Besluit Wmo gemeente Oisterwijk 2012Hoofdstuk1- Algemene bepalingen Artikel 1.1 - Begripsbepalingen Artikel 1.2 – Bevoegdheid college Hoofdstuk2– Vormen van individuele voorzieningen Artikel 2.1 – Beperking keuzevrijheid Artikel 2.2 – Voorziening in natura: leveranciers Artikel 2.3 – Voorziening anders dan in natura Artikel 2.4 – Voorwaarden Pgb Artikel 2.5 – Financiële vergoeding voor alfahulp Artikel 2.6 – Financiële tegemoetkoming Artikel 2.7 – Inkomensgegevens aanvrager Artikel 2.8 – Eigen bijdrage Artikel 2.9 – Eigen aandeel Hoofdstuk3– Hulp bij het huishouden Artikel 3.1 – Keuzevrijheid Artikel 3.2 – Voorziening in natura Hoofdstuk4– Woonvoorzieningen Artikel 4.1 – Vormen van woonvoorzieningen Artikel 4.2 - Primaat van verhuizen Artikel 4.3 – Bezoekbaar maken woning Artikel 4.4 – Woonvoorziening en andere voorzieningen Artikel 4.5 – Voorziening voor huurderving Artikel 4.6 – Tegemoetkoming verhuis- en herinrichtingskosten Artikel 4.7 – Gemeenschappelijke ruimte Artikel 4.8 – Woonvoorzieningen zelf realiseerbaar Hoofdstuk5– Vervoersvoorzieningen Artikel 5.1 – Vormen van vervoersvoorzieningen Artikel 5.2 – Inkomensnorm Artikel 5.3 – Autoaanpassing Hoofdstuk6– Verplaatsen in en rond de woning Artikel 6.1 – Verplaatsingsvoorzieningen Hoofdstuk7– Het verkrijgen van een voorziening Artikel 7.1 – Aanvraag Artikel 7.2 – Inlichtingen en onderzoek Artikel 7.3 – Wijzigingen in situatie Artikel 7.4 – Heronderzoek Hoofdstuk8– Slotbepalingen Artikel 8.1 – Evaluatie Artikel 8.2 – Indexering Artikel 8.3 - Inwerkingtreding Artikel 8.4 - Citeertitel Hoofdstuk1- Algemene bepalingen Artikel1.1– Begripsbepalingen Lid
(18k)geregeld. Artikel2.6–Financiële tegemoetkoming Een financiële tegemoetkoming kan bestaan uit: een forfaitair bedrag: een gemaximeerd bedrag los van de werkelijke kosten; een bedrag vastgesteld op basis van de kostencalculatie van een extern adviseur. Wanneer blijkt dat er sprake is van achterstallig onderhoud zullen de meerkosten die aanvrager maakt vanwege zijn/haar beperking vergoed worden. Kosten voor renovatie worden niet vergoed. Artikel2.7– Inkomensgegevens aanvrager Voor de toegang tot de regiotaxi en financiële tegemoetkoming van gebruik eigen auto wordt gebruik gemaakt van het maandinkomen van de aanvrager en zijn/haar eventuele partner. Het inkomen van de aanvrager (en eventuele partner) wordt vastgesteld door het opvragen en overleggen van: het netto maandinkomen (de maand voorafgaand aan de aanvraag) financieel jaaroverzicht van de bank in verband met rente uit vermogen en/of spaartegoeden heffingskortingen belastingdienst specificatie of bankafschrift van inkomsten uit loon, uitkering, AOW en nevenpensioen(en). In het geval de aanvrager in een AWBZ instelling verblijft wordt bij de berekening en het bepalen van het netto inkomen rekening gehouden met de eigen bijdrage AWBZ. Dit inkomen wordt afgezet tegen 1,5 maal de bijstandsnorm WWB (norm verblijf in instelling). Artikel2.8– Eigen bijdrage De in een kalenderjaar verschuldigde wettelijke eigen bijdrage bij toekenning van een Pgb of zorg in natura op grond van de Wmo bedraagt niet meer dan: voor een ongehuwde jonger dan 65 jaar: € 18,00 per vier weken. Wanneer het inkomen hoger is dan € 22.905,00 wordt het bedrag van € 18,00 verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 22.905,00; voor een ongehuwde van 65 jaar of ouder: € 18,00 per vier weken. Wanneer het inkomen hoger is dan € 16.007,00 wordt het bedrag van € 18,00 verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 16.007,00; voor gehuwden waarbij één partner jonger is dan 65 jaar of beiden jonger zijn dan 65 jaar: € 25,80 per vier weken. Wanneer hun gezamenlijke inkomen hoger is dan € 28.306,00 wordt het bedrag van € 25,80 verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun inkomen en € 28.306,00; voor gehuwden die 65 jaar of ouder zijn: € 25,80 per vier weken. Wanneer het gezamenlijke inkomen meer bedraagt dan € 22.319,00 wordt het bedrag van € 25,80 verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen inkomen en € 22.100,
- Wanneer de voorziening bestaat uit een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning die in eigendom is van de aanvrager, wordt gedurende maximaal 39 perioden van vier weken een eigen aandeel in rekening worden gebracht. Voor hulpmiddelen/ roerende voorzieningen kan gedurende maximaal 39 perioden van vier weken een eigen bijdrage in rekening worden gebracht. Inning eigen bijdrage Bij de betaling van het Pgb kiest de gemeente Oisterwijk voor een bruto-uitbetaling, dat wil zeggen zonder dat de eigen bijdrage wordt ingehouden. Voordat het Pgb wordt verstrekt, wordt aangegeven dat de aanvrager een eigen bijdrage over het Pgb zal moeten betalen. Het CAK is gemandateerd voor het opleggen en innen van de eigen bijdrage. Artikel2.9– Eigen aandeel Het college vraagt bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming een eigen aandeel. Het eigen aandeel is het voor rekening van de aanvrager blijvende deel van de kosten van de voorziening. Een eigen aandeel wordt opgelegd voor woonvoorzieningen en de aanpassing van de eigen auto die in de vorm van een financiële tegemoetkoming worden verstrekt. Het eigen aandeel wordt berekend door de gemeente. Het CAK is gemandateerd voor het opleggen en innen van het eigen aandeel. Wanneer aanvrager de maximale wettelijke eigen bijdrage betaalt, zal er geen mogelijkheid zijn voor het opleggen van een eigen aandeel. Hoofdstuk3– Hulp bij het huishouden Artikel3.1– Keuzevrijheid De voorziening die de gemeente kan verstrekken voor de hulp bij het huishouden bestaat uit: in natura een persoonsgebonden budget financiële vergoeding voor alfahulp (alfacheque). Lid a. Aanvrager ontvangt de voorziening in de vorm van dienstverlening (huishoudelijke hulp), deze wordt geleverd door een gecontracteerde zorgaanbieder. Lid b. Een persoonsgebonden budget De aanvrager kan een Pgb ontvangen voor de inkoop van HbH1 en HbH
- Voor ondersteuning bij het beheer en administratie kan de Pgb-houder terecht bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB), de gemeente Oisterwijk heeft hiervoor een contract gesloten. Er worden gedifferentieerde tarieven gehanteerd, hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele zorg. Het Pgb voor hulp bij het huishouden wordt in dertien perioden van vier weken verstrekt. Formele zorg: bedrijfsmatig verleende zorg door bedrijf of instelling dat/die beschikt over een inschrijving Kamer van Koophandel dan wel een VAR verklaring ondernemer kan overleggen. Alle overige zorg wordt beschouwd als informele zorg (familie, vrienden e.d.). Lid c. Financiële vergoeding voor alfahulp. Aanvrager ontvangt alfacheques in plaats van geld om de hulp in te kopen. De cheques worden vooraf aan aanvrager toegestuurd. De uurprijs van de alfacheque is € 13,
- De administratie en bemiddeling tussen aanvrager en alfahulp wordt door een externe organisatie (18K) geregeld. De gemeente heeft een verzekering voor wettelijke aansprakelijkheid afgesloten bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De kosten hiervoor worden door de gemeente betaald. Artikel3.2– Voorziening in natura Voor de voorziening in natura zijn verschillende zorgaanbieders gecontracteerd. De aanvrager kan kiezen uit de volgende aanbieders: Thebe, Actief Zorg, TSN, Surplus/De Zorgverlener, T-zorg, Nuevo, Huispitaal en Careyn. De tarieven staan vermeld in artikel 2.2, lid
- Hoofdstuk4– Woonvoorzieningen Artikel4.1– Vormen van woonvoorzieningen voorziening in natura Pgb voor een niet bouwkundige of niet woontechnische woonvoorziening financiële tegemoetkoming voor: bouwkundige of woontechnische woonvoorziening verhuis- en herinrichtingskosten onderhoud, keuring en reparatie van een woonvoorziening huurderving sanering van de woning i.v.m. plotseling optredende allergie Lid 3 a. - Financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening. Het college verstrekt een financiële tegemoetkoming aan woningeigenaren. De financiële tegemoetkoming wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door de gemeente opgevraagde kostencalculatie dan wel de door het college geaccepteerde offerte. Het eigen aandeel kan hierop niet in mindering worden gebracht omdat dit door het CAK wordt geïnd. Lid 3 e. – Sanering van de woning. Bij woningsanering in verband met een plotseling optredende allergie, wordt een financiële tegemoetkoming met gemaximeerde bedragen verstrekt. De bedragen zijn ontleend aan de Prijzengids NIBUD 2011-
- Bij het bepalen van de financiële tegemoetkoming wordt rekening gehouden met afschrijving van de te vervangen gordijnen, vitrage en vloerbedekking in een periode van 8 jaar, op de volgende wijze: Leeftijd tot 2 jaar: vergoeding van 100% van het normbedrag Leeftijd tot 4 jaar: vergoeding van 75% van het normbedrag Leeftijd tot 6 jaar: vergoeding van 50% van het normbedrag Leeftijd tot 8 jaar: vergoeding van 25% van het normbedrag Ouder dan 8 jaar: geen vergoeding, omdat de artikelen zijn afgeschreven. Artikel4.2– Primaat van verhuizen Lid
- Verhuizen gaat voor aanpassen, is verhuizing niet mogelijk, dan wordt de woning aangepast. Lid
- Van het primaat van verhuizen als bedoeld in artikel 10 lid
- van de Verordening Wmo kan worden afgezien, wanneer de noodzakelijke aanpassingskosten lager zijn dan: € 5.371,00 als in de noodzakelijke aanpassingen geen traplift is begrepen; € 1.790,00 als in de noodzakelijke aanpassingen wel een traplift is begrepen. Lid
- de vergoeding voor verhuis- en herinrichtingskosten bedraagt voor de aanvrager € 2.558,00; Lid
- de redelijke periode omvat zes maanden zoektijd. Artikel4.3– Bezoekbaar maken woning Voor het bezoekbaar maken van de woning wordt een maximum bedrag van € 3.580,00 toegekend aan de eigenaar van de woning. Wanneer de bezoekbaar te maken woning een huurwoning betreft, zal vooraf toestemming gevraagd moeten worden aan de eigenaar (verhuurder) en komt de financiële tegemoetkoming ook de eigenaar van de woning toe. Artikel4.4– Woonvoorziening en andere voorzieningen Lid
- De kosten worden volledig gedekt, daarom wordt een Pgb verstrekt in plaats van een financiële tegemoetkoming. Artikel4.5– Voorziening voor huurderving 1.Het bedrag dat wordt uitbetaald aan huurderving is nooit hoger dan de maximale huur voor de huurtoeslag (conform artikel 13, lid 1 Wet op de huurtoeslag). 2.De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt maximaal het bedrag van de laatstgenoten huur van de desbetreffende woonruimte. 3.Deze voorziening wordt voor maximaal 6 maanden toegekend. Artikel4.6– Tegemoetkoming verhuis- en herinrichtingskosten De vergoeding voor verhuis- en herinrichtingskosten bedraagt: 1.voor degene, die ten behoeve van een aanvrager een woning vrijmaakt € 2.558,00; voorwaarde is dat de woning moet zijn aangepast voor meer dan € 5.371,
- W Artikel4.7– Gemeenschappelijke ruimten Aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten betreffen uitsluitend entrees en portieken. De volgende aanpassingen kunnen worden gerealiseerd: het verbreden van toegangsdeuren; het aanbrengen van elektrische deuropeners; aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw, mits de woningen rolstoeltoegankelijk zijn; drempelhulpen of vlonders; het aanbrengen van een extra trapleuning bij een portiekwoning; het aanbrengen van een traplift. Er worden geen aanpassingen uitgevoerd als het een AWBZ instelling betreft. Artikel4.8– Woonvoorzieningen zelf realiseerbaar Het college verstrekt geen voorziening of tegemoetkoming voor voorzieningen waarvan de kosten lager zijn dan € 120,-. Het gaat hier om eenvoudige woonvoorzieningen die breed verkrijgbaar zijn en tegen relatief lage kosten te koop zijn (b.v. toiletverhoger, badplank, losse douche- of toiletstoel, beugels bij bad, douche of toilet) is gesteld op € 120,
- Tot dit bedrag achten wij aanvrager in staat om in de kosten te voorzien. Het college kan hiervan afwijken indien een aanvrager binnen één jaar meerdere voorzieningen nodig heeft en het cumulatieve bedrag, in de situatie van de aanvrager, tot een onredelijk resultaat leidt. Hoofdstuk5– Vervoersvoorzieningen Artikel5.1– Vormen van vervoersvoorzieningen een vervoersvoorziening in natura een Pgb voor een vervoersvoorziening een financiële tegemoetkoming voor autoaanpassing, gebruik eigen auto. Lid 1a: Collectief vervoer 1.De volgende voorwaarden zijn gesteld aan het verstrekken van een vervoersvoorziening in natura zijnde het collectief vervoer. collectief vervoer wordt enkel in natura verstrekt; Aan aanvragers jonger dan 5 jaar wordt geen collectief vervoer toegekend; Er geldt een eigen bijdrage van € 0,55 per zone/strip. Voor elke rit is een basistarief van 1 instapstrip verschuldigd. Het reisgebied waarbinnen tegen het gereduceerd tarief gereisd kan worden omvat 5 OV zones. Hierbuiten geldt een bovenregionaal (commercieel) tarief. Bovenregionaal vervoer valt niet onder de Wmo. De Wmo-reiziger kan samen met één sociaal begeleider reizen tegen het gereduceerd tarief. Wanneer begeleiding naar het oordeel van het college medisch noodzakelijk is, reist de begeleider gratis. Heeft een Wmo-reiziger een indicatie voor medische begeleiding, dan kan deze alleen reizen wanneer de medisch begeleider meereist. Om als begeleider te kunnen worden aangemerkt moet de begeleider 16 jaar of ouder zijn. g.gehandicapte met een inkomen boven de inkomensgrens van 1,5 maal het norminkomen, die om die reden niet in aanmerking komt voor een collectieve vervoersvoorziening op grond van de Wmo, maar die vanwege zijn handicap niet met het CVV kan reizen, omdat hij aangewezen is op een lage instap, voorin moet zitten, alleen moet reizen, komt in aanmerking voor een speciaal Wmo- vervoerspas, de zogenaamde Wmo-Pluspas. Hij reist tegen het reguliere CVV-tarief van € 1,80 per strip. Hij betaalt voor de eerste zone € 3,60 en voor elke volgende € 1,
- De sociale begeleider en andere meereizende gezinsleden betalen dezelfde prijs per zone. Per 1 januari 2012 gelden de volgende bedragen: Tarief Wmo-reiziger / Sociaal begeleider € 0,55 per strip (+instapstrip) tot 5 zones Tarief medisch begeleider (met indicatie) gratis Tarief vrije reiziger (niet-Wmo) € 1,80 per strip Tarief Wmo-Plus € 1,80 per strip Lid 2: Een Pgb voor een vervoersvoorziening Aanvrager die een Pgb vraagt voor een vervoersvoorziening ontvangt een programma van eisen waaraan de voorziening minimaal moet voldoen. De hoogte van het Pgb wordt door het college bepaald op basis van een koopofferte van de hulpmiddelenleverancier (inclusief eventuele kortingspercentages). Het programma van eisen is hierbij leidend. Een Pgb wordt verhoogd met een jaarlijks bedrag voor onderhoud en reparatie voor een periode van 7 jaar (verwachte levensduur van de voorziening). Lid 3: Terugbetaling restwaarde Indien een vervoersvoorziening als Pgb is verstrekt en de voorziening niet meer wordt gebruikt door b.v. verhuizing buiten de gemeente of overlijden, dient belanghebbende of de nabestaande(n) binnen een termijn van maximaal 8 weken de restwaarde van de voorziening aan de gemeente terug te betalen. De restwaarde van de nieuwwaarde van de voorziening bedoeld in het 3e lid wordt berekend volgens onderstaande systematiek; 0 - < 1 jaar: 70% 1 - < 2 jaar: 60% 2 - < 3 jaar: 45% 3 - < 4 jaar: 35% 4 - < 5 jaar: 25% 5 - < 6 jaar: 15% 6 - < 7 jaar: 5% Lid 4: Indien belanghebbende met een Pgb voorziening, deze voorziening binnen de afschrijvingstermijn van 7 jaar niet meer gebruikt omdat deze niet meer adequaat is, wordt de restwaarde van de voorziening verrekend met een eventueel nieuw toe te kennen Pgb. De restwaarde van de voorziening wordt berekend volgens de afschrijvingsmethodiek zoals verwoord in lid
- Lid 5: Een financiële tegemoetkoming voor een vervoersvoorziening Het college verstrekt een financiële tegemoetkoming per jaar van € 563,00 voor het gebruik van de eigen auto van de aanvrager die geen gebruik kan maken van het collectief vervoer, tenzij aanvrager geacht kan worden zelf volledig in de kosten van het autogebruik te kunnen voorzien. Wanneer de aanvrager jonger is dan 5 jaar wordt geen voorziening toegekend. Artikel5.2– Norminkomen Als inkomensnorm, genoemd in artikel 15 lid
- van de Verordening Wmo gemeente Oisterwijk 2012, wordt gehanteerd de bijstandsnorm zoals vastgelegd in artikel 21, 22, 23 en 25 van de WWB. Artikel5.3– Autoaanpassing Een volledig rolstoelgebonden aanvrager komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van de aanpassing van de eigen auto, wanneer hij om medische redenen niet in staat is gebruik te maken van het collectief vervoer. De voorwaarden zijn: De tegemoetkoming wordt eenmaal per 7 jaar verstrekt; De aan te passen auto is niet ouder dan 3 jaar; Er wordt een eigen aandeel opgelegd aan de aanvrager; Deze financiële tegemoetkoming bedraagt maximaal € 10.102,
- De aanvrager vraagt zelf twee offertes bij twee erkende bedrijven op voor de noodzakelijke aanpassingen. Het programma van eisen is hierbij leidend. Na toekenning van de financiële tegemoetkoming op basis van goedkoopst compenserende voorziening (maximaal bedrag € 10.102,00) laat aanvrager de autoaanpassing uitvoeren door een erkend bedrijf. Hoofdstuk6– Verplaatsen in en rond de woning Artikel6.1– Verplaatsingsvoorzieningen 1.algemene rolstoelvoorziening; 2.rolstoelvoorziening in natura; 3.Pgb voor een rolstoelvoorziening; 4.financiële tegemoetkoming voor een sporthulpmiddel of sportrolstoel. Lid
- Een Pgb voor een rolstoelvoorziening Het college verstrekt een Pgb voor een rolstoelvoorziening op verzoek van de aanvrager. Hiervoor wordt door indicatiesteller een programma van eisen opgesteld. De hoogte van het Pgb wordt bepaald aan de hand van een koopofferte van de hulpmiddelenleverancier. Eventuele kortingspercentages worden in mindering gebracht op het Pgb. Lid 4.Financiële tegemoetkoming voor een sporthulpmiddel of sportrolstoel Voor het verstrekken van een sportrolstoel gelden de volgende voorwaarden: De financiële tegemoetkoming omvat een bedrag voor de aanschaf, verzekering en onderhoud en reparatie van een sportrolstoel van € 3.069,00; Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt eens in de drie jaar verstrekt; Bij aanvraag van een sporthulpmiddel anders dan een sportrolstoel zal een financiële tegemoetkoming worden verstrekt op basis van een koopofferte van de hulpmiddelenleverancier. Hoofdstuk7– Het verkrijgen van een voorziening Artikel7.1– Aanvraag Bij een aanvraag moeten tenminste het volgende bewijsstuk worden overlegd: -geldig identiteitsbewijs (identiteitskaart, paspoort). Artikel7.2– Inlichtingen en onderzoek 1.Bij inlichtingen, onderzoek en advies maakt de gemeente gebruik van de volgende externe adviseurs/ indicatiestellers; gemeentelijk indicatiesteller, zijnde de Wmo-consulent; MO zaak Van Brederode 2.Om een zo goed mogelijk beeld te verkrijgen wordt bij een eerste aanvraag een huisbezoek afgelegd waarin integraal de situatie van aanvrager wordt beoordeeld. Artikel7.3– Wijzigingen in situatie 1.Bij wijzigingen in de situatie van de aanvrager moet worden gedacht aan: verhuizing; opname in ziekenhuis, revalidatiecentrum of AWBZ-instelling; wijzigingen in de financiële situatie; overlijden; toe- of afname van beperkingen. 2.De aanvrager is verplicht om bovenstaande wijzigingen in zijn/haar situatie onmiddellijk te melden. Artikel7.4– Heronderzoek Het college kan (her)onderzoek doen naar het recht op een voorziening. Hierbij wordt gebruik gemaakt van klanttevredenheidsonderzoeken, gebruikersonderzoeken en enquêtes (al dan niet steekproefsgewijs uitgevoerd). Hoofdstuk8– Slotbepalingen Artikel8.1– Evaluatie Het door het college gevoerde beleid wordt jaarlijks geëvalueerd of eerder als dit wenselijk is. Wanneer nodig wordt dit Besluit aangepast. Artikel8.2–Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari de bij of krachtens dit besluit geldende bedragen indexeren conform de prijsontwikkeling op basis van de consumentenprijsindex alle huishouden van het Centraal bureau voor de Statistiek. Dit geldt voor bedragen die betrekking hebben op: -aanpassingskosten primaat van verhuizen -bezoekbaar maken van de woning -verhuis- en herinrichtingskosten -autoaanpassing vervoersvoorziening -sporthulpmiddel of sportrolstoel. Artikel8.3- Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op 1 januari
- Artikel8.4- Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als Besluit Wmo gemeente Oisterwijk 2012