BESLUIT van den 15n Februari 1938, ter uitvoering van artikel 153 der Onderwijsverordening 1935 (Schoolvoeding). Artikel1 Indien bij de Curaçaosche begrooting gelden zijn toegestaan voor de verstrekking van voeding aan schoolgaande kinderen geschiedt deze verstrekking volgens de regelen in de volgende artikelen vervat. Deze verstrekking wordt samengevat onder den term ,,schoolvoeding”. De in dit besluit aan hoofden en personeel van scholen opgelegde verplichtingen gelden alleen ten aanzien van de openbare scholen bedoeld in artikel 2 en van de bijzondere scholen bedoeld in artikel 3 tweede lid. Artikel2 Voor het openbaar onderwijs heeft schoolvoeding plaats op die scholen, welke daartoe door den Inspecteur van het Onderwijs, na ingewonnen advies van den Directeur van den Openbaren Gezondheidsdienst, worden aangewezen. Artikel3 Van het bijzonder onderwijs kunnen voor schoolvoeding in aanmerking komen, de scholen, welker besturen zich bereid hebben verklaard, aan de schoolvoeding hunne medewerking te verleenen. Welke van de in het eerste lid bedoelde scholen voor schoolvoeding in aanmerking komen, bepaalt de Inspecteur van het Onderwijs, na ingewonnen advies van den Directeur van den Openbaren Gezondheidsdienst. Bij het verleenen der medewerking als bedoeld in het eerste lid van dit artikel verplichten de besturen der bijzondere scholen zich, aan de Hoofden en het personeel der in het tweede lid bedoelde scholen, dezelfde verplichtingen op te leggen, als in dit Besluit aan de hoofden en het personeel der overeenkomstige openbare scholen zijn opgelegd. Artikel4 De hoofden en het personeel der overeenkomstig artikel 2 van dit besluit aangewezen scholen zijn verplicht hun medewerking te verleenen aan de uitvoering van de in dit besluit gegeven en verdere daaruit voortvloeiende voorschriften. Artikel5 De te verstrekken voedingsmiddelen, de maximumkosten daarvan per kind, de dagen en tijdstippen der schoolvoeding, de wijze van bereiding en uitreiking en voorts al hetgeen op de schoolvoeding zelve betrekking heeft, worden – op voordracht van den Directeur van den Openbaren Gezondheidsdienst, den Administrateur van Financien en de Inspecteur van het Onderwijs, welke ambtenaren daartoe in vergadering bijeenkomen voor elk begrootingsjaar door den Gouverneur bij beschikking vastgesteld. Artikel6 Zoo spoedig mogelijk – uiterlijk binnen drie maanden na den aanvang van den nieuwen cursus – bezoekt de Gouvernementsgeneeskundige de in art. 2 en 3, tweede lid, bedoelde scholen welke binnen zijn ambtsressort zijn gelegen. Bij dit bezoek beoordeel hij, op voorstel van het hoofd der school of den klasse-onderwijzer, welke leerlingen voor schoolvoeding voor het eerst of bij voorzetting in aanmerking komen. Voor kinderen, welke tusschentijds geplaatst worden en op hun vorige school nog niet in de schoolvoeding waren opgenomen, verzoekt het hoofd der school den betrokken Gouvernementsgeneeskundige de school te bezoeken. Artikel7 Acht de Gouvernementsgeneeskundige opneming van een leerling in de schoolvoeding wenschelijk, dan onderteekent hij een door het hoofd der school ingevuld formulier (MODEL A). Artikel8 De gouvernementsgeneeskundige brengt zoo spoedig mogelijk over elken door hem onderzochten leerling een medisch rapport uit aan den Directeur van den Openbaren Gezondheidsdienst. Dit rapport is ingericht volgens Model B. Artikel9 xx Artikel10 xx Artikel11 Na ontvangst van het geteekende, in artikel 7 bedoelde formulier (MODEL A), doet het Hoofd der school den leerling onmiddellijk aan de schoolvoeding deelnemen. De leerling blijft daaraan deelnemen tenzij de Gouvernements-geneeskundige bij onderzoek ingevolge het bepaalde bij artikel 6 oordeelt, dat hij daarvoor niet in aanmerking komt. Artikel12 Het hoofd der school zendt Model A aan den Inspecteur van het Onderwijs. Deze berekent daarna overeenkomstig de voorschriften der in artikel 5 bedoelde ,,beschikking” het bedrag, dat voor schoolvoeding aan het betrokken hoofd maandelijks kan worden uitgekeerd. Hij brengt dit bedrag ter kennis van den Administrateur van Financiën, die zorg draagt voor de betaalbaarstelling daarvan e.v. door tusschenkomst van den Gezaghebbers en Onder-Gezaghebbers. Van tusschentijdsch vertrek van leerlingen geeft het hoofd der school kennis aan den Inspecteur van het Onderwijs en indien het kind naar een andere school overgaat tevens aan het hoofd dezer school met mededeeling dat het kind in de schoolvoeding is opgenomen. Eenmaal per jaar berekent de Inspecteur van het Onderwijs het bedrag dat op grond van tusschentijdsch vertrek of tusschentijdsche plaatsing aan de hoofden alsnog moet worden uitgekeerd of ingehouden. Van dit bedrag doet hij mededeeling aan den Administrateur van Financiën, die voor betaalbaarstelling of inhouding zorg draagt. Artikel13 De Administrateur van Financiën is bevoegd op voorstel van den Inspecteur van het Onderwijs den hoofden van scholen voorschotten voor aankoop van voedingsmiddelen toe te kennen. Artikel14 De schoolvoeding heeft plaats in de schoolgebouwen of in lokaliteiten, welke daarvoor naar het oordeel van den Inspecteur van het Onderwijs eveneens geschikt zijn. Artikel15 De voedingsmiddelen worden rechtstreeks aan de kinderen uitgereikt en moeten in tegenwoordigheid van de(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.