← Nederland

Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Alphen aan den Rijn, Bijlagen (Alphen aan den Rijn)

ARBEIDSVOORWAARDENREGELING GEMEENTE ALPHEN AAN DEN RIJN, HOOFDSTUK 23, BIJLAGEN vastgesteld door burgemeester en wethouders op 8 januari 2004; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 11 oktober 2011, registratienummer 2011/445 Bijlagen Bijlage I Salarisverhoging* In de bijlage van de in artikel 3:1, eerste lid, bedoelde bezoldigingsregeling worden met ingang van 1 april 1993 de daarin opgenomen schaalbedragen verhoogd met 2%. Met ingang van 1 januari 1995 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5%. Met ingang van 1 augustus 1995 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,25%, behoudens de schaalbedragen van personeel werkzaam bij gemeentelijke zorginstellingen. Ten aanzien van personeel dat op of na 1 augustus 1995 werkzaam is bij gemeentelijke ziekenhuizen, gemeentelijke verpleegtehuizen of gemeentelijke psychiatrische ziekenhuizen, geldt dat zij in januari 1996 een eenmalige uitkering ontvangen ter grootte van 1,25% van de grondslag. De grondslag bestaat uit de over de maanden augustus tot en met december 1995 genoten bezoldiging, vermeerderd met 8% vakantietoeslag. Deze uitkering wordt niet verstrekt aan personeel dat voor 1 januari 1996 uit dienst is getreden en in de periode van 1 augustus tot en met 31 december 1995 minder dan 100 uur bij één instelling heeft gewerkt. Met ingang van 1 januari 1996 is de gemeentelijke salarismutatie ook op personeel van zorginstellingen van toepassing. Met ingang van 1 augustus 1996 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,25%. Vanaf 1997 wordt een structurele eindejaarsuitkering uitgekeerd van 0,3% van het jaarsalaris. Per 1 juni 1997 worden de schaalbedragen met 3,0% verhoogd. In december 1997 wordt, naast de al bestaande eindejaarsuitkering van 0,3%, een eenmalige uitkering verstrekt van 0,7% van het jaarsalaris met dien verstande dat die uitkering minimaal 350,00 bedraagt. De uitkering werkt door naar de postactieven. Met ingang van 1 april 1998 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,25%. In december 1998 wordt de bestaande eindejaarsuitkering van 0,3% met 0,5% van het jaarsalarisverhoogd tot 0,8% met dien verstande dat uitkering minimaal 400,00 bedraagt. De uitkering werkt door naar de postactieven. Met ingang van 1 april 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,0%. Met ingang van 1 oktober 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,0%. In december 1999 wordt de bestaande eindejaarsuitkering van 0,3% structureel met 0,5% van het jaarsalaris verhoogd tot 0,8% structureel van het jaarsalaris, met dien verstande dat de uitkering minimaal 400,00 bedraagt. De uitkering werkt door naar de postactieven. Degenen die op 1 december 1999 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van 350,00 bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven. Degenen die op 1 april 2000 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van 350,00 bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven. Met ingang van 1 augustus 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,5%. Met ingang van 1 oktober 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,5%. In 2000 wordt de structurele eindejaarsuitkering van 0,8% eenmalig verhoogd met 0,5% onder een gelijktijdige eenmalige verhoging van het minimale bedrag met 250,

  1. Dit resulteert voor 2000 in een eindejaarsuitkering van 1,3% met een minimaal bedrag van 650,
  2. Met ingang van 1 januari 2001 worden de schaalbedragen gebruteerd met 1,9% met een maximum van 1.745,
  3. Met ingang van 1 mei 2001 worden de schaalbedragen verhoogd met 3,3%. Vanaf 2001 wordt de eindejaarsuitkering met 0,95% (0,2% + 0,75%) structureel verhoogd naar 1,75%. Tevens wordt vanaf 2001 het minimale bedrag verhoogd van 400,00 naar 1.125,00 bruto. In 2001 wordt deze minimale uitkering eenmalig opgehoogd met 50,00 naar 1.175,00 bruto. Vanaf 2002 bedraagt de eindejaarsuitkering 1,75% met een minimaal bedrag van € 511,
  4. Met ingang van 1 februari 2002 worden de schaalbedragen verhoogd met 3 %. Met ingang van 1 oktober 2002 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5 %. Vanaf 2002 wordt de eindejaarsuitkering structureel met 1 % verhoogd naar 2,75 %. Tevens wordt vanaf 2002 het minimale bedrag verhoogd van € 511,00 naar € 611,00 bruto. Vanaf 2002 is de grondslag van de eindejaarsuitkering het jaarsalaris. Met ingang van 1 april 2003 worden de schaalbedragen verhoogd met 2 %. Vanaf 2003 wordt de eindejaarsuitkering structureel met 0,25 procentpunt verhoogd naar 3 %. Tevens wordt vanaf 2003 het minimale bedrag verhoogd van € 611,00 naar € 836,00 bruto. Degenen die op 1 oktober 2003 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van € 200,00 bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt niet door naar de pensioenen en de uitkeringen in verband met ontslag en werkloosheid, zowel wat betreft opbouw als indexatie. Met ingang van 1 juni 2005 worden de schaalbedragen verhoogd met 1 %. Met ingang van 1 juni 2007 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2 %. In 2007 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 3,5%. De bodem van de eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,-. Met ingang van 1 juni 2008 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2 %. In 2008 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 1,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 5%. De bodem van de eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,-. Bijlage II: Schaalindeling* Deze bijlage bevat de schaalindeling, als onderdeel van de bezoldigingsregeling, bedoeld in artikel 3:1, eerste lid. CAR - bijlage II: Salaristabel gemeenteambtenaren per 1 juni 2008, oude structuur * Nr. Salaris 1-6-2007 Salaris 1-6-2008 Schaal A 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 A1 1321 1351 0 A2 1370 1400 1 1 1420 1451 2 0 2 1451 1482 0 3 1482 1515 3 1 0 4 1515 1548 1 1 0 5 1545 1579 4 2 1 6 1574 1609 2 2 0 6a 1586 1621 5 3 7 1608 1643 6 2 8 1642 1679 8 3 3 1 9 1687 1724 4 3 0 9a 1695 1733 10 10 1739 1777 7 4 2 1 11 1800 1840 9 5 4 12 1860 1901 6 5 3 2 12a 1870 1911 11 13 1918 1960 9 6 4 0 14 1975 2019 11 7 5 3 1 15 2030 2075 10 6 4 15a 2041 2085 13 16 2086 2132 12 7 5 2 17 2140 2187 8 6 17a 2154 2202 14 18 2194 2242 11 7 3 0 19 2251 2300 8 4 19a 2270 2320 13 20 2305 2356 9 5 1 0 21 2358 2410 6 21a 2386 2438 10 22 2415 2468 7 2 0 1 23 2473 2527 8 24 2533 2589 9 3 1 2 25 2601 2658 4 25a 2614 2672 10 26 2664 2722 5 2 3 27 2718 2778 6 28 2777 2838 7 3 4 29 2837 2900 8 30 2894 2958 9 4 5 31 2946 3011 31a 2962 3027 10 Nr. Salaris 1-6-2007 Salaris 1-6-2008 Schaal A 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 32 2998 3064 5 6 34 3105 3173 6 7 0 36 3223 3294 7 8 1 38 3327 3401 9 2 38a 3345 3418 8 40 3433 3508 10 3 42 3537 3615 11 4 44 3655 3736 5 44a 3719 3800 12 46 3771 3854 6 0 48 3881 3966 7 1 50 3991 4078 8 2 52 4100 4191 9 3 54 4206 4299 10 4 55 4263 4357 55a 4284 4378 11 56 4318 4413 5 0 58 4428 4525 6 1 60 4534 4633 7 2 0 62 4644 4746 8 3 1 64 4781 4887 9 4 2 65 4849 4956 65a 4873 4980 10 66 4918 5026 5 3 0 68 5056 5167 6 4 1 70 5194 5308 7 5 2 71 5260 5376 71a 5286 5403 8 72 5331 5448 6 3 0 74 5476 5597 7 4 1 76 5626 5749 8 5 2 78 5779 5906 6 3 0 78a 5813 5941 9 80 5963 6094 7 4 1 82 6153 6289 8 5 2 84 6349 6489 6 3 0 84a 6384 6524 9 86 6552 6696 7 4 1 88 6761 6910 8 5 2 90 6977 7131 6 3 90a 7013 7167 9 92 7200 7358 7 4 94 7430 7593 8 5 96 7667 7836 6 96a 7705 7875 9 98 7912 8086 7 100 8165 8345 8 102 8427 8612 102a 8468 8654 9 Inpassingtabel betreffende de gemeentelijke garantiesalarissen per 1 juni 2008 * Regelnummer Garantieschalen 33 3118 35 3234 37 3348 39 3452 41 3560 43 3674 45 3794 47 3910 49 4022 51 4135 53 4242 57 4469 59 4577 61 4690 63 4816 67 5097 69 5238 73 5517 75 5658 77 5820 79 5977 81 6136 83 6308 85 6494 87 6680 89 6867 91 7053 93 7239 95 7428 CAR - bijlage IIa: Salaristabel gemeenteambtenaren per 1 juni 2008, nieuwe structuur * periodiek schaal 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 0 1351 1383 1419 1461 1505 1608 1810 2079 2312 2497 1 1383 1431 1480 1528 1579 1683 1888 2165 2413 2616 2 1418 1479 1540 1596 1653 1759 1967 2251 2513 2734 3 1453 1527 1601 1663 1727 1834 2045 2337 2614 2853 4 1488 1575 1661 1730 1801 1910 2123 2423 2714 2971 5 1523 1623 1722 1798 1875 1986 2202 2509 2815 3090 6 1558 1671 1783 1865 1949 2060 2280 2596 2916 3208 7 1593 1719 1843 1932 2023 2136 2358 2682 3016 3327 8 1628 1767 1904 2000 2097 2212 2437 2768 3117 3445 9 1663 1815 1964 2067 2172 2287 2515 2855 3217 3564 10 1698 1863 2025 2134 2245 2363 2594 2941 3318 3682 11 1733 1911 2085 2202 2320 2438 2672 3027 3418 3800 periodiek schaal 10A 11 11A 12 13 14 15 16 17 18 0 2758 3001 3309 3616 4042 4297 4625 4955 5489 6089 1 2880 3127 3435 3742 4166 4447 4797 5156 5705 6322 2 3001 3254 3561 3867 4290 4596 4970 5357 5922 6555 3 3122 3380 3686 3990 4413 4745 5142 5559 6139 6789 4 3244 3506 3812 4114 4537 4895 5315 5760 6356 7022 5 3365 3632 3936 4238 4661 5044 5488 5961 6573 7255 6 3487 3759 4060 4361 4785 5194 5661 6162 6790 7488 7 3608 3883 4183 4485 4908 5343 5834 6363 7007 7721 8 3729 4007 4307 4609 5032 5493 6006 6564 7274 7954 9 3850 4131 4430 4732 5155 5642 6178 6765 7441 8188 10 3969 4254 4554 4856 5279 5791 6351 6966 7658 8420 11 4088 4378 4678 4980 5403 5941 6524 7167 7875 8654 Bijlage III Hoorbepaling Deze tekst bevat een alternatieve tekst voor hoofdstuk 12, bestemd voor gemeenten waar geen commissie voor georganiseerd overleg is ingesteld. Artikel 12:1
  5. Met de organisaties waarbij de ambtenaren zijn aangesloten vindt overleg plaats aangaande aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, voor zover daarin niet wordt voorzien door het LOGA-overleg tussen het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de centrales van overheidspersoneel.
  6. Als organisaties bedoeld in het vorige lid worden aangemerkt de landelijke verenigingen van overheidspersoneel aangesloten bij de centrales van overheidspersoneel, toegelaten tot het overleg in het vorige lid bedoeld.
  7. Het overleg wordt gevoerd door aan een organisatie een ontwerp van het voorgenomen besluit met toelichting toe te zenden, met het verzoek binnen een daarbij te stellen termijn, welke niet korter dan veertien dagen zal zijn, het college schriftelijk haar gevoelen kenbaar te maken. Indien de organisatie dit verlangt wordt zij tot mondelinge toelichting toegelaten.
  8. Aan de bepaling van het eerste lid wordt geacht te zijn voldaan, indien de organisatie in gebreke is gebleven binnen de in het vorige lid bedoelde termijn van haar gevoelen te doen blijken.
  9. Behoort het nemen van het in het derde lid bedoelde besluit tot de bevoegdheid van de raad, dan vermeldt het college bij het ontwerp van het besluit tevens het gevoelen van de organisaties terzake.
  10. Het college zendt een afschrift van zijn besluiten en een eventueel besluit van de raad binnen veertien dagen nadat deze zijn genomen aan de organisaties. Bijlage IV Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar behorend tot het onderwijzend personeel in de Kunstzinnige vorming* Vervallen Bijlage IVa Uitvoeringsregeling salariëring* Vervallen CAR – bijlage IVa1: Salarisschalen kunstzinnige vorming per 1 februari 2006* Vervallen CAR - bijlage IVa1: Salarisschalen kunstzinnige vorming per 1 februari 2007* Vervallen Bijlage IVb: Reglement benoembaarheidseisen kunstzinnige vorming* Vervallen Bijlage V: Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar behorend tot het onderwijzend personeel in de Kunstzinnige vorming* Vervallen Bijlage Va: Afvloeiingsreglement ten behoeve van docenten, consulenten en balletbegeleiders werkzaam in de Kunstzinnige Vorming* Vervallen Bijlage VI Vergoedingsregeling vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer Artikel 1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder “vrijwilliger”: vrijwilliger in de zin van de Rechtspositieregeling vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer. Artikel 2* De vrijwilliger geniet per kalenderjaar een vaste vergoeding, welke na afloop van elk kalenderjaar zo spoedig mogelijk wordt uitbetaald. De vaste vergoeding wordt vastgesteld op het bedrag, dat in tabel 1 is vermeld achter de door de vrijwilliger beklede rang. In de vaste vergoeding is een bedrag begrepen ter vergoeding van onkosten die worden gemaakt in verband met de beroepsuitoefening. Deze vergoeding bedraagt € 136,00 per jaar. In de vergoeding ten behoeve van officieren is tevens een onkostenvergoeding begrepen van € 2,00 per in het kader van de beroepsuitoefening verrichte activiteit, niet zijnde een activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid. Artikel 3* De vrijwilliger beneden de rang van adjunct-hoofdbrandmeester (met uitzondering van de brandmeester die tevens ondercommandant is) die, na een door of vanwege de burgemeester ontvangen oproep, deelneemt aan de oefening, of die de lessen van een voor zijn betrekking voorgeschreven cursus volgt, heeft recht op een vergoeding. De vrijwilliger die na daartoe te zijn opgeroepen, werkelijke dienst verricht in verband met brandbestrijding of andere hulpverleningen, heeft recht op een vergoeding. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid onderscheidenlijk de vergoeding bedoeld in het tweede lid wordt vastgesteld op het per uur uitgedrukt bedrag, dat in kolom 2 onderscheidenlijk in kolom 3 van tabel 1 is vermeld achter de door de vrijwilliger beklede rang. In de vergoeding bedoeld in dit artikel is een onkostenvergoeding begrepen van € 2,00 per in het kader van de beroepsuitoefening verrichte activiteit. Artikel 4 De algemene salarismutaties voor de sector gemeenten zoals die in het LOGA worden overeengekomen zijn wat betreft het percentage en de ingangsdatum van overeenkomstige toepassing op de bedragen genoemd in artikel 2, tweede lid en artikel 3, derde lid. De overeenkomstig het vorige lid berekende vaste vergoedingen worden afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van vijf euro en de uurvergoedingen op het dichtstbijzijnde veelvoud van vijf eurocent. Artikel 5 Burgemeester en wethouders kunnen een vergoedingsregeling vaststellen voor het verrichten van wacht-, consignatie- en bewakingsdiensten door de vrijwilliger. Artikel 6* Het college kan in bijzondere gevallen aan de vrijwilliger een vergoeding voor derving van loon of inkomsten toekennen wegens het verrichten van de in artikel 3, eerste en tweede lid, bedoelde brandweerdienst. Artikel 7 Indien de vrijwilliger met toepassing van deze regeling een lagere vaste vergoeding zou ontvangen dan hij ontving op grond van de oude verordening, blijft het laatstbedoelde bedrag voor hem van toepassing. Vergoedingentabel betreffende de vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer per 1 juni 2008 * jaarvergoeding uurbedrag oefeningen en cursussen e.d. uurbedrag voor brandbestrijding en hulpverlening uurbedrag voor langdurig aanwezigheid aspirant-brandwacht 314 9,71 18,17 12,14 brandwacht 314 10,31 19,30 12,89 brandwacht 1e klasse 314 11,17 20,99 13,96 hoofdbrandwacht 314 12,38 23,21 15,48 aspirant-onderbrandmeester 314 10,91 20,45 13,64 Onderbrandmeester 471 13,66 25,54 17,08 Brandmeester 471 15,50 29,15 19,38 brandmeester (tevens ondercommandant) 2766 0,00 27,66 0,00 aspirant-officier 314 13,66 25,54 17,08 adjunct-hoofdbrandmeester 2963 0,00 29,63 0,00 adjunct-hoofdbrandmeester (tevens commandant) 3962 0,00 29,63 0,00 adjunct-hoofdbrandmeester 1e klasse 3339 0,00 33,39 0,00 adjunct-hoofdbrandmeester 1e klasse (tevens commandant) 4457 0,00 33,39 0,00 hoofdbrandmeester 3716 0,00 37,16 0,00 hoofdbrandmeester (tevens commandant) 4946 0,00 37,16 0,00 hoofdbrandmeester 1e klasse 4300 0,00 43,00 0,00 hoofdbrandmeester 1e klasse (tevens commandant) 5727 0,00 43,00 0,00 Commandeur 4896 0,00 48,96 0,00 commandeur (tevens commandant) 6534 0,00 48,96 0,00 commandeur 1e klasse 5336 0,00 53,36 0,00 commandeur 1e klasse (tevens commandant) 7107 0,00 53,36 0,00 adjunct-hoofdcommandeur 7938 0,00 59,55 0,00 Gebruteerde vergoedingsbedragen vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer Inpassingstabel per 1 juni 2008 * jaarvergoeding uurbedrag oefeningen en cursussen e.d. uurbedrag voor brandbestrijding en hulpverlening aspirant-brandwacht 318 9,85 18,47 brandwacht 318 10,43 19,64 brandwacht 1e klasse 318 11,37 21,40 hoofdbrandwacht 318 12,60 23,59 aspirant-onderbrandmeester 318 11,12 20,86 Onderbrandmeester 479 13,90 26,07 Brandmeester 479 15,77 29,60 brandmeester (tevens ondercommandant) 2813 0,00 28,13 aspirant-officier 318 13,90 26,07 adjunct-hoofdbrandmeester 3024 0,00 30,24 adjunct-hoofdbrandmeester (tevens commandant) 4027 0,00 30,24 adjunct-hoofdbrandmeester 1e klasse 3393 0,00 33,93 adjunct-hoofdbrandmeester 1e klasse (tevens commandant) 4536 0,00 33,93 hoofdbrandmeester 3788 0,00 37,88 hoofdbrandmeester (tevens commandant) 5051 0,00 37,88 hoofdbrandmeester 1e klasse 4376 0,00 43,76 hoofdbrandmeester 1e klasse (tevens commandant) 5835 0,00 43,76 Commandeur 4990 0,00 49,90 commandeur (tevens commandant) 6653 0,00 49,90 commandeur 1e klasse 5432 0,00 54,32 commandeur 1e klasse (tevens commandant) 7241 0,00 54,32 adjunct-hoofdcommandeur 8088 0,00 60,61 In deze bijlage is de tabel opgenomen die uitsluitend geldt voor de zeer beperkte categorie vrijwilligers bij de brandweer voor wie de vergoedingen tot het inkomen in de zin van het Pensioenreglement worden gerekend. Het gaat hierbij om personen die vóór 1 januari 1980 een aanstelling hadden als vrijwilliger bij de gemeentelijke brandweer. Onder bepaalde voorwaarden vielen zij onder de werking van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet (ABP-wet). Op 1 januari 1980 is de regeling op dit punt gewijzigd en zijn vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer uitgesloten van het ambtenaarschap in de zin van de ABP. Bij de wijziging in 1980 is een overgangsmaatregel getroffen. Deze hield in dat vrijwilligers die op 31 december 1979 al ambtenaar waren, het ambtenaarschap behielden zolang zij in dezelfde dienstverhouding werkzaam bleven. Op grond van deze overgangsbepaling zijn er nu nog vrijwilligers bij de brandweer die overheidswerknemer zijn en pensioen opbouwen bij het ABP. Degenen die na 1 januari 1980 zijn aangesteld, zijn per definitie geen ABP-deelnemer. Voor hen is deze bijlage niet van belang, maar geldt de “Vergoedingentabel betreffende de vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer per 1 februari 2007”. CAR - bijlage VIIa: Tabel betreffende toelage onregelmatige dienst ambulancepersoneel per 1 februari 2006 * Vervallen CAR - bijlage VIIa: Tabel betreffende toelage onregelmatige dienst ambulancepersoneel per 1 februari 2007 * Vervallen CAR - bijlage VIIb: Vergoedingentabel betreffende bereikbaarheidsdienst ambulancepersoneel per 1 februari 2006 * Vervallen CAR - bijlage VIIb: Vergoedingentabel betreffende bereikbaarheidsdienst ambulancepersoneel per 1 februari 2007 * Vervallen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.