MINISTERIËLE REGELING ter uitvoering van artikel 82, tweede lid, van het Landsbesluit luchtverkeer Afdeling1Algemeen Begripsbepalingen Artikel1 In deze regeling wordt verstaan onder: grondkoers: de projectie op het aardoppervlak van de vliegbaan van een luchtvaartuig waarvan de richting wordt uitgedrukt in graden ten opzichte van het ware noorden afgekort T, het magnetische noorden afgekort M of het kaartnetnoorden afgekort G; voet: de lengte gelijk aan 0,3048 m; hoogte: de verticale afstand tussen een vlak, een punt of een als punt te beschouwen voorwerp en een referentievlak, referentiepunt of als referentiepunt te beschouwen voorwerp; vliegniveau: een vlak van constante atmosferische druk in relatie tot het referentie-drukvlak van 1013,2 hectopascals (hPa), dat van soortgelijke vlakken is gescheiden door bepaalde drukintervallen; overgangshoogte: de hoogte boven gemiddeld zeeniveau waarop en waar beneden de vlieghoogte wordt uitgedrukt in hoogte boven gemiddeld zeeniveau; overgangsniveau: het laagst beschikbare vliegniveau boven de overgangshoogte; QFE: de atmosferische druk op het vliegveldniveau; QNH: de QFE herleid tot gemiddeld zeeniveau in de ICAO-standaardatmosfeer. Vliegniveaus Artikel2 Vliegniveau nul is gelegen op het atmosferisch drukvlak van 1013,2 hPa. Opeenvolgende vliegniveaus zijn gescheiden door een drukinterval dat overeenkomst met ten minste 500 voet in de ICAO-standaardatmosfeer. Een vliegniveau wordt aangeduid met de hoofdletters FL gevolgd door een getal, dat overeenkomt met een honderdste deel van de desbetreffende drukhoogte in voeten in de ICAO-standaardatmosfeer. Overgangshoogte en overgangsniveau Artikel3 1.De overgangshoogte in het vluchtinformatiegebied Sint Maarten is 2.500 voet en in het Sint Maarten TMA 5.000 voet. 2.Het overgangsniveau in het vluchtinformatiegebied Sint Maarten is Fl 40 en in het Sint Maarten TMA Fl 65. Artikel4 Voor genoemde luchtvaartterreinen wordt ten minste elk uur door de Meteorologische Dienst de QNH geregistreerd en zo snel mogelijk aan de luchtverkeersdiensten doorgegeven. AfdelingIIGebruik hoogtemeter Hoogtemeterinstelling Artikel5 1.Vóór de aanvang van een vlucht wordt elke drukhoogtemeter gecontroleerd op juiste aanwijzing. 2.Vóór het opstijgen wordt ten minste een drukhoogtemeter ingesteld op de QNH van het luchtvaartterrein en wordt de hoogte van het luchtvaartuig uitgedrukt in voeten boven zeeniveau tot en met het bereiken van de overgangshoogte. 3.Bij het tijdens de stijgvlucht passeren van de overgangshoogte wordt ten minste een drukhoogtemeter ingesteld op de drukwaarde van 1013,2 hPa en wordt de hoogte van het luchtvaartuig uitgedrukt in termen van vliegniveau. 4.Tijdens een vlucht op een kruishoogte liggende tussen de overgangshoogte en het overgangsniveau wordt ten minsteeen drukhoogtemeter ingesteld op de drukwaarde van 1013,2 hPa en wordt de hoogte van het luchtvaartuig uitgedrukt in termen van vliegniveau. 5.Bij het tijdens de daalvlucht passeren van het overgangsniveau wordt ten minste een drukhoogtemeter ingesteld op de QNH van het luchtvaartterrein en wordt de hoogte van het luchtvaartuig uitgedrukt in voeten boven zeeniveau Artikel6 De instelling op QNH kan reeds vóór het passeren van het overgangsniveau geschieden, indien de betrokken luchtverkeersleidingsdienst – na het verstrekken van de naderingsklaring – toestaat om vlieghoogte uit te drukken in hoogte boven gemiddeld zeeniveau uitgedrukt in voeten nadat de einddaling is ingezet en wordt voorzien dat boven de overgangshoogte geen horizontale vlucht meer zal plaatsvinden. AfdelingIIIKruishoogte Algemeen Artikel7 Kruishoogte en andere vlieghoogtes moeten worden uitgedrukt in: hoogte boven zeeniveau uitgedrukt in voeten op of beneden de overgangshoogte. In dit geval is ten minste een drukhoogtemeter ingesteld op de QNH van het dichtstbijzijnde luchtvaartterrein; vliegniveau op of boven het overgangsniveau; vliegniveau tijdens stijgvlucht tussen de overgangshoogte en het overgangsniveau; hoogte boven zeeniveau uitgedrukt in voeten tijdens daalvlucht tussen overgangsniveau en overgangshoogte; vliegniveau bij een kruisvlucht liggende tussen de overgangshoogte en het overgangsniveau. Artikel8 1.Een horizontaal deel van een VFR-vlucht boven 3.000 voet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.