← Nederland

MINISTERIËLE REGELING houdende regels ten aanzien van de examens ten behoeve van het verkrijgen van bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen in

Obsah (4)Artikel 8Artikel 12Artikel 18Artikel 24

MINISTERIËLE REGELING houdende regels ten aanzien van de examens ten behoeve van het verkrijgen van bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen in de luchtvaartHOOFDSTUK 1. Begripsbepalingen Artik

Artikel 8

Het theoretisch examen bestaat uit een schriftelijk deel, genaamd het schriftelijk examen, een mondeling deel, genaamd het mondeling examen, of uit beide. De vakken en de duur van de examens per vak zijn opgenomen in de bij dit reglement behorende bijlagen welke ter inzage liggen bij de directeur, welke als volgt zijn getiteld: Bijlage I: Examen voor het vliegbewijs A en voor de bevoegdverklaringen Sleepvliegen en Radiotelefonie; Bijlage II: Examen voor de vliegbewijzen B3 en B1 en voor de bevoegdverklaringen Blindvliegen en Spuitvliegen, alsmede voor typen van vliegtuigen; Bijlage III: Examen voor het bewijs van bevoegdheid als boordwerktuigkundige; Bijlage IV: Examen voor het bewijs van bevoegdheid als grondwerktuigkundige; Bijlage V: Examen voor de bevoegdverklaring Vliegonderricht. De directeur is bevoegd tot wijziging van de exameneisen in de bij dit reglement behorende bijlagen, genoemd in het tweede lid. De datum van inwerkingtreding van de wijziging ligt niet vóór de datum van het eerstvolgende theoretisch examen waarvoor de gewijzigde eisen gelden. De wijziging alsmede de datum van inwerkingtreding daarvan, worden geplaatst in het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst. Kandidaten voor het oefenbewijs leggen geen theoretisch examen af. § 2 Inschrijving Artikel 9 Inschrijving voor het theoretisch examen geschiedt door middel van indiening bij het departement van een behoorlijk ingevuld inschrijvingsformulier, vòòr de daartoe gestelde uiterste datum. Exemplaren van het inschrijvingsformulier, waarvan het model als bijlage bij dit reglement is gevoegd, zijn bij het departement kosteloos verkrijgbaar. Intrekking van de inschrijving vóór de eerste examenzitting van het theoretisch examen is slechts toegestaan vóór de aanvang van de voorbereidingsvergadering, bedoeld in artikel 13, eerste lid. § 3 Toelating Artikel 10 Kandidaten die geen houder zijn van een vliegbewijs, worden slechts toegelaten tot het theoretisch examen voor het vliegbewijs A. Om toegelaten te worden tot het theoretisch examen voor de vliegbewijzen B3 en B1, dient de kandidaat houder te zijn van het vliegbewijs A. Om toegelaten te worden tot het theoretisch examen voor de bevoegdheden A en B, categorieën II en III, behorende bij het bewijs van bevoegdheid als grondwerktuigkundige, dient de kandidaat houder te zijn van de bevoegdheden A en B, categorie I, behorende bij het voornoemde bewijs van bevoegdheid. Kandidaten kunnen afzonderlijk worden toegelaten tot het theoretisch examen voor de bevoegdheid C, categorieën I t/m V, behorende bij het bewijs van bevoegdheid als grondwerktuigkundige. § 4 Examentermijn/Zittingen/Extra zitting Artikel 11 Het theoretisch examen dient met goed gevolg te zijn afgelegd binnen de geldende examentermijn. De termijn vangt aan met de eerste examenzitting. De examentermijn is voor een: vliegbewijs A: 15 maanden; vliegbewijs B3 of B1: 24 maanden; bewijs van bevoegdheid als grondwerktuigkundige of boordwerktuigkundige: 12 maanden. Indien het theoretisch examen niet in zijn geheel binnen de op grond van dit artikel gestelde termijn is afgelegd, wordt de kandidaat afgewezen. De vakken van het theoretisch examen kunnen in meerdere zittingen worden afgelegd, als volgt: voor het vliegbewijs A in drie zittingen; voor de vliegbewijzen B3 en B1 in vier zittingen; voor bewijzen van bevoegdheid als grondwerktuigkundige in twee zittingen. In afwijking van het vierde lid, onder c, legt de kandidaat die voor dit bewijs slechts in één of twee vakken examen behoeft af te leggen, in één zitting examen af. De directeur kan, na het horen van de examencommissie, aan een kandidaat eenmalig een extra zitting toekennen, indien wel alle vakken van het theoretisch examen zijn afgelegd, doch dit examen niet binnen de examentermijn met goed gevolg is voltooid, mits het rekenkundig gemiddelde van de som van de reeds door de kandidaat behaalde vakken 7 of hoger ligt. De extra zitting, bedoeld in het zesde lid, is de eerstvolgende zitting volgende op de laatste zitting, welke nog viel binnen de voor de kandidaat geldende examentermijn. AFDELING 3. Het schriftelijk examen §

Artikel 12Het schriftelijk examen wordt tweemaal per jaar afgenomen.

De voorzitter stelt de plaats en de datum waarop het schriftelijk examen aanvangt, vast en stelt de directeur hiervan in kennis. De plaats en de datum van elke zitting worden vanwege de directeur tijdig in de plaatselijke dagbladen bekendgemaakt. Artikel 13 Ten minste vier weken vóór de aanvang van het schriftelijk examen wordt in een vergadering van de examencommissie, genaamd de voorbereidingsvergadering, voor elk examenvak een subcommissie bestaande uit een coördinator voor elk vak en ten minste twee leden van de examencommissie, samengesteld en wordt het plan voor de inrichting van het examen vastgesteld. Ten minste twee weken vóór de aanvang van het schriftelijk examen wordt door de voorzitter een aantal leden van de examencommissie aangewezen voor het houden van toezicht tijdens het examen. De subcommissies zijn belast met het opstellen van de examenvragen, het beoordelen van het schriftelijk werk en het afnemen van de mondelinge examens. De opgaven worden samengesteld over een zo groot mogelijk gedeelte van de in de examen-eisen vervatte leerstof. De leden van de subcommissies dragen er zorg voor dat de examenopgaven onder geheimhouding worden samengesteld en uiterlijk een week voor de aanvang van het examen aan de voorzitter of secretaris ter hand worden gesteld. De examenopgaven worden in verzegelde enveloppen door de secretaris bewaard. Artikel 14 De secretaris maakt in overleg met de voorzitter een rooster voor het schriftelijk examen per vak, waarin opgenomen worden de tijdstippen van aanvang en einde van deze examens, de lokaliteiten waarin deze examens worden afgenomen en de namen van de bij het examen toezichthoudende leden van de examencommissie. De secretaris richt tot iedere kandidaat die zich heeft ingeschreven, een oproep tot deelname aan het examen, onder vermelding van plaats, datum, tijd van aanmelding, examennummer en de mee te nemen bescheiden, schrijf-, teken- of rekenbehoeften dan wel andere materialen. De kandidaat die niet op het examen verschijnt voor het vak waarvoor hij zich heeft ingeschreven, is voor dit vak afgewezen. Artikel 15 Bij het schriftelijk examen zijn voor het houden van toezicht in elk lokaal aanwezig: twee leden van de examencommissie, dan wel één lid van de examencommissie, indien zulks naar het oordeel van de voorzitter, gelet op het aantal kandidaten, de aard en inrichting van het lokaal en de examenopgaven, voldoende is. Bij de aanvang van het schriftelijk examen opent de voorzitter of een door hem aan te wijzen toezichthoudend lid de verzegelde enveloppe met examenopgaven voor de desbetreffende vakken en draagt zorg voor de uitreiking van de opgaven aan de kandidaten, die tevens worden voorzien van gewaarmerkt examen- en kladpapier. De in het tweede lid bedoelde examenopgaven dienen per vraag het aantal te behalen percentage of punten aan te geven. Het examenwerkstuk moet door de kandidaat met niet uitwisbaar schrijfmateriaal worden gemaakt. Het is de kandidaten niet toegestaan tijdens het schriftelijk examen elektronische navigatie computers en databanken te gebruiken. De voorzitter draagt zorg voor regelmatig toezicht gedurende het schriftelijk examen. De toezichthoudende leden van de examencommissie handhaven de orde en rust in het examenlokaal. Gedurende het schriftelijk examen mogen de kandidaten het examenlokaal slechts verlaten met toestemming van een van de toezichthoudende leden van de examencommissie en met inachtneming van door deze gestelde voorwaarden. Op het tijdstip dat de examentijd is verstreken, dragen de toezichthoudende leden van de examencommissie zorg voor de inname van de examenwerkstukken. De examenwerkstukken worden na afloop van het schriftelijk examen overhandigd aan de secretaris die deze doet toekomen aan de examinatoren. § 2 Beoordeling schriftelijk examen/Correctiemodel Artikel 16 Vóór de vergadering, bedoeld in artikel 17, eerste lid, beoordelen de betreffende examinatoren de examenwerkstukken en geven, onder gebruikmaking van een correctiemodel, hun oordeel over de kennis, het inzicht en de vaardigheid van een kandidaat door middel van een waardering in procenten. Het in het eerste lid bedoelde correctiemodel voor de waardering in procenten dient bij elk schriftelijk examen per vak vooraf bekend te worden gemaakt. § 3 Correctievergadering/Toelating tot mondeling examen Artikel 17 Uiterlijk twee weken na afloop van het schriftelijk examen worden in een vergadering, genaamd de correctievergadering, door de voorzitter en de betrokken examinatoren de resultaten van de examenwerkstukken en de beoordeling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, besproken en hieromtrent genomen beslissingen vastgesteld. De kandidaten worden zo spoedig mogelijk na de vergadering door de secretaris op de hoogte gesteld van de beoordeling van het schriftelijk examen. De kandidaat die bij het schriftelijk examen in een vak een waardering: lager dan 55% behaalt, wordt van deelname aan het mondeling examen in dat vak uitgesloten; van 55% of hoger, maar lager dan 70%, behaalt, legt in dat vak het mondeling examen af; van 70% of hoger behaalt, is vrijgesteld van het afleggen van het mondeling examen in dat vak. AFDELING 4. Het mondeling examen §

Artikel 18Het mondeling examen wordt tweemaal per jaar afgenomen.

De secretaris maakt in overleg met de voorzitter een rooster voor het mondeling examen per vak, waarin opgenomen worden de tijdstippen van aanvang en einde van deze examens, de lokaliteiten waarin deze examens worden afgenomen en de namen van de aan het examen deelnemende examinatoren. De secretaris richt zo spoedig mogelijk na het houden van de in artikel 17, eerste lid, bedoelde vergadering een oproep aan de examinatoren en aan de kandidaten voor het deelnemen aan het mondeling examen, onder toezending van het examenrooster. De kandidaat die niet op het mondeling examen verschijnt voor het vak waarvoor hij zich heeft ingeschreven, is voor dit vak afgewezen. Artikel 19 Het mondeling examen wordt door ten minste twee leden van de examencommissie afgenomen. Bij het examen zijn geen andere personen aanwezig dan de kandidaat, de examinatoren en eventueel de voorzitter. De examinatoren houden zoveel mogelijk aantekening van de gestelde vragen en van de kwaliteit van de gegeven antwoorden. § 2 Beoordeling mondeling examen Artikel 20 De examinatoren drukken onmiddellijk na afloop van het mondeling examen per vak, hun oordeel over de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de kandidaat uit in een percentage en leggen dit vast in hun rapport. Het in het vorige lid bedoelde percentage wordt in opgaande lijn bepaald als volgt: 0% = afgewezen 10% = zeer slecht 20% = slecht 30% = zeer onvoldoende 40% = onvoldoende 50% = bijna voldoende 60% = Voldoende 70% = ruim voldoende 80% = goed 90% = zeer goed 100% = uitmuntend AFDELING

  1. Vrijstellingen Artikel 21 De bevoegdheid tot het verlenen van vrijstellingen ligt bij de directeur. Voor de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het afleggen van examens ter verkrijging van Sint Maartense bewijzen van bevoegdheid dan wel bevoegdverklaringen op grond van buitenlandse bewijzen van bevoegdheid dan wel met succes afgelegde theoretische examens in het buitenland, gelden bij ministeriële regeling vast te stellen voorschriften. De kandidaat die het theoretisch examen voor het vliegbewijs A met goed gevolg heeft afgelegd, met inbegrip van het vak “Fysiologische en psychologische aspecten van de luchtvaart” is vrijgesteld in dit vak bij het afleggen van het theoretisch examen voor de vliegbewijzen B3 en B
  2. De kandidaat die het theoretisch examen voor het vliegbewijs B3 met goed gevolg heeft afgelegd, is vrijgesteld van het vak “Voorschriften” bij het afleggen van theoretisch examen voor het vliegbewijs B
  3. AFDELING
  4. Eindwaardering, eindcijfer en uitslag Artikel 22 De voorzitter stelt in overleg met de secretaris plaats, datum en tijdstip vast voor een vergadering met de betrokken examinatoren, genaamd de beslissingsvergadering, waarin de eindwaardering van het theoretisch examen wordt vastgesteld. De eindwaardering van het theoretisch examen per vak dat bestaat uit een schriftelijk en een mondeling examen geschiedt als volgt: indien het resultaat van het schriftelijk examen 70% of meer bedraagt, wordt het eindcijfer bepaald door dit resultaat; indien het resultaat van het schriftelijk examen 55% of meer bedraagt, maar minder dan 70%, wordt het eindcijfer bepaald door berekening van het gewogen gemiddelde van de resultaten van het schriftelijk en mondeling examen. Bij berekening van dit gemiddelde telt het resultaat van het schriftelijk examen tweemaal zo zwaar als het resultaat van het mondeling examen. indien het resultaat van het schriftelijk examen minder dan 55% bedraagt, wordt het eindcijfer door dit resultaat bepaald. De in het vorige lid bedoelde eindcijfers worden bepaald met gebruikmaking van onderstaande tabel: Resultaat minder dan 15% 15% tot 25% 25% tot 35% 35% tot 45% 45% tot 55% 55% tot 65% 65% tot 75% 75% tot 85% 85% tot 95% 95% tot 100% Eindcijfer = 1 = 2 = 3 = 4 = 5 = 6 = 7 = 8 = 9 = 10 De kandidaat is geslaagd voor het theoretisch examen wanneer het eindcijfer voor elk examenvak 6 of meer bedraagt, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 11, eerste, tweede en derde lid. De kandidaten worden zo spoedig mogelijk na de beslissingsvergadering door de secretaris op de hoogte gesteld van de uitslag van het theoretisch examen. Aan de kandidaten die het theoretisch examen hebben afgelegd, wordt zo spoedig mogelijk een cijferlijst verstrekt. Als dagtekening op de cijferlijst wordt vermeld de datum van de in het eerste lid bedoelde beslissingsvergadering. Alle overige zaken met betrekking tot de in dit reglement bedoelde examens zullen in de vergadering, bedoeld in het eerste lid, worden afgehandeld. AFDELING
  5. Herkansing Artikel 23 Onverminderd het bepaalde in artikel 11 kunnen kandidaten die voor één of meer examenvakken zijn afgewezen, opnieuw examen afleggen in dit vak of deze vakken tijdens de volgende examenzitting. AFDELING
  6. Het praktisch examen §

Artikel 24

Het praktisch examen omvat één of meer groepen van proeven als omschreven in de bij dit reglement behorende bijlagen I, II, III en V, bedoeld in artikel 8, tweede lid, die ter inzage liggen bij de directeur. Het praktisch examen wordt afgenomen aan de hand van het examenformulier, dat uit het “Handboek Examinator” - als bijlage bij dit reglement gevoegd - wordt samengesteld en dat de marges en de te volgen procedures bevat die van toepassing zijn voor het betreffende bewijs van bevoegdheid dan wel de betreffende bevoegdverklaring. Het examenformulier waarvan een model bij dit reglement is gevoegd, bevat tevens gegevens over de aanvang, duur, deelnemende examinatoren en de omstandigheden van het praktisch examen. De directeur is bevoegd tot wijziging van de exameneisen in de bij dit reglement behorende bijlagen, genoemd in het eerste lid. De datum van inwerkingtreding van de wijziging ligt niet vóór de datum van het eerstvolgende praktisch examen waarvoor de gewijzigde eisen gelden. De wijziging alsmede de datum van inwerkingtreding daarvan, worden geplaatst in de Landscourant. De directeur kan een kandidaat op grond van diens praktijkervaring vrijstelling verlenen van het praktisch examen. § 2 Inschrijving Artikel 25 Inschrijving voor het praktisch examen geschiedt door middel van indiening bij het departement van een behoorlijk ingevuld inschrijvingsformulier. Exemplaren van het inschrijvingsformulier, waarvan het model als bijlage bij dit reglement is gevoegd, zijn bij het departement kosteloos verkrijgbaar. § 3 Toelating Artikel 26 Om toegelaten te worden tot het praktisch examen voor het vliegbewijs B3, dient de kandidaat houder te zijn van het vliegbewijs A. Om toegelaten te worden tot het praktisch examen voor het vliegbewijs B1, dient de kandidaat houder te zijn van het vliegbewijs B

  1. Om toegelaten te worden tot het praktisch examen voor het bewijs van bevoegdheid als boordwerktuigkundige of voor de daarin op te nemen bevoegdverklaringen, dient de kandidaat met succes het theoretisch examen voor het desbetreffende bewijs van bevoegdheid en de daarin op te nemen bevoegdverklaringen te hebben afgelegd. Voor de toelating, bedoeld in het eerste, het tweede en het derde lid, geldt bovendien dat de kandidaten hebben voldaan aan de gestelde ervaringseisen. Om toegelaten te worden tot het praktisch examen inzake het geven van klassikaal vliegonderricht voor de bevoegdverklaring Vliegonderricht dient de kandidaat het examen inzake kennis van voorschriften met succes te hebben afgelegd. Om toegelaten te worden tot het praktisch examen inzake bedrevenheid in het geven van vlieginstructie voor de bevoegdverklaring Vliegonderricht dient de kandidaat het praktisch examen inzake het geven van klassikaal vliegonderricht met succes te hebben afgelegd. Het praktisch examen voor boordwerktuigkundige, waarvan een model bij dit reglement is gevoegd, wordt afgenomen aan de hand van een examenformulier dat gegevens bevat omtrent de af te leggen groepen van proeven. Kandidaten voor het bewijs van bevoegdheid als grondwerktuigkundige leggen geen praktisch examen af. § 4 Combinatie van praktische examens Artikel 27 Met in achtneming van de van toepassing zijnde voorschriften mag de volgende combinatie van het praktisch examen worden afgelegd: wat betreft het vliegbewijs B3 en de bevoegdverklaring Blindvliegen, mits de hieraan verbonden examens worden afgelegd op een vleugelvliegtuig met een maximum startmassa van minder dan 5.700 kg en mits de kandidaat houder is van een geldig vliegbewijs A met de bevoegdverklaring voor het type vliegtuig waarop de examens worden afgelegd; wat betreft het vliegbewijs B3 en de bevoegdverklaring voor de klasse of het type vliegtuig met een maximum startmassa van minder dan 5.700 kg, mits de kandidaat houder is van een geldig vliegbewijs A; wat betreft het vliegbewijs B1 en de bevoegdverklaring voor de klasse of het type vliegtuig met een maximum startmassa van meer dan 20.000 kg, mits de kandidaat houder is van een geldig vliegbewijs B3 met de bevoegdverklaring Blindvliegen. Artikel 28 Na het theoretisch examen met succes te hebben afgelegd, dient de kandidaat binnen de betreffende termijn, zoals aangegeven in de eerste kolom van artikel 29a van de Regeling luchtvaartbrevettering het praktisch examen voor het desbetreffende bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring, met goed gevolg te hebben afgelegd. De in het eerste lid bedoelde termijn vangt aan na datum van dagtekening van de cijferlijst, bedoeld in artikel 22, zesde lid. De kandidaat voor het bewijs van bevoegdheid als boordwerktuigkundige, dient op grond van artikel 29a eerste kolom juncto artikel 31 van de Regeling luchtvaartbrevettering, binnen de betreffende termijn het praktisch examen voor het desbetreffende bewijs van bevoegdheid te hebben afgelegd en voldoen aan de gestelde ervaringseisen. § 4 Beschikbaarheid vliegtuig en relevante vereisten Artikel 29 Indien een kandidaat het praktisch examen in de lucht moet afleggen voor het beperkt vliegbewijs A of het vliegbewijs A draagt hij zorg voor de beschikbaarheid van een vliegtuig. Artikel 30 Indien een kandidaat het praktisch examen in een vliegtuig of een vluchtnabootser of in beide moet afleggen voor het vliegbewijs B3 of Bl draagt hij zorg voor de beschikbaarheid van een vliegtuig of een vluchtnabootser dan wel voor beide, van de vereiste categorie. De vluchtnabootser moet door of vanwege de directeur zijn goedgekeurd.Het praktisch examen kan geheel of gedeeltelijk op de vluchtnabootser worden afgelegd. Het praktisch examen voor het vliegbewijs B3 voor de categorie vleugelvliegtuigen dan wel de categorie hefschroefvliegtuigen wordt afgelegd in een daartoe geschikt vleugelvliegtuig respectievelijk hefschroefvliegtuig dat, tenzij de voorzitter anders bepaalt, plaats biedt aan de kandidaat, de vlieginstructeur en twee examinatoren. Het praktisch examen voor het vliegbewijs Bl voor de categorie vleugelvliegtuigen wordt afgelegd in een meermotorig vleugelvliegtuig, voorzien van straalmotoren of met een vleugelvliegtuig voorzien van luchtschroeven, mits dit vleugelvliegtuig een maximum startmassa van meer dan 20.000 kg heeft en goedgekeurd is voor verkeersvluchten. Het praktisch examen voor de bevoegdverklaring Vliegonderricht wordt in drie delen afgenomen: Kennis voorschriften (mondeling). Vaardigheid in het geven van klassikaal vliegonderricht. Bedrevenheid in het geven van praktisch vlieginstructie. Het praktisch examen voor het vliegbewijs B1 voor de categorie hefschroefvliegtuigen wordt afgelegd in een meermotorig hefschroefvliegtuig dat is goedgekeurd voor verkeersvluchten. Indien het een praktisch examen betreft voor de bevoegdverklaring “Blindvliegen”, dient de kandidaat zorg te dragen voor een luchtwaardig éénmotorig vliegtuig met minimaal 2 zitplaatsen. De vlieginstructeur dient in het bezit te zijn van de bevoegdverklaringen “Blindvliegen” en ‘Vliegonderricht’ en tevens naar het oordeel van de examencommissie voldoende recente instructie-ervaring “Blindvliegen” te hebben. Met de vlieginstructeur wordt voor de aanvang van het examen het examenprogramma besproken, alsmede de taak die hij tijdens het examen heeft. Het praktisch examen voor de bevoegdverklaring “Blindvliegen” voor de categorie vleugelvliegtuigen wordt afgelegd in een één- of meermotorig vleugelvliegtuig, voorzien van zuigermotoren, met een maximum startgewicht van minder dan 5.700 kilogram, waarvan de door de kandidaat te gebruiken uitrusting bestaat uit of is te reduceren tot een magnetisch kompas, een snelheidsmeter, een kunstmatige horizon, een gevoelige drukhoogte-meter, een klim- en daal-snelheidsmeter, een bocht- en slipaanwijzer, een gyroscopische koersaanwijzer, een ADF-ontvanger, een ADF-aanwijsinstrument met vaste schaal, een VOR/ILS-ontvanger, een VOR/ILS-aanwijsinstrument (type omnibearing indicator) en een DME. Het praktisch examen voor de bevoegdheid Blindvliegen voor de categorie hefschroefvliegtuigen moet worden afgelegd op een hefschroefvliegtuig, waarmede het Blindvliegen is toegestaan ingevolge het vlieghandboek. Tijdens het in het zesde lid bedoelde examen is bovendien het gebruik van geavanceerde blindvlieg- en radionavigatieuitrusting toegestaan, indien de kandidaat bij een erkende vliegschool een opleiding voor de bevoegdverklaring “Blindvliegen” heeft gevolgd volgens een door de directeur goedgekeurde syllabus, op grond waarvan de training in Blindvliegen met de in het zesde lid bedoelde elementaire uitrusting tot het vereiste niveau is gewaarborgd. § 5 Afnemen examen en relevante regels Artikel 31 Het praktisch examen wordt afgenomen door twee door de voorzitter aangewezen leden van de examencommissie. In afwijking van het eerste lid kan het afnemen van het praktisch examen: in bijzondere gevallen door de voorzitter gedelegeerd worden aan een of meer derden die daartoe door de directeur bevoegd verklaard worden; door één lid van de examencommissie geschieden indien het examen niet tegelijkertijd door twee personen kan geschieden. De plaats, de datum en de tijd waarop het praktisch examen aanvangt, worden door of vanwege de voorzitter na overleg met de kandidaat en de examinatoren vastgesteld. Artikel 32 Indien op grond van redenen, die niet aan de kandidaat te wijten zijn, een of meer examenonderdelen van het praktisch examen niet kunnen worden afgenomen kan het examen, met inachtneming van de termijn bepaald in artikel 28, op een later tijdstip worden voortgezet. Indien in een groep één van de proeven op onbevredigende wijze wordt uitgevoerd, mag deze proef eenmaal worden herhaald, waarbij de wijze waarop de laatste proef wordt afgelegd, in aanmerking wordt genomen tijdens het examen. Indien naar het oordeel van de examinatoren tijdens de vluchtvoorbereiding dan wel tijdens de vlucht een zodanig gebrek aan kennis dan wel bedrevenheid geconstateerd wordt dat de kans op slagen niet meer aanwezig is, kunnen de examinatoren het examen voortijdig beëindigen. Indien dit geschiedt, is de kandidaat afgewezen. § 6 Waardering/uitslag Artikel 33 Waardering van het praktisch examen geschiedt op grond van de maatstaven opgenomen in het “Handboek Examinator”. Indien het praktisch examen uit verschillende groepen bestaat, wordt voor iedere afzonderlijke groep van praktische proeven een waardering toegekend. Deze waardering bestaat uit een standaard-niveau of een beneden-standaard-niveau. Artikel 34 Onmiddellijk na het praktisch examen wordt door de examinatoren de waardering voor iedere groep van het examen vastgesteld. Indien de examinatoren een eensluidend oordeel over de uitslag hebben, wordt de voorlopige uitslag door hen onmiddellijk aan de kandidaat medegedeeld, waarna het examenformulier onverwijld aan de secretaris wordt toegezonden. Indien de examinatoren niet tot een eensluidend oordeel over de uitslag kunnen komen, wordt het examenresultaat, voorzien van een toelichting, onverwijld naar de secretaris toegezonden, waarna de voorzitter, na de examinatoren te hebben gehoord, de uitslag vaststelt. De definitieve uitslag van het examen wordt door de voorzitter schriftelijk aan de kandidaat meegedeeld. De secretaris draagt er zorg voor dat het examenresultaat onverwijld wordt toegezonden aan de afdeling Vliegtechnische inspectie van het departement. Artikel 35 Het praktisch examen is met goed gevolg afgelegd, indien de kandidaat voor iedere groep tenminste het standaardniveau heeft behaald dan wel in de overige gevallen voor het gehele examen ten minste het cijfer 6 heeft behaald. § 7 Herkansing Artikel 36 Een gedeeltelijke herkansing voor het vliegbewijs A of voor bevoegdverklaringen hierin, waarvan het examen uit groepen van proeven bestaat, wordt toegestaan in ten hoogste één groep van het praktisch examen. Voor het afleggen van de gedeeltelijke herkansing behoeft de kandidaat geen nieuwe aanvraag in te dienen. De gedeeltelijke herkansing moet binnen dertig dagen na vaststelling van de uitslag worden afgelegd. Indien de uitslag van het praktisch examen voor het vliegbewijs B3 of B1 resulteert in een herkansing, moet deze herkansing met inachtneming van het gestelde in artikel 6, eerste lid, binnen dertig dagen na vaststelling van de uitslag, met inachtneming van de termijn bepaald in artikel 28, worden afgelegd. AFDELING
  2. Overige bepalingen Artikel 37 Indien een kandidaat bezwaar heeft tegen de uitslag van een examen kan hij binnen twee weken schriftelijk, met redenen omkleed, een bezwaarschrift indienen bij de voorzitter. De voorzitter beslist binnen twee weken over het bezwaarschrift. Alvorens te beslissen stelt hij de examinatoren en de kandidaat in de gelegenheid te worden gehoord. Tegen de beslissing van de voorzitter kan de kandidaat binnen een maand schriftelijk, met redenen omkleed, beroep aantekenen bij de directeur. De directeur beslist binnen twee weken over het beroepschrift. Alvorens te beslissen stelt hij de voorzitter, de examinatoren en de kandidaat in de gelegenheid te worden gehoord. Artikel 38 De examinandus die bij de aanvraag voor het examen valse of vervalste bescheiden heeft overgelegd, kan door de voorzitter voor een door deze te bepalen termijn van deelname aan het examen worden uitgesloten. Elke handeling die naar het oordeel van de voorzitter in enig opzicht in strijd is met de voorschriften of met de goede orde op het examen, alsmede elke poging tot bedrog die tijdens het examen wordt ontdekt, kan voor de desbetreffende examinandus uitsluiting van verdere deelneming aan het examen tot gevolg hebben. Indien de ontdekking van enige onregelmatigheid eerst na afloop van het examen plaatsvindt, kan de uitslag van het examen van de betrokken examinandus ongeldig worden verklaard en het desbetreffende examenresultaat nietig worden verklaard. Omtrent het nemen van de in het tweede lid bedoelde maatregelen beslist de voorzitter. Artikel 39 De examencommissie brengt zo spoedig mogelijk na afloop van het theoretisch examen schriftelijk rapport uit aan de directeur. In dit rapport worden de uitkomsten, bijzonderheden en opmerkingen met betrekking tot de examens vermeld. Het departement houdt de examenwerkstukken gedurende zes maanden ter beschikking voor inzage. Iedere geëxamineerde kan met toestemming van de voorzitter bij het departement inzage van zijn werk verkrijgen. Deze bepaling is tevens van toepassing op geëxamineerden van erkende opleidingen. De aantekeningen van het mondeling examen ; de afschriften van de schriftelijke opgaven, alsmede een namenlijst van de kandidaten met vermelding van de behaalde cijfers en van de uitslagen, worden op het departement bewaard. De examenwerkstukken, de examenrapporten van het mondeling examen en de examen-formulieren van het praktisch examen worden gedurende zes maanden na afloop van het examen bewaard bij het departement. HOOFDSTUK
  3. Overgangsbepaling en Slotbepalingen Artikel 40 De vóór de inwerkingtreding van deze regeling op grond van het Reglement Luchtvaartexamensverrichte examens blijven van kracht, voor zover deze hun geldigheid hebben behouden. Artikel 41 [vervallen] Artikel 42 [vervallen] Artikel 43 [regelt de inwerkingtreding] Artikel 44 Deze regeling kan worden aangehaald als: Reglement luchtvaartexamens. BIJLAGE behorende bij het Reglement luchtvaartexamens Examengelden De tarieven voor de examens en herexamens ter verkrijging van bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen bedragen onderscheidenlijk voor: BEWIJZEN VAN BEVOEGDHEID Theoretisch her)examen in één vak praktisch examen gedeeltelijk praktisch (her) examen Beperkt vliegbewijs A en vliegbewijs A NAƒ 25 NAƒ 175 NAƒ 105 Vliegbewijs B3 NAƒ 45 NAƒ 220 NAƒ 150 Vliegbewijs B3 met bevoegdverklaring “Blindvliegen” NAƒ 50 NAƒ 250 NAƒ 160 Vliegbewijs B2 en vliegbewijs B1 NAƒ 55 NAƒ 290 NAƒ 215 als boordwerktuigkundige NAƒ 55 NAƒ 260 NAƒ 200 als grondwerktuigkundige NAƒ 60 - - BEVOEGDVERKLARINGEN Theoretisch (her)examen in één vak praktisch examen gedeeltelijk praktisch (her) examen Klasse/type met maximum Startgewicht < 5700 kilogram -in een vliegbewijs -in een bewijs van bevoegdheid -als grondwerktuigkundige - NAƒ 40 NAƒ 200 - - NAƒ 40 NAƒ 105 - Klasse/type met maximum Startgewicht > 5700 kilogram -in een vliegbewijs -in een bewijs van bevoegdheid -als grondwerktuigkundige - NAƒ 50 NAƒ 300 - - NAƒ 50 NAƒ 140 - Radiotelefonie NAƒ 100 - NAƒ 50 - Blindvliegen NAƒ 30 NAƒ 150 NAƒ 30 NAƒ 80 Vliegonderricht - NAƒ 150 - NAƒ 75 Spuitvliegen - NAƒ 150 - NAƒ 75 Sleepvliegen - NAƒ 150 - NAƒ 75

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.