Beleidsregels inzake het toekennen van ambtshalve verminderingenHet Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (hierna de BSR); Gelet op het bepaalde in artikel 1 van bovengenoemde gemeenschappelijke regeling, waarin de gemeentelijke en waterschapsbelastingen, alsmede de afvalstoffenheffing staan omschreven waarvan de heffing en invordering aan de BSR is overgedragen; BESLUIT:vast te stellen de volgende beleidsregels voor het toekennen van ambtshalve verminderingen. Artikel1Reikwijdte en definities De bepalingen van dit voorschrift gelden bij de heffing van waterschaps- en gemeentelijke belastingen, alsmede de afvalstoffenheffing, zoals omschreven in artikel 1 van de gemeenschappelijke regeling. In afwijking in zoverre van het voorgaande artikellid, zijn deze beleidsregels niet van toepassing op belastingaanslagen in de omslag gebouwd en de onroerende-zaakbelastingen waaraan een op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken gegeven beschikking tot vaststelling van de waarde ten grondslag heeft gelegen, voor zover op deze aanslagen artikel 18a, eerste lid, onder b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van toepassing is. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: ambtshalve vermindering : de vermindering van een onjuiste belastingaanslag of beschikking op voet van artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen alsmede het verlenen van een in de belastingverordening voorziene vermindering, ontheffing, teruggaaf of vrijstelling als bedoeld in artikel 134 van de Waterschapswet en artikel 244 van de Gemeentewet; de belanghebbende: de belastingplichtige of degene die de belasting als hoofdelijk mede-aansprakelijke heeft betaald; de vijfjaarstermijn: een termijn van vijf kalenderjaren, door welks verloop de bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag of een naheffingsaanslag op de voet van artikel 16 respectievelijk artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, vervalt; de belastingaanslag: de voorlopige aanslag, de aanslag, de navorderingsaanslag en de naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, alsmede het voorlopig gevorderde, het gevorderde en het nagevorderde bedrag als bedoeld in artikel 125a, tweede lid, onder a, van de Waterschapswet en artikel 233a, tweede lid, onder a, van de Gemeentewet; het bedrag van de vermindering: het bedrag waarmee de belastingaanslag ingevolge artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 134van de Waterschapswet en artikel 244 van de Gemeentewet wordt verminderd, dan wel het bedrag waarvoor ontheffing, teruggaaf of vrijstelling van belasting wordt verleend. Indien bij het vaststellen van de aanslag een boete als bedoeld in hoofdstuk VIIIA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is opgelegd, wordt het terug te geven bedrag met (het eventueel daaraan toe te rekenen gedeelte van) deze boete verhoogd; de ambtenaar belast met de heffing: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1 h en 18 f van de gemeenschappelijke regeling van de BSR; de belastingwet: algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels op het gebied van de in artikel 1, onder l,m,n en o van de gemeenschappelijke regeling BSR opgenomen belastingen. Artikel2Gevallen waarin ambtshalve vermindering, ontheffing of teruggaaf wordt verleend Indien bij de behandeling van een te laat ingediend bezwaarschrift of een bezwaarschrift dat om andere redenen van formele aard niet-ontvankelijk wordt verklaard, blijkt dat een belastingaanslag tot een te hoog bedrag is vastgesteld, wordt deze door de ambtenaar belast met de heffing ambtshalve verminderd.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.