overlegt. Daarnaast moet hij opgeven, welke wijzigingen of aanvullingen van de hem betreffende gegevens in het monsterboekje moeten worden aangebracht. Indien buiten het gebied der Nederlandse Antillen de monsterrol wordt opgemaakt ten overstaan van de bevoegde ambtenaar, wordt ten aanzien van de geneeskundige verklaring
het ter plaatse geldende gebruik gevolgd. Invulling monsterrol Artikel7 Op de monsterrol, welke in tweevoud wordt opgemaakt, worden, onverminderd hetgeen elders is voorgeschreven, vermeld de naam van het schip, de met het schip te maken reis of reizen, de namen van de reder, van de kapitein en van de schepelingen, de gages en die gegevens uit het monsterboekje, welke noodzakelijk geacht kunnen worden. Bij de namen der schepelingen wordt vermeld de hoedanigheid in welke iedere schepeling aan boord dienst zal doen en wie hunner de rang van officier zullen hebben. In de monsterrol wordt een verklaring van de ambtenaar van aanmonstering opgenomen, waaruit blijkt, dat de schepelingen de inhoud der door hen ondertekende arbeidsovereenkomsten hebben begrepen. Aan de monsterrol worden als bijlagen gevoegd door de ambtenaar van aanmonstering gewaarmerkte afschriften van de arbeidsovereenkomsten of de collectieve arbeidsovereenkomsten, welke afschriften daartoe door de reder ter beschikking van die ambtenaar moeten worden gesteld. Ondertekening monsterrol Artikel8 De monsterrol wordt, na geheel te zijn opgemaakt, ondertekend door of namens de reder, benevens door de kapitein en door de schepelingen. Teruggegeven monsterboekjes na monstering Artikel9 Bij de monstering worden in de monsterboekjes door de ambtenaar van aanmonstering de in artikel 24 bedoelde gegevens aangetekend. Zo nodig worden de gegevens betreffende de schepeling gewijzigd of aangevuld. De monsterboekjes worden vervolgens aan de kapitein ter hand gesteld. Verstrekken gegevens voor Centraal Register Monsterboekjes Artikel10 Na de monstering wordt door de ambtenaar van aanmonstering aan de Inspecteur voor de Scheepvaart een opgaaf gezonden, bevattende de naam van het schip, de naam van de kapitein, de datum van monstering, de namen en rangen of kwaliteiten van de gemonsterde schepelingen, de nummers hunner monsterboekjes en de door de schepelingen opgegeven waladressen. Indien buiten het gebied der Nederlandse Antillen een schepeling wordt gemonsterd zendt de kapitein deze voornoemde opgave aan de Inspecteur voor de Scheepvaart. Afschriften monsterrol Artikel11 Aan belanghebbenden worden op hun kosten desverlangd door de ambtenaren van aanmonstering afschriften verstrekt van de opgemaakte monsterrollen. De bijlagen van de monsterrollen zijn daarin niet begrepen. Tarief voor het monsteren Artikel12 1.De ambtenaren van aanmonstering binnen het gebied van de Nederlandse Antillen mogen in rekening brengen: voor het aan- of bijmonsteren van elk lid van de bemanning: voor schepen tot en met een bruto-tonnage (G.T.) van 150 f 15,- voor schepen boven eenbruto-tonnage (G.T.) van 150 f 20,- voor het opmaken van een hoofdrol of van een bijrol: voor schepen tot en met een bruto-tonnage (G.T.) van 150 f 30,- voor schepen boven een bruto-tonnage (G.T.) van 150 f 35,- voor het maken van een aantekening op een afgesloten hoofdrol of een afgesloten bijrol f 10,- voor elk afschrift van een hoofdrol of van een bijrol per bemanning van minder dan 20 leden f 30,- van 20 leden of meer f 35,- voor elk uittreksel uit een hoofdrol of een bijrol f 25,- voor het bezorgen van de monsterrol f 35,- voor elke visering als bedoeld in artikel 14, eerste lid, en artikel 24, derde lid f 10,- 2.Boven hetgeen ingevolge het voorgaande lid verschuldigd is, wordt in rekening gebracht: indien de monstering aanvangt op een dag dat het kantoor van de ambtenaar van aanmonstering voor het publiek geopend is: tussen 0.00 uur en 6.00 uur f 70,- tussen 6.00 uur en 7.30 uur en tussen 17.00 uur en 24 uur f 60,- tussen 7.30 uur en 17.00 uur buiten het kantoor van de ambtenaar van aanmonstering f 35,- indien de aanmonstering aanvangt op een dag dat het kantoor van de ambtenaar van aanmonstering niet voor het publiek geopend is f 70,- 3.Indien de monstering op een schip buitengaats plaatsvindt, wordt boven hetgeen ingevolge het eerste lid verschuldigd is, in rekening gebracht f 135,-. Bovendien wordt vanaf het tijdstip waarop een ambtenaar van aanmonstering wegens de monstering, zijn standplaats verlaat tot aan het tijdstip waarop hij de aanmonsteringswerkzaamheden aanvangt, alsmede vanaf het tijdstip waarop hij de aanmonsteringswerkzaamheden heeft beëindigd tot aan het tijdstip waarop hij op zijn standplaats terugkeert, voor elk uur f 15,- in rekening gebracht, waarbij een gedeelte van een uur voor een vol uur wordt gerekend. 4.Indien van vervoermiddelen gebruik wordt gemaakt, worden de werkelijk gemaakte kosten in rekening gebracht. 5.Ook indien met de ambtenaar van aanmonstering een regeling is getroffen om een monstering te doen plaats hebben doch dit geen doorgang kan vinden, zonder dat daarvan aan de ambtenaar van aanmonstering een verwijt kan worden gemaakt, worden - voor zover van toepassing - de in het tweede, derde en vierde lid genoemde vergoedingen geheven. 6.De volgens bovenstaande tarieven ontvangen gelden worden door de ambtenaren van aanmonstering als bedoeld in artikel 1, in ‘s Lands kas gestort. Bijmonsteren na opmaken van de monsterrol Artikel13 Indien schepelingen, nadat de monsterrol is opgemaakt, moeten bijmonsteren, geschiedt dit door plaatsing op de monsterrol door een ambtenaar van aanmonstering. De bepalingen omtrent het monsteren zijn geheel op deze bijmonstering van toepassing. Door het opmaken van de monsterrol van bijmonstering gaat de kracht van vroeger opgemaakte monsterrollen niet verloren. Opstappers moeten, indien mogelijk, in de eerste haven welke het schip aandoet, op overeenkomstige wijze op de monsterrol worden gebracht. Beëindiging van de dienst aan boord Artikel14 Bij beëindiging van de dienst aan boord wordt dit door de kapitein op de monsterrol aangetekend en door de ambtenaar van aanmonstering ter plaatse geviseerd. Indien ter plaatse geen ambtenaar van aanmonstering is gevestigd, geschiedt deze visering in de eerste haven, welke door het schip wordt aangedaan, waar wel zulk een ambtenaar is gevestigd. Wanneer het schip minder dan 24 uur, zon- en feestdagen niet medegerekend, ter plaatse vertoeft, kan de visering uitgesteld worden tot de eerste haven, welke door het schip wordt aangedaan, waar het verblijf langer dan 24 uur duurt. De kapitein zendt zo spoedig mogelijk na de beëindiging van de dienst aan boord, aan de Inspecteur voor de Scheepvaart een opgaaf, bevattende de naam van de schepeling, die de dienst aan boord heeft beëindigd, het nummer van zijn monsterboekje, de datum en de plaats van beëindiging, zomede de reden voor de beëindiging. Register van de monsterrollen Artikel15 1.De ambtenaar van aanmonstering houdt een register van de door hem opgemaakte monsterrollen. 2.Het model van dit register wordt door de Inspecteur voor de Scheepvaart vastgesteld. HOOFDSTUKIII Het monsterboekje Afgifte monsterboekje Artikel16 Aan een ieder die in het bezit is van een werkvergunning, afgegeven in de Nederlandse Antillen, en die zich voor de eerste maal daartoe aanmeldt, wordt één monsterboekje afgegeven. Ter vergoeding van de kosten wordt de verzoeker door de ambtenaar van aanmonstering bij afgifte voor de eerste maal en bij verloren raken door eigen schuld een bedrag van f 25,- in rekening gebracht. De monsterboekjes worden van Landswege ter beschikking van de ambtenaren van aanmonstering gesteld. Het model van het monsterboekje wordt door de Inspecteur voor de Scheepvaart vastgesteld. De ontvangen gelden worden door de ambtenaar van aanmonstering in ‘s Lands kas gestort. Gegevens in monsterboekje Artikel17 Het monsterboekje moet de navolgende gegevens betreffende de persoon van de houder bevatten: naam en voornamen; plaats en datum van geboorte; nationaliteit; burgerlijke staat; adres voor noodgevallen; portret (paspoortmodel); behaalde diploma’s met betrekking tot de zeevaart; handtekening. De onder a, b, c, d en g genoemde gegevens worden van officiële papieren overgenomen. Voorzover de namen, de plaats of datum van geboorte of de nationaliteit van de aanvrager niet bekend zijn, wordt dit in het monsterboekje vermeld. Wie monsterboekjes afgeven Artikel18 Met de afgifte van monsterboekjes zijn belast de ambtenaren van aanmonstering genoemd in artikel
Wie bewijzen van gezondheid moeten hebben Artikel29 Onverminderd het bepaalde in artikel 6, derde lid, moeten de kapitein en schepelingen, die wensen te worden toegelaten tot de ondertekening van de monsterrol, in het bezit zijn van een nog geldige geneeskundige verklaring
. Afgifte en inhoud van geneeskundige verklaringen
1.Geneeskundige verklaringen
worden afgegeven door de daartoe door de Minister van Verkeer en Vervoer aangewezen geneeskundigen. 2.Geneeskundige verklaringen
moeten inhouden, dat de betrokkene uit geneeskundig oogpunt geschikt is tot het verrichten der werkzaamheden aan boord, waartoe hij zich wenst te verbinden. Tevens moet daarin zijn vermeld, dat de tegenwoordigheid van de betrokkene aan boord geen gevaar voor de gezondheid van de overige opvarenden oplevert. 3.De in het eerste lid bedoelde geneeskundige kan de gekeurde tijdelijk, voorlopig of blijvend ongeschikt voor de zeevaart achten. 4a. Tijdelijk ongeschikt is de gekeurde, die geacht wordt niet langer dan 42 dagen voor de zeevaart ongeschikt te zullen zijn. b.Voorlopig ongeschikt is de gekeurde, die geacht wordt langer dan 42 dagen en korter dan 3 jaar voor de zeevaart ongeschikt te zullen zijn. c.Blijvend ongeschikt is de gekeurde, die geacht wordt langer dan 3 jaar voor de zeevaart ongeschikt te zullen zijn. 5.De geneeskundige geeft de gekeurde, die tijdelijk, voorlopig of blijvend ongeschikt wordt bevonden, een desbetreffende geneeskundige verklaring van ongeschiktheid voor de zeevaart af. 6.Van tijdelijke, voorlopige en blijvende afkeuringen doet de geneeskundige onverwijld mededeling aan de Inspecteur voor de Scheepvaart. 7.Indien de geneeskundige bij een tussentijds onderzoek van een schepeling bemerkt, dat de onderzochte voorlopig dan wel blijvend ongeschikt geacht dient te worden voor de zeevaart, handelt hij ten aanzien van deze persoon als voorgeschreven in het vijfde en zesde lid van dit artikel. De geneeskundige maakt zo mogelijk van zijn bevindingen melding in de geneeskundige verklaring
, welke in het bezit van de onderzochte is. 8.Het model van de geneeskundige verklaring
en het model van de geneeskundige verklaring van tijdelijke, voorlopige of blijvende ongeschiktheid voor de zeevaart worden door de Inspecteur voor de Scheepvaart vastgesteld. Geldigheidsduur geneeskundige verklaring
Geneeskundige verklaringen
zijn slechts geldig gedurende een jaar na de dag, waarop zij zijn afgegeven. Gedurende de geldigheidsduur kan in opdracht van de Inspecteur voor de Scheepvaart een kapitein of schepeling aan een tussentijdse keuring worden onderworpen, indien de betrokkene handelingen heeft verricht of nagelaten, welke doen veronderstellen, dat hij niet langer lichamelijk of geestelijk geschikt moet worden geacht voor het verrichten van de door hem te vervullen functie aan boord, of indien uit anderen hoofde gegronde aanleiding tot deze veronderstelling bestaat. Keuring geneeskundige verklaring
De keuring, nodig voor de afgifte van een geneeskundige verklaring
, geschiedt volgens een keuringsreglement, hetwelk door de Minister van Verkeer en Vervoer wordt vastgesteld en in het Publicatieblad wordt bekend gemaakt. De keuring heeft plaats op vertoon van een aanvraag van de reder op wiens schip de betrokken schepeling zal monsteren. De reder kan in die aanvraag een der in artikel 30, lid 1, bedoelde geneeskundigen voor de keuring aanwijzen. Herkeuring voor geneeskundige verklaring
Indien de geneeskundige na de keuring aan een schepeling geen geneeskundige verklaring
afgeeft, heeft de gekeurde het recht zich nogmaals te laten keuren door een ander dan de in artikel 30 lid 1 bedoelde geneeskundigen, die hem door de Inspecteur voor de Scheepvaart wordt aangewezen. De gekeurde zendt daartoe aan de Inspecteur voor de Scheepvaart een hem door de geneeskundige afgegeven verklaring van ongeschiktheid voor de zeevaart. Kosten van de keuring Artikel34 1.De kosten van de keuring, bedoeld in de artikelen 32 en 33, worden door de reder gedragen. 2.Voor een keuring mag de geneeskundige voor zover niet anders werd overeengekomen, het bedrag als bepaald in artikel 13, zesde lid, van het Keuringsreglement als bedoeld in artikel 32, eerste lid, (P.B. 1960, 213) in rekening te brengen. Artikel35 1.Dit landsbesluit, hetwelk kan worden aangehaald als “Landsbesluit monstering schepelingen”, treedt in werking tegelijk met de landsverordening van de 31ste oktober 1958 (P.B. 1958, 152) tot wijziging van het Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen en het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen. 2.Op hetzelfde tijdstip vervallen: het Besluit van de 19de september 1940 (P.B. 1940, 114) ter uitvoering van de artikelen 446, 556 en 565 juncto artikel 564 van het Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen; het Besluit van de 19de september 1940 (P.B. 1940, 115) tot aanwijzing van ambtenaren van aanmonstering voor Nederlandse, Nederlands-Indische en Surinaamse zeeschepen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.