Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, houdende regeling ter beteugeling van onredelijke opdrijving van de huurprijzen van woningenInleidende bepaling In gevallen waarin en voorzover daarvan bij deze regeling wordt afgeweken, worden, zolang dit besluit van kracht is, de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek buiten werking gesteld. HOOFDSTUKI Artikel1 Door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Infrastructuur, hierna te noemen: de minister, wordt een huurcommissie ingesteld. Haar samenstelling, taak en werkwijze worden in het volgende hoofdstuk geregeld. Artikel2 1.[vervallen] 2.[vervallen] 3.Bij verhuur van een gemeubileerde woning is de verhuurder verplicht de prijzen voor woning en meubilering afzonderlijk vast te stellen. Voor de meubilering mag geen hogere huurprijs worden berekend dan het bedrag door de huurcommissie vastgesteld. 4.[vervallen] 5.[vervallen] 6.[vervallen] 7.Bij de huurprijsvaststelling voor een nieuw gebouw, als bedoeld in artikel 17bis, voor 1 maart 1977 voor het eerst in gebruik genomen, houdt de huurcommissie rekening met de totale bouwkosten, waaronder begrepen de waarde van de grond, van de betreffende woning, met dien verstande dat de huurprijs per jaar niet meer dan 10% van de bouwkosten mag bedragen. Ten aanzien van een nieuw gebouw, op of na 1 maart 1977 voor het eerst in gebruik genomen, mag de huurprijs per jaar niet meer bedragen dan 14% van de totale bouwkosten, waaronder begrepen de waarde van de grond. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen kunnen, genoemde percentages worden verhoogd of verlaagd. Aan de verhoging of verlaging kunnen voorwaarden worden verbonden. 8.De huurcommissie geeft bij haar beslissing aan, wanneer de vastgestelde huurprijs voor de nieuw gebouwde, na 1 maart 1977 voor het eerst in gebruik genomen woning ingaat.De dag van ingang mag niet op een vroegere datum worden vastgesteld dan de dag, waarop het verzoek tot huurprijsvaststelling is ingediend. 9.[vervallen] Art2bis 1.Het is verboden als verhuurder een hogere huurprijs onder welke naam of in welke vorm ook, te bedingen voor het gebruik van een woning dan de huurprijs voor de woning geldende op of laatstelijk voor 1 maart 1977, indien niet die hogere huurprijs door de huurcommissie is goedgekeurd of vastgesteld, met dien verstande dat de huurprijs per jaar niet meer mag bedragen dan 8% van de totale bouwkosten, waaronder begrepen de waarde van de grond, van de betreffende woning. 2.Is een woning voor of op 1 maart 1977 niet verhuurd geweest, dan vraagt de verhuurder aan de huurcommissie schatting van de huurprijs van 1 maart 1977, indien deze schatting nog niet heeft plaats gehad en geldt als die huurprijs de som, welke door de huurcommissie als huurprijs van 1 maart 1977 wordt geschat met dien verstande dat de huurprijs per jaar niet meer mag bedragen dan 8% van de totale bouwkosten, waaronder begrepen de waarde van de grond, van de betreffende woning. Die schatting kan door de huurcommissie ook ambtshalve geschieden. 3.Nieuw gebouwde, op of na 1 maart 1977 voor het eerst in gebruik genomen, woningen mogen niet verhuurd worden, tenzij de huurcommissie de huurprijs, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de huurder of verhuurder heeft vastgesteld. Bij deze vaststelling van de huurprijs houdt de huurcommissie rekening met de totale bouwkosten, waaronder begrepen de waarde van de grond, van de betreffende woning, met dien verstande dat de huurprijs per jaar niet meer dan 12% van de bouwkosten mag bedragen. 4.Bij landbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen de in de voorgaande leden genoemde percentages worden verhoogd of verlaagd. Aan de verhoging of verlaging kunnen voorwaarden worden verbonden. 5.[vervallen] 6.Wanneer het bedrag van de bouwkosten, waaronder begrepen de waarde van de grond, van woningen door de huurcommissie op NAƒ 130.000,- of meer is vastgesteld, zijn de bepalingen van deze regeling welke betrekking hebben op de huurprijs niet meer van toepassing op bedoelde woningen. Artikel3 1.De huurcommissie behandelt en beslist de bij haar aangebrachte zaken zo spoedig mogelijk. Haar beslissing is met redenen omkleed. 2.Zij keurt de hogere huurprijs niet goed, als de verhuurder niet aannemelijk maakt, dat de hogere huurprijs redelijk is in verband met de normale huurwaarde op 1 maart 1977 vermeerderd met de hogere uitgaven, die hij terzake van de woning heeft te bestrijden en de kosten wegens het aanbrengen van ingrijpende verbeteringen en veranderingen. In bijzondere gevallen echter kan de huurcommissie de verhoging op andere grond goedkeuren. 3.De huurcommissie is bevoegd aan haar goedkeuring van de hogere huurprijs terugwerkende kracht te verlenen tot een bij de uitspraak te bepalen tijdstip, dat niet vroeger kan zijn dan de dag, waarop het verzoek om goedkeuring is ingekomen, doch slechts indien haar gebleken is, dat de huurder met de verhoging instemt. 4.De huurcommissie is bevoegd de huurprijs voorwaardelijk goed te keuren, in die zin, dat wanneer de door haar aangewezen verbeteringen of herstellingen aan de woning niet zijn aangebracht binnen een bij de uitspraak te bepalen tijd, de huurcommissie ambtshalve of op verzoek van de huurder, met terzijdestelling van de eerste uitspraak, alsnog een lagere huurprijs kan vaststellen. Artikel4 1.Keurt de huurcommissie de hogere huurprijs niet goed, dan stelt zij, de verhuurder gehoord, althans behoorlijk opgeroepen, het bedrag vast, waarvoor de woning mag worden verhuurd. Daarbij wordt rekening gehouden met de normale huurwaarde op 1 maart 1977, met de hogere uitgaven, die de verhuurder ter zake van de woning heeft te bestrijden, alsmede met de aangebrachte ingrijpende veranderingen en verbeteringen of, wat betreft een nieuw gebouwde woning, na 1 maart 1977 voor het eerst in gebruik genomen, met de huurprijs, waarvoor de woning voor het eerst is verhuurd, of indien huurprijsvaststelling heeft plaats gehad, met de huurprijs, die door de huurcommissie is vastgesteld. 2.Bij haar beslissing houdt de huurcommissie rekening met de staat van onderhoud van de woning, voor zover dit door verhuurder bekostigd wordt. Artikel5 1.De huurcommissie deelt aan de verhuurder en aan de huurder haar uitspraak schriftelijk mede. 2.Van de uitspraak van de huurcommissie staat zowel aan de huurder als aan de verhuurder gedurende veertien dagen na de dagtekening van de mededeling beroep open bij de rechter in eerste aanleg. 3.De rechter in eerste aanleg behandelt en beslist de bij hem aangebrachte zaken zo spoedig mogelijk. Indien hij de uitspraak niet bevestigt, beslist hij in de plaats van de huurcommissie. 4.Tegen zijn beslissing is geen rechtsmiddel toegelaten. 5.De regels en vormen van het beroep van de uitspraken van de huurcommissie op de rechter in eerste aanleg worden nader in Hoofdstuk III geregeld. Artikel6 Na het verstrijken van zes maanden nadat omtrent de huurprijs van een woning bij einduitspraak is beslist, kan een nieuwe uitspraak van de huurcommissie omtrent die woning worden verzocht. Artikel7 Indien een hogere huurprijs voor het gebruik van een woning is bedongen dan ingevolge het bepaalde in de voorgaande artikelen geoorloofd is, geldt, in plaats van dat bedrag, de huurprijs, waarvoor de woning op of laatstelijk voor 1 maart 1977 is verhuurd geweest. Betreft het een woning, welke voor of op 1 maart 1977 niet is verhuurd geweest dan geldt de som, welke door de huurcommissie als de huurprijs van 1 maart 1977 is geschat. Betreft het een nieuw gebouwde woning, na 1 maart 1977 voor het eerst in gebruik genomen, dan geldt de huurprijs waarvoor de woning voor het eerst is verhuurd of, indien huurprijsvaststelling heeft plaats gehad, de huurprijs, die door de huurcommissie is vastgesteld. Artikel8 [vervallen] Artikel9 [vervallen] Artikel9bis De rechter kan elke vordering tot terugbetaling van op grond van de voorgaande artikelen teveel betaalde huur matigen, indien de billijkheid zulks vordert. Artikel10 1.De huur van een woonhuis wordt door opzegging van de zijde van de verhuurder niet beëindigd, zo daartoe niet de toestemming van de huurcommissie is verkregen. 2.Indien ingevolge het bepaalde in artikel 1587 van het Burgerlijk Wetboekde huur van rechtswege een einde zou nemen, zonder dat de opzegging is vereist, doch de huurder deze voor bepaalde of onbepaalde tijd wenst te verlengen, houdt de huur niet op dan na verkregen toestemming van de huurcommissie. 3.De toestemming van de huurcommissie is eveneens vereist, indien de koper van een huis gebruik wil maken van de bevoegdheid, bij de huurovereenkomst voorbehouden om, ingeval van verkoop, de huurder tot de ontruiming van het gehuurde te noodzaken overeenkomstig het bepaalde in artikel 1595 van het Burgerlijk Wetboek. 4.De huurcommissie kan aan haar toestemming voorwaarden verbinden treffende het gebruik van de woning. Niet of niet volledig nakomen van de voorwaarden kan intrekking van de toestemming ten gevolge hebben en de toewijzing van de woning aan de oorspronkelijke huurder geschieden, onverminderd het recht van deze op vergoeding van kosten, schaden en interest. Artikel11 In de gevallen, in het voorgaand artikel bedoeld, doet de huurcommissie, partijen gehoord althans behoorlijk opgeroepen, zo spoedig mogelijk uitspraak. Haar beslissing is met redenen omkleed. Artikel12 1.Behoudens het bepaalde in het tweede lid, verleent de huurcommissie haar toestemming alleen indien de huurder aan zijn in artikel 1577 van het Burgerlijk Wetboek omschreven verplichtingen niet voldoet. Zij kan de huurder, op zijn verzoek, een termijn gunnen om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Na het verstrijken van die termijn beslist de huurcommissie na verhoor, althans behoorlijke oproeping, van partijen. 2.In bijzondere gevallen kan de huurcommissie de beëindiging van de huur op andere grond toestaan, indien haar blijkt, dat de eigenaar, of in geval van gedeeltelijke onderhuur, de hoofdbewoner daarbij een rechtmatig belang heeft. 3.Indien de huurcommissie haar toestemming verleent, bepaalt zij, met inachtneming van de termijnen die het plaatselijk gebruik tot het doen van opzeggingen medebrengt, het tijdstip waarop de huur een einde zal nemen. 4.Van de uitspraken van de huurcommissie, bedoeld in artikel 11, is hoger beroep op de rechter toegelaten. Het bepaalde in artikel 5 is van overeenkomstige toepassing. Artikel13 1.De verhuurder, die een van de bepalingen van artikelen 2 of 2 bis overtreedt, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste duizend gulden. 2.Is een naamloze vennootschap, een coöperatieve of andere rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging of een stichting verhuurder, dan worden de bestuurders, leden van het bestuur of commissarissen met dezelfde straf gestraft. 3.Wanneer de verhuurder niet in Sint Maarten is gevestigd, wordt de strafvervolging ter zake van de overtredingen van voorschriften van deze landsverordening, die door de verhuurder moeten worden nagekomen, ingesteld en wordt op de zodanige overtredingen gestelde straf uitgesproken tegen hem, die hem ter zake van de verhuur in Sint Maarten vertegenwoordigt. 4.De bij deze landsverordening strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen. Artikel14 1.De huurcommissie en de rechter in eerste aanleg zijn bevoegd bij de toepassing van deze landsverordening zodanige personen op te roepen en, al of niet na beëdiging, als getuigen of deskundigen te horen of te doen horen, als zij te hunner voorlichting nodig achten. Die personen zijn verplicht te verschijnen en de gevorderde voorlichting te geven. Zij worden opgeroepen bij aangetekende brief. 2.Aan de verschenen personen kan vergoeding worden toegelegd op de voet van het tarief van justitiekosten in strafzaken. Artikel15 De huurcommissie en de rechter in eerste aanleg zijn bevoegd om kosteloos inzage en afschrift of uittreksel te nemen of te doen nemen van de kohieren van de gebruiksbelasting. Artikel16 1.Ter zake van de werkzaamheden van de huurcommissie en van de rechter in eerste aanleg ingevolge deze landsverordening worden aan belanghebbenden geen kosten in rekening gebracht. 2.Alle stukken, krachtens deze landsverordening opgemaakt, zijn vrij van kosten. Artikel17 1.Onder huur en verhuur wordt verstaan iedere overeenkomst onder welke naam of in welke vorm ook aangegaan, die ten doel heeft, het ten gebruike verkrijgen en verstrekken van een woning. 2.Onder huurprijs wordt verstaan het geheel van de geldelijke verplichtingen, welke de huurder tegen over de verhuurder bij of terzake van huur en verhuur op zich neemt. 3.Onder woning wordt verstaan ieder gebouw of elk gedeelte van een gebouw dat afzonderlijk wordt verhuurd, alsmede elk perceel huurgrond voor het daarop hebben van een woning. Artikel17bis 1.Deze landsverordening vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van winkels, magazijnen, tapperijen, koffiehuizen, logementen, sociëteiten, bierhuizen, ijshuizen, restaurants en kantoren.In plaats van het in artikel 2 bis, eerste en tweede lid, genoemde percentage zal een maximum-percentage van 10 gelden en in plaats van het in artikel 2 bis, derde lid, genoemde percentage zal een maximum-percentage van 14 gelden. Deze landsverordening is niet van toepassing op de eerder genoemde panden, voor zover deze zijn gevestigd in een economische zone als bedoeld in de Landsverordening economische zones of op een daartoe bij landsbesluit aangewezen industrieterrein. Deze landsverordening is niet van toepassing ten aanzien van zeehavens, luchthavens, hotels en op eerder genoemde panden voorzover deze in een zeehaven, op een luchthaven of in een hotel gevestigd zijn. 2.[vervallen] HOOFDSTUKII §1.De samenstelling van de huurcommissie Artikel18 1.De huurcommissie bestaat uit drie leden. 2.De leden van de huurcommissie moeten zijn meerderjarige Nederlandse onderdanen, woonachtig in Sint Maarten. Artikel19 1.Onder de leden is een voorzitter, een vertegenwoordiger van de belangen van de huurders van woningen en een vertegenwoordiger van de belangen van de verhuurders van woningen. 2.Niemand kan worden benoemd in meer dan een van de bij het voorgaand lid genoemde hoedanigheden. 3.Bij de huurcommissie worden voorts benoemd een plaatsvervangend voorzitter, een plaatsvervangend lid, uitsluitend om bij afwezigheid of ontstentenis van het daartoe benoemd lid in de commissie de belangen van de huurders van woningen te vertegenwoordigen, een plaatsvervangend lid, uitsluitend om bij afwezigheid of ontstentenis van het daartoe benoemd lid in de commissie de belangen van de verhuurders te vertegenwoordigen. Zij moeten aan dezelfde vereisten voldoen als de leden van de huurcommissie. Artikel20 De eigenaar van een woonhuis wordt geacht als zodanig niet bij de belangen van de verhuurders betrokken te zijn, zolang hij dat huis zelf bewoont. De huurder van een woonhuis wordt geacht als zodanig niet bij de belangen van de huurders betrokken te zijn, zolang hij een huurcontract, ingegaan voor 1 maart 1977,bezit, dat hem de huur van het huis voor tenminste twee jaren waarborgt. Artikel21 Aan de huurcommissie worden een secretaris en een plaatsvervangend secretaris toegevoegd; zij moeten aan dezelfde vereisten voldoen als de leden van de huurcommissie. Artikel22 De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de verdere leden, de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris van de huurcommissie worden bij landbesluit benoemd, geschorst en ontslagen. §2.De taak van de huurcommissie A.Algemene bepalingen Artikel23 Een zaak kan alleen schriftelijk bij de huurcommissie aanhangig worden gemaakt. Artikel24 Hij die een verzoekschrift tot de huurcommissie heeft gericht, verschaft haar alle hem ten dienste staande gegevens ter vervulling van haar taak. Hij voldoet aan de aanwijzingen, die hem door of namens de huurcommissie worden gegeven. Artikel25 Wanneer er verschil bestaat tussen de verplichtingen, waartoe de verhuurder of de huurder gehouden was op 1 maart 1977 en die waartoe hij ter zake van de woning later gehouden is, dan begroot de huurcommissie de geldswaarde van het verschil in de verplichtingen van de verhuurder of van dehuurder op de beide tijdstippen, en houdt met die begroting rekening bij de beoordeling of de hogere huurprijs redelijk is. Artikel26 Een woning, die op 1 maart 1977 niet verhuurd was, wordt voor de toepassing van deze landsverordening geacht ook voor die dag niet verhuurd te zijn geweest, indien blijkt, dat zij zo veel jaren voor genoemde dag niet verhuurd is geweest, dat, ook al was de laatste huurprijs van de woning bekend, het bedrag daarvan voor het bepalen van de normale huurwaarde van de woning op 1 maart 1977 niet een geschikte maatstaf zou kunnen zijn. Artikel27 De huurcommissie schat ambtshalve de huurprijs van 1 maart 1977 van een woning, die voor of op die dag niet is verhuurd geweest, indien de schatting voor de uitvoering van deze landsverordening noodzakelijk is. B. De taak van de huurcommissie in verband met het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 6 Artikel28 1.Hij die voor een woning een hogere huurprijs wil bedingen dan die van 1 maart 1977 wendt zich vooraf tot de huurcommissie met het schriftelijk verzoek die hogere huurprijs goed te keuren. 2.Hij vermeldt daarbij in het kort de gronden, waarop hij meent tot verhoging te moeten overgaan. 3.Die grond moet behoudens in de gevallen bedoeld aan het slot van het tweede lid van artikel 3, uitsluitend betrekking hebben op de normale huurwaarde op 1 maart 1977, de hogere uitgaven, die hij ter zake van de woning heeft te bestrijden, zoals meerdere onderhoudskosten en verhoogde hypotheekrente en ingrijpende verbeteringen of veranderingen aan de woning aangebracht. 4.Is de woning verhuurd, dan vermeldt hij tevens de naam van de huurder. Artikel29 Voor het verzoekschrift, bedoeld bij het voorgaand artikel, kan het volgende model worden gebruikt: “De ondergetekende …………………………………………………. Wonende ………………………, verzoekt de huurcommissie om goed te keuren, dat hij de huurprijs van NAƒ……… per ……… van de woning, gelegen ………………………… met ingang van ……………………. verhoogt tot NAƒ……… per ………………………. De reden waarom verzoeker het noodzakelijk oordeelt tot verhoging over te gaan, is Op 1 maart 1977 was de woning verhuurd voor NAƒ ………. per ……………….. De tegenwoordige huurder van de woning is ” (ondertekening en dagtekening) Indien over de huur van dezelfde woning reeds eerder de huurcommissie een uitspraak heeft gedaan, wordt daarvan melding gemaakt, b.v. op deze wijze: “Bij beslissing van de ……………….. 20…. heeft de huurcommissie een verhoging van de maandelijkse huurprijs tot NAƒ…………. goedgekeurd; het beroep van de toenmalige huurder tegen deze goedkeuring is door de rechter in eerste aanleg bij beschikking van de ………………………. 20…. verworpen”. Artikel30 Het door de huurcommissie ingevolge artikel 4 als huurprijs vast te stellen bedrag kan niet lager zijn dan de huurprijs van 1 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.