LANDSBESLUIT HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN van de 29ste november 1985 ter uitvoering van de artikelen 589, 781, eerste lid, 785, derde lid en 785a van het Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen en tot inwerkingstelling van de landsverordening van de 6de september 1985 tot wijziging van het Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen, de Handelsregisterverordening en de Zegelverordening 1908 (P.B. 1985, no. 129), voor zover betreft artikel 1, onderdelen VI tot en met IX § 1.Algemene bepalingen Artikel1 1.Dit landsbesluit verstaat onder aansprakelijkheid, aanvaring, reder, schade en schip hetzelfde als daaronder wordt verstaan in de artikelen van het Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen, tot welker uitvoering het dient. 2.Dit landsbesluit verstaat voorts onder: fonds: afhankelijk van de context, hetzij het totale schadefonds, hetzij een der in artikel 2, tweede lid bedoelde onderdelen daarvan; passagiers: personen, vervoerd aan boord van een schip op grond van een overeenkomst tot het vervoer van reizigers, of zich met toestemming van de vervoerder aan boord van een schip bevindend ter vergezelling van een voertuig of van levende dieren die op grond van een overeenkomst tot goederenvervoer met dat schip vervoerd worden; pleziervaartuigen: jachten, sportboten, sportvissersboten en in het algemeen alle vaartuigen die uitsluitend voor het genoegen worden gehouden en een geringere inhoud hebben dan van 300 ton, voor zover zij geen passagiers of goederen tegen vergoeding vervoeren en/of het huur- of gebruiksrecht met betrekking tot het vaartuig niet tegen betaling aan een of meer der opvarenden of aan een persoon die voor hen opkomt verschaft is; rekeneenheid: het bijzondere trekkingsrecht ("special drawing right", afgekort SDR), omschreven door het Internationale Monetaire Fonds; schadefonds: het gestorte bedrag, bedoeld in artikel 256a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen; ton:bruto-registerton (B.R.T.); tonnage: het totaal aantal tonnen dat de inhoud van een schip bedraagt, berekend overeenkomstig de metingsvoorschriften vervat in Bijlage I van het op 23 juni 1969 te Londen tot stand gekomen Internationale Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, no. 122;vertaling in Trb. 1970, no. 194), hetwelk voor het gehele Koninkrijk is goedgekeurd bij de rijkswet van de 12de februari 1981 (P.B. 1981, no. 159) en in werking getreden is met ingang van 18 juli 1982; wrakopruiming: het verwijderen van wrakken en het vlotbrengen, verwijderen of vernietigen van een gezonken, gestrand of verlaten schip of van enig zich aan boord daarvan bevindend voorwerp, zoals bedoeld in artikel 785a van het Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen. § 2.De gewone beperkingsmaatstaf Artikel2 1.Behoudens het bepaalde in de artikelen 6 en 11 wordt de maatstaf, waarnaar de reder van een schip, ingeval aan de met het schip vervoerde goederen en/of reizigers, of aan de nabestaanden van de bedoelde reizigers, often gevolge van een aanvaring aan enig goed of persoon schade toegebracht is, zijn aansprakelijkheid voor deze schade kan beperken, geregeld zoals in de artikelen 3, 4 en 5 bepaald is. 2.Het door de reder te vormen schadefonds wordt, al naar gelang het object of de objecten van de toegebrachte schade, opgebouwd uit ten hoogste drie delen, te weten: een bedrag bestemd ter algehele of gedeeltelijke voldoening van vorderingen terzake van dood of letsel van passagiers, vervoerd met het schip waarvan de reder zijn aansprakelijkheid kan beperken, in het vervolg als "passagiersfonds" aan te duiden; een bedrag bestemd ter algehele of gedeeltelijke voldoening van vorderingen terzake van dood of letsel van personen, geen passagiers zijnde, in het vervolg als "personenfonds" aan te duiden; een bedrag bestemd ter algehele of gedeeltelijke voldoening van alle andere vorderingen met betrekking tot welke beperking van de aansprakelijkheid toegelaten is, in het vervolg aan te duiden als "zakenfonds". 3.Dit landsbesluit is niet van toepassing op vorderingen, tegen de reder ingesteld uit hoofde van een arbeidsovereenkomst, voor zover deze vorderingen werkzaamheden, verricht of te verrichten in verband met het schip, betreffen en de aansprakelijkheid van de reder ter zake uit hoofde van de op de arbeidsovereenkomst toepasselijke wet niet of slechts tot een hoger bedrag dan naar de bij dit landsbesluit vastgestelde maatstaf berekend wordt kan worden beperkt. Artikel3 Het bedrag van het passagiersfonds beloopt even vele malen 46.666 rekeneenheden, als het schip volgens het daarvoor afgegeven veiligheidscertificaat voor passagiersschepen, bedoeld in artikel 22 van het Schepenbesluit 1965 (P.B. 1965, no. 169), reizigers mag vervoeren, doch niet meer dan 25.000.000 rekeneenheden. Artikel4 Het bedrag van het personenfonds beloopt: 330.000 rekeneenheden voor een schip waarvan de tonnage niet meer dan 500 bedraagt; voor een schip waarvan de tonnage meer dan 500 bedraagt wordt het sub 1° genoemde bedrag vermeerderd met 500 rekeneenheden voor elke toename van de tonnage met één ton vanaf 501 tot en met 3.000, 333 rekeneenheden voor elke toename van de tonnage met één ton vanaf 3.001 tot en met 30.000, 250 rekeneenheden voor elke toename van de tonnage met één ton vanaf 30.001 tot en met 70.000, en 167 rekeneenheden voor elke toename van de tonnage met één ton boven 70.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.