Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften personele aangelegenheden 2001De raad van de gemeente AA en Hunze; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 februari 2001, nummer 2001/17; gelet op de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften personele aangelegenheden. HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: wet Algemene wet bestuursrecht; verwerend orgaan het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen; commissie vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften personele aangelegenheden; bezwaarschrift een bezwaarschrift zoals bedoeld in artikel 6:4 eerste lid van de wet; beschikking een beschikking zoals bedoeld in artikel 1:3 tweede lid van de wet; belanghebbende degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken (artikel 1:2 eerste lid van de wet); personele aangelegenheden alle, op het materieel recht gebaseerde, arbeidsvoorwaardelijke/rechtspositionele aangelegenheden zoals deze voor de betreffende gemeente formeel (in CAR/UWO en/of eigen regelingen) zijn vastgelegd (zie ook art. 125 Ambtenarenwet). HOOFDSTUK 2 BEHANDELING VAN DE BEZWAARSCHRIFTEN Paragraaf 1 De Commissie Artikel 2 Inleidende bepalingEr is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren als bedoeld in artikel 1:5, eerste lid van de wet op het terrein van personele aangelegenheden. Artikel 3 Samenstelling van de commissieDe commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden. De commissie wordt als volgt samengesteld: a. een lid, aan te wijzen door burgemeester en wethouders; b. een lid, aan te wijzen door de vertegenwoordiging vanuit de organisaties in de commissie voor Georganiseerd Overleg; c. een lid, tevens voorzitter, aan te wijzen in overleg tussen de leden genoemd onder a. en b. 3. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een gemeentelijk bestuursorgaan. Artikel 4 SecretarisDe secretaris van de commissie is een door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar, die geen advies- c.q. stemrecht heeft in de commissie. Burgemeester en wethouders wijzen tevens één of meer plaatsvervangers van de secretaris aan. Paragraaf 2 Procedure Artikel 5 Ingediend bezwaarschriftOp het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. In de ontvangstbevestiging, als bedoeld in artikel 6:14 van de wet, wordt vermeld dat het horen geschiedt door de commissie en dat de commissie het college van burgemeester en wethouders zal adviseren over het bezwaar. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. Artikel 6 Overdracht bevoegdhedenDe bevoegdheden ingevolge de artikelen 2:1, tweede lid; 6:6, voor wat betreft het de indiener in de gelegenheid stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van het niet voldoen aan het gestelde in artikel 6:5, of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste, kan worden hersteld; 6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie; 7:4, tweede lid; - 7:6, vierde lid; van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie. Artikel 7 VooronderzoekDe voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist. Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn deze machtiging niet te verlenen, wordt dit voorgelegd aan de eerstvolgende vergadering van de Commissie Algemeen Bestuurlijke en Economische Zaken. Artikel 8 HoorzittingDe voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbende en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen. De voorzitter beslist op de toepassing van artikel 7:3 van de wet. Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid genoemde artikel besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan mededeling aan: de belanghebbende; het verwerend orgaan. Artikel 9 Uitnodiging zittingDe voorzitter deelt de belanghebbende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.