Re-integratieverordening 2012De raad van de gemeente Stichtse Vecht, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 januari 2012; gehoord de werksessie van 7 februari 2012; gelet op de artikelen 7, 8, 9 en 10 van de Wet werk en bijstand, en de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; b e s l u i t : vast te stellen de RE-INTEGRATIEVERORDENING 2012 HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de gemeentewet. In deze verordening wordt verstaan onder: de Wet : de Wet werk en bijstand; IOAW : de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ : de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Bbz 2004 : Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004; college : het college van burgemeester en wethouders; uitkeringsgerechtigde : de persoon die een periodieke uitkering voor levensonderhoud ontvangt ingevolge de WWB, de IOAW of de IOAZ; Anw-er : de persoon die een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet ontvangt en die als werkloze werkzoekende staat ingeschreven bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet-uitkeringsgerechtigde (nugger): de persoon als bedoeld in artikel 6, onder a., van de Wet, die als werkloze werkzoekende staat ingeschreven bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; belanghebbende : de persoon die aanspraak maakt op ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt geboden en die voldoet aan de bepalingen van de leden f, g en h van dit artikel, dan wel personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet; algemeen geaccepteerde arbeid : arbeid die algemeen maatschappelijk aanvaard is waaronder ook begrepen arbeid in een Wsw-organisatie op verzoek van belanghebbende; voorziening : een arbeidsinschakelingsinstrument binnen een re-integratietraject of een voorwaardenscheppend instrument, waaronder begrepen sociale activering, dat ingezet kan worden om belemmeringen bij aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid weg te nemen; specifieke voorziening : een instrument gericht op een activeringspremie en het bepalen van bijzondere individuele kosten; traject : een met de belanghebbende overeengekomen, dan wel door het college aan een belanghebbende opgelegd geheel van activiteiten gericht op het verkrijgen en/of behouden van betaalde arbeid dan wel gericht op arbeidsinschakeling, sociale activering en/of zorg; sociale activering : sociale activering als bedoeld in artikel 6, onder c, van de Wet; bijstandsnorm : de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onder c, van de Wet. HOOFDSTUK 2 Beleid en financiën Artikel 2 Opdracht college Het college biedt aan belanghebbenden ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. Artikel 40, eerste lid van de wet is van overeenkomstige toepassing. Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van de belanghebbende, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid. Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen. Artikel 3 Beleidsregels Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels vast. Deze beleidsregels vormen een uitwerking van het bij verordening vastgestelde beleid. De regels hebben onder meer betrekking op: De voorzieningen die beschikbaar zijn, Het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, Ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling, Premies en inkomstenvrijlating. Het college zendt eenmaal per jaar aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid. Artikel 4 Aanspraak op ondersteuning Uitkeringsgerechtigden, Anw-ers en Nuggers evenals personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de Wet, hebben aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. Anw-ers, Nuggers, evenals andere belanghebbenden hebben geen recht op ondersteuning indien er een voorliggende voorziening is welke naar de mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de re-integratie van belanghebbende. Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld zijn in deze verordening. Artikel 5 Sluitende aanpak Het college kan aan de belanghebbende, die een aanvraag om uitkering indient aansluitend een aanbod voor een voorziening gericht op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid of scholing doen. De uiterste termijn waarbinnen het college aan een belanghebbende een voorziening biedt is drie maanden na de aanvraag. Het eerste lid is niet van toepassing indien het college heeft bepaald dat voor deze persoon een volledige ontheffing van de arbeidsverplichting geldt. Verder kan het college in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het eerste lid. Bij de uitvoering van het in het eerste lid bepaalde houdt het college rekening met de mogelijkheden en capaciteiten van de belanghebbende. Artikel 6 Scholing Het college kan een belanghebbende die niet beschikt over een startkwalificatie, een scholingstraject bieden dat tot die kwalificatie leidt. Een scholingstraject wordt in ieder geval aangeboden als de in het eerste lid bedoelde belanghebbende de leeftijd van 27 jaar nog niet heeft bereikt. Geen scholing of opleiding wordt aangeboden als dit naar het oordeel van het college de krachten en bekwaamheden van belanghebbende te boven gaat of scholing niet bijdraagt aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Indien een niet startgekwalificeerde belanghebbende die de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt, zich meldt voor uitkering of ondersteuning wordt deze persoon allereerst gemeld bij de leerplichtambtenaar. Artikel 7 Sociale activering Het college kan aan belanghebbenden activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering. Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten of vrijwilligerswerk ter voorbereiding op een traject gericht op arbeidsinschakeling of gericht op het voorkomen van sociaal isolement. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van belanghebbende. Artikel 8 Detacheringsbanen Het college kan aan belanghebbenden een dienstverband aanbieden, gericht op arbeidsinschakeling. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel werkgever en inlenende organisatie als tussen werknemer en inlenende organisatie. Het college kan een organisatie aanwijzen die in opdracht van of namens de gemeente het werkgeverschap voor de banen, zoals bedoeld in het eerste lid, uitvoert. Artikel 9 Verplichtingen van de belanghebbende Een belanghebbende die gebruik maakt van een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die gelden op grond van de Wet of van andere wetten en deze verordening, evenals aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. Een belanghebbende die door het college een voorziening wordt aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken. Onverminderd het gestelde in het tweede artikel gelden voor de belanghebbende de volgende verplichtingen: Het verstrekken van de inlichtingen aan het college die nodig zijn voor het bepalen van een geschikt traject en/of een geschikte voorziening; Het naar vermogen uitvoering geven aan de verschillende onderdelen van het traject; Na te laten hetgeen de realisatie van het doel van het traject of van de voorzieningen belemmert. Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het eerste, tweede en derde lid, kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de Maatregelenverordening. Indien een belanghebbende, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, zijn verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden, niet of onvoldoende nakomt, kunnen de voor deze belanghebbende in het kader van de voorziening gemaakte kosten door het college worden teruggevorderd. Artikel 10 Budget- en subsidieplafond Het college kan bij beleidsregel een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. HOOFDSTUK 3 Voorzieningen Artikel 11 Algemene bepalingen over voorzieningen Voorzieningen kunnen separaat of gecombineerd in een traject werk, traject sociale activering en een zorgtraject gericht worden ingezet. Onder voorzieningen worden onder meer verstaan: een medisch en/of arbeidskundig onderzoek, diagnose, scholing, werkstage, loonkostensubsidies, een Bbz-regeling voor het starten van een eigen onderneming, begeleiding, bemiddeling, schuldhulpverlening en nazorg. Het college kan andere, niet in deze verordening genoemde, instrumenten gericht op arbeidsinschakeling aanmerken als een voorziening. Het college kan een eigen bijdrage in de kosten van de re-integratie vragen als het gezinsinkomen meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Het college legt in een beleidsregel vast in welke gevallen er een eigen bijdrage verschuldigd is, alsmede bepalingen omtrent de hoogte van de eigen bijdrage. Het college kan, in aanvulling op de voorschriften die voortvloeien uit de Wet en deze verordening, aan een voorziening nadere voorschriften verbinden. Het college kan een voorziening beëindigen: Indien de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikel 7 en 19 Wwb, artikel 13 en 17 van de Ioaw en artikel 13 en 17 van de Ioaz of in het tweede lid niet nakomt; Indien de belanghebbende die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; Indien de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; Indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling van belanghebbende; Indien belanghebbende niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening. Het college kan ten aanzien van de voorzieningen nadere beleidsregels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op: De voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; De weigeringgronden bij het aanbieden van voorzieningen; De intrekking of wijziging van de subsidieverlening of –vaststelling; De aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en premies; De betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten; Het vragen van een eigen bijdrage; Overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies. Artikel 12 Participatieplaats Het college kan een uitkeringsgerechtigde van 27 jaar en ouder die niet-direct bemiddelbaar is een participatieplaats gericht op arbeidsinschakeling aanbieden conform artikel 10a (de wet STAP) van de wet. Het doel van de participatieplaats is het opdoen van werkervaring dan wel het leren functioneren in een arbeidsrelatie en daarnaast werken aan belemmeringen ontstaan door persoonsgebonden factoren. De participatieplaats kan gecombineerd worden met een opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert indien belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie. Deze participatieplaats duurt maximaal 24 maanden. Met de mogelijkheid van verlenging van tweemaal een jaar. Het college plaatst de persoon alleen indien door zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt. In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd doel en omvang van de participatieplaats alsmede de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. HOOFDSTUK 4 Specifieke voorzieningen Artikel 13 Activeringspremie Het college biedt aan belanghebbenden, die additionele werkzaamheden verricht als bedoeld in het vorige artikel, telkens na zes maanden een wettelijk vastgelegde premie als bedoeld in artikel 31, lid 2 onder j van de wet als hij naar het oordeel van het college voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kansen op de arbeidsmarkt. Het college kan aan belanghebbenden, die vrijwilligerswerk of maatschappelijk nuttige activiteiten uitvoeren en daarvoor een onkostenvergoeding ontvangen, een vrijlating op die vergoeding toepassen. Het college stelt in beleidsregels nadere regels vast over de hoogte van de in het eerste en tweede lid bedoelde premies en vrijlatingen en de voorwaarden waaronder deze wordt verstrekt. Artikel 14 Bijzondere kosten Het college kan aan de persoon die aan een voorziening deelneemt, een vergoeding verstrekken voor bijzondere aanvullende kosten ten behoeve van arbeidsinschakeling. HOOFDSTUK 5 Slotbepalingen Artikel 15 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Re-integratieverordening 2012”. Artikel 16 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie en werkt terug tot 1 januari 2012 De Reïntegratieverordening WWB 2011 wordt ingetrokken bij het in werking treden van deze verordening. 28 februari 2012 Griffier Voorzitter ALGEMENE TOELICHTING Re-integratieverordening 2012 De Wet werk en bijstand (WWB) stelt in artikel 8 dat de gemeenteraad in een verordening regels stelt met betrekking tot het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, het verstrekken van een premie en het volgen van scholing of opleiding. Dit is de re-integratieverordening. Hierin worden de kaders aangereikt waarbinnen het college uitvoering moet geven aan zijn opdracht om uitkeringsgerechtigden, niet-uitkeringsgerechtigden en personen met een uitkering uit hoofde van de Algemene Nabestaandenwet (ANW) te ondersteunen bij het verwerven van een zelfstandige bestaansvoorziening of sociale activering te bevorderen. De WWB stelt de eigen verantwoordelijkheid van de burger centraal om te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan door middel van arbeid. Pas als mensen niet in staat blijken te zijn in het eigen bestaan te voorzien, hebben zij aanspraak op ondersteuning door de gemeente. De gemeente krijgt met de WWB de volledige verantwoordelijkheid, de middelen en ruimte voor het voeren van een actief re-integratiebeleid. Met ingang van 1 januari 2012 is de Wet investeren in jongeren (WIJ), die in oktober 2009 in werking is getreden, ingetrokken. Een aantal belangrijke bepalingen ten aanzien van jongeren tot 27 jaar, zoals een wachttijd van vier weken na de melding, waarin de jongere geacht wordt zelf actief naar werk of scholing om te zien, het meewerken aan een plan van aanpak en het ontbreken van recht op een participatieplaats, is in de WWB opgenomen. Ook op andere onderdelen, zoals bijvoorbeeld de introductie van het huishoudinkomen is de WWB aangepast vooruitlopend op de komst van de Wet Werken naar Vermogen op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.