Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling Artikel1 Onder “bedrijf” wordt voor de toepassing van deze landsverordening verstaan een onderneming, welke toebehoort aan een hier te lande opgerichte naamloze vennootschap en die zich grondontwikkeling in de Nederlandse Antillen ten doel stelt, waarbij grote percelen braakliggende grond tot ontwikkeling worden gebracht door de aanleg van wegen en de bouw van onroerende zaken, al dan niet in combinatie met de aanleg of de bouw van gelegenheden tot vermaak en ontspanning en ten aanzien waarvan de verklaring bedoeld in het volgende artikel van kracht is. Artikel2 1.Bij landsbesluit kunnen op verzoek van belanghebbende en na overleg met het bestuurscollege van het eilandgebied waar de percelen grond tot ontwikkeling zullen worden gebracht, de bepalingen van deze landsverordening geheel of gedeeltelijk op een bedrijf van toepassing worden verklaard. 2.De verklaring kan slechts worden gegeven, indien de ontwikkeling buiten de waarde van de grond een investering vergt van tenminste f. 2.000.000,-- in de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten en van tenminste f. 1.000.000,-- voor wat de overige eilandgebieden betreft en voorts indien verwacht mag worden, dat het bedrijf de economische activiteit en de werkgelegenheid in de Nederlandse Antillen belangrijk zal bevorderen. 3.De investering, bedoeld in het voorgaande lid, dient binnen een tijdvak van ten hoogste 5 jaren na dagtekening van het landsbesluit, te hebben plaats gehad. 4.De verklaring kan, na overleg met het bestuurscollege van het betrokken eilandgebied, bij landsbesluit worden ingetrokken, indien blijkt dat: door of namens het bedrijf onjuiste gegevens zijn verstrekt, welke van invloed zijn geweest op de totstandkoming van het landsbesluit; door of namens het bedrijf is gehandeld in strijd met de bepalingen van deze landsverordening of van het in het eerste lid bedoelde landsbesluit. 5.Het landsbesluit wijst de percelen grond aan, die tot ontwikkeling zullen worden gebracht; het bepaalt binnen welk tijdvak de in de voorgaande leden bedoelde investering moet hebben plaats gehad en voor welk tijdvak de verklaring zal gelden. Het landsbesluit kan voorts nadere voorwaarden stellen. 6.De intrekking geschiedt niet dan nadat het bedrijf in de gelegenheid is gesteld zich daarover te verklaren. Zij kan met terugwerkende kracht geschieden tot een bij het landsbesluit te bepalen datum. Artikel2a 1.Het verzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt ingediend op een door de Gouverneur vastgesteld formulier. 2.Belanghebbende is verplicht alle inlichtingen, noodzakelijk voor de beoordeling van het verzoek, als bedoeld in het eerste lid, te verschaffen. Artikel3 1.Krachtens deze landsverordening kan vrijstelling worden verleend van: de invoerrechten op de materialen en goederen bestemd voor de aanleg van wegen, de bouw van onroerende zaken en de aanleg of de bouw van gelegenheden tot vermaak en ontspanning op de in het landsbesluit aangewezen percelen grond; de grondbelasting voor zo lang en voorzover het bedrijf de percelen grond, die het tot ontwikkeling brengt, in eigendom of in erfpacht heeft en niet aan derden heeft verhuurd of op andere wijze het gebruik daarvan heeft afgestaan; de gebruiksbelasting wegens het gebruiken van de bedrijfspercelen de winstbelasting op winsten behaald door het bedrijf uit de verkoop van de tot ontwikkeling gebrachte grond of van het erfpachtrecht daarop, met dien verstande dat ter zake van de winstbelasting een verminderd tarief wordt geheven welk tarief met inbegrip van de opcenten tenminste twee procent van de gerealiseerde winst bedraagt. 2.Het in het eerste lid bedoelde tijdvak bedraagt ten hoogste vijftien jaren. 3.In de verklaring kan onder meer worden bepaald dat: de vrijstelling zal zijn beperkt tot de daarin aangegeven percentages; de vrijstelling een of meer van de in het eerste lid genoemde belastingen zal omvatten; de duur van de vrijstelling, met in achtneming van het gestelde in het tweede lid van dit artikel, voor de verschillende belastingen verschillend kan zijn. 4.De dividenden en andere winstuitkeringen aan aandeelhouders en houders van andere op deel van de winst rechtgevende bewijzen, waarvan in het eilandgebied Bonaire ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Bonaire, in het eilandgebied Curaçao ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Curaçao en in de overige eilandgebieden ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Sint Maarten, wordt aangetoond, dat zij geheel afkomstig zijn van bedrijven en wel van winsten, welke van winstbelasting zijn vrijgesteld, zijn, mits uitgedeeld binnen twee jaar na afloop van het boekjaar waarin de winst is gemaakt, vrijgesteld van Inkomstenbelasting op de voet van de Landsverordening op de inkomstenbelasting
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.