← Nederland

LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, ter uitvoering van artikel 32 van de Landsverordening toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs

LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, ter uitvoering van artikel 32 van de Landsverordening toezicht beleggingsinstellingen en administrateursArtikel1 In dit landsbesluit wordt verstaan onder: landsverordening: de Landsverordening toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs; kosten: de kosten die de Bank maakt voor de uitvoering van zijn toezichthoudende taken en bevoegdheden op grond van de landsverordening; balanstotaal: het balanstotaal van de beleggingsinstellingen zoals dat blijkt uit de in het eerste kalenderkwartaal van het lopende ramingsjaar bij de Bank in te dienen gegevens, of indien die gegevens niet beschikbaar zijn, het meest recente bij de Bank bekende balanstotaal van de beleggingsinstelling; de Bank: de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten; minister: de Minister van Financiën. Artikel2 Met inachtneming van de hiernavolgende bepalingen, brengt de Bank aan de beleggingsinstellingen en administrateurs de kosten in rekening op een zodanige wijze dat die kosten structureel worden gedekt uit de in rekening gebrachte bedragen. Artikel3 1.De Bank stelt jaarlijks vóór 1 december een raming op van de in het daaropvolgende jaar te verwachten kosten. 2.De Bank bepaalt de wijze waarop de raming wordt onderverdeeld. Artikel4 1.De Bank brengt iedere beleggingsinstelling die ingevolge artikel 4 van de landsverordening en iedere administrateur die ingevolge artikel 15 van de landsverordening een aanvraag voor een vergunning indient, op het moment van de aanvraag eenmalig een vast bedrag in rekening. De Bank neemt een aanvraag niet in behandeling voordat bedoeld bedrag door de Bank is ontvangen. 2.Het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt jaarlijks, op basis van de raming, na overleg met de minister door de Bank vastgesteld. Artikel5 1.Aan de beleggingsinstellingen en administrateurs die per 31 december van het aan het ramingsjaar voorafgaande jaar in het register als bedoeld in artikel 30 van de landsverordening zijn ingeschreven, wordt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 6 en 7, vóór 1 juli van het lopende ramingsjaar jaarlijks een bedrag in rekening gebracht. 2.Het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt jaarlijks, op basis van de raming, na overleg met de minister door de Bank vastgesteld. Artikel6 1.Het in artikel 5 bedoelde bedrag voor een beleggingsinstelling bestaat uit:

  1. a)een vast bedrag dat voor alle beleggingsinstellingen gelijk is;
  2. b)een bedrag in NAƒ per NAƒ 1 miljoen balanstotaal van de beleggingsinstelling, waarbij het balanstotaal voor de toepassing van deze bepaling buiten beschouwing wordt gelaten voor zover het balanstotaal van de beleggingsinstelling meer dan NAƒ 2 miljard bedraagt. 2.In afwijking van het eerste lid wordt aan vergunninghoudende beleggingsinstellingen waarvan de zetel of, indien het een beleggingsfonds betreft, die van de beheerder, buiten Sint Maarten gelegen is en die aldaar onder een door de Bank adequaat geacht toezicht staan, een vast bedrag in rekening gebracht dat voor al deze beleggingsinstellingen gelijk is en ten minste het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde bedrag bedraagt. Artikel7 Het in artikel 5 bedoelde bedrag voor een administrateur bestaat uit:
  3. a)een vast bedrag dat voor alle administrateurs gelijk is;
  4. b)een bedrag voor elke 25 beleggingsinstellingen waarvoor administratieve diensten verricht worden, waarbij het bedrag voor de toepassing van deze bepaling buiten beschouwing wordt gelaten voor zover het aantal geadministreerde beleggingsinstellingen meer dan 200 bedraagt. Artikel8 De Bank deelt het door de beleggingsinstelling en administrateur te betalen bedrag als bedoeld in artikel 5 schriftelijk aan de beleggingsinstelling en administrateur mee, onder vermelding van het in aanmerking genomen balanstotaal en van het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk het in aanmerking genomen aantal geadministreerde beleggingsinstellingen en van het bedrag, bedoeld in artikel 7, onderdeel b, alsmede de wijze waarop en het tijdstip waarvoor de betaling moet geschieden. Artikel9 Aan de beleggingsinstelling of administrateur waaraan na 1 januari van het lopende ramingsjaar een vergunning is verleend, wordt het in het eerste lid, onderdeel a, van artikel 6 respectievelijk het in het eerste lid, onderdeel a, van artikel 7 bedoelde vaste bedrag naar evenredigheid van het aantal maanden van het jaar dat de beleggingsinstelling of administrateur een vergunning heeft, in rekening gebracht. Artikel10 Aan een beleggingsinstelling of administrateur waarvan de inschrijving ingevolge artikel 11 van de landsverordening respectievelijk artikel 22 van de landsverordening, wordt ingetrokken, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 5, terugbetaald naar evenredigheid van het aantal maanden van het ramingsjaar dat de beleggingsinstelling of administrateur niet meer staat ingeschreven. Artikel11 De vaste bedragen, bedoeld in de artikelen 4 en 6, eerste lid, onderdeel a, en artikel 7, eerste lid, onderdeel a, alsmede de bedragen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, en artikel 7, eerste lid, onderdeel b, worden vóór 1 januari van het jaar waarop de raming betrekking heeft door de Bank bekend gemaakt. Artikel12 [vervallen] Artikel13 1.[regelt de inwerkingtreding] 2.Dit besluit kan worden aangehaald als: Landsbesluit kosten toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.