Instructie voor de commandant van de gemeentelijke brandweerBurgemeester en wethouders van de Gemeente Aa en Hunze gelet op artikel 8 van de “Verordening Brandveiligheid en Hulpverlening van de Gemeente Aa en Hunze” besluiten: vast te stellen de volgende instructie voor de commandant van de gemeentelijke brandweer. Hoofdstuk
- De algehele leiding. Artikel
- De commandant is belast met de algehele leiding van de gemeentelijke brandweer. Hij/zij draagt hierbij tenminste zorg voor: het op goede wijze voorbereiden en uitvoeren van de taken genoemd in artikel 3 van de “Verordening Brandveiligheid en Hulpverlening van de Gemeente Aa en Hunze”; het gevraagd en ongevraagd adviseren van het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot alle zaken op het gebied van pro-actie, preventie, preparatie, repressie en nazorg; een goede coördinatie met overige gemeentelijke afdelingen en de Regionale Brandweer Drenthe; het in goede staat houden van de beschikbare middelen op het gebied van materieel, gebouwen, installaties, materialen en overige goederen; een voldoende personele sterkte en beschikbaarheid van het brandweerkorps; het opstellen en laten naleven van instructies aan al het personeel van de brandweer als postcommandanten / Officieren van dienst (OvD), bevelvoerders en manschappen. Hij/zij houdt hierbij rekening met geldende landelijke en regionale regelgeving, afspraken en procedures en zorgt ervoor dat ten minste wordt voldaan aan de minimale eisen. Artikel
- Bij afwezigheid van de commandant zal zijn/haar taak worden overgenomen door de plaatsvervangend commandant Hoofdstuk
- Het bevel. Artikel
- De commandant voert het bevel over de gemeentelijke brandweer en draagt hierbij ten minste zorg voor: het inzetten van de beschikbare en benodigde middelen ter uitvoering van de taken van de brandweer, zoals genoemd in de Brandweerwet 1985 en de Wet Rampen en Zware Ongevallen; het beschikbaar stellen van functionarissen ten behoeve van regionale piketfuncties; het informeren van de burgemeester bij het instellen van een Commando Team Plaats Incident (CTPI) en in andere gevallen waarin hij/zij dat nodig acht. De commandant heeft de bevoegdheid om personen of middelen - anders dan vanuit de brandweerorganisatie - tijdelijk te werk te stellen als hij/zij dat nodig acht voor een goede bestrijding van incidenten. Artikel
- De commandant kan ten behoeve van bestrijding van incidenten c.q. de voorbereiding hierop regionale assistentie oproepen conform de in regionaal verband opgestelde procedures. Tevens kan hij/zij gemeentelijke eenheden ter beschikking stellen van de regionale brandweer ter ondersteuning van de bestrijding van incidenten c.q. de voorbereiding hierop in andere gebieden dan de eigen gemeente. Artikel
- De commandant draagt zorg voor een voldoende minimale dekking in het verzorgingsgebied, zowel op personeel als materieel gebied, afhankelijk van het op dat moment maatgevende scenario. Hoofdstuk
- Het beleidsplan Brandveiligheid en Hulpverlening. Artikel
- De commandant draagt zorg voor de voorbereiding en uitvoering van het beleidsplan Brandveiligheid en Hulpverlening, waarin tenminste is geregeld dat de brandweer beschikt over: een actueel plan met betrekking tot de in het verzorgingsgebied aanwezige maatgevende en bijzondere risico’s en de dekking van deze risico’s door de brandweerorganisatie; een integraal personeels- en materieelbeleid, dat is afgestemd op de in het verzorgingsgebied aanwezige maatgevende risico’s; een integraal opleidings- en oefenbeleid dat is toegesneden op de functies, die binnen het korps worden uitgevoerd en waarin relaties zijn gelegd naar landelijke regelgeving en regionale afspraken; een voldoende bluswatervoorziening, die afgestemd is op de in het verzorginggebied aanwezige risico’s; planning en control instrumenten van alle producten op het gebied van pro-actie, preventie, preparatie, repressie en nazorg; De commandant draagt zorg voor periodieke terugkoppeling van het Beleidsplan Brandveiligheid en Hulpverlening via de begroting, jaarrekening en managementrapportages.