:2 Beslistermijn Artikel 1:3 Indiening aanvraag Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Artikel 1:6 Intrekking of weigering van vergunning of ontheffing Artikel 1:7 Termijnen Artikel 1:8 Weigeringsgronden Hoofdstuk2Openbare orde Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Artikel 2:1a Vermommingen Artikel 2:1b Verblijfsverbod Artikel 2:1c Messen en andere voorwerpen als steekwapen Afdeling 2 Optochten en betoging Artikel 2:2 Optochten (vervallen) Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen Artikel 2:4 Afwijking termijn Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (vervallen) Artikel 2:8 Dienstverlening (vervallen) Artikel 2:9 Straatartiest Afdeling 5 Bruikbaarheid van de weg Artikel 2:10 Gebruik openbare ruimte Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg Afdeling 6 Veiligheid op de weg Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid Artikel 2:14 Winkelwagentjes Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of voorwerp Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. Artikel 2:18 Gereserveerd Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp Artikel 2:20 Vallende voorwerpen Artikel 2:20a Gevaarlijke voorwerpen Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting Artikel 2:21a Verwijdering e.d. voorzieningen voor verkeer en verlichting Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs Afdeling 7 Eevenementen Artikel 2:24 Begripsomschrijving Artikel 2:25 Evenement Artikel 2:25a Betaald voetbalwedstrijden (begripsomschrijving) Artikel 2:25b Kennisgeving Artikel 2:26 Ordeverstoring Artikel 2:26a Wanordelijkheden bij evenementen Artikel 2:26b Uitdagend gedrag e.d. bij een betaald voetbalwedstrijd Artikel 2:26c Stadionomgevingsverbod Artikel 2:26d Verwijderingsplicht voetbalsupporters Artikel 2:26e Supportersstromen Artikel 2:26f Carbidschieten Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:27 Begripsomschrijvingen Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf Artikel 2:28a Nadere eisen Artikel 2:28b Aanwezigheid van en toezicht door de leidinggevende Artikel 2:28c Categorale vrijstelling Artikel 2:28d Indienen aanvraag Artikel 2:28e Vervallen vergunning Artikel 2:28f Wijziging leidinggevende Artikel 2:29 Openings- en sluitingstijden Artikel 2:29a Overgangsrecht Artikel 2:30 Afwijking sluitingtijden; tijdelijke sluiting Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven Artikel 2:33 Ordeverstoring (vervallen) Artikel 2:34 Het college van burgemeester en wethouders als bevoegd bestuursorgaan Artikel 2:34a Overige bepalingen Artikel 2:34b Terrasvergunning horecabedrijf Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:35 Begripsomschrijvingen Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Artikel 2:37 Nachtregister Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:39 Begripsomschrijvingen Artikel 2:39a Exploitatie van een speelgelegenheid Artikel 2:39b Aanvraag vergunning Artikel 2:39c Gedragseisen exploitant en beheerder Artikel 2:39d Weigeringsgronden vergunning Artikel 2:39e Verplichtingen exploitant en beheerder Artikel 2:39f Exploitatietijden speelgelegenheid Artikel 2:39g Intrekkingsgronden vergunning Artikel 2:39h Sluiting van een speelgelegenheid Artikel 2:39i Beëindiging exploitatie speelgelegenheid Artikel 2:39j Wijziging beheer Artikel 2:39k Bevoegd orgaan Artikel 2:39l Overgangsbepaling Artikel 2:40 Speelautomaten Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal Artikel 2:42 Plakken en kladden Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen Artikel 2:45 Gereserveerd Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Artikel 2:47a Liggen of slapen op openbare plaatsen Artikel 2:47b Verplichte route Artikel 2:48 Hinderlijk drankgebruik Artikel 2:49 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein e.d. Artikel 2:53 Bespieden van personen Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur (vervallen) Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren Artikel 2:56 Alarminstallaties (vervallen) Artikel 2:57 Loslopende honden Artikel 2:58 Verontreiniging door honden, paarden en pony’s Artikel 2:59 Gevaarlijke honden Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren Artikel 2:60a (Stads)duiven Artikel 2:61 Wilde dieren (vervallen) Artikel 2:62 Loslopend vee Artikel 2:63 Gereserveerd Artikel 2:64 Gereserveerd Artikel 2:65 Bedelarij Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Artikel 2:66 Begripsomschrijvingen Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven Afdeling 13 Vuurwerk Artikel 2:71 Begripsomschrijvingen Artikel 2:72 Gereserveerd Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijden de jaarwisseling Afdeling 14 Drugsoverlast Artikel 2:74 Verzameling van personen in verband met drugs of heling Artikel 2:74a Openlijk gebruik en handel in drugs Afdeling15Bestuurlijke ophouding, Veiligheidsrisicogebieden en Cameratoezicht op openbare plaatsen Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen Hoofdstuk3Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. Afdeling
:
:2 Bevoegd bestuursorgaan Artikel 3:3 Nadere regels Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke Artikel 3:4 Seksinrichtingen Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder Artikel 3:6 Sluitingstijden Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder Artikel 3:9 Straatprostitutie Artikel 3:10 Gereserveerd Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch- pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke Afdeling 3 Beslissingstermijn; weigeringsgronden; nadere regels Artikel 3:12 Geldigheidsduur Artikel 3:13 Weigeringsgronden Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie Artikel 3:15 Wijziging beheer Artikel 3:16 Gereserveerd Hoofdstuk4Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1Geluid- en lichthinder Artikel 4:
:2 Gereserveerd Artikel 4:3 Ontheffing incidentele festiviteiten Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten Artikel 4:5 Gereserveerd Artikel 4:6 Overige geluidhinder Artikel 4:6a Geluidhinder door dieren Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:7 Straatvegen Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en nietopenbare riolen en putten buiten gebouwen Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel 4.2.1.
.2.1.2 Beslissingstermijn aanvraag vergunning of ontheffing Artikel 4.2.1.3 Voorschriften en beperkingen Artikel 4.2.1.4 Intrekking of wijziging van de vergunning of ontheffing Artikel 4.2.1.5 Inzage vergunning of ontheffing Artikel 4.2.1.6 Verwijdering van geledigd inzamelmiddel Paragraaf2Inzameling van huishoudelijke stoffen Artikel 4.2.2.1 Aanwijzing inzamelende instantie Artikel 4.2.2.2 Afzonderlijke inzameling Artikel 4.2.2.3 Inzamelmiddelen en –voorzieningen Artikel 4.2.2.4 Frequentie van het inzamelen bij elk perceel Artikel 4.2.2.5 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens vergunning Paragraaf3Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen Artikel 4.2.3.1 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen Artikel 4.2.3.2 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen Artikel 4.2.3.3 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden Artikel 4.2.3.4 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel Artikel 4.2.3.5 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen Artikel 4.2.3.6 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau Artikel 4.2.3.7 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via en brengdepot op lokaal of regionaal niveau Artikel 4.2.3.8 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel Artikel 4.2.3.9 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen Artikel 4.2.3.10 Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen Paragraaf4Inzameling van andere categorieën van afvalstoffen Artikel 4.2.4.1 Inzameling van andere categorieën afvalstoffen Artikel 4.2.4.2 Inzameling van andere categorieën afvalstoffen door de inzameldienst Artikel 4.2.4.3 Ter inzameling aanbieden van andere categorieën afvalstoffen aan de inzameldienst Paragraaf5Bepalingen ter bescherming van het milieu Artikel 4.2.5.1 Verbod doorzoeken van ter inzameling gereed staande afvalstoffen Artikel 4.2.5.2 Achterlaten van straatafval Artikel 4.2.5.3 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging Artikel 4.2.5.4 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren Artikel 4.2.5.5 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal Artikel 4.2.5.6 Zwerfafval bij vervoeren, laden, lossen of overige werkzaamheden Artikel 4.2.5.7 Opslagverbod Artikel 4.2.5.8 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden Artikel 4.2.5.9 Het plaatsen van een container ten behoeve van de inzameling van bedrijfsafval in de openbare ruimte Paragraaf6Zorgplichtbepaling Artikel 4.2.6.1 Zorgplicht en aansprakelijkheidsstelling Afdeling 3Het bewaren van houtopstanden Artikel 4:10 Begripsomschrijvingen Artikel 4:11 Kapverbod Artikel 4:11a Aanvraag vergunning Artikel 4:11b Weigeringsgronden Artikel 4:11c Monumentale en waardevolle bomen Artikel 4:12 Termijnen Artikel 4:12a Bijzondere vergunningsvoorschriften Artikel 4:12b Herplant-/instandhoudingsplicht Artikel 4:12c Schadevergoeding Artikel 4:12d Afstand tot de erfgrens Artikel 4:12e Bestrijding iepziekte Artikel 4:12f Bestrijding van andere boomziektes Artikel 4:12g Bescherming publieke houtopstand Afdeling 4Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. Artikel 4:14 Gereserveerd Artikel 4:15 Vergunningsplicht handelsreclame Artikel 4:16 Gereserveerd Artikel 4:17 Gereserveerd Artikel 4:18 Gereserveerd Artikel 4:19 Gereserveerd Hoofdstuk5Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Afdeling 1 Parkeerexcessen Artikel 5:
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen Artikel 5:4 Defecte voertuigen Artikel 5:5 Voertuigwrakken Artikel 5:6 Caravans e.d. Artikel 5:6a Aanhangwagens en opleggers Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets Afdeling 2Collecteren Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen Afdeling 3Venten Artikel 5:14 Begripsomschrijving Artikel 5:15 Ventverbod Artikel 5:16 Gereserveerd Afdeling 4Verkoopstandplaatsen Artikel 5:17 Begripsomschrijving Artikel 5:18 Verkoopstandplaatsvergunning en weigeringsgronden Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen Artikel 5:21 Gereserveerd Afdeling 5Snuffelmarkten Artikel 5:22 Gereserveerd Artikel 5:23 Snuffelmarkten e.d. Afdeling 6 Openbaar water Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel 5:24 Begripsomschrijvingen Artikel 5:24a Voorwerpen op, in of boven openbaar water Artikel 5:25 Gereserveerd Artikel 5:26 Gereserveerd Artikel 5:27 Gevaar, schade of hinder in gemeentelijk water Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Artikel 5:30 Veiligheid op het water Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen Paragraaf2Buiten de bebouwde kom Artikel 5:31a.1 Algemene bepaling Artikel 5:31a.2 Ligplaats innemen Artikel 5:31a.3 Aanleggen Artikel 5:31a.4 Aanlegexces Artikel 5:31a.5 Ankeren Artikel 5:31a.6 Varen Artikel 5:31a.7 Aanwijzing van ligoevers Artikel 5:31a.8 Aanwijzing van oever en/of water waar het verboden is aan te leggen, te ankeren of te varen Paragraaf3Binnen bebouwde kom Artikel 5:31b.1 Algemene bepaling Artikel 5:31b.2 Aanleggen en ligplaats innemen Artikel 5:31b.3 Intrekking vergunning Artikel 5:31b.4 Aanwijzingen ligplaats Artikel 5:31b.5 Wachtlijst Afdeling 7Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5:32 Gereserveerd Artikel 5:33 Gereserveerd Artikel 5:33a Aanwijzing gebieden niet toegankelijk voor ruiterverkeer Afdeling 8Verbod vuur te stoken Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Afdeling 9Verstrooiing van as Artikel 5:35 Begripsomschrijving Artikel 5:36 Verboden plaatsen Artikel 5:37 Hinder of overlast Hoofdstuk6Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6.1 Strafbepaling Artikel 6.2 Toezichthouders Artikel 6.3 Binnentreden woningen Artikel 6.4 Inwerkingtreding Artikel 6.5 Overgangsbepaling Artikel 6.6 Citeertitel Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1:1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b; weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; Bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet, bij hun besluit van 6 maart 2002, nr. 479076. Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht. Bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening Leeuwarden; Gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. Artikel1:2Beslistermijn 1.Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. 2.Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen. Artikel1:3Indiening aanvraag 1.Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen. 2.Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken. Artikel1:4Voorschriften en beperkingen 1.Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2 Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel1:5Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet. Artikel1:6Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; indien de houder dit verzoekt. Artikel1:7Termijnen Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. Artikel1:8Weigeringsgronden De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van: de openbare orde; de openbare veiligheid; de volkgezondheid; de bescherming van het milieu. Hoofdstuk2Openbare orde Afdeling1Bestrijding van ongeregeldheden Artikel2:1Samenscholing en ongeregeldheden 1.Het is verboden op een openbare plaats zich samen met anderen te begeven naar of al dan niet samen met anderen deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. 2.Het is verboden, op of aan een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijke inrichting een stof of voorwerp bij zich te hebben waarvan op grond van de omstandigheden aannemelijk is dat die stof of dat voorwerp is meegebracht dan wel aanwezig is om de orde te verstoren, schade aan zaken dan wel letsel aan personen toe te brengen. 3.Eenieder, die op een openbare plaats aanwezig is bij enig voorval waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 4.Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet. 5.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het vierde lid gestelde verbod. 6.Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Artikel2:1aVermommingen Het is verboden zich vermomd, gemaskerd of op andere wijze onherkenbaar gemaakt op een openbare plaats te bevinden met het doel de openbare orde te verstoren. Artikel2:1bVerblijfsverbod 1.Het is degene aan wie dit door de burgemeester in het belang van de openbare orde is bekendgemaakt, verboden zich anders dan in een openbaar middel van vervoer te bevinden op of aan de in de bekendmaking aangewezen wegen en plaatsen gedurende de uren daarin genoemd. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt gedurende de in de bekendmaking genoemde periode van ten hoogste vier weken. Artikel2:1cMessen en andere voorwerpen als steekwapen 1.Het is verboden, op door het college van burgemeester en wethouders aangewezen wegen, met inbegrip van daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen, messen of andere voorwerpen, die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2.Dit verbod geldt niet voor wapens, behorende tot de categorieën I, II, III en IV van de Wet wapens en munitie, en niet voor voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat deze niet voor dadelijk gebruik kunnen worden aangewend. 3.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt en die zodanig zijn ingepakt dat deze niet voor dadelijk gebruik kunnen worden aangewend. Afdeling2Betoging Artikel2:2Optochten (Vervallen) Artikel2:3Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1.Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2.De kennisgeving bevat: naam en adres van degene die de betoging houdt; het doel van de betoging; de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling; maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3.Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4.Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag. 5.De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. Artikel2:4Afwijking termijn (Vervallen, opgenomen in 2:3) Artikel2:5Te verstrekken gegevens (Vervallen, opgenomen in 2:3) Afdeling3Verspreiden van gedrukte stukken Artikel2:6Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1.Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken op of aan door het college van burgemeester en wethouders aangewezen openbare plaatsen. 2.Het college van burgemeester en wethouders kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3.Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4.Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Afdeling4Vertoningen e.d. op de weg Artikel2:7Feest, muziek en wedstrijd e.d. (Gereserveerd) Artikel2:8Dienstverlening (Gereserveerd) Artikel2:9Straatartiest 1 Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op openbare plaatsen. De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. Afdeling5Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel2:10Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Het verbod geldt niet voor: het tijdelijk afvoeren van sloopmaterialen dan wel het tijdelijk aanvoeren van (bouw)materialen; het plaatsen van containers dan wel bouwkranen voor niet langer dan één dag, mits er een vrije doorgang gewaarborgd is van 3,5 meter; het plaatsen van bouwsteigers, mits er minimaal 0,80 meter vrije doorgang voor voetgangers gewaarborgd is; vlaggen, wimpels en vlaggenstokken indien ze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; zonneschermen, voorzover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en voorzover: elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt, en elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt, en elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt; de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan. Degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten draagt er zorg voor dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg hiervan gereinigd is; voertuigen; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; evenementen als bedoeld in artikel 2:24; terrassen als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid; verkoopstandplaatsen als bedoeld in artikel 5:17. Het is verboden op, aan, over of boven de weg een voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien: deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de weg; gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg, of een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 4 Voor de toepassing van het tweede lid, onder c, wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement Friesland. De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken; De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Artikel2:11Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1.Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat, alsmede alle nietopenbare ontsluitingswegen van gebouwen. 3.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het Rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap bij het uitvoeren van zijn/haar publiekrechtelijke taak. 4 Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur, het Provinciaal wegenreglement Friesland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening gemeente Leeuwarden. Artikel2:12Maken, veranderen van een uitweg 1.Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het college van burgemeester en wethouders een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 3.Bij de melding wordt een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie overgelegd. 4 Het college van burgemeester en wethouders laat binnen vier weken na ontvangst van de melding weten of het college aan de gewenste uitweg voorschriften stelt of de uitweg verbiedt. Het college stelt voorschriften aan de gewenste uitweg indien door het realiseren ervan: gevaar of hinder ontstaat of dreigt te ontstaan voor het wegverkeer ter plaatse; het gebruik van een bestaande openbare parkeerplaats onmogelijk wordt gemaakt of dreigt te worden gemaakt; de groenvoorziening in de gemeente wordt geschaad of dreigt te worden geschaad; het uiterlijk aanzien van de omgeving wordt geschaad. Het college van burgemeester en wethouders kan na melding de uitweg alsnog verbieden indien door het stellen van voorschriften de in lid 5 genoemde belangen onvoldoende kunnen worden beschermd. Het college stelt de indiener van de melding binnen zes weken na ontvangst van de melding op de hoogte van de voorschriften of een verbod als bedoeld in het vierde lid. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement. Afdeling 6 Veiligheid op de weg Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid 1.Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te werpen, uit te storten of te laten lopen. 2 Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 4, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 2:14 Winkelwagentjes De rechthebbende op een bedrijf die ten behoeve van het winkelend publiek winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken en de in de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen verwijderen. Het is verboden met een winkelwagentje, als bedoeld in het eerste lid, op een openbare plaats te bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van die winkel of, indien de winkel is gelegen in een winkelcomplex buiten de onmiddellijke omgeving van dat winkelcomplex. Als onmiddellijke omgeving van een winkel of winkelcomplex wordt aangemerkt de openbare plaats, grenzend aan die winkel of dat winkelcomplex en tevens een aan die openbare plaats aansluitende parkeerplaats. Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de weg onbeheerd daarop achter te laten anders dan op een daartoe aangewezen plaats. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert. Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel2:18(Gereserveerd) Artikel2:19Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp 1.Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht. 3.Het verbod in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel2:20Vallende voorwerpen Het is verboden aan een weg of enig deel van een bouwwerk een voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen neervallen op de weg. Artikel2:20aGevaarlijke voorwerpen 1.Het is verboden op door burgemeester en wethouders aangewezen wegen en daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te dragen. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die behorend tot categorie I, II, III en IV van de Wet wapens en munitie en voorzover door het bij zich dragen van de voorwerpen, bedoeld in het eerste lid, de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan komen. Artikel2:21Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1.De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college van burgemeester en wethouders, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2.Het college van burgemeester en wethouders maakt van tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste lid. 3.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht. Artikel2:21aVerwijdering e.d. voorzieningen voor verkeer en verlichting 1.Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een bord of een andere voorziening ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting te verwijderen, te wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te beletten of te belemmeren. 2.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Artikel2:22Objecten onder hoogspanningslijn 1.Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben. 2.Het college van burgemeester en wethouders kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat. 3.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn. Artikel2:23Veiligheid op het ijs 1.Het is verboden: a.voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b.bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2.De gebruiker - of bij het ontbreken daarvan de rechthebbende - van een inrichting voor afvoer van water is, wanneer het ijs in of nabij een ijsbaan of ijsweg door uitstorting van dit water onbetrouwbaar is, verplicht onverwijld de gevaarlijke plaats aan te duiden door bakens, planken, palen of anderen voorwerpen op opvallende wijze langs de rand daarvan te plaatsen. 3.Een ieder is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar van politie onmiddellijk het ijs te verlaten ter voorkoming van gevaar voor personen en goederen. 4.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale Vaarwegenverordening Friesland. Afdeling7Evenementen Artikel2:24Begripsomschrijving 1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a.bioscoopvoorstellingen; b.markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; c.kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d.het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e.betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f.activiteiten als bedoeld in artikel 2:2, 2:7, 2:9, 2:39 en 2:26f van deze verordening. 2.Onder evenement wordt mede verstaan: a.een herdenkingsplechtigheid b.een braderie; c.een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3, op de weg; d.een feest of wedstrijd op of aan de weg Artikel2:25Evenement 1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2.Geen vergunning is vereist voor ééndaagse evenementen tot 300 bezoekers. De burgemeester kan hiervoor nadere regels stellen. 3.De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4.Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 Wegenverkeerswet1994. Artikel 2:25a Betaald voetbalwedstrijden (begripsomschrijvingen) In de navolgende artikelen wordt verstaan onder: organisator: betaald-voetbalorganisatie BVO Cambuur indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elftal van de betaald-voetbalorganisatie als thuisspelende ploeg betrokken is, de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het betreft een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig buiten de gemeente Leeuwarden, waarbij ten minste één betaald-voetbalorganisatie is betrokken , dan wel in geval van wedstrijden tussen vertegenwoordigende elftallen degene die buiten de gevallen, genoemd onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert, waarbij ten minste één betaald-voetbalorganisatie is betrokken. voetbalwedstrijd: een voetbalwedstrijd georganiseerd door een organisator als bedoeld onder 1. stadion: het voetbalstadion gelegen aan het Cambuurplein 44, 8921 RG te Leeuwarden, onder de omgeving wordt verstaan: het gebied dat wordt omsloten door de volgende straten: Noordvliet, Archipelweg tot/met rotonde, Esdoornstraat, Schieringerweg, Eikenstraat, vervolg Archipelweg (tot/met rotonde Vrijheidsplein), Groningerstraatweg, Bleeklaan (tot/met rotonde Noordvliet). De wegen zelf tellen ook mee. Artikel 2:25b. Kennisgeving De organisator is verplicht ten minste dertig dagen voor de vastgestelde speeldag van een voetbalwedstrijd als bedoeld in het eerste lid daarvan schriftelijk kennisgeving te doen aan de burgemeester; Indien een kennisgeving, gelet op het tijdstip waarop de speeldatum wordt vastgesteld, niet vier weken tevoren kan worden gedaan, dient de organisator van de na de vaststelling van de speeldatum hiervan de burgemeester schriftelijk in kennis te stellen, maar in ieder geval één week voor de speeldatum. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de onder lid 1 bepaalde termijn. De kennisgeving bedoeld in het eerste lid kan meerdere wedstrijden betreffen. De burgemeester kan, met betrekking tot een voetbalwedstrijd, aan de organisator voorschriften opleggen in het belang van de openbare orde en veiligheid. De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd verbieden: uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van de openbare orde; indien de krachtens het vijfde lid opgelegde voorschriften niet worden nageleefd; indien geen of niet tijdig schriftelijke kennisgeving is gedaan als bedoeld in het tweede lid. 7 Het is verboden een voetbalwedstrijd te doen spelen, wanneer een verbod, als bedoeld in het zesde lid, is uitgevaardigd. Artikel2:26Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement, ook als bedoeld in artikel 2:25.a, onder 2, de orde te verstoren. Artikel2:26aWanordelijkheden bij evenementen 1.Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken. 2.Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen. 3.Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die behoren tot categorie I, II, III en IV Wet wapens en munitie. 4.Eenieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen. Artikel 2:26b Uitdagend gedrag e.d. bij een betaald voetbalwedstrijd Het is verboden bij een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:25a door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken. Vanaf 4 uur voor het vastgestelde begin van de wedstrijd tot 2 uur na afloop van de wedstrijd is het verboden messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen, die als wapen c.q. projectiel kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren opdat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen. Een ieder is verplicht bij een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:25a alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van de openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen. Artikel 2:26c Stadionomgevingsverbod De burgemeester kan aan een persoon schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion van de BVO Cambuur (dit gebied is omschreven in artikel 2:25a) van vier uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot twee uur na afloop van voetbalwedstrijden van de in artikel 2:25a bedoelde organisator. De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het eerste lid bedoeld verbod, indien de persoon de openbare orde in of in de omgeving van genoemd stadion in ernstige mate heeft verstoord op een dag dat een wedstrijd van de in artikel 2:25a genoemde organisator in dit stadion is gespeeld. Artikel 2:26d Verwijderingsplicht voetbalsupporters Personen die zich door kleding, uitrusting of gedraging manifesteren als voetbalsupporters, en niet in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de wedstrijd dan wel tegen wie het vermoeden bestaat dat zij voornemens zijn de orde te verstoren, zijn verplicht zich op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie met inachtneming van diens aanwijzingen, naar een in het bevel aangegeven plaats, dan wel buiten de gemeentegrenzen te begeven. Artikel 2:26e Supportersstromen Al diegenen die behoren tot de supportersaanhang van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken en in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de te bezoeken wedstrijd zijn verplicht in omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet om hun weg naar het stadion te vervolgen zodra ze de gemeente bereiken. Al diegenen die behoren tot de supportersaanhang van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken en in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de te bezoeken wedstrijd zijn verplicht in omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet om direct na afloop van de wedstrijd te vertrekken uit de Gemeente. Al diegenen die behoren tot de supportersaanhang van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken en niet in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de wedstrijd, alsmede op een of andere wijze de openbare orde verstoren of dreigen te verstoren dan wel racistisch gedrag vertonen of racistische uitlatingen te doen, zijn verplicht zich in omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet op eerste aanzegging van de politie buiten de gemeentegrenzen te begeven in de door de politie aan te geven route en richting, behalve indien zij woonachtig zijn in de gemeente Leeuwarden. Artikel 2:26f Carbidschieten Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een (melk)bus/container/opslagvat op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. Carbidschieten is verboden. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet in de volgende gevallen: carbidschieten dat plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar, mits daarbij wordt voldaan aan de volgende voorschriften: er worden geen handelingen verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen optreden voor mens en milieu. er worden in totaal niet meer dan twee bussen gebruikt. de plek waar het carbidschieten plaatsvindt ligt buiten de bebouwde kom. de afstand vanaf de plek waar het carbidschieten plaatsvindt tot de woonbebouwing bedraagt tenminste 100 meter. het vrijschootsveld bedraagt tenminste 75 meter. indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang dient het terrein te worden verlicht. De burgemeester kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast, of in het belang van natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het derde lid niet van toepassing is. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. Dit artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en het Wetboek van Strafrecht. Afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven Artikel 2:27 Begripsomschrijvingen Onder horecabedrijf wordt in deze afdeling verstaan: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf worden in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis. Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en de andere aanhorigheden. Een terras in de zin van deze afdeling is een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. Onder exploitant wordt in deze afdeling verstaan: degene die een horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in artikel 2:28. Onder leidinggevende wordt in deze afdeling verstaan: de natuurlijke persoon of personen die onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een inrichting. Deze afdeling verstaat niet onder bezoekers: de gezinsleden van de exploitant, alsmede zijn elders wonende bloed en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht; de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. Onder “Horecanota” wordt verstaan de door de raad bij besluit van 16 december 2002, vastgestelde “Horecanota gemeente Leeuwarden”. Onder respectievelijk concentratiegebied, ontwikkelingsgebied, consolidatiegebied en deconcentratie-gebied worden verstaan die gebieden die als zodanig zijn aangeduid in de Horecanota, als bedoeld in het zevende lid, en als zodanig voorkomend op de bij die nota behorende en gewaarmerkte kaart. Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester, tenzij voor het horecabedrijf een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet is verleend. Indien de exploitatie van een horecabedrijf, waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid is verleend, wordt uitgebreid of (ingrijpend) wordt gewijzigd, dient een nieuwe vergunning als bedoeld in het eerste lid te worden aangevraagd. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de burgemeester de vergunning als bedoeld in het eerste lid indien: de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan; de exploitant geen verklaring omtrent het gedrag overlegt, die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. Artikel 2:28a Nadere eisen Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:28: dient de leidinggevende: minimaal de leeftijd van 21 jaar te hebben bereikt, met dien verstande dat leidinggevenden in bedrijven waar uitsluitend etenswaren en niet alcoholhoudende dranken worden verstrekt minimaal de leeftijd van 18 jaar is bereikt; te voldoen aan de eisen gesteld in het Besluit eisen zedelijkheid gedrag Drank- en Horecawet 1999; niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn; niet onder curatele te staan dan wel uit de ouderlijke macht of voogdij te zijn ontzet; dient het horecabedrijf waar uitsluitend etenswaren en niet alcoholhoudende dranken worden verstrekt één lokaliteit met een oppervlakte van ten minste 15 m² te hebben; dienen overige horecabedrijven één lokaliteit met een oppervlakte van ten minste 35 m² te hebben. Van het gestelde in het eerste lid onder a, met betrekking tot de leeftijdseis kan de burgemeester ontheffing verlenen voor maximaal een jaar, mits sprake is van een bijzonder geval, dan wel indien gewichtige belangen daartoe aanleiding geven. Van het gestelde in het eerste lid onder b, met betrekking tot de oppervlakte van 15 m², kan de burgemeester ontheffing verlenen voor bestaande horecabedrijven, waarvan de oppervlakte kleiner is dan 15 m², aan de exploitant of zijn rechtsopvolger. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in artikel 2:28, indien niet wordt voldaan aan de nadere eisen als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:28a, en daarvan geen ontheffing kan worden verleend. Artikel 2:28b Aanwezigheid van en toezicht door de leidinggevende Het is verboden een horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de op de vergunning vermelde leidinggevende in het horecabedrijf aanwezig is. Het in lid 1 genoemde verbod geldt niet voor een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich richt op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. De exploitant en de leidinggevende zijn verplicht er voortdurend op toe te zien dat in het horecabedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie. Artikel 2:28c Categorale vrijstelling De burgemeester kan bij openbare bekendmaking: bepalen dat het exploiteren van categorieën horecabedrijven, al dan niet beperkt tot een bepaald gebied, geheel of gedeeltelijk van vergunningplicht is vrijgesteld; voorschriften stellen aan de onder a. genoemde vrijstelling. Artikel 2:28d Indienen aanvraag Uiterlijk 8 weken voor de start of wijziging van de exploitatie van het horecabedrijf dient de vergunninghouder een aanvraag als bedoeld in artikel 2:28 ingediend te hebben middels een vastgesteld formulier. Artikel 2:28e Vervallen vergunning De vergunning vervalt: sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; de verlening van de vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden; zodra de exploitant kenbaar maakt de exploitatie van het horecabedrijf feitelijk te hebben beëindigd. Uiterlijk binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan de burgemeester. Artikel 2:28f Wijziging leidinggevende Indien een leidinggevende, als bedoeld in artikel 2:27, lid 5, zijn taak feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging schriftelijk kennis aan de burgemeester. De leiding kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe leidinggevende, indien de burgemeester op aanvraag van de exploitant heeft besloten een gewijzigde vergunning te verlenen. Artikel 2:29 Openings- en sluitingstijden De exploitant van een horecabedrijf dient bij de toegang tot zijn bedrijf op een voor een ieder zichtbare plaats een door de gemeente te verstrekken kaart te plaatsen en te houden, waarop de openings-, sluitings- en toelatingstijden zijn vermeld. Indien niet aan de in dit lid gestelde eis wordt voldaan, geldt voor dat horecabedrijf een sluitingstijd van 23.00 uur. Het is de exploitant van een horecabedrijf toegestaan dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven: - van 08.00 uur tot 06.00 uur in de gebieden binnen de stadsgrachten: de als zodanig aangewezen gebieden in de Horecanota met de bestemming van concentratie-, ontwikkelings-, of consolidatiegebied; het Stationskwartier, begrensd door: Prins Hendriksbrug, Sophialaan, Stationsplein (inclusief het NS-station), Stationsweg, Zuiderplein, Wirdumerpoortsbrug en midden van de Zuiderstadsgracht, met dien verstande dat het tussen 03.00 uur en 06.00 uur verboden is nieuwe of komende bezoekers toe te laten in horecabedrijven, waarin alcoholhoudende drank of softdrugs worden verstrekt of verkocht, behoudens het gestelde in het vierde lid; -van 08.00 uur tot 23.00 uur in de gebieden binnen de stadsgrachten: de als zodanig aangewezen gebieden in de Horecanota met de bestemming van deconcentratiegebied. 3.Het is de exploitant van een horecabedrijf, niet gelegen in één van de in het tweede lid genoemde gebieden, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven: - van 01.00 uur tot 08.00 uur met dien verstande, dat het tussen 00.00 uur en 01.00 uur verboden is nieuwe of komende bezoekers toe te laten in horecabedrijven, waarin alcoholhoudende drank of softdrugs worden verstrekt of verkocht behoudens het gestelde in het vijfde lid. 4.Het is de exploitant van een horecabedrijf, gelegen in één van de gebieden genoemd onder a. en b. van het tweede lid van dit artikel, toegestaan een terras geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven: - van 10.00 uur tot 01.00 uur. met dien verstande dat het in de maanden juni, juli en augustus toegestaan is het terras in de nacht van zaterdag op zondag tot 02.00 uur geopend te hebben. 5.Het is de exploitant van een horecabedrijf, als bedoeld in het derde lid van dit artikel toegestaan een terras geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten en te laten verblijven: - van 10.00 uur tot 24.00 uur. De in het tweede en derde lid genoemde verboden gelden niet voor de exploitant van het horecabedrijf, gelegen aan de Heliconweg, verbonden aan en specifiek ten dienste staande van de veemarkt, op de dag waarop de veemarkt wordt gehouden. De in het tweede en derde lid genoemde verboden gelden niet voor de exploitant van een bedrijf waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt geboden voor zover het betreft activiteiten en handelingen die betrekking hebben op het verstrekken van logies. In tegenstelling tot het in het tweede lid bepaalde geldt het verbod om tussen 03.00 uur en 06.00 uur nieuwe of komende bezoekers toe te laten in horecabedrijven, waarin alcoholhoudende drank of softdrugs worden verstrekt of verkocht, niet voor eetgelegenheden die alcoholhoudende drank verstrekken of verkopen onder voorwaarde dat er tussen 03.00 uur en 06.00 uur geen alcoholische drank wordt geschonken en ook niet in gesloten verpakking wordt verstrekt. Overeenkomstig het gestelde in artikel 1.4 kan de burgemeester door middel van een ontheffing voor een afzonderlijk horecabedrijf of voor een daartoe behorend terras een ander sluitings- en/of toelatingsuur of andere sluitings- en/of toelatingsuren vaststellen. Het in de vorige leden bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. Artikel 2:29a Overgangsrecht Voor horecabedrijven, niet gelegen in het concentratie-, ontwikkelings- of consolidatie-gebieden, waarvoor op 15 januari 1998 andere sluitingstijden golden, blijft de toen geldende situatie van kracht, met uitsluiting van de bepalingen voor de sluitingstijden van terrassen. Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, ingeval van exploitatie zonder vergunning of in strijd met de vergunning of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 of 2:29a geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester kan door middel van een vergunningsvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend terras. Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de tijd dat dit bedrijf krachtens artikel 2:29 of ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden. Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt. Artikel 2:33 Ordeverstoring (Vervallen) Artikel 2:34 Het college van burgemeester en wethouders als bevoegd bestuursorgaan Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27 geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester, maar het college van burgemeester en wethouders op als bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van artikel 2:28 tot en met 2:30. Artikel 2:34a Overige bepalingen Bij overlijden van een vergunninghouder kan het bedrijf worden voortgezet tot drie maanden na het overlijden, of indien binnen die termijn een nieuwe vergunning is aangevraagd, tot het tijdstip waarop op de desbetreffende aanvraag onherroepelijk is beslist. Artikel 2:34b Terrasvergunning horecabedrijf Het is verboden bij een horecabedrijf een terras te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. Indien de vergunningaanvraag mede betrekking heeft op één of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen op de weg, beslist de burgemeester over de ingebruikneming van die weg ten behoeven van het terras. De burgemeester kan over de uitoefening van deze bevoegdheid nadere regels vaststellen. Onverminderd het gestelde in artikel 1.8 kan de burgemeester de in het tweede lid bedoelde ingebruikneming van de weg weigeren: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. in het belang van voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak; ingeval van strijd met de op grond van lid 2 vastgestelde nadere regels Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal wegenreglement. Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:35 Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of het houden van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. Artikel 2:37 Nachtregister Gereserveerd. Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die inrichting volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst, alsmede de dag van vertrek te verstrekken. Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:39 Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder: Speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid, waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is, de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij premies, geld of in geld inwisselbare goederen kunnen worden gewonnen en verloren. Exploitant: degene die een speelgelegenheid exploiteert of, indien de exploitant een rechtspersoon is, de natuurlijke persoon die bestuurder is van die rechtspersoon. Beheerder: de natuurlijke persoon die de dagelijkse en onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van een speelgelegenheid. Artikel 2:39a Exploitatie van een speelgelegenheid Het is verboden een speelgelegenheid te (doen) exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van de burgemeester. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid onder c, van de Wet op de Kansspelen een vergunning is vereist; b. gelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de Kansspelen te beoefenen of waar gelegenheid wordt gegeven te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de Kansspelen. Artikel 2:39b Aanvraag vergunning Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:39a, eerste lid, moet een schriftelijke aanvraag bij de burgemeester worden ingediend. Bij een aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld en/of overlegd: a. de persoonsgegevens van de exploitant(en); b. de persoonsgegevens van de beheerder(s); c. een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. de plaatselijke ligging van de speelgelegenheid; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de speelgelegenheid; f. een bedrijfsplan, waarin in ieder geval staat beschreven welk(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.