Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden en wethoudersDe raad van de gemeente Haarlemmermeer; besluit: vast te stellen: Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden en wethouders Hoofdstuk1.Definities Artikel1:begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: de minister : de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; commissieleden : leden van een (raads- of bestuurs)commissie ex artikel 82 en 83 van de Gemeentewet die niet tevens raadslid zijn, of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissielid is benoemd college : college van Burgemeester en Wethouders dienstreizen : reizen ten behoeve van de gemeente; verblijfskosten : werkelijk gemaakte kosten van verblijf tijdens dienstreizen; dienstuitgaven : uitgaven ten behoeve van de gemeente. Hoofdstuk2.Raadsleden Artikel2 Raadsleden ontvangen geen andere geldelijke voorzieningen dan genoemd in deze verordening en in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel3:Vergoeding voor werkzaamheden 1.Raadsleden ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden. 2.Deze bedraagt 100% van de jaarlijks vast te stellen maximumvergoeding voor een gemeente in klasse 15 zoals vastgelegd in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 3.De vergoeding wordt maandelijks via de salarisadministratie uitbetaald per bank of giro. Artikel3a:Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid Op aanvraag verlaagt het college de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3 in het geval een raadslid een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Artikel4:Tegemoetkoming in onkosten 1.Raadsleden ontvangen een tegemoetkoming in hun onkosten. 2.Deze bedraagt 100% van het jaarlijks door de minister vast te stellen bedrag voor een gemeente in klasse
- 3.De vergoeding wordt maandelijks via de salarisadministratie uitbetaald per bank of giro. Artikel5:Uitkering bij aftreden 1.Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van aftreden een uitkering waarvan de hoogte en duur afhankelijk is van de duur van het raadslidmaatschap. 2.Geen recht bestaat op een uitkering indien: de periode van raadslidmaatschap korter is dan twee maanden; het raadslid op de dag van beëindiging van zijn raadslidmaatschap 65 jaar of ouder is; het raadslid van zijn lidmaatschap vervallen is verklaard op grond van artikel X8 van de Kieswet en/of artikel 15 eerste lid Gemeentewet. 3.De duur van de uitkering is gerelateerd aan het raadslidmaatschap en wel als volgt: duur lidmaatschapduur uitkering < 2 maanden geen uitkering 2 t/m 6 maanden 1 maand 7 t/m 12 maanden 2 maanden 13 t/m 24 maanden 4 maanden > 24 maanden 6 maanden 4.De uitkering bedraagt 70% van de bruto raadsvergoeding per maand exclusief onkostenvergoeding. Artikel6:Pensioen 1.Raadsleden worden na hun installatie aangemeld als deelnemer in de collectieve pensioenvoorziening voor raadsleden. 2.De gemeenteraad bepaalt jaarlijks via de begroting de hoogte van de premie voor dat jaar. Artikel7:Politieke molestverzekering Raadsleden zijn voor de duur van hun raadslidmaatschap verzekerd voor een politiek molestrisico. Hoofdstuk3.Commissieleden Artikel8 Commissieleden ontvangen geen andere geldelijke voorzieningen dan genoemd in deze verordening en in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel9:Presentiegeld 1.Commissieleden ontvangen per vergadering presentiegeld. 2.Dit presentiegeld is gelijk aan het jaarlijks door de minister vast te stellen presentiegeld in gemeenten in klasse 5, zoals vastgelegd in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 3.Ten teken van hun aanwezigheid ondertekenen zij de presentielijst. 4.Presentiegelden worden per kwartaal uitbetaald per bank of giro. Artikel10:Afwijking De gemeenteraad kan hogere presentiegelden dan die genoemd in artikel 9 toekennen aan commissieleden die op grond van hun bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden zijn aangetrokken en ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van de taak en omvang van de te verrichten arbeid. Artikel11:Vergoeding voorzitter en leden adviescommissie bezwaarschriften De vergoeding aan de voorzitter en leden van de commissie als bedoeld in artikel 2 van de Verordening adviescommissie bezwaarschriften gemeente Haarlemmermeer wordt, op basis van artikel 10, door het college vastgesteld. Artikel12:Reis- en verblijfkosten 1.Commissieleden kunnen bij binnenlandse dienstreizen een reis- en verblijfkostenvergoeding aanvragen op een daarvoor bestemd formulier. 2.Het college beoordeelt of er sprake is van een dienstreis en stelt de vergoeding vast aan de hand van het Reisbesluit binnenland. 3.De vergoeding wordt binnen een maand na het indienen van een declaratieformulier uitbetaald. Hoofdstuk4:Wethouders Artikel13 Wethouders ontvangen geen andere kostenvergoeding dan genoemd in deze verordening en in het Rechtspositiebesluit wethouders. Artikel14:Vergoeding voor werkzaamheden 1.Wethouders ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden verbonden aan de ambtsuitoefening. 2.Deze bedraagt 100% van het jaarlijks door de minister vast te stellen bedrag voor een gemeente in klasse 9 zoals vastgelegd in het Rechtspositiebesluit wethouders. 3.De vergoeding wordt maandelijks via de salarisadministratie uitbetaald per bank of giro. Artikel15:Tegemoetkoming in onkosten 1.Wethouders ontvangen een tegemoetkoming in hun onkosten. 2.Deze bedraagt 100% van het jaarlijks door de minister vast te stellen bedrag voor een gemeente in klasse 9 zoals vastgelegd in het rechtspositiebesluit wethouders. 3.De vergoeding wordt maandelijks via de salarisadministratie uitbetaald per bank of giro. Artikel16:Reiskosten woon-werkverkeer 1.Wethouders ontvangen voor reizen tussen hun woning en werkplaats een tegemoetkoming in de kosten wanneer de afstand meer dan 10 kilometer is. 2.De tegemoetkoming is niet hoger dan de bedragen die bij of krachtens artikel 12 van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 zijn vastgesteld. Artikel17:Reis- en verblijfkosten binnenland 1.Wethouders kunnen bij binnenlandse dienstreizen achteraf een reis- en verblijfkostenvergoeding aanvragen op een daarvoor bestemd formulier. 2.Het college beoordeelt of er sprake is van een dienstreis en stelt de vergoeding vast aan de hand van het Reisbesluit binnenland. 3.De vergoeding wordt binnen een maand na het indienen van het declaratieformulier uitbetaald. Artikel18:Reis- en verblijfkosten buitenland 1.Wethouders kunnen bij buitenlandse dienstreizen vooraf een reis- en verblijfskostenvergoeding aanvragen. 2.Het college stelt de vergoeding voorlopig vast aan de hand van een begroting. Zonodig worden voorschotten gegeven. 3.De wethouder meldt het voornemen tot de buitenlandse reis en de begrote kosten aan de raad. 4.De afrekening wordt binnen twee weken na terugkomst bij het college ingediend. De vergoeding wordt binnen een maand na het indienen van de afrekening uitbetaald. 5.De uitgaven worden politiek verantwoord in de PCC-rapportages aan de gemeenteraad over het gevoerde beleid en beheer. Hoofdstuk5.Dienstuitgaven Artikel19 1.Burgemeester en wethouders kunnen dienstuitgaven die disproportioneel zijn ten opzichte van hun algemene kostenvergoeding ten laste van de gemeente brengen. 2.Het college dient deze uitgaven goed te keuren. 3.De uitgaven worden periodiek verantwoord in de PCC-rapportages aan de gemeenteraad over het gevoerde beleid en beheer. Hoofdstuk6.Slotbepalingen Artikel20:Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag van bekendmaking ervan en werkt terug tot en met 1 januari
- Artikel21:Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden en wethouders’.