LANDSVERORDENING van de 11de juli 1996 houdende regels inzake de bevriezing van de indexering van de bezoldiging of het loon van overheidsdienaren en het pensioen of de uitkering bij wijze van pensioen van gewezen overheidsdienaren (Landsverordening bevriezing indexering) Artikel1 In deze landsverordening wordt verstaan onder overheidsdienaren: de ambtenaren in de zin van de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (P.B. 1964, 159) in dienst van de Nederlandse Antillen, alsmede de in artikel 2, eerste lid, onderdelen b tot en met g, van die landsverordening bedoelde personen; de ambtenaren in de zin van de Landsverordening van de 29ste augustus 1978 houdende regelen betreffende de rechtstoestand van de landsdienaren, werkzaam bij het Bureau Buitenlandse Betrekkingen van de Nederlandse Antillen (P.B. 1978, 261); de ambtenaren in de zin van de Landsverordening van de 8ste december 1964 houdende regelen betreffende de rechtstoestand van de landsdienaren ten kabinette van de Gevolmachtigde Minister van de Nederlandse Antillen in Nederland (P.B. 1964, 160); de werklieden in de zin van de Werkliedenverordening 1944 (P.B. 1978, no. 376) in dienst van de Nederlandse Antillen; de werknemers in dienst van de Nederlandse Antillen of enig ander binnen de Nederlandse Antillen gevestigd openbaar lichaam van de Nederlandse Antillen op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht; de leden van de Staten van de Nederlandse Antillen; de leden van de eilandsraad van de eilandgebieden Bonaire, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten; de gedeputeerden van de eilandgebieden Bonaire, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten; de Gevolmachtigde Minister; de wetenschappelijke staf, de secretaris en het overige personeel van de Universiteit van de Nederlandse Antillen; de secretaris en het personeel van de Algemene Rekenkamer; de directeur en het overige personeel van de Landsloterij; het personeel van de Sociale Verzekeringsbank; de directeur en het overige personeel van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen. Artikel2 Er vindt geen algemene aanpassing plaats in verband met de ontwikkeling van het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie van: de bezoldiging van overheidsdienaren; het loon van overheidsdienaren; het pensioen van gewezen overheidsdienaren; en de uitkering, alsmede de onderstand bij wijze van pensioen van gewezen overheidsdienaren. Artikel3 1.In afwijking van artikel 2 wordt over de periode 1 januari 1993 tot en met 31 december 1996 aan de overheidsdienaren en de gewezen overheidsdienaren ter compensatie van de gestegen kosten van levensonderhoud een vergoeding toegekend in de vorm van een verhandelbare obligatie. 2.De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de in de bij deze landsverordening behorende bijlage aangegeven methodiek, rekening houdende met de prijsontwikkeling gedurende de periode 1 januari 1992 tot en met 31 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.