Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2008De raad der gemeente Aa en Hunze; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze, d.d. 21 oktober 2008, nummer 2008/61; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit: vast te stellen de: “Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2009” (Verordening Reinigingsheffingen 2009) HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: Afvalstoffenheffing; Reinigingsrechten. Artikel 2 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke van aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. HOOFDSTUK II AFVALSTOFFENHEFFING. Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven terzake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeelt al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel; ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk I van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor het resterende deel van dat belastingjaar. Het tweede lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. Artikel 9 Termijnen van betaling De belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 van de bij dit besluit behorende tarieventabel, wordt periodiek door de NV Waterleidingmaatschappij Drenthe ingevorderd gelijktijdig met de voorschotnota’s en afrekeningsnota wegens het gebruik van water door storting of overschrijving op de bank- of girorekening van de NV Waterleidingmaatschappij Drenthe. Indien de belasting niet door de NV Waterleidingmaatschappij Drenthe wordt ingevorderd, moet de belasting worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving, nota of ander schriftuur is vermeld en de tweede twee maanden later. HOOFDSTUK III REINIGINGSRECHTEN. Artikel 10 Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur versterkte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel 11 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 12 Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 13 Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 14 Wijze van heffing De rechten bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur. Artikel 15 Ontstaan van de belastingschuld voor de verschuldigde rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor het resterende deel van dat belastingjaar. Het tweede lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. Artikel 16 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 17 Termijnen van betaling De reinigingsrechten, bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel, worden periodiek door de N.V. Waterleidingmaatschappij Drenthe ingevorderd gelijktijdig met de voorschotnota’s en afrekeningsnota wegens het gebruik van water door storting of overschrijving op de bank- of girorekening van de NV Waterleidingmaatschappij Drenthe. Indien de reinigingsrechten bedoeld in lid 1, niet door de NV Waterleidingmaatschappij Drenthe worden ingevorderd, moeten de rechten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving, nota of ander schriftuur is vermeld en de tweede twee maanden later. De reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel moeten worden betaald, ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 14: mondeling wordt gedaan op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen veertien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.