ntewet; overwegende dat het presidium op 16 januari 2012 heeft aangegeven de voorkeur te hebben voor een aanvangstijd van raadsvergaderingen van 19.30 uur om alle aanvangstijden van (opinie)raadsvergaderingen gelijk te trekken; b e s l u i t :Vast te stellen de volgende wijziging van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Woensdrecht: Artikel I Wijziging reglementHet Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Woensdrecht wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 7 komt te luiden: Artikel 7 Vergaderfrequentie
(10)van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. 3Is een raadslid verhinderd, dan wordt verwacht dat hij dat vóór de aanvang van de vergadering aan de griffier meldt. Artikel16Overweging Bij het openen en sluiten van de vergadering spreekt de voorzitter de Overweging uit, dat door de leden van de raad, portefeuillehouders en griffier staande wordt aanhoord. Artikel17 (vervallen 14 december 2006) Artikel18Notulen (gewijzigd 2 april 2009) 1De ontwerp-besluitenlijst notulen van de voorgaande vergadering worden gelijktijdig met de oproep aan de leden van de raad toegezonden. 2Bij het begin van de vergadering worden, zoveel mogelijk, de ontwerpbesluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 3De leden, de voorzitter, de griffier en de portefeuillehouders hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de ontwerpbesluitenlijst onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven besloten is. 4De ontwerpbesluitenlijst moeten inhouden:a. de namen van de voorzitter, de griffier en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en de overige personen die op uitnodiging aanwezig waren of het woord gevoerd hebben;b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;c. een zakelijke samenvatting van het besluit;d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden;e. als bijlage wordt aan de besluitenlijst toegevoegd de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, moties, amendementen en subamendementen;f. aan de besluitenlijst wordt een actiepuntenlijst toegevoegd waarin gedane toezeggingen worden vermeld.g. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 5De ontwerpbesluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier. 6De vastgestelde besluitenlijst worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. 7Het gesprokene in de vergadering wordt digitaal vastgelegd en wordt als audio-verslag ter beluistering via de website van de gemeente ter beschikking gesteld als bijlage bij de besluitenlijst. Artikel19Ingekomen stukken 1Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt besproken in het presidium waarbij de wijze van afdoening aan de raad wordt voorgesteld en op de lijst vermeld. De lijst wordt met de oproep aan de leden van de raad toegezonden en ter inzage gelegd. 2Na de vaststelling van de notulen stelt de raad op voorstel van de voorzitter de lijst van de ingekomen stukken met de wijze van afdoening vast. Artikel20Spreekregels 1Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 2De leden van de raad, de portefeuillehouders en overige aanwezigen spreken vanaf de spreektafel en richten zich tot de voorzitter. Interrumperen vindt plaats vanachter de plaats aan de raadstafel. 3De voorzitter en de griffier spreken vanaf hun plaats. 4Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf hun plaats spreken. 5De raad kan, al dan niet op voorstel van de voorzitter, regels stellen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Artikel21Aantal spreektermijnen 1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen tenzij de raad anders beslist. 2Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4Het derde lid is niet van toepassing op:a. het lid van het college, dat in het bijzonder belast is met het in behandeling zijnde onderwerp;b. de rapporteur van een commissie;c. het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 5Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel22Handhaving orde; schorsing 1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzija. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;b. een lid van de raad hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 4Indien de voorzitter dit nodig oordeelt, kan hij de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de publieke tribune. Artikel23Beraadslaging 1De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad.De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. 3Het raadslid, dat om schorsing heeft gevraagd, krijgt van de voorzitter na hervatting van de beraadslaging als eerste het woord. Artikel24Deelname aan de beraadslaging door anderen 1De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de voorzitter, de griffier en portefeuillehouders, deelnemen aan de beraadslaging. 2Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel25Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Hierbij wordt geen interruptie toegestaan. Artikel26Beslissing 1Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is behandeld, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Paragraaf3Procedures bij stemmingen Artikel27Primus bij hoofdelijke stemming Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een naam op de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Artikel28Algemene bepalingen over stemming 1De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 3Indien door één of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4De voorzitter roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 27 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 5Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 6De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft.Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 8De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel29Stemming over amendementen en moties 1Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel30Stemming over personen 1Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau. 2Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:a. een blanco ingeleverd stembriefje;b. een ondertekend stembriefje;c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 7Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel31Herstemming over personen 1Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd.Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel32Beslissing door het lot 1Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3Vervolgens neemt de voorzitter één van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Hoofdstuk4Rechten van leden Artikel33Amendementen 1Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel te wijzigen of in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die in de vergadering aanwezig zijn. 2Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk en ondertekend door de indiener(
- s)bij de griffier worden ingediend, tenzij de voorzitter – met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel34Moties 1Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen. 2Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk en ondertekend door de indiener(
- s)bij de griffier worden ingediend. 3De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. Artikel35Voorstellen van orde 1De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Artikel36Initiatiefvoorstellen 1Ieder lid van de raad kan een initiatiefvoorstel indienen. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk en ondertekend bij de griffier worden ingediend. 2De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. 3De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld, het voorstel eerst dient te worden behandeld in een raadscommissie of voor advies naar het college dient te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 4De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. 5Geen inhoud aanwezig van lid Artikel37Interpellatie 1Ieder lid van de raad kan een verzoek tot het houden van een interpellatie indienen. 2Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk of per e-mail bij de griffier ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. Het verzoek per e-mail dient als bijlage meegezonden te worden en vóór aanvang van de vergadering door de indiener(
- s)te worden ondertekend. 3De griffier brengt namens de voorzitter de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering, na indiening van het verzoek, wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt wanneer tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 4De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad en de portefeuillehouders niet meer dan éénmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel38Schriftelijke vragen 1Ieder lid van de raad kan schriftelijke vragen indienen. De vragen dienen kort en duidelijk te worden geformuleerd en kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden schriftelijk beantwoord. 2De vragen worden bij de griffier van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. 3De schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen twintig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, wordt de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis gesteld, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 18 aan de leden van de raad toegezonden. 5De vragensteller kan in de eerstvolgende raadsvergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door het college of de burgemeester gegeven antwoord. Artikel38aMondelinge vragen 1Tijdens elke raad is er een agendapunt Mondelinge vragen. 2Een lid van de raad heeft het recht om mondelinge vragen aan de portefeuillehouders te stellen. 3Het lid van de raad, dat tijdens dit agendapunt vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp met een korte toelichting tenminste 24 uur voor aanvang van de raad bij de griffier. 4De voorzitter kan weigeren een vraag aan de orde te stellen, indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, indien het geen actueel of spoedeisend onderwerp betreft of indien het onderwerp in de raadsvergadering op dezelfde dag aan de orde komt. 5Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meerdere vragen te stellen en een korte toelichting daarop te geven. 6Na beantwoording door de portefeuillehouder(
- s)krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7Tijdens dit agendapunt kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Artikel39Inlichtingen 1Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk of per e-mail ingediend bij het college of bij de burgemeester. Het verzoek per e-mail dient als bijlage meegezonden te worden en binnen vijf dagen na het verzenden hiervan door de indiener(
- s)te worden ondertekend. 2Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener toegezonden aan de raad. 3De verlangde inlichtingen worden zo mogelijk mondeling in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. 4De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven. Hoofdstuk5Begroting en rekening Artikel40Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad vaststelt. Artikel41Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening volgens een procedure die de raad vaststelt. Hoofdstuk6Lidmaatschap van andere organisaties Artikel42Verslag; verantwoording 1Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn.Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. 2Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 38, zijn van overeenkomstige toepassing. 3Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 39, zijn vanovereenkomstige toepassing. 4Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd. Hoofdstuk7Besloten vergadering Artikel43Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel44Notulen 1De ontwerp-notulen van een besloten vergadering liggen uitsluitend voor de leden bij de griffier ter inzage. 2Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden.Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel45Geheimhouding Vóór de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel46Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Hoofdstuk8Toehoorders en pers Artikel47Toehoorders en pers 1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel48Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan tijdig mededeling aan de griffier en gedragen zich naar de aanwijzingen van de voorzitter. Artikel48aAudioverslag (toegevoegd 2 april 2009) Tijdens de openbare raadsvergadering wordt een audioregistratie van het besprokene gemaakt welke naderhand via de website per onderwerp te beluisteren is. Artikel49Verbod gebruik mobiele telefoons In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan. Hoofdstuk9Slotbepalingen Artikel50Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel51In werking treden 1Dit besluit treedt in werking op de dag na die waarop het is bekendgemaakt. 2Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2002. Artikel52Citeertitel Dit besluit kan worden aangehaald als “Reglement van orde op de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2005”. Artikel53Evaluatiebepaling De werking van dit besluit zal eind 2006 worden geëvalueerd. Een evaluatieverslag zal worden opgesteld door het presidium en ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 februari 2012,de raad voornoemd,de griffier, de voorzitter,