LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, houdende regels ter uitvoering van de Uitvoeringlandsverordening verdrag chemische wapens HOOFDSTUK1BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel1 In dit landsbesluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: landsverordening: de Uitvoeringslandsverordening verdrag chemische wapens; CAS-registratienummer: registratienummer van de Chemical Abstracts Service (CAS), genoemd in het verdrag; Lijst 1, Lijst 2 en Lijst 3: de lijsten 1, 2 en 3, opgenomen in onderdeel B van de Bijlage inzake stoffen bij het verdrag; onderscheiden organische stof: elke chemische verbinding van het element koolstof, met uitzondering van zijn oxiden, sulfiden en metaalcarbonaten, te onderscheiden door middel van de chemische naam, de structuurformule, indien bekend, en het CAS-registratienummer, indien toegekend; productiecapaciteit: de hoeveelheid van een stof die per jaar zou kunnen worden geproduceerd met behulp van het technologische proces dat wordt gebruikt of, indien het proces nog niet operationeel is, gebruikt zal worden in de desbetreffende inrichting; ton: een metrieke ton, zijnde 1.000 kg; minister: de Minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid; Inspectiedienst VSA: de Inspectiedienst, bedoeld in artikel 4, onderdeel b, onder i, van het Organisatiebesluit Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid. HOOFDSTUK2AANWIJZING VAN TE VERSTREKKEN GEGEVENS Artikel2 Degene die een inrichting in bedrijf neemt waarop artikel 3, tweede of derde lid, van de landsverordening van toepassing is verstrekt tenminste zeven maanden voor de productie aanvangt aan de minister de volgende gegevens: het adres en kadastrale aanduiding van de inrichting; een technische beschrijving van de inrichting, met inbegrip van een inventarislijst van de apparatuur en gedetailleerde schema's. Van voorgenomen veranderingen ten opzichte van de in het eerste lid bedoelde opgave wordt tenminste zeven maanden voordat de veranderingen zullen plaatsvinden aan de minister mededeling gedaan. Degene die een inrichting in bedrijf houdt waarop artikel 3, tweede of derde lid, van de landsverordening van toepassing is verstrekt jaarlijks voor 1 maart aan de minister de volgende gegevens over het afgelopen kalenderjaar: een aanduiding van de aard van de inrichting; van elke stof van Lijst 1 die in de inrichting is geproduceerd, verkregen, verbruikt of opgeslagen: 1° de chemische benaming, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend; 2° de toegepaste methoden en geproduceerde hoeveelheden; 3° de benaming en de hoeveelheid van de precursoren, genoemd in Lijst 1, 2 of 3, die voor de productie van stoffen van Lijst 1 zijn gebruikt; 4° de hoeveelheid die in de inrichting is verbruikt en de doeleinden van het verbruik; 5° de hoeveelheid die is ontvangen van of overgebracht naar andere inrichtingen binnen Sint Maarten, waarbij voor elke zending de hoeveelheid, de ontvanger en de doeleinden afzonderlijk worden vermeld; 6° de grootste hoeveelheid die op enig tijdstip gedurende het jaar was opgeslagen; 7° de hoeveelheid die aan het einde van het jaar was opgeslagen; informatie over veranderingen in de inrichting gedurende het jaar ten opzichte van eerder verstrekte gedetailleerde technische beschrijvingen van de inrichting, met inbegrip van inventarislijsten van apparatuur en gedetailleerde schema's. Voorts verstrekt degene die een inrichting in bedrijf houdt waarop artikel 3, tweede of derde lid, van de landsverordening van toepassing is jaarlijks voor 1 september aan de minister de volgende gegevens over voorgenomen activiteiten en de verwachte productie in de inrichting in het komende kalenderjaar: een aanduiding van de aard van de inrichting; van elke stof van Lijst 1 die naar verwachting in de inrichting zal worden geproduceerd, verbruikt of opgeslagen: 1° de chemische benaming, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend; 2° de hoeveelheid die naar verwachting zal worden geproduceerd en de doeleinden van de productie; informatie over verwachte veranderingen in de inrichting gedurende het jaar ten opzichte van eerder verstrekte gedetailleerde technische beschrijvingen van de inrichting, met inbegrip van inventarislijsten van apparatuur en gedetailleerde schema's. Het tweede en derde lid gelden niet, indien de betrokken, in artikel 3, tweede lid, bedoelde inrichting een ziekenhuis betreft. Artikel3 Degene aan wie een ontheffing als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, van de landsverordening is verleend verstrekt tenminste zeven maanden voor de ingebruikneming van de betrokken inrichting aan de minister de volgende gegevens: het adres en kadastrale aanduiding van de inrichting; een technische beschrijving van de inrichting, waarbij de inrichting die stoffen van Lijst 1 produceert in het bijzonder wordt aangeduid. Van voorgenomen veranderingen ten opzichte van de in het eerste lid bedoelde opgave wordt tenminste zeven maanden voordat de veranderingen zullen plaatsvinden aan de minister mededeling gedaan. Degene aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend verstrekt jaarlijks voor 1 maart aan de minister de volgende gegevens over het afgelopen jaar: een aanduiding van de aard van de inrichting; van elke stof van Lijst 1 de volgende informatie: 1° de chemische benaming, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend; 2° de geproduceerde hoeveelheid en, in geval van productie voor beschermingsdoeleinden, de toegepaste methoden; 3° de benaming en de hoeveelheid van de precursoren, genoemd in de lijsten 1, 2, en 3 die voor de productie van stoffen van Lijst 1 zijn gebruikt; 4° de hoeveelheid die in de inrichting is verbruikt en de doeleinden van het verbruik; 5° de hoeveelheid die is overgedragen aan andere inrichtingen binnen Sint Maarten, waarbij voor elke overdracht de hoeveelheid, de ontvanger en de doeleinden afzonderlijk worden vermeld; 6° de grootste hoeveelheid die op enig tijdstip gedurende het jaar was opgeslagen; 7° de hoeveelheid die aan het einde van het jaar was opgeslagen; informatie over veranderingen in de inrichting of de desbetreffende delen daarvan gedurende het jaar ten opzichte van eerder verstrekte gedetailleerde technische beschrijvingen van de inrichting. Voorts verstrekt degene aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend jaarlijks voor 1 september aan de minister de volgende gegevens over voorgenomen activiteiten en de verwachte productie in de inrichting in het komende kalenderjaar: een aanduiding van de aard van de inrichting; van elke stof van Lijst 1 die naar verwachting in de inrichting zal worden geproduceerd, verbruikt of opgeslagen: 1° de chemische benaming, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend; 2° de hoeveelheid die naar verwachting zal worden geproduceerd, de tijdvakken waarin de productie naar verwachting zal plaatsvinden en de doeleinden van de productie; informatie over verwachte veranderingen in de inrichting gedurende het jaar ten opzichte van eerder verstrekte gedetailleerde technische beschrijvingen van de inrichting. Artikel4 1.Degene aan wie een ontheffing als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b, van de landsverordening is verleend stelt de minister van iedere voorgenomen overdracht van stoffen van Lijst 1 tenminste acht weken voor de overdracht in kennis. 2.Voorts verstrekt degene aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend jaarlijks voor 1 maart aan de minister een opgave van de verrichte overdrachten van stoffen van Lijst 1 gedurende het voorafgaande kalenderjaar. Van elke overgedragen stof worden daarbij vermeld: de chemische benaming, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien bekend; de hoeveelheid die is verkregen uit of overgedragen naar een andere staat die partij is bij het verdrag, waarbij per overdracht de hoeveelheid, de ontvanger en het doel worden vermeld. Artikel5 Degene die een inrichting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de landsverordening in bedrijf houdt waarin in een van de drie voorafgaande kalenderjaren of in het komende kalenderjaar naar verwachting meer wordt geproduceerd, verwerkt of verbruikt dan: 1 kg van een stof die in Lijst 2, deel A, met een “ * ” is aangeduid; 100 kg van een andere in Lijst 2, deel A, vermelde stof; of 1 ton van een in Lijst 2, deel B, vermelde stof,verstrekt aan de minister met betrekking tot de desbetreffende activiteiten in het verleden jaarlijks voor 1 maart, respectievelijk met betrekking tot verwachte activiteiten jaarlijks voor 1 september de gegevens overeenkomstig het tweede lid. Elke activiteit die extra wordt verwacht na het verstrekken van de jaaropgave dient uiterlijk twee weken voordat die activiteit begint te worden opgegeven. Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt, verstrekt voor de in dat lid genoemde data de volgende gegevens: de naam van het fabriekscomplex en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het in bedrijf houdt; het adres en de kadastrale aanduiding van het fabriekscomplex; het aantal fabrieken binnen het fabriekscomplex waar stoffen van Lijst 2 worden geproduceerd; van elke fabriek binnen het fabriekscomplex die grotere hoeveelheden dan de hoeveelheden genoemd in het eerste lid produceert: 1° de naam van de fabriek en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die deze in bedrijf houdt; 2° de exacte ligging binnen het complex, onder vermelding van het eventuele nummer van het gebouw of bouwwerk; 3° de voornaamste activiteiten die daarin worden verricht; 4° gegevens waaruit blijkt of de fabriek de opgegeven stoffen van Lijst 2 produceert, verwerkt of verbruikt; 5° gegevens waaruit blijkt of de fabriek speciaal bedoeld is voor die activiteiten of voor verscheidene doeleinden geschikt is; 6° gegevens waaruit blijkt of de fabriek andere activiteiten verricht met betrekking tot de opgegeven stoffen van Lijst 2, en zo ja, welke; 7° de productiecapaciteit van de betrokken fabriek of fabrieken voor elke opgegeven stof van Lijst
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.