Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2012De raad van de gemeente Simpelveld gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1 november 2011; gelet op artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer; besluit: vast te stellen de: "Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2012". Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruikmaken’ gebruikmaken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel2Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel3Belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruikmaakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikmaakt van het perceel; ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5Reductie heffing medisch afval 1.De belastingplichtige als bedoeld in artikel 2 komt in aanmerking voor vermindering van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, leden 2, 3 en 4 van de in artikel 4 bedoelde tarieventabel, indien de belastingplichtige als gevolg van chronische ziekte of handicap dan wel chronische ziekte of handicap van personen die behoren tot zijn of haar huishouden, extra afval moeten aanbieden aan de gemeentelijke inzameldienst. 2.De in het eerste lid bedoelde vermindering bedraagt 60 % van de totaal verschuldigde belasting als gevolg van het aantal aangeboden ledigingen, met een maximum van € 30,00 per belastingtijdvak. 3.De belastingplichtige die in aanmerking wil komen voor vermindering op grond van het eerste lid, dient uiterlijk binnen 6 maanden na dagtekening van de opgelegde belasting, zoals bedoeld in het eerste lid, een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de heffingsambtenaar een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de heffingsambtenaar. Bij dit verzoek dient een schriftelijke verklaring van de huisarts of medisch specialist te worden overgelegd, waaruit blijkt dat als gevolg van een chronische ziekte of handicap extra afval wordt aangeboden. Artikel6Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2.De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 eerste lid, van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1, eerste lid, van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting bedoeld in hoofdstuk 1, eerste lid van de tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.