een voorziening, de verplichtingen zoals genoemd in de afgesloten trajectovereenkomst verwijtbaar niet of onvoldoende nakomt, kan het college het door haar gefinancierde gedeelte van de kosten van de voorziening geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Geen terugvordering vindt plaats als: alle verwijtbaarheid ontbreekt, geen of te weinig actie ondernomen wordt de anw-er of nugger te houden aan zijn trajectverplichtingen. Kosten van de voorziening behoudens voor zover het betreft de vastgestelde eigen bijdrage die door de gemeente gemaakt zijn op grond van door de anw-er of nugger verstrekte onjuiste of onvolledige inlichtingen kunnen te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd. Het college stelt de hoogte van het terugvorderingsbedrag gelijk aan de hoogte van de maatregel die zou zijn opgelegd aan een uitkeringsgerechtigde in vergelijkbare situatie. Het college verhaalt de kosten van invordering op belanghebbende. Algemene voorzieningen Artikel4Arbeidsdeskundig onderzoek Het college kan voorafgaand aan een re-integratietraject een onderzoek (laten) doen naar de belastbaarheid van de belanghebbende ten aanzien van het verrichten van werkzaamheden. Een arbeidsdeskundig onderzoek kan bestaan uit: medisch onderzoek psychodiagnostisch onderzoek Artikel5Loonkostensubsidie Het college kan een loonkostensubsidie aan een werkgever verstrekken om daarmee het opdoen van werkervaring of de overgang naar een arbeidsovereenkomst bij de betreffende werkgever of een andere werkgever voor de uitkeringsgerechtigde of sw-geïndiceerde mogelijk te maken. Loonkostensubsidie aan werkgevers is mogelijk ten behoeve van arbeidsplaatsen, met een minimale duur van 1 maand, die worden vervuld door uitkeringsgerechtigden in het kader van een re-integratietraject. Loonkostensubsidie aan werkgevers is mogelijk ten behoeve van arbeidsplaatsen, met een minimale duur van 12 maanden, die worden vervuld door sw-geïndiceerden in het kader van begeleid werken. De loonkostensubsidie verstrekt per uitkeringsgerechtigde wordt gebaseerd op het startloon van de werknemer en kan nooit hoger zijn dan de bijstandsuitkering. De loonkostensubsidie verstrekt per sw-geïndiceerde wordt gebaseerd op het startloon van de werknemer, afgestemd op de ontbrekende loonwaarde en kan nooit hoger zijn dan 100% van het bruto wettelijk minimumjeugdloon (WML) inclusief vakantiegeld en werkgeverslasten. De loonkostensubsidie verstrekt per uitkeringsgerechtigde is volgens de volgende systematiek opgebouwd: de subsidie voor een uitkeringsgerechtigde, die gedurende 6 maanden tot en met 12 maanden bijstand ontvangt, bedraagt: de eerste 3 maanden tot een maximum bedrag van € 400,00 per maand; - de volgende 3 maanden tot een maximum bedrag van € 300,00 per maand. de subsidie voor een uitkeringsgerechtigde, die gedurende 13 maanden tot en met 24 maanden bijstand ontvangt, bedraagt: de eerste 6 maanden tot een maximum bedrag van € 600,00 per maand; - de volgende 6 maanden tot een maximum bedrag van € 400,00 per maand. de subsidie voor een uitkeringsgerechtigde, die meer dan 24 maanden bijstand ontvangt en een persoon die aansluitend op het dienstverband in het kader van de Wet Inschakeling Werkzoekenden en het Besluit ID-banen een regulier dienstverband krijgt, bedraagt: de eerste 6 maanden tot een maximum bedrag van € 800,00 per maand; - de volgende 6 maanden tot een maximum bedrag van € 600,00 per maand; - de daarop volgende 6 maanden tot een maximum bedrag van € 400,00 per maand. De loonkostensubsidie wordt naar evenredigheid van deeltijdfactor en het aantal maanden dienstverband in het betreffende subsidiejaar vastgesteld. De duur van loonkostensubsidie voor een uitkeringsgerechtigde (niet zijnde sw-geïndiceerde) bedraagt maximaal 18 maanden. De duur van de vastgestelde loonkostensubsidie voor een sw-geïndiceerde is afhankelijk van de in de loonwaardebepaling opgenomen geldigheidsduur, dan wel het aantal maanden dienstverband in het betreffende subsidiejaar. De loonkostensubsidie moet worden aangevraagd uiterlijk drie maanden na de ingangsdatum van de eerste arbeidsovereenkomst. Voor het aanvragen van de loonkostensubsidie dient de werkgever gebruik te maken van een formulier dat door het college is vastgesteld. Het college stelt de loonkostensubsidie telkens na afloop van het kalenderjaar of na afloop van de overeengekomen periode vast op basis van de door het college te bepalen en door de werkgever aan te leveren documenten. Het college kan voorschotten verstrekken als aan de voorwaarden van de subsidieverstrekking is voldaan. Betaling vindt plaats na overlegging van kopieën van de loonstroken. Voorschotten worden eerst verrekend met de vastgestelde loonkostensubsidie of met voorschotten over eenzelfde of een volgend kalenderjaar. Als een werkgever meerdere loonkostensubsidies ontvangt, kunnen voorschotten op de ene subsidie met een vastgestelde andere subsidie op grond van dit uitvoeringsbesluit worden verrekend. De loonkostensubsidie is mogelijk ten behoeve van een werkgever met of zonder winstoogmerk. Artikel6No-Riskpolis voor de werkgever Het college kan een werkgever een No-Riskpolis aanbieden als een belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid wordt geboden; De polis wordt alleen verstrekt als de werkgever een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met de werknemer en deze overeenkomst daadwerkelijk van kracht is; De polis wordt per arbeidsovereenkomst eenmalig verstrekt; De polis moet bij aanvang van de arbeidsovereenkomst worden aangevraagd bij het college. Voor het aanvragen dient de werkgever gebruik te maken van een formulier dat door het college is vastgesteld. Premies voor uitkeringsgerechtigde of sw-geïndiceerde personen Dit onderdeel geldt niet voor de jongere Artikel7Premie begeleid werken Wsw De sw-geïndiceerde die gedurende een periode van 12 maanden een volledige arbeidsovereenkomst begeleid werken aanvaardt van minimaal 32 uur ontvangt een éénmalige premie van € 1.000,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.